Uitspraak 202506095/2/A2
- ECLI
- ECLI:NL:RVS:2026:683
- Datum uitspraak
- 11 februari 2026
- Inhoudsindicatie
- [verzoeker] heeft de Afdeling bestuursrechtspraak verzocht de uitspraak van de Afdeling van 3 december 2025, ECLI:NL:RVS:2025:5802, in zaak nr. 202505419/1/A2 te herzien.
- Voorlopige voorziening
- Studentenzaken
Toon inhoud
202506095/2/A2.
Datum uitspraak: 11 februari 2026
AFDELING
BESTUURSRECHTSPRAAK
Uitspraak van de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State op een verzoek om het treffen van een voorlopige voorziening (artikel 8:81 van de Algemene wet bestuursrecht) van:
[verzoeker], wonend in [woonplaats],
verzoeker.
Procesverloop
[verzoeker] heeft de Afdeling verzocht de uitspraak van de Afdeling van 3 december 2025, ECLI:NL:RVS:2025:5802, in zaak nr. 202505419/1/A2 te herzien.
Ook heeft [verzoeker] de voorzieningenrechter van de Afdeling gevraagd om een voorlopige voorziening te treffen in afwachting van de uitspraak op zijn herzieningsverzoek.
[verzoeker] heeft een nader stuk ingediend.
De Afdeling heeft het verzoek op een zitting behandeld op 3 februari 2026, waar [verzoeker] is verschenen.
Overwegingen
1. Bij uitspraak van vandaag (ECLI:NL:RVS:2026:677) heeft de Afdeling op het verzoek om herziening beslist. Daarmee is aan deze procedure een einde gekomen en wordt geen voorlopige voorziening getroffen.
2. De proceskosten hoeven niet te worden vergoed.
Beslissing
De voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:
wijst het verzoek af.
Aldus vastgesteld door mr. G.T.J.M. Jurgens, voorzieningenrechter, in tegenwoordigheid van mr. A.S. Rietveld, griffier.
w.g. Jurgens
voorzieningenrechter
w.g. Rietveld
griffier
Uitgesproken in het openbaar op 11 februari 2026
1064