Ga naar de inhoud
(naar homepage)
lees voor
Direct naar
  • en (Information in English)
  • de (Deutsche Informationen)
  • fr (Informations en français)
  • contact
  • pers
  • werken bij
  • app
  • Actueel
    • Nieuws
    • Zittingsagenda
    • Persagenda
    • Evenementen
    • Piet Hein Donner Scriptieprijs
  • Adviezen
  • Uitspraken
  • Publicaties
    • Brochures
    • Studies en onderzoeken
    • Regelingen
    • Consultaties
    • Jaarverslagen
  • Over ons
    • Raad van State in het kort
    • Organisatie
    • Advisering
    • Bestuursrechtspraak
    • Begrotingstoezicht
    • Toetsing Klimaatwet
    • Geschiedenis
    • Raad van State in beeld
  • Zoeken
  • en
  • de
  • fr
  • contact
  • pers
  • werken bij
  • app
Zoeken

  1. Home ›
  2. Uitspraken ›
  3. Uitspraak 202506098/2/R1

Uitspraak 202506098/2/R1

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:544
Datum uitspraak
2 februari 2026
Inhoudsindicatie
Bij besluit van 25 oktober 2023 heeft het college van gedeputeerde staten van Gelderland het verzoek van de Stichting tot intrekking van de vergunning van Vitens N.V. voor het onttrekken van maximaal 6.000.000 m3 grondwater per jaar op de locatie Hemmen, afgewezen. Op 19 februari 2001 heeft het college aan de rechtsvoorganger van Vitens een vergunning verleend voor onder meer het onttrekken van maximaal 6.000.000 m3 grondwater per jaar op de locatie Hemmen. Het Lijndensche Fonds is eigenaar van het perceel aan de Hemmensestraat 17 in Randwijk. Zij vreest schade als gevolg van de grondwateronttrekkingen. Zij heeft daarom al eerder verzocht om een gedeeltelijke intrekking van de vergunning. Dat verzoek heeft het college destijds bij besluit van 31 januari 2017 afgewezen. De afwijzing van dat verzoek is met de uitspraak van de Afdeling van 12 juni 2019, ECLI:NL:RVS:2019:1876 definitief geworden.
  • Voorlopige voorziening
  • Waterwet

Toon inhoud

  • Volledige tekst
Volledige tekst

202506098/2/R1.
Datum uitspraak: 2 februari 2026

AFDELING
BESTUURSRECHTSPRAAK

Uitspraak van de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State op een verzoek om het treffen van een voorlopige voorziening (artikel 8:81 van de Algemene wet bestuursrecht), hangende het hoger beroep van:

het college van gedeputeerde staten van Gelderland,
verzoeker,

tegen de uitspraak van de rechtbank Gelderland van 5 november 2025 in zaak nr. 24/5253 in het geding tussen:

Stichting het Lijndensche Fonds voor Kerk en Zending

en

het college van gedeputeerde staten van Gelderland.

Procesverloop

Bij besluit van 25 oktober 2023 heeft het college het verzoek van de Stichting tot intrekking van de vergunning van Vitens N.V. voor het onttrekken van maximaal 6.000.000 m3 grondwater per jaar op de locatie Hemmen, afgewezen.

Bij besluit van 21 juni 2024 heeft college het door de Stichting daartegen gemaakte bezwaar ongegrond verklaard.

Bij uitspraak van 5 november 2025 heeft de rechtbank het door de Stichting daartegen ingestelde beroep gegrond verklaard en het besluit van 21 juni 2024 vernietigd.

Tegen deze uitspraak heeft het college hoger beroep ingesteld. Daarbij heeft het college de voorzieningenrechter tevens verzocht een voorlopige voorziening te treffen.

De voorzieningenrechter heeft het verzoek ter zitting behandeld op 22 januari 2026, waar het college van gedeputeerde staten van Gelderland, vertegenwoordigd door M. de Jonge, en de stichting, vertegenwoordigd door [gemachtigden], bijgestaan door mr. B. Oudenaarden, advocaat in Arnhem, zijn verschenen. Voorts is Vitens N.V. vertegenwoordigd mr. ir. M.J. Kraak, bijgestaan door mr. B.S. ten Kate, advocaat in Arnhem, en [personen], als partij gehoord.

Overwegingen

Overgangsrecht omgevingswet

1.       Op 1 januari 2024 zijn de Omgevingswet en de Invoeringswet Omgevingswet in werking getreden. Als een verzoek om een vergunning op grond van de Waterwet in te trekken is ingediend vóór het tijdstip van inwerkingtreding van de Omgevingswet, dan blijft op grond van artikel 4.3, aanhef en onder a, van de Invoeringswet Omgevingswet het recht zoals dat gold onmiddellijk vóór dat tijdstip van toepassing tot het besluit op dat verzoek onherroepelijk wordt.

Het verzoek van de Stichting om de vergunning van Vitens in te trekken is gedaan op 21 juli 2023. Dat betekent dat in dit geval de Waterwet, zoals die gold vóór 1 januari 2024, van toepassing blijft.

Inleiding

2.       Op 19 februari 2001 heeft het college aan de rechtsvoorganger van Vitens een vergunning verleend voor onder meer het onttrekken van maximaal 6.000.000 m3 grondwater per jaar op de locatie Hemmen. Het Lijndensche Fonds is eigenaar van het perceel aan de Hemmensestraat 17 in Randwijk. Zij vreest schade als gevolg van de grondwateronttrekkingen. Zij heeft daarom al eerder verzocht om een gedeeltelijke intrekking van de vergunning. Dat verzoek heeft het college destijds bij besluit van 31 januari 2017 afgewezen. De afwijzing van dat verzoek is met de uitspraak van de Afdeling van 12 juni 2019, ECLI:NL:RVS:2019:1876 definitief geworden.

3.       Op 21 juli 2023 heeft de Stichting opnieuw verzocht om (gedeeltelijke) intrekking van de vergunning van Vitens voor het onttrekken van maximaal 6.000.000 m3 grondwater per jaar op de locatie Hemmen. Bij besluit van 25 oktober 2023 heeft het college dat verzoek van de Stichting opnieuw afgewezen met toepassing van artikel 4:6, tweede lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb), omdat volgens het college geen nieuwe feiten en omstandigheden als bedoeld in artikel 4:6, eerste lid, van de Awb zijn gesteld. Bij besluit van 21 juni 2024 heeft college het door de Stichting daartegen gemaakte bezwaar ongegrond verklaard. Bij uitspraak van 5 november 2025 heeft de rechtbank het door de Stichting daartegen ingestelde beroep gegrond verklaard en het besluit van 21 juni 2024 vernietigd. Volgens de rechtbank heeft het college miskend dat wel sprake is van nieuwe feiten en omstandigheden in de zin van artikel 4:6 van de Awb. Het college kan zich niet verenigen met deze uitspraak en heeft daarom hoger beroep ingesteld tegen de uitspraak van de rechtbank. Hangende hoger beroep heeft zij de voorzieningenrechter verzocht om de voorlopige voorziening te treffen dat het college hangende hoger beroep geen nieuw besluit op het bezwaar van de Stichting hoeft te nemen.

4.       Gelet op artikel 6:16 van de Awb, gelezen in verbinding met artikel 6:24, heeft de wetgever ervoor gekozen om geen schorsende werking toe te kennen aan het instellen van hoger beroep. Het uitgangspunt is dus dat het college, ook al heeft het hoger beroep ingesteld, ter uitvoering van de aangevallen uitspraak een nieuw besluit op bezwaar moet nemen. Het is ook in het belang van een efficiënte en finale geschilbeslechting dat het college een nieuw besluit op bezwaar neemt, omdat een nieuw besluit met toepassing van artikel 6:19 van de Awb, gelezen in verbinding met artikel 6:24, in het kader van het hoger beroep kan worden beoordeeld. Als de aangevallen uitspraak in hoger beroep niet in stand blijft, komt aan het nieuwe besluit de grondslag te ontvallen en zal het worden vernietigd.

5.       De motivering van het verzoek om voorlopige voorziening geeft geen aanleiding om van dit uitgangspunt af te wijken. Het college moet dus ter uitvoering van de aangevallen uitspraak een nieuw besluit op bezwaar nemen. Hierbij wordt benadrukt dat het college dit moet doen met inachtneming van hetgeen de rechtbank in haar uitspraak heeft overwogen. Daarbij wijst de voorzieningenrechter er op dat de rechtbankuitspraak - anders dan het college lijkt te veronderstellen - niet impliceert dat het college gehouden is het verzoek in het nieuwe besluit op bezwaar alsnog in te willigen.

Conclusie

6.       De voorzieningenrechter wijst het verzoek af.

Beslissing

De voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:

wijst het verzoek af.

Aldus vastgesteld door mr. B.P.M. van Ravels, voorzieningenrechter, in tegenwoordigheid van mr. E.C. Stoof, griffier.

w.g. Van Ravels
voorzieningenrechter

w.g. Stoof
griffier

Uitgesproken in het openbaar op 2 februari 2026

749


  • Zoeken
  • Link kopiëren
  • Citeren
  • Opslaan als PDF-document

Raad van State

De Raad van State is onafhankelijk adviseur van regering en parlement over wetgeving en bestuur en hoogste algemene bestuursrechter van het land.

  • Meer over ons
  • Vacatures

Contact

De Raad van State bevindt zich in het centrum van Den Haag. Wilt u in contact komen met ons of wilt u ons bezoeken voor een zitting?

  • Telefoon
  • Locatie en route
  • Post en e-mail
  • Wet open overheid
  • Nieuwe zaak starten

Altijd op de hoogte

Ontvang ons nieuws via de abonnementenservice in uw mailbox. Op de hoogte gehouden worden over uitspraken die gedaan worden in bepaalde zaken? Meld u dan aan voor de e-mailservice. Of bekijk de voortgang van een bepaalde procedure bij de Afdeling bestuursrechtspraak.

  • Abonnementenservice
  • E-mailservice uitspraken
  • Voortgang procedure
  • Aanvragen oude uitspraken

Toegankelijkheid | Privacy | Cookiebeleid

Volg ons

  • Bluesky
  • LinkedIn
  • Instagram
  • Mastodon