Ga naar de inhoud
lees voor
Direct naar
  • en (Information in English)
  • de (Deutsche Informationen)
  • fr (Informations en français)
  • contact
  • pers
  • werken bij
  • app
  • Actueel
    • Nieuws
    • Zittingsagenda
    • Persagenda
    • Evenementen
    • Piet Hein Donner Scriptieprijs
  • Adviezen
  • Uitspraken
  • Publicaties
    • Brochures
    • Studies en onderzoeken
    • Regelingen
    • Consultaties
    • Jaarverslagen
  • Over ons
    • Raad van State in het kort
    • Organisatie
    • Advisering
    • Bestuursrechtspraak
    • Begrotingstoezicht
    • Toetsing Klimaatwet
    • Geschiedenis
    • Raad van State in beeld
  • Zoeken
  • en
  • de
  • fr
  • contact
  • pers
  • werken bij
  • app
Zoeken

  1. Home ›
  2. Uitspraken ›
  3. Uitspraak 202502648/1/V1

Uitspraak 202502648/1/V1

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:3167
Datum uitspraak
11 juli 2025
Inhoudsindicatie
Appellanten hebben beroep ingesteld tegen het niet tijdig nemen van een besluit op een aanvraag om hun een machtiging tot voorlopig verblijf te verlenen. Bij uitspraak van 11 april 2025 heeft de rechtbank het beroep gegrond verklaard, het met een besluit gelijk te stellen niet tijdig nemen van een besluit vernietigd en bepaald dat de minister vóór 1 april 2026 alsnog een besluit op de aanvraag bekendmaakt en dat de minister aan appellanten een dwangsom verbeurt van € 100,00 voor elke dag dat zij die termijn overschrijdt, met een maximum van € 7.500,00.
  • Hoger beroep
  • Regulier

Toon inhoud

  • Volledige tekst
Volledige tekst

202502648/1/V1.
Datum uitspraak: 11 juli 2025

AFDELING
BESTUURSRECHTSPRAAK

Uitspraak met toepassing van artikel 8:54, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht op het hoger beroep van:

[appellant A], [appellant B], [appellant C], [appellant D] en [appellant E],
appellanten,

tegen de uitspraak van de rechtbank Den Haag, zittingsplaats Groningen, van 11 april 2025 in zaak nr. NL25.10537 in het geding tussen:

appellanten

en

de minister van Asiel en Migratie.

Procesverloop

Appellanten hebben beroep ingesteld tegen het niet tijdig nemen van een besluit op een aanvraag om hun een machtiging tot voorlopig verblijf te verlenen.

Bij uitspraak van 11 april 2025 heeft de rechtbank het beroep gegrond verklaard, het met een besluit gelijk te stellen niet tijdig nemen van een besluit vernietigd en bepaald dat de minister vóór 1 april 2026 alsnog een besluit op de aanvraag bekendmaakt en dat de minister aan appellanten een dwangsom verbeurt van € 100,00 voor elke dag dat zij die termijn overschrijdt, met een maximum van € 7.500,00.

Tegen deze uitspraak hebben appellanten, vertegenwoordigd door mr. J. Oosterhof, advocaat in Heerenveen, hoger beroep ingesteld.

Daartoe in de gelegenheid gesteld, hebben appellanten zich nader uitgelaten.

Overwegingen

1.       De griffier heeft appellanten er bij brief van 8 mei 2025 op gewezen dat zij voor het hoger beroep griffierecht moeten betalen. Hun is daarbij verzocht om het griffierecht uiterlijk op 22 mei 2025 te voldoen. Omdat appellanten dit niet hebben gedaan, heeft de griffier hun bij aangetekende brief van 26 mei 2025 laten weten dat het griffierecht uiterlijk 10 juni 2025 op de rekening van de Raad van State moet zijn bijgeschreven of contant moet zijn betaald. In die brief staat ook dat als het griffierecht niet op die datum is ontvangen, het hoger beroep alleen al daarom niet-ontvankelijk kan worden verklaard. Het griffierecht is niet binnen de termijn betaald. De griffier heeft appellanten bij brief van 16 juni 2025 in de gelegenheid gesteld om redenen aan te voeren waarom het hoger beroep toch in behandeling moet worden genomen. Wat appellanten in hun brief van 26 juni 2025 naar voren brengen over het niet halen van de laatste termijn tot en met 10 juni 2025, is geen reden om het hoger beroep toch in behandeling te nemen. Zoals zij zelf erkennen, vallen die omstandigheden binnen hun risicosfeer.

2.       Het hoger beroep is niet-ontvankelijk. De minister hoeft geen proceskosten te vergoeden.

Beslissing

De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:

verklaart het hoger beroep niet-ontvankelijk.

Aldus vastgesteld door mr. H.G. Sevenster, lid van de enkelvoudige kamer, in tegenwoordigheid van mr. A.K. de Keizer, griffier.

w.g. Sevenster
lid van de enkelvoudige kamer

w.g. De Keizer
griffier

Uitgesproken in het openbaar op 11 juli 2025

392


  • Zoeken
  • Link kopiëren
  • Citeren
  • Opslaan als PDF-document

Raad van State

De Raad van State is onafhankelijk adviseur van regering en parlement over wetgeving en bestuur en hoogste algemene bestuursrechter van het land.

  • Meer over ons
  • Vacatures

Contact

De Raad van State bevindt zich in het centrum van Den Haag. Wilt u in contact komen met ons of wilt u ons bezoeken voor een zitting?

  • Telefoon
  • Locatie en route
  • Post en e-mail
  • Wet open overheid
  • Nieuwe zaak starten

Altijd op de hoogte

Ontvang ons nieuws via de abonnementenservice in uw mailbox. Op de hoogte gehouden worden over uitspraken die gedaan worden in bepaalde zaken? Meld u dan aan voor de e-mailservice. Of bekijk de voortgang van een bepaalde procedure bij de Afdeling bestuursrechtspraak.

  • Abonnementenservice
  • E-mailservice uitspraken
  • Voortgang procedure
  • Aanvragen oude uitspraken

Toegankelijkheid | Privacy | Cookiebeleid

Volg ons

  • Bluesky
  • LinkedIn
  • Instagram
  • Mastodon