Uitspraak 202600490/1/A2
- ECLI
- ECLI:NL:RVS:2026:846
- Datum uitspraak
- 13 februari 2026
- Inhoudsindicatie
- Het beroep richt zich tegen het besluit van het centraal stembureau voor de verkiezing van de leden van de raad van de gemeente Oost Gelre van 6 februari 2026, waarbij het centraal stembureau heeft besloten over de geldigheid en nummering van de kandidatenlijsten, over het handhaven van de daarop voorkomende kandidaten en de daarboven geplaatste aanduiding. De Afdeling verklaart het beroep niet-ontvankelijk.
- Eerste aanleg - meervoudig
- Kieswet
Toon inhoud
202600490/1/A2.
Datum uitspraak: 13 februari 2026
AFDELING
BESTUURSRECHTSPRAAK
PROCES-VERBAAL van de mondelinge uitspraak (artikel 8:67 van de Algemene wet bestuursrecht) in het geding tussen:
[appellant], wonend in [woonplaats], en anderen,
appellanten,
en
het centraal stembureau voor de verkiezing van de leden van de raad van de gemeente Oost Gelre,
verweerder.
Openbare zitting gehouden op 13 februari 2026 om 11:30 uur.
Tegenwoordig:
Staatsraad mr. C.J. Borman, voorzitter
Staatsraad mr. C.C.W. Lange, lid
Staatsraad mr. M.J.M. Ristra-Peeters, lid
griffier: mr. A.S. Rietveld
Verschenen:
de kiesraad, vertegenwoordigd door mr. drs. A.J. Trouborst.
Het beroep richt zich tegen het besluit van het centraal stembureau van 6 februari 2026, waarbij het centraal stembureau heeft besloten over de geldigheid en nummering van de kandidatenlijsten, over het handhaven van de daarop voorkomende kandidaten en de daarboven geplaatste aanduiding.
De Afdeling verklaart het beroep niet-ontvankelijk.
Gronden
[appellant] en anderen stellen zich op het standpunt dat het hen onmogelijk is gemaakt om op de dag van de Kandidaatstelling een blanco kandidatenlijst in te leveren.
De Afdeling stelt vast dat [appellant] en anderen niet op de voorgeschreven wijze een kandidatenlijst hebben ingeleverd bij het centraal stembureau op de dag van de kandidaatstelling. Van belemmeringen om de kandidatenlijst in te leveren is niet gebleken.
De Afdeling overweegt dat de Kieswet dwingend voorschrijft dat een kandidatenlijst in persoon moet worden ingeleverd. Het centraal stembureau heeft [appellant] hierop gewezen voorafgaand aan de dag van de kandidaatstelling.
Omdat de kandidatenlijst niet is ingeleverd, heeft het centraal stembureau hierop ook geen beslissing kunnen nemen. Daarom is er geen besluit waartegen [appellant] en anderen op grond van artikel 8:1 van de Algemene wet bestuursrecht beroep kunnen instellen.
Het centraal stembureau hoeft geen proceskosten te vergoeden.
w.g. Borman
voorzitter
w.g. Rietveld
griffier
1064