Ga naar de inhoud
(naar homepage)
lees voor
Direct naar
  • en (Information in English)
  • de (Deutsche Informationen)
  • fr (Informations en français)
  • contact
  • pers
  • werken bij
  • app
  • Actueel
    • Nieuws
    • Zittingsagenda
    • Persagenda
    • Evenementen
    • Piet Hein Donner Scriptieprijs
  • Adviezen
  • Uitspraken
  • Publicaties
    • Brochures
    • Studies en onderzoeken
    • Regelingen
    • Consultaties
    • Jaarverslagen
  • Over ons
    • Raad van State in het kort
    • Organisatie
    • Advisering
    • Bestuursrechtspraak
    • Begrotingstoezicht
    • Toetsing Klimaatwet
    • Geschiedenis
    • Raad van State in beeld
  • Zoeken
  • en
  • de
  • fr
  • contact
  • pers
  • werken bij
  • app
Zoeken

  1. Home ›
  2. Uitspraken ›
  3. Uitspraak 202500139/1/V3

Uitspraak 202500139/1/V3

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:3322
Datum uitspraak
22 juli 2025
Inhoudsindicatie
Bij besluit van 10 december 2024 heeft de minister van Asiel en Migratie betrokkene een vrijheidsontnemende maatregel opgelegd.
  • Hoger beroep
  • Bewaring

Toon inhoud

  • Volledige tekst
Volledige tekst

202500139/1/V3.
Datum uitspraak: 22 juli 2025

AFDELING
BESTUURSRECHTSPRAAK

Uitspraak met toepassing van artikel 8:54, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht op het hoger beroep van:

de minister van Asiel en Migratie,

appellant,

tegen de uitspraak van de rechtbank Den Haag, zittingsplaats Amsterdam, van 8 januari 2025 in zaak nr. NL24.51872 in het geding tussen:

[appellant]

en

de minister.

Procesverloop

Bij besluit van 10 december 2024 heeft de minister betrokkene een vrijheidsontnemende maatregel opgelegd.

Bij uitspraak van 8 januari 2025 heeft de rechtbank het daartegen door betrokkene ingestelde beroep gegrond verklaard, de opheffing van de vrijheidsontnemende maatregel met ingang van die dag bevolen en schadevergoeding toegekend.

Tegen deze uitspraak heeft de minister hoger beroep ingesteld.

Betrokkene, vertegenwoordigd door mr. A.E.M. de Vries, advocaat in Amsterdam, heeft een schriftelijke uiteenzetting gegeven.

De minister heeft op verzoek van de Afdeling een nader stuk ingediend.

Overwegingen

1.       De minister komt terecht op tegen het oordeel van de rechtbank dat het Justitieel Complex Schiphol geen gespecialiseerde bewaringsaccommodatie is in de zin van artikel 10, eerste lid, van de Opvangrichtlijn en dat de tenuitvoerlegging van de grensdetentie daarom onrechtmatig is vanaf de eerste dag. De Afdeling verwijst naar haar uitspraken van 29 januari 2025, ECLI:NL:RVS:2025:258, en 26 februari 2025, ECLI:NL:RVS:2025:789.

1.1.    De grief slaagt.

2.       Het hoger beroep is gegrond. De Afdeling vernietigt de uitspraak van de rechtbank. De Afdeling beoordeelt het beroep. Daarbij bespreekt zij alleen beroepsgronden waarover de rechtbank nog geen oordeel heeft gegeven en beroepsgronden waarop na de overwegingen in hoger beroep nog moet worden beslist.

3.       Betrokkene voert aan dat hij te lang in grensdetentie zal worden gehouden, omdat de rechtbank zijn asielberoep pas op 3 maart 2025 op een zitting zal behandelen. Deze datum valt binnen de maximaal toegestane duur van dertien weken voor grensdetentie op grond van artikel 6, derde lid, van de Vw 2000, die de Afdeling heeft bepaald in haar uitspraak van 1 juli 2025, ECLI:NL:RVS:2025:2925, onder 3.8. Maar de minister heeft de grensdetentie pas op 9 april 2025 opgeheven, 30 dagen nadat betrokkene dertien weken in grensdetentie was gehouden. De grensdetentie was gelet hierop onrechtmatig vanaf 11 maart 2025, de dag nadat de grensdetentie dertien weken had voortgeduurd. De Afdeling verwijst naar haar uitspraak van 9 juli 2025, ECLI:NL:RVS:2025:3081, onder 1.

3.1.    De beroepsgrond slaagt.

4.       De overige beroepsgrond van betrokkene gaat over de inhoudelijke behandeling van zijn asielaanvraag. De Afdeling kan daarover niet oordelen in deze grensdetentiezaak. De beroepsgrond slaagt daarom niet.

5.       De Afdeling ziet ambtshalve geen reden om de grensdetentie vanaf een eerdere datum dan 11 maart 2025 onrechtmatig te achten. Het beroep is gegrond. Omdat de grensdetentie al is opgeheven, is een bevel tot opheffing niet nodig. Appellant heeft wel recht op schadevergoeding (artikel 106, eerste lid, van de Vw 2000). Deze vergoeding wordt daarom aan betrokkene toegekend. De minister moet voor de behandeling van het beroep de proceskosten vergoeden.

Beslissing

De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:

I.        verklaart het hoger beroep gegrond;

II.       vernietigt de uitspraak van de rechtbank Den Haag, zittingsplaats Amsterdam, van 8 januari 2025 in zaak nr. NL24.51872;

III.      verklaart het beroep gegrond;

IV.      kent aan betrokkene een vergoeding toe van € 3.000,00 over de periode van 11 maart 2025 tot en met 9 april 2025, ten laste van de Staat der Nederlanden, te betalen door de griffier van de Raad van State;

V.       veroordeelt de minister van Asiel en Migratie tot vergoeding van bij betrokkene in verband met de behandeling van het beroep opgekomen proceskosten tot een bedrag van € 1.814,00, geheel toe te rekenen aan door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand.

Aldus vastgesteld door mr. M. Soffers, lid van de enkelvoudige kamer, in tegenwoordigheid van mr. S.S. Jiawan, griffier.

w.g. Soffers
lid van de enkelvoudige kamer

w.g. Jiawan
griffier

Uitgesproken in het openbaar op 22 juli 2025

1020


  • Zoeken
  • Link kopiëren
  • Citeren
  • Opslaan als PDF-document

Raad van State

De Raad van State is onafhankelijk adviseur van regering en parlement over wetgeving en bestuur en hoogste algemene bestuursrechter van het land.

  • Meer over ons
  • Vacatures

Contact

De Raad van State bevindt zich in het centrum van Den Haag. Wilt u in contact komen met ons of wilt u ons bezoeken voor een zitting?

  • Telefoon
  • Locatie en route
  • Post en e-mail
  • Wet open overheid
  • Nieuwe zaak starten

Altijd op de hoogte

Ontvang ons nieuws via de abonnementenservice in uw mailbox. Op de hoogte gehouden worden over uitspraken die gedaan worden in bepaalde zaken? Meld u dan aan voor de e-mailservice. Of bekijk de voortgang van een bepaalde procedure bij de Afdeling bestuursrechtspraak.

  • Abonnementenservice
  • E-mailservice uitspraken
  • Voortgang procedure
  • Aanvragen oude uitspraken

Toegankelijkheid | Privacy | Cookiebeleid

Volg ons

  • Bluesky
  • LinkedIn
  • Instagram
  • Mastodon