Ga naar de inhoud
(naar homepage)
lees voor
Direct naar
  • en (Information in English)
  • de (Deutsche Informationen)
  • fr (Informations en français)
  • contact
  • pers
  • werken bij
  • app
  • Actueel
    • Nieuws
    • Zittingsagenda
    • Persagenda
    • Evenementen
    • Piet Hein Donner Scriptieprijs
  • Adviezen
  • Uitspraken
  • Publicaties
    • Brochures
    • Studies en onderzoeken
    • Regelingen
    • Consultaties
    • Jaarverslagen
  • Over ons
    • Raad van State in het kort
    • Organisatie
    • Advisering
    • Bestuursrechtspraak
    • Begrotingstoezicht
    • Toetsing Klimaatwet
    • Geschiedenis
    • Raad van State in beeld
  • Zoeken
  • en
  • de
  • fr
  • contact
  • pers
  • werken bij
  • app
Zoeken

  1. Home ›
  2. Uitspraken ›
  3. Uitspraak 200307297/2

Uitspraak 200307297/2

ECLI
ECLI:NL:RVS:2003:AO1292
Datum uitspraak
23 december 2003
Inhoudsindicatie
Bij besluit van 22 september 2003, kenmerk 2002/012, heeft verweerder krachtens de Wet milieubeheer aan [vergunninghoudster] een revisievergunning als geregeld in artikel 8.4, eerste lid, van deze wet verleend voor een inrichting voor het vervaardigen, repareren, verhandelen en verhuren van houten pallets en kisten met opslag op het terrein en het verhuren van kantoor- en opslagruimten aan derden, op het perceel [locatie] te [plaats], kadastraal bekend gemeente [plaats], sectie […], nummers […] en […]. Dit besluit is op 25 september 2003 ter inzage gelegd.
  • Voorlopige voorziening
  • Milieu - Overige

Toon inhoud

  • Volledige tekst
Volledige tekst

200307297/2.
Datum uitspraak: 23 december 2003

AFDELING
BESTUURSRECHTSPRAAK

Uitspraak van de Voorzitter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State op verzoeken om het treffen van een voorlopige voorziening (artikel 8:81 van de Algemene wet bestuursrecht) in het geding tussen:

1. [verzoeker sub 1], wonend te [woonplaats],
2. [verzoeker sub 2], wonend te [woonplaats],

en

het college van burgemeester en wethouders van Reimerswaal,
verweerder.

1. Procesverloop

Bij besluit van 22 september 2003, kenmerk 2002/012, heeft verweerder krachtens de Wet milieubeheer aan [vergunninghoudster] een revisievergunning als geregeld in artikel 8.4, eerste lid, van deze wet verleend voor een inrichting voor het vervaardigen, repareren, verhandelen en verhuren van houten pallets en kisten met opslag op het terrein en het verhuren van kantoor- en opslagruimten aan derden, op het perceel [locatie] te [plaats], kadastraal bekend gemeente [plaats], sectie […], nummers […] en […]. Dit besluit is op 25 september 2003 ter inzage gelegd.

Tegen dit besluit hebben verzoeker sub 1 bij brief van 1 november 2003, bij de Raad van State ingekomen op 5 november 2003, en verzoeker sub 2 bij brief van 1 november 2003, bij de Raad van State ingekomen op 4 november 2003, beroep ingesteld.
Bij dezelfde brief als waarmee beroep is ingesteld heeft verzoeker sub 1 de Voorzitter verzocht een voorlopige voorziening te treffen. Bij brief van 28 november 2003, bij de Raad van State ingekomen op dezelfde dag, heeft verzoeker sub 2 de Voorzitter verzocht een voorlopige voorziening te treffen.

De Voorzitter heeft de verzoeken ter zitting behandeld op 2 december 2003, waar verzoeker sub 1 in persoon, verzoeker sub 2 in persoon, en verweerder, vertegenwoordigd door D.P. van de Voorde en P.C.E. Kil, beiden ambtenaar van de gemeente, zijn verschenen.
Voorts is als partij vergunninghoudster, vertegenwoordigd door [gemachtigde] en [gemachtigde], daar gehoord.

2. Overwegingen

2.1. Het oordeel van de Voorzitter heeft een voorlopig karakter en is niet bindend in de bodemprocedure.

2.2. Verzoekers vrezen geluidhinder van het in werking zijn van de inrichting. Zij betogen dat vanwege de werktijden sprake is van een inbreuk op de nachtrust. Verzoeker sub 1 stelt in dit verband onder meer geluidhinder te ondervinden vanwege draaiende motoren van vrachtwagens die op het voorterrein worden geparkeerd en waarin door de bestuurders wordt overnacht.

2.2.1. In de vergunning zijn onder I.C voorschriften gesteld ter beperking van geluidhinder. Daarbij zijn grenswaarden opgenomen voor het equivalente geluidniveau en de piekgeluiden voor de dag- en avondperiode. Verder is in de voorschriften onder meer bepaald dat tussen 22.00 uur en 7.00 uur geen geluidsproducerende activiteiten mogen plaatsvinden, behoudens het vertrekken van 1 vrachtwagen vanaf de voorzijde van het bedrijfsterrein. Uit het rapport van Akoestisch Adviesburo [naam adviesbureau] van 25 juli 2002 blijkt dat de geluidgrenswaarden kunnen worden nageleefd. Verder staat vast dat het parkeren van vrachtwagens waarin de bestuurders overnachten binnen het terrein van de inrichting niet is vergund en derhalve niet is toegestaan.

Gelet op het vorenstaande alsmede op de hoogte van de geluidgrenswaarden, acht de Voorzitter het aannemelijk dat geen sprake is van een zodanig hoge geluidemissie dat het treffen van een voorlopige voorziening gerechtvaardigd zou zijn. Daarbij zij opgemerkt dat de vraag of de opgenomen voorschriften een in alle opzichten toereikend beschermingsniveau bieden, eerst in de bodemprocedure kan worden beantwoord.

2.2.2. Verzoekers vrezen voorts gevaar voor brand vanwege de opslag van pallets. De Voorzitter overweegt dat dit aspect nader onderzoek vergt en eerst door de Afdeling in de bodemprocedure ten volle kan worden beoordeeld. In afwachting van die beoordeling ziet de Voorzitter, mede gelet op het feit dat de Regionale Brandweer Zeeland de aanvraag die aan de onderhavige vergunning ten grondslag ligt akkoord heeft bevonden en gelet op de aan de vergunning verbonden voorschriften inzake brandpreventie en brandbestrijding, geen aanleiding het verzoek toe te wijzen.

2.3. In de gestelde visuele hinder ziet de Voorzitter, met name gelet op hetgeen in rechtsoverweging 2.2.1 is vastgesteld, evenmin aanleiding een voorlopige voorziening te treffen.

2.4. Het betoog van verzoeker sub 1 aangaande de gestelde waardevermindering van zijn huis heeft geen betrekking op de rechtmatigheid van de ter beoordeling staande vergunning en kan om die reden niet slagen. Hetzelfde geldt voor het betoog van verzoeker sub 2 dat verweerder geen controle zal uitoefenen op de naleving van de aan de vergunning verbonden voorschriften. De Algemene wet bestuursrecht voorziet in de mogelijkheid tot het treffen van maatregelen die strekken tot het afdwingen van de naleving van de voorschriften die aan de vergunning zijn verbonden.

2.5. Gelet hierop ziet de Voorzitter aanleiding het verzoek om het treffen van een voorlopige voorziening af te wijzen.

2.6. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

3. Beslissing

De Voorzitter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:

I. wijst de verzoeken af.

Aldus vastgesteld door mr. K. Brink, als Voorzitter, in tegenwoordigheid van mr. F.B. van der Maesen de Sombreff, ambtenaar van Staat.

w.g. Brink w.g. Van der Maesen de Sombreff
Voorzitter ambtenaar van Staat

Uitgesproken in het openbaar op 23 december 2003

190-415.


  • Zoeken
  • Link kopiëren
  • Citeren
  • Opslaan als PDF-document

Raad van State

De Raad van State is onafhankelijk adviseur van regering en parlement over wetgeving en bestuur en hoogste algemene bestuursrechter van het land.

  • Meer over ons
  • Vacatures

Contact

De Raad van State bevindt zich in het centrum van Den Haag. Wilt u in contact komen met ons of wilt u ons bezoeken voor een zitting?

  • Telefoon
  • Locatie en route
  • Post en e-mail
  • Wet open overheid
  • Nieuwe zaak starten

Altijd op de hoogte

Ontvang ons nieuws via de abonnementenservice in uw mailbox. Op de hoogte gehouden worden over uitspraken die gedaan worden in bepaalde zaken? Meld u dan aan voor de e-mailservice. Of bekijk de voortgang van een bepaalde procedure bij de Afdeling bestuursrechtspraak.

  • Abonnementenservice
  • E-mailservice uitspraken
  • Voortgang procedure
  • Aanvragen oude uitspraken

Toegankelijkheid | Privacy | Cookiebeleid

Volg ons

  • Bluesky
  • LinkedIn
  • Instagram
  • Mastodon