Ga naar de inhoud
(naar homepage)
lees voor
Direct naar
  • en (Information in English)
  • de (Deutsche Informationen)
  • fr (Informations en français)
  • contact
  • pers
  • werken bij
  • app
  • Actueel
    • Nieuws
    • Zittingsagenda
    • Persagenda
    • Evenementen
    • Piet Hein Donner Scriptieprijs
  • Adviezen
  • Uitspraken
  • Publicaties
    • Brochures
    • Studies en onderzoeken
    • Regelingen
    • Consultaties
    • Jaarverslagen
  • Over ons
    • Raad van State in het kort
    • Organisatie
    • Advisering
    • Bestuursrechtspraak
    • Begrotingstoezicht
    • Toetsing Klimaatwet
    • Geschiedenis
    • Raad van State in beeld
  • Zoeken
  • en
  • de
  • fr
  • contact
  • pers
  • werken bij
  • app
Zoeken

  1. Home ›
  2. Uitspraken ›
  3. Uitspraak 200308528/1 en 200308528/2

Uitspraak 200308528/1 en 200308528/2

ECLI
ECLI:NL:RVS:2003:AO1291
Datum uitspraak
24 december 2003
Inhoudsindicatie
Bij besluit van 4 maart 2003 heeft het college van burgemeester en wethouders van Enschede (hierna: het college) aan Stadsdeel Noord van de gemeente Enschede vergunning verleend voor het kappen van een linde en een eik op de [locatie] in die gemeente, op een bouwterrein tegenover nr. […], zoals aangegeven op de bij de vergunning behorende gewaarmerkte tekening.
  • Voorlopige voorziening / hoofdzaak
  • Kapvergunningen

Toon inhoud

  • Volledige tekst
Volledige tekst

200308528/1 en 200308528/2.
Datum uitspraak: 24 december 2003

AFDELING
BESTUURSRECHTSPRAAK

Uitspraak van de Voorzitter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State op een verzoek om het treffen van een voorlopige voorziening (artikel 8:81 van de Algemene wet bestuursrecht) en, met toepassing van artikel 8:86 van die wet, op het hoger beroep van:

[appellanten], beiden wonend te [woonplaats],

tegen de uitspraak van de voorzieningenrechter van de rechtbank te Almelo van 1 december 2003 in het geding tussen:

appellanten

en

het college van burgemeester en wethouders van Enschede.

1. Procesverloop

Bij besluit van 4 maart 2003 heeft het college van burgemeester en wethouders van Enschede (hierna: het college) aan Stadsdeel Noord van de gemeente Enschede vergunning verleend voor het kappen van een linde en een eik op de [locatie] in die gemeente, op een bouwterrein tegenover nr. […], zoals aangegeven op de bij de vergunning behorende gewaarmerkte tekening.

Bij besluit van 3 oktober 2003 heeft het college het daartegen door appellanten gemaakte bezwaar ongegrond verklaard.

Bij uitspraak van 1 december 2003, verzonden op dezelfde dag, heeft de voorzieningenrechter van de rechtbank te Almelo (hierna: de voorzieningenrechter), voorzover thans van belang, het daartegen door appellanten ingestelde beroep ongegrond verklaard. Deze uitspraak is aangehecht.

Tegen deze uitspraak hebben appellanten bij brief, bij de Raad van State ingekomen op 15 december 2003, hoger beroep ingesteld. De gronden van het beroep hebben zij aangevuld bij brief van 18 december 2003. Deze brieven zijn aangehecht.
Voorts hebben zij de Voorzitter verzocht een voorlopige voorziening te treffen.

De Voorzitter heeft de zaak ter zitting behandeld op 22 december 2003, waar appellant [naam] in persoon en het college, vertegenwoordigd door M.D. Rol en P.M. Stinenbosch, zijn verschenen.

2. Overwegingen

2.1. In dit geval kan nader onderzoek redelijkerwijs niet bijdragen aan de beoordeling van de zaak en ook overigens bestaat geen beletsel om onmiddellijk uitspraak te doen in de hoofdzaak.

2.2. Hetgeen appellanten in hoger beroep naar voren hebben gebracht, komt in essentie neer op een herhaling van hun betoog in beroep en kan niet leiden tot het oordeel dat de aangevallen uitspraak niet in stand kan blijven. De voorzieningenrechter is op goede gronden tot een juiste beslissing gekomen.

2.3. Het hoger beroep is ongegrond. De aangevallen uitspraak dient te worden bevestigd. Gelet hierop, bestaat voor het treffen van een voorlopige voorziening geen aanleiding, zodat het verzoek daartoe moet worden afgewezen.

2.4. Voor een proceskostenveroordeling is geen aanleiding.

3. Beslissing

De Voorzitter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State

Recht doende in naam der Koningin:

I. bevestigt de aangevallen uitspraak;

II. wijst het verzoek af.

Aldus vastgesteld door mr. R.W.L. Loeb, als Voorzitter, in tegenwoordigheid van mr. R.H.L. Dallinga, ambtenaar van Staat.

w.g. Loeb w.g. Dallinga
Voorzitter ambtenaar van Staat

Uitgesproken in het openbaar op 24 december 2003

18.


  • Zoeken
  • Link kopiëren
  • Citeren
  • Opslaan als PDF-document

Raad van State

De Raad van State is onafhankelijk adviseur van regering en parlement over wetgeving en bestuur en hoogste algemene bestuursrechter van het land.

  • Meer over ons
  • Vacatures

Contact

De Raad van State bevindt zich in het centrum van Den Haag. Wilt u in contact komen met ons of wilt u ons bezoeken voor een zitting?

  • Telefoon
  • Locatie en route
  • Post en e-mail
  • Wet open overheid
  • Nieuwe zaak starten

Altijd op de hoogte

Ontvang ons nieuws via de abonnementenservice in uw mailbox. Op de hoogte gehouden worden over uitspraken die gedaan worden in bepaalde zaken? Meld u dan aan voor de e-mailservice. Of bekijk de voortgang van een bepaalde procedure bij de Afdeling bestuursrechtspraak.

  • Abonnementenservice
  • E-mailservice uitspraken
  • Voortgang procedure
  • Aanvragen oude uitspraken

Toegankelijkheid | Privacy | Cookiebeleid

Volg ons

  • Bluesky
  • LinkedIn
  • Instagram
  • Mastodon