Ga naar de inhoud
lees voor
Direct naar
  • en (Information in English)
  • de (Deutsche Informationen)
  • fr (Informations en français)
  • contact
  • pers
  • werken bij
  • app
  • Actueel
    • Nieuws
    • Zittingsagenda
    • Persagenda
    • Evenementen
    • Piet Hein Donner Scriptieprijs
  • Adviezen
  • Uitspraken
  • Publicaties
    • Brochures
    • Studies en onderzoeken
    • Regelingen
    • Consultaties
    • Jaarverslagen
  • Over ons
    • Raad van State in het kort
    • Organisatie
    • Advisering
    • Bestuursrechtspraak
    • Begrotingstoezicht
    • Toetsing Klimaatwet
    • Geschiedenis
    • Raad van State in beeld
  • Zoeken
  • en
  • de
  • fr
  • contact
  • pers
  • werken bij
  • app
Zoeken

  1. Home ›
  2. Uitspraken ›
  3. Uitspraak 200305629/1

Uitspraak 200305629/1

ECLI
ECLI:NL:RVS:2004:AO1961
Datum uitspraak
21 januari 2004
Inhoudsindicatie
Bij besluit van 7 november 2002 heeft de gemeenteraad van Leerdam, op voorstel van het college van burgemeester en wethouders van 1 oktober 2002, het bestemmingsplan "Centrum 2002" vastgesteld.
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
  • RO - Zuid-Holland

Toon inhoud

  • Volledige tekst
Volledige tekst

200305629/1.
Datum uitspraak: 21 januari 2004

AFDELING
BESTUURSRECHTSPRAAK

Uitspraak in het geding tussen:

[appellant], wonend te [woonplaats],

en

het college van gedeputeerde staten van Zuid-Holland,
verweerder.

1. Procesverloop

Bij besluit van 7 november 2002 heeft de gemeenteraad van Leerdam, op voorstel van het college van burgemeester en wethouders van 1 oktober 2002, het bestemmingsplan "Centrum 2002" vastgesteld.

Verweerder heeft bij zijn besluit van 1 juli 2003, kenmerk DRM/ARB/02/13500A, beslist over de goedkeuring van het bestemmingsplan.

Tegen dit besluit heeft appellant bij brief van 27 augustus 2003, bij de Raad van State ingekomen op 29 augustus 2003, beroep ingesteld.

Verweerder heeft bij brief van 14 oktober 2003 bericht geen aanleiding te zien tot het indienen van een verweerschrift.

De zaak is door een meervoudige kamer van de Afdeling verwezen naar een enkelvoudige.

De Afdeling heeft de zaak ter zitting behandeld op 1 december 2003, waar [appellant], in persoon, en verweerder, vertegenwoordigd door mr. M.B.T. Heijmink, ambtenaar van de provincie, zijn verschenen. Voorts is de gemeenteraad, vertegenwoordigd door mr. M.P.M. van Reede, daar gehoord.

2. Overwegingen

2.1. Aan de orde is een geschil inzake een besluit omtrent de goedkeuring van een bestemmingsplan. Ingevolge artikel 28, tweede lid, van de Wet op de Ruimtelijke Ordening in samenhang met artikel 10:27 van de Algemene wet bestuursrecht rust op verweerder de taak om - in voorkomend geval mede op basis van de ingebrachte bedenkingen - te bezien of het plan niet in strijd is met een goede ruimtelijke ordening. Daarbij dient hij rekening te houden met de aan de gemeenteraad toekomende vrijheid om bestemmingen aan te wijzen en voorschriften te geven die de raad uit een oogpunt van een goede ruimtelijke ordening nodig acht. Daarnaast heeft verweerder er op toe te zien dat het plan en de totstandkoming daarvan niet in strijd zijn met het recht.

De Afdeling kan slechts tot vernietiging van het besluit omtrent goedkeuring van het plan overgaan, indien moet worden geoordeeld dat verweerder de aan hem toekomende beoordelingsmarges heeft overschreden, dan wel dat hij het recht anderszins onjuist heeft toegepast.

2.2. Het plan voorziet in een planologische regeling voor het centrum van Leerdam en is grotendeels conserverend van aard. Het perceel [locatie] heeft in het plan de bestemming “Wonen I”.

2.3. Verweerder heeft deze bestemming “Wonen I” in strijd geacht met een goede ruimtelijke ordening.

2.4. Appellant stelt in beroep dat verweerder ten onrechte goedkeuring heeft verleend aan een deel van het perceel [locatie]. Appellant stelt in dit verband dat de rode omlijning op de plankaart onjuist is ingetekend en dat in tegenstelling tot de overwegingen van het bestreden besluit slechts een gedeelte van het perceel is omlijnd.

2.5. Ter zitting is door verweerder erkend dat de rode omlijning op de plankaart onjuist is ingetekend. Nu vast staat dat verweerder door middel van de rode omlijning heeft beoogd goedkeuring te onthouden aan de bestemming “Wonen I” voor het gehele perceel [locatie] en in het kader van onthouding van goedkeuring ten onrechte slechts een gedeelte van het perceel op de plankaart rood heeft omlijnd, is het bestreden besluit genomen in strijd met de bij het voorbereiden van een besluit te betrachten zorgvuldigheid. Het beroep is gegrond, zodat het bestreden besluit wegens strijd met artikel 3:2 van de Algemene wet bestuursrecht dient te worden vernietigd, voorzover het betreft het plandeel met de bestemming “Wonen I” zoals aangegeven op een bij de uitspraak behorende gewaarmerkte kaart. De Afdeling ziet voorts aanleiding om zelf voorziend goedkeuring te onthouden aan dit plandeel.

2.6. Verweerder dient op na te melden wijze in de proceskosten te worden veroordeeld.

3. Beslissing

De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State

Recht doende in naam der Koningin:

I. verklaart het beroep gegrond;

II. vernietigt het besluit van het college van gedeputeerde staten van Zuid-Holland van 1 juli 2003, kenmerk DRM/ARB/02/13500A, voorzover het betreft het plandeel met de bestemming "Wonen I" zoals aangeduid op een bij de uitspraak horende gewaarmerkte kaart;

III. onthoudt goedkeuring aan het onder II. genoemde plandeel;

IV. bepaalt dat deze uitspraak in de plaats treedt van het besluit voorzover dit is vernietigd;

V. veroordeelt het college van gedeputeerde staten van Zuid-Holland in de door appellant in verband met de behandeling van het beroep gemaakte proceskosten tot een bedrag van € 37,50; het bedrag dient door de provincie Zuid-Holland te worden betaald aan appellant;

VI. gelast dat de provincie Zuid-Holland aan appellant het door hem voor de behandeling van het beroep betaalde griffierecht (€ 116,00) vergoedt.

Aldus vastgesteld door dr. D. Dolman, Lid van de enkelvoudige kamer, in tegenwoordigheid van mr. S. Langeveld, ambtenaar van Staat.

w.g. Dolman w.g. Langeveld
Lid van de enkelvoudige kamer ambtenaar van Staat

Uitgesproken in het openbaar op 21 januari 2004

317-459.


  • Zoeken
  • Link kopiëren
  • Citeren
  • Opslaan als PDF-document

Raad van State

De Raad van State is onafhankelijk adviseur van regering en parlement over wetgeving en bestuur en hoogste algemene bestuursrechter van het land.

  • Meer over ons
  • Vacatures

Contact

De Raad van State bevindt zich in het centrum van Den Haag. Wilt u in contact komen met ons of wilt u ons bezoeken voor een zitting?

  • Telefoon
  • Locatie en route
  • Post en e-mail
  • Wet open overheid
  • Nieuwe zaak starten

Altijd op de hoogte

Ontvang ons nieuws via de abonnementenservice in uw mailbox. Op de hoogte gehouden worden over uitspraken die gedaan worden in bepaalde zaken? Meld u dan aan voor de e-mailservice. Of bekijk de voortgang van een bepaalde procedure bij de Afdeling bestuursrechtspraak.

  • Abonnementenservice
  • E-mailservice uitspraken
  • Voortgang procedure
  • Aanvragen oude uitspraken

Toegankelijkheid | Privacy | Cookiebeleid

Volg ons

  • Bluesky
  • LinkedIn
  • Instagram
  • Mastodon