Ga naar de inhoud
lees voor
Direct naar
  • en (Information in English)
  • de (Deutsche Informationen)
  • fr (Informations en français)
  • contact
  • pers
  • werken bij
  • app
  • Actueel
    • Nieuws
    • Zittingsagenda
    • Persagenda
    • Evenementen
    • Piet Hein Donner Scriptieprijs
  • Adviezen
  • Uitspraken
  • Publicaties
    • Brochures
    • Studies en onderzoeken
    • Regelingen
    • Consultaties
    • Jaarverslagen
  • Over ons
    • Raad van State in het kort
    • Organisatie
    • Advisering
    • Bestuursrechtspraak
    • Begrotingstoezicht
    • Toetsing Klimaatwet
    • Geschiedenis
    • Raad van State in beeld
  • Zoeken
  • en
  • de
  • fr
  • contact
  • pers
  • werken bij
  • app
Zoeken

  1. Home ›
  2. Uitspraken ›
  3. Uitspraak 202407077/1/A2

Uitspraak 202407077/1/A2

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:2610
Datum uitspraak
11 juni 2025
Inhoudsindicatie
Bij besluit van 7 juni 2023 heeft het Centraal Bureau Rijvaardigheidsbewijzen het rijbewijs van [appellant] per 14 juni 2023 ongeldig verklaard. Naar aanleiding van een mededeling van de politie heeft het CBR bij besluit van 5 augustus 2022 aan [appellant] een onderzoek naar zijn rijvaardigheid opgelegd. Uit het eerste onderzoek op 23 februari 2023 bleek dat [appellant] de praktijkonderdelen onvoldoende beheerst. Ook tijdens het tweede onderzoek op 6 juni 2023 bleek dat [appellant] onvoldoende rijvaardig is. Daarom heeft het CBR het rijbewijs van [appellant] bij besluit van 7 juni 2023 ongeldig verklaard.
  • Hoger beroep
  • Wegenverkeerswet

Toon inhoud

  • Volledige tekst
Volledige tekst

202407077/1/A2.
Datum uitspraak: 11 juni 2025

AFDELING
BESTUURSRECHTSPRAAK

Uitspraak op het hoger beroep van:

[appellant], wonend in [woonplaats],
appellant,

tegen de uitspraak van de rechtbank Den Haag van 11 oktober 2024 in zaak nr. 23/7831 in het geding tussen:

[appellant]

en

het Centraal Bureau Rijvaardigheidsbewijzen (hierna: het CBR).

Procesverloop

Bij besluit van 7 juni 2023 heeft het CBR het rijbewijs van [appellant] per 14 juni 2023 ongeldig verklaard.

Bij besluit van 6 oktober 2023 heeft het CBR het door [appellant] daartegen gemaakte bezwaar ongegrond verklaard.

Bij uitspraak van 11 oktober 2024 heeft de rechtbank het door [appellant] daartegen ingestelde beroep ongegrond verklaard.

Tegen deze uitspraak heeft [appellant] hoger beroep ingesteld.

Het CBR heeft een schriftelijke uiteenzetting gegeven.

[appellant] heeft een nader stuk ingediend.

De Afdeling heeft de zaak op een zitting behandeld op 22 mei 2025, waar [appellant] en het CBR, vertegenwoordigd door mr. I.S.B. Metaal, zijn verschenen.

Overwegingen

Inleiding

1.       Naar aanleiding van een mededeling van de politie heeft het CBR bij besluit van 5 augustus 2022 aan [appellant] een onderzoek naar zijn rijvaardigheid opgelegd. Uit het eerste onderzoek op 23 februari 2023 bleek dat [appellant] de praktijkonderdelen onvoldoende beheerst. Ook tijdens het tweede onderzoek op 6 juni 2023 bleek dat [appellant] onvoldoende rijvaardig is. Daarom heeft het CBR het rijbewijs van [appellant] bij besluit van 7 juni 2023 ongeldig verklaard.

Hoger beroep

2.       De Afdeling volgt het oordeel van de rechtbank dat het CBR het rijbewijs terecht ongeldig heeft verklaard. Uit wat [appellant] naar voren heeft gebracht, is niet gebleken dat het oordeel van de rechtbank onjuist is. Anders dan [appellant] heeft betoogd, zitten alle stukken die van betekenis zijn voor de besluitvorming in het dossier. Het dossier bevat onder andere de mededeling van de politie en de brieven tot oplegging van de onderzoeken. Uit het dossier blijkt ook dat de uitslagen van de onderzoeken met [appellant] zijn besproken. Voor zover [appellant] op de zitting bij de Afdeling heeft aangevoerd dat hij stress heeft ervaren tijdens het ondergaan van de onderzoeken, leidt dat, hoe invoelbaar ook, niet tot het oordeel dat het rijbewijs ten onrechte ongeldig is verklaard.

Conclusie

3.       Het hoger beroep is ongegrond. De uitspraak van de rechtbank wordt bevestigd.

4.       Het CBR hoeft geen proceskosten te vergoeden.

Beslissing

De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:

bevestigt de aangevallen uitspraak.

Aldus vastgesteld door mr. C.H. Bangma, lid van de enkelvoudige kamer, in tegenwoordigheid van mr. M.M. Engele, griffier.

w.g. Bangma
lid van de enkelvoudige kamer

w.g. Engele
griffier

Uitgesproken in het openbaar op 11 juni 2025

1033


  • Zoeken
  • Link kopiëren
  • Citeren
  • Opslaan als PDF-document

Raad van State

De Raad van State is onafhankelijk adviseur van regering en parlement over wetgeving en bestuur en hoogste algemene bestuursrechter van het land.

  • Meer over ons
  • Vacatures

Contact

De Raad van State bevindt zich in het centrum van Den Haag. Wilt u in contact komen met ons of wilt u ons bezoeken voor een zitting?

  • Telefoon
  • Locatie en route
  • Post en e-mail
  • Wet open overheid
  • Nieuwe zaak starten

Altijd op de hoogte

Ontvang ons nieuws via de abonnementenservice in uw mailbox. Op de hoogte gehouden worden over uitspraken die gedaan worden in bepaalde zaken? Meld u dan aan voor de e-mailservice. Of bekijk de voortgang van een bepaalde procedure bij de Afdeling bestuursrechtspraak.

  • Abonnementenservice
  • E-mailservice uitspraken
  • Voortgang procedure
  • Aanvragen oude uitspraken

Toegankelijkheid | Privacy | Cookiebeleid

Volg ons

  • Bluesky
  • LinkedIn
  • Instagram
  • Mastodon