Uitspraak 202502938/2/R3
- ECLI
- ECLI:NL:RVS:2025:3541
- Datum uitspraak
- 29 juli 2025
- Inhoudsindicatie
- Openbare zitting gehouden op 29 juli 2025 om 11:00 uur. Verschenen: [verzoeker]; het college van burgemeester en wethouders van Groningen, vertegenwoordigd door mr. G.J. Tingen en mr. H. Blokzijl; K. de Plaa h.o.d.n. Dirtpark Groningen.
- Mondelinge uitspraak
- Voorlopige voorziening
- RO - Groningen
Toon inhoud
202502938/2/R3.
Datum uitspraak: 29 juli 2025
AFDELING
BESTUURSRECHTSPRAAK
PROCES-VERBAAL van de mondelinge uitspraak van de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State op het verzoek om het treffen van een voorlopige voorziening (artikel 8:81 van de Algemene wet bestuursrecht) in het geding tussen:
[verzoeker], wonend in [woonplaats],
verzoeker,
tegen de uitspraak van de rechtbank NoordNederland van 26 maart 2025 in zaak nr. 23/5096 in het geding tussen:
[verzoeker]
en
het college van burgemeester en wethouders van Groningen,
verweerder.
Openbare zitting gehouden op 29 juli 2025 om 11:00 uur.
Tegenwoordig:
Staatsraad mr. A. ten Veen, voorzieningenrechter
griffier: mr. W. Kemerink op Schiphorst-Hofman
Verschenen:
[verzoeker];
Het college, vertegenwoordigd door mr. G.J. Tingen en mr. H. Blokzijl;
K. de Plaa h.o.d.n. Dirtpark Groningen.
====================================
Het verzoek is gedaan in verband met de uitspraak van 26 maart 2025 van de rechtbank NoordNederland. Bij die uitspraak heeft de rechtbank het beroep van [verzoeker] tegen het besluit van 2 november 2023 gegrond verklaard. Bij dit besluit heeft het college het verzoek van [verzoeker] om handhavend op te treden tegen het gebruik van het wijkpark "De Groene Long" door Dirtpark Groningen als fietscrossbaan voor BMX Dirtrijden, afgewezen.
De rechtbank heeft geoordeeld dat het college het handhavingsverzoek niet mocht afwijzen om de reden dat het gebruik van het park door Dirtpark Groningen in overeenstemming is met de bestemming "Groen" van het bestemmingsplan "Beijum". De rechtbank heeft het besluit van 2 november 2023 vernietigd en het college opgedragen om met inachtneming van de uitspraak een nieuw besluit op bezwaar te nemen.
Het college heeft hoger beroep ingesteld tegen de uitspraak van de rechtbank.
[verzoeker] heeft de voorzieningenrechter verzocht om een voorlopige voorziening te treffen die ertoe strekt dat het gebruik van het park door Dirtpark Groningen per direct wordt beëindigd, totdat op het hoger beroep van het college is beslist.
De voorzieningenrechter:
wijst het verzoek af.
Daartoe overweegt de voorzieningenrechter het volgende.
1. Op 1 januari 2024 zijn de Omgevingswet en de Invoeringswet Omgevingswet in werking getreden. Voor de beoordeling van het hoger beroep en het daarmee samenhangende verzoek om een voorlopige voorziening is het recht zoals dat gold vóór 1 januari 2024 van toepassing.
2. Het oordeel van de voorzieningenrechter heeft een voorlopig karakter en is niet bindend in de bodemprocedure.
3. De voorzieningenrechter overweegt dat [verzoeker] met zijn verzoek beoogt te bereiken dat handhavend wordt opgetreden tegen het gebruik van het park door Dirtpark Groningen, in afwachting van de beoordeling van het hoger beroep van het college. De voorzieningenrechter vindt dat verzoek te verstrekkend om toe te wijzen. Daarbij betrekt de voorzieningenrechter dat de rechtbank het college heeft opgedragen om een nieuw besluit te nemen op het bezwaar van [verzoeker]. Die opdracht is geen verplichting om handhavend op te treden, zoals [verzoeker] wenst, maar betekent dat het college opnieuw moet beoordelen of het in dit geval tot handhaving zal overgaan. Die beoordeling moet nog plaatsvinden. Voorts is niet gebleken van een zodanig zwaarwegend belang van [verzoeker], dat dit, hangende hoger beroep, onmiddellijke stillegging van de activiteiten van Dirtpark Groningen in het park rechtvaardigt. Weliswaar is niet onaannemelijk dat [verzoeker] enige overlast ondervindt van het gebruik van de fietscrossbaan, maar [verzoeker] heeft niet voldoende geconcretiseerd dat die overlast zodanig en onaanvaardbaar is dat een voorlopige voorziening is aangewezen. [verzoeker] heeft wel gewezen op de risico’s van het gebruik van de fietscrossbaan voor de gebruikers van die baan, maar voor hun belangen kan [verzoeker] niet opkomen.
w.g. Ten Veen
voorzieningenrechter
w.g. Kemerink op Schiphorst-Hofman
griffier
933