Ga naar de inhoud
(naar homepage)
lees voor
Direct naar
  • en (Information in English)
  • de (Deutsche Informationen)
  • fr (Informations en français)
  • contact
  • pers
  • werken bij
  • app
  • Actueel
    • Nieuws
    • Zittingsagenda
    • Persagenda
    • Evenementen
    • Piet Hein Donner Scriptieprijs
  • Adviezen
  • Uitspraken
  • Publicaties
    • Brochures
    • Studies en onderzoeken
    • Regelingen
    • Consultaties
    • Jaarverslagen
    • Toespraken vice-president
  • Over ons
    • Raad van State in het kort
    • Organisatie
    • Advisering
    • Bestuursrechtspraak
    • Begrotingstoezicht
    • Toetsing Klimaatwet
    • Geschiedenis
    • Raad van State in beeld
  • Zoeken
  • en
  • de
  • fr
  • contact
  • pers
  • werken bij
  • app
Zoeken

  1. Home ›
  2. Uitspraken ›
  3. Uitspraak 202404021/4/A3

Uitspraak 202404021/4/A3

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:587
Datum uitspraak
3 februari 2026
Inhoudsindicatie
Bij e-mailbericht, ingekomen op 23 januari 2026, heeft [verzoeker] in de procedure van de zaak nr. 202404021/4/A3 verzocht om wraking van de staatsraden mr. E.J. Daalder, mr. W. den Ouden en mr. J.M. Willems, dan wel de staatsraden mr. C.J. Borman, mr. C.C.W. Lange en mr. B. Meijer. [verzoeker] heeft erop gewezen dat de uitnodiging voor de wrakingszitting ten onrechte per email is verzonden, nu artikel 8:37, eerste lid Awb, bepaalt dat dit bij aangetekende brief geschiedt. De wrakingskamer wijst erop dat de bestuursrechter op basis van diezelfde bepaling de bevoegdheid heeft anders te bepalen. Daarvoor was in dit geval aanleiding, gelet op de korte duur tot de geplande behandeling van het verzet op de zitting van 3 februari 2026 om 15:15 uur. [verzoeker] heeft er verder op gewezen dat van hem niet kan worden gevergd dat hij op zo’n korte termijn afreist naar Den Haag. De wrakingskamer wijst erop dat in de uitnodiging voor de wrakingszitting wordt gewezen op de mogelijkheid digitaal aan de zitting deel te nemen. Een verzoek daartoe van [verzoeker] is evenwel niet ontvangen.
  • Mondelinge uitspraak
  • Wraking
  • Hoger Beroep - Overige

Toon inhoud

  • Volledige tekst
Volledige tekst

202404021/4/A3.
Datum beslissing: 3 februari 2026

AFDELING
BESTUURSRECHTSPRAAK

PROCES-VERBAAL van de mondelinge beslissing met overeenkomstige toepassing van artikel 8:67 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) op een verzoek van:

[verzoeker], wonend in [woonplaats],

verzoeker,

om toepassing van artikel 8:15 van de Awb.

Procesverloop

Bij e-mailbericht, ingekomen op 23 januari 2026, heeft [verzoeker] in de procedure van de zaak nr. 202404021/4/A3 verzocht om wraking van de staatsraden mr. E.J. Daalder, mr. W. den Ouden en mr. J.M. Willems, dan wel de staatsraden mr. C.J. Borman, mr. C.C.W. Lange en mr. B. Meijer.

De staatsraden Daalder, Den Ouden en Willems hebben niet in de wraking berust. Daarbij hebben zij erop gewezen dat zij niet bij deze procedure betrokken te zijn en hebben zij verder aangegeven dat ook op de website van de Raad van State is vermeld dat het verzet van [verzoeker] wordt behandeld door de staatsraden mr. C.J. Borman, mr. C.C.W. Lange en mr. B. Meijer.

Desgevraagd hebben de staatsraden Borman, Lange en Meijer aangegeven evenmin in de wraking te berusten en hebben zij aangegeven dat de enkele omstandigheid dat het verzet op zitting wordt behandeld niet getuigt van vooringenomenheid.

De Afdeling heeft het wrakingsverzoek op een zitting op 3 februari 2026 aan de orde gesteld. [verzoeker] en zijn gemachtigde, T.A. Knijp LLM, advocaat te Middenmeer, en de gewraakte staatsraden hebben geen gebruik gemaakt van de gelegenheid te worden gehoord.

Beslissing

De Afdeling wijst het verzoek om wraking af.

Overwegingen

Uitnodiging wrakingszitting

1.       [verzoeker] heeft erop gewezen dat de uitnodiging voor de wrakingszitting ten onrechte per email is verzonden, nu artikel 8:37, eerste lid Awb, bepaalt dat dit bij aangetekende brief geschiedt. De wrakingskamer wijst erop dat de bestuursrechter op basis van diezelfde bepaling de bevoegdheid heeft anders te bepalen. Daarvoor was in dit geval aanleiding, gelet op de korte duur tot de geplande behandeling van het verzet op de zitting van 3 februari 2026 om 15:15 uur.

2.       [verzoeker] heeft er verder op gewezen dat van hem niet kan worden gevergd dat hij op zo’n korte termijn afreist naar Den Haag. De wrakingskamer wijst erop dat in de uitnodiging voor de wrakingszitting wordt gewezen op de mogelijkheid digitaal aan de zitting deel te nemen. Een verzoek daartoe van [verzoeker] is evenwel niet ontvangen.

Gronden voor wraking

3.       Op verzoek van een partij kan ingevolge artikel 8:15 van de Awb elk van de rechters die een zaak behandelt, worden gewraakt op grond van feiten of omstandigheden waardoor de rechterlijke onpartijdigheid schade zou kunnen lijden.

4.       [verzoeker] heeft, kort samengevat, aangevoerd dat de gewraakte staatsraden ten onrechte hebben besloten om het ingestelde verzet tegen de uitspraak van de Afdeling van 8 mei 2025, waarbij het herzieningsverzoek van [verzoeker] buiten zitting is afgewezen, op een zitting te behandelen. Hieruit zou vooringenomenheid blijken, omdat [verzoeker] heeft verzocht het verzet, gelet op het evidente karakter, zonder zitting gegrond te verklaren.

5.       De wrakingskamer overweegt hierover het volgende.

6.       Voor zover het wrakingsverzoek ziet op de staatsraden Daalder, Den Ouden en Willems stelt de wrakingskamer vast dat zij geen bemoeienis hebben bij de verzetprocedure van [verzoeker]. Dit is ook niet door [verzoeker] weersproken, zodat het wrakingsverzoek voor zover dat ziet op deze staatsraden reeds om die reden moet worden afgewezen.

7.       De beslissing van de staatsraden Borman, Lange en Meijer om het verzet van [verzoeker] op een zitting te behandelen betreft een procesbeslissing. In de wrakingsprocedure wordt niet beoordeeld of procesbeslissingen juist zijn. Daar is het middel van wraking niet voor bedoeld. Zulke procesbeslissingen kunnen slechts leiden tot inwilliging van een wrakingsverzoek, als deze op zich of in onderlinge samenhang bezien, of in samenhang met het verdere optreden van de staatsraad of staatsraden, een zwaarwegende aanwijzing opleveren voor het oordeel dat daaruit blijkt van partijdigheid van de staatsraad die de betrokken beslissing of beslissingen heeft genomen. Daarvan is de Afdeling in dit geval niet gebleken. Dit betekent dat het wrakingsverzoek, voor zover gericht tegen deze staatsraden, eveneens moet worden afgewezen.

Aldus vastgesteld door mr. P.H.A. Knol, voorzitter, en mr. C.H.M. van Altena en mr. J.Th. Drop, leden, in tegenwoordigheid van mr. S.M.W. van Ewijk, griffier.

w.g. Knol
voorzitter

w.g. Van Ewijk
griffier


  • Zoeken
  • Link kopiëren
  • Citeren
  • Opslaan als PDF-document

Raad van State

De Raad van State is onafhankelijk adviseur van regering en parlement over wetgeving en bestuur en hoogste algemene bestuursrechter van het land.

  • Meer over ons
  • Vacatures

Contact

De Raad van State bevindt zich in het centrum van Den Haag. Wilt u in contact komen met ons of wilt u ons bezoeken voor een zitting?

  • Telefoon
  • Locatie en route
  • Post en e-mail
  • Wet open overheid
  • Nieuwe zaak starten

Altijd op de hoogte

Ontvang ons nieuws via de abonnementenservice in uw mailbox. Op de hoogte gehouden worden over uitspraken die gedaan worden in bepaalde zaken? Meld u dan aan voor de e-mailservice. Of bekijk de voortgang van een bepaalde procedure bij de Afdeling bestuursrechtspraak.

  • Abonnementenservice
  • E-mailservice uitspraken
  • Voortgang procedure
  • Aanvragen oude uitspraken

Toegankelijkheid | Privacy | Cookiebeleid

Volg ons

  • Bluesky
  • LinkedIn
  • Instagram
  • Mastodon