Ga naar de inhoud
lees voor
Direct naar
  • en (Information in English)
  • de (Deutsche Informationen)
  • fr (Informations en français)
  • contact
  • pers
  • werken bij
  • app
  • Actueel
    • Nieuws
    • Zittingsagenda
    • Persagenda
    • Evenementen
    • Piet Hein Donner Scriptieprijs
  • Adviezen
  • Uitspraken
  • Publicaties
    • Brochures
    • Studies en onderzoeken
    • Regelingen
    • Consultaties
    • Jaarverslagen
  • Over ons
    • Raad van State in het kort
    • Organisatie
    • Advisering
    • Bestuursrechtspraak
    • Begrotingstoezicht
    • Toetsing Klimaatwet
    • Geschiedenis
    • Raad van State in beeld
  • Zoeken
  • en
  • de
  • fr
  • contact
  • pers
  • werken bij
  • app
Zoeken

  1. Home ›
  2. Uitspraken ›
  3. Uitspraak 202503181/1/A2

Uitspraak 202503181/1/A2

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:3213
Datum uitspraak
16 juli 2025
Inhoudsindicatie
Bij uitspraak van 28 mei 2025, in zaak nr. 202501533/1/A2, ECLI:NL:RVS:2025:2440, heeft de Afdeling het beroep van [verzoekster] tegen het besluit van 23 januari 2025 ongegrond verklaard. [verzoekster] heeft de Afdeling verzocht die uitspraak te herzien. Artikel 8:119, eerste lid, van de Awb luidt: "De bestuursrechter kan op verzoek van een partij een onherroepelijk geworden uitspraak herzien op grond van feiten of omstandigheden die: a. hebben plaatsgevonden vóór de uitspraak, b. bij de indiener van het verzoekschrift vóór de uitspraak niet bekend waren en redelijkerwijs niet bekend konden zijn, en c. waren zij bij de Afdeling eerder bekend geweest, tot een andere uitspraak zouden hebben kunnen leiden.
  • Herziening
  • Studentenzaken

Toon inhoud

  • Volledige tekst
Volledige tekst

202503181/1/A2.
Datum uitspraak: 16 juli 2025

AFDELING
BESTUURSRECHTSPRAAK

Uitspraak op het verzoek van:

[verzoekster], wonend in [woonplaats] (Duitsland),

verzoekster,

om herziening (artikel 8:119 van de Algemene wet bestuursrecht (hierna: de Awb)) van de uitspraak van de Afdeling van 28 mei 2025, in zaak nr. 202501533/1/A2.

Procesverloop

Bij uitspraak van 28 mei 2025, in zaak nr. 202501533/1/A2, ECLI:NL:RVS:2025:2440, heeft de Afdeling het beroep van [verzoekster] tegen het besluit van 23 januari 2025 ongegrond verklaard.

[verzoekster] heeft de Afdeling verzocht die uitspraak te herzien.

[verzoekster] heeft een nader stuk ingediend.

De Afdeling heeft het verzoek ter zitting behandeld op 17 juni 2025, waar [verzoekster] via een videoverbinding is verschenen.

Overwegingen

1.       Artikel 8:119, eerste lid, van de Awb luidt:

"De bestuursrechter kan op verzoek van een partij een onherroepelijk geworden uitspraak herzien op grond van feiten of omstandigheden die:

a. hebben plaatsgevonden vóór de uitspraak,

b. bij de indiener van het verzoekschrift vóór de uitspraak niet bekend waren en redelijkerwijs niet bekend konden zijn, en

c. waren zij bij de Afdeling eerder bekend geweest, tot een andere uitspraak zouden hebben kunnen leiden.

2.       De Afdeling stelt voorop dat het bijzondere rechtsmiddel van herziening niet kan worden gebruikt om het geschil, waarover bij uitspraak is beslist, opnieuw aan de rechter voor te leggen. Ook is dit rechtsmiddel niet bedoeld om een partij de gelegenheid te bieden om argumenten, die in een eerdere procedure naar voren zijn gebracht of hadden kunnen worden gebracht, opnieuw of alsnog naar voren te brengen en daarmee het debat te heropenen, nadat is gebleken dat de aangevoerde feiten en omstandigheden niet tot het gewenste resultaat hebben geleid.

3.       Op de zitting heeft [verzoekster] toegelicht dat het verval van haar studiepunten de reden is geweest om een verzoek om herziening in te dienen. Dit benadrukt volgens haar de disproportionaliteit van het besluit van 23 januari 2025. Dit is echter een omstandigheid waar zij redelijkerwijs vóór de uitspraak van 28 mei 2025 mee bekend had kunnen zijn en die zij daardoor ook in de eerdere procedure naar voren had kunnen brengen. Gelet op wat onder 2 is overwogen, kan deze omstandigheid daarom niet leiden tot herziening van de uitspraak.

4.       Het verzoek wordt afgewezen.

5.       Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:

wijst het verzoek af.

Aldus vastgesteld door mr. E.A. Minderhoud, lid van de enkelvoudige kamer, in tegenwoordigheid van mr. O. van Loon, griffier.

w.g. Minderhoud
lid van de enkelvoudige kamer

w.g. Van Loon
griffier

Uitgesproken in het openbaar op 16 juli 2025

284-1160


  • Zoeken
  • Link kopiëren
  • Citeren
  • Opslaan als PDF-document

Raad van State

De Raad van State is onafhankelijk adviseur van regering en parlement over wetgeving en bestuur en hoogste algemene bestuursrechter van het land.

  • Meer over ons
  • Vacatures

Contact

De Raad van State bevindt zich in het centrum van Den Haag. Wilt u in contact komen met ons of wilt u ons bezoeken voor een zitting?

  • Telefoon
  • Locatie en route
  • Post en e-mail
  • Wet open overheid
  • Nieuwe zaak starten

Altijd op de hoogte

Ontvang ons nieuws via de abonnementenservice in uw mailbox. Op de hoogte gehouden worden over uitspraken die gedaan worden in bepaalde zaken? Meld u dan aan voor de e-mailservice. Of bekijk de voortgang van een bepaalde procedure bij de Afdeling bestuursrechtspraak.

  • Abonnementenservice
  • E-mailservice uitspraken
  • Voortgang procedure
  • Aanvragen oude uitspraken

Toegankelijkheid | Privacy | Cookiebeleid

Volg ons

  • Bluesky
  • LinkedIn
  • Instagram
  • Mastodon