Ga naar de inhoud
(naar homepage)
lees voor
Direct naar
  • en (Information in English)
  • de (Deutsche Informationen)
  • fr (Informations en français)
  • contact
  • pers
  • werken bij
  • app
  • Actueel
    • Nieuws
    • Zittingsagenda
    • Persagenda
    • Evenementen
    • Piet Hein Donner Scriptieprijs
  • Adviezen
  • Uitspraken
  • Publicaties
    • Brochures
    • Studies en onderzoeken
    • Regelingen
    • Consultaties
    • Jaarverslagen
  • Over ons
    • Raad van State in het kort
    • Organisatie
    • Advisering
    • Bestuursrechtspraak
    • Begrotingstoezicht
    • Toetsing Klimaatwet
    • Geschiedenis
    • Raad van State in beeld
  • Zoeken
  • en
  • de
  • fr
  • contact
  • pers
  • werken bij
  • app
Zoeken

  1. Home ›
  2. Uitspraken ›
  3. Uitspraak 200302840/1

Uitspraak 200302840/1

ECLI
ECLI:NL:RVS:2003:AM2457
Datum uitspraak
22 oktober 2003
Inhoudsindicatie
Bij besluit van 25 maart 2003, heeft verweerder krachtens de Wet milieubeheer aan [vergunninghouders] een vergunning verleend voor het oprichten en in werking hebben van een fokzeugenhouderij en akkerbouwbedrijf met aanverwante activiteiten op het perceel [locatie] (n.b.) te [plaats], kadastraal bekend gemeente Duiven, sectie […], nummer […]. Dit besluit is op 26 maart 2003 ter inzage gelegd.
  • Eerste aanleg - meervoudig
  • Vee e.a. dieren

Toon inhoud

  • Volledige tekst
Volledige tekst

200302840/1.
Datum uitspraak: 22 oktober 2003

AFDELING
BESTUURSRECHTSPRAAK

Uitspraak in het geding tussen:

[appellant], gevestigd te [plaats],

en

het college van burgemeester en wethouders van Duiven,
verweerder.

1. Procesverloop

Bij besluit van 25 maart 2003, heeft verweerder krachtens de Wet milieubeheer aan [vergunninghouders] een vergunning verleend voor het oprichten en in werking hebben van een fokzeugenhouderij en akkerbouwbedrijf met aanverwante activiteiten op het perceel [locatie] (n.b.) te [plaats], kadastraal bekend gemeente Duiven, sectie […], nummer […]. Dit besluit is op 26 maart 2003 ter inzage gelegd.

Tegen dit besluit heeft appellante bij brief van 2 mei 2003, bij de Raad van State ingekomen op 6 mei 2003, beroep ingesteld.

Bij brief van 13 juni 2003 heeft verweerder een verweerschrift ingediend.

Na afloop van het vooronderzoek zijn nadere stukken ontvangen van appellante en van verweerder. Deze zijn aan de andere partijen toegezonden.

De zaak is door een meervoudige kamer van de Afdeling verwezen naar een enkelvoudige.

De Afdeling heeft de zaak ter zitting behandeld op 29 augustus 2003, waar appellante, vertegenwoordigd door [gemachtigde], en verweerder, vertegenwoordigd door ing. P.F.B. de Weijer, ambtenaar van de gemeente, zijn verschenen. Voorts zijn vergunninghouders, vertegenwoordigd door [gemachtigde], gehoord.

2. Overwegingen

2.1. Artikel 8.10, eerste lid, van de Wet milieubeheer bepaalt dat de vergunning slechts in het belang van de bescherming van het milieu kan worden geweigerd. Ingevolge artikel 8.11, tweede lid, kan een vergunning in het belang van de bescherming van het milieu onder beperkingen worden verleend. Ingevolge het derde lid van dit artikel worden aan een vergunning de voorschriften verbonden die nodig zijn ter bescherming van het milieu. Voorzover door het verbinden van voorschriften aan de vergunning de nadelige gevolgen die de inrichting voor het milieu kan veroorzaken, niet kunnen worden voorkomen, worden aan de vergunning de voorschriften verbonden, die de grootst mogelijke bescherming bieden tegen die gevolgen, tenzij dat redelijkerwijs niet kan worden gevergd.

Hieruit volgt dat de vergunning moet worden geweigerd, indien de nadelige gevolgen die de inrichting voor het milieu kan veroorzaken door het stellen van voorschriften en beperkingen niet kunnen worden voorkomen dan wel niet voldoende kunnen worden beperkt.

Bij de toepassing van de artikelen 8.10, eerste lid, en 8.11 van de Wet milieubeheer komt verweerder een zekere beoordelingsvrijheid toe, die haar begrenzing onder meer vindt in hetgeen voortvloeit uit de meest recente algemeen aanvaarde milieutechnische inzichten.

2.2. Appellante vreest besmettingsgevaar voor de in haar pluimveebedrijf aanwezige grootmoederdieren door het in werking zijn van de inrichting zoals vergund bij het bestreden besluit. Zij voert in dit kader aan dat de afstand tussen de stallen voor de in haar bedrijf aanwezige grootmoederdieren en andere bedrijven met pluimvee of varkens ten minste 500 meter dient te bedragen. Tevens stelt zij dat via de spoelplaats voor bedrijfs- en vrachtwagens voor haar grootmoederdieren bedreigende ziektekiemen kunnen worden overgebracht, omdat de plaats niet is overdekt en omdat het spoelwater direct in de mestkelders wordt geloosd. Indien de inrichting in werking is overeenkomstig de bij het bestreden besluit verleende vergunning, is het niet meer mogelijk grootmoederdieren te houden in haar bedrijf, aldus appellante.

2.3. Verweerder is er bij de beoordeling van de aan het bestreden besluit ten grondslag liggende aanvraag vanuit gegaan dat het door appellante gevreesde besmettingsrisico voor de in haar inrichting aanwezige grootmoederdieren zijn oorsprong vindt in een bijzondere gevoeligheid.

2.4. De Afdeling stelt voorop dat besmettingsgevaar in hoofdzaak regeling vindt in de regelgeving betreffende de dierengezondheid. Daarnaast is het weliswaar een aspect dat in beginsel bij de bescherming van het belang van het milieu moet worden betrokken, doch slechts voorzover geen sprake is van bijzondere gevoeligheid die voortvloeit uit de eigen aard en bedrijfsvoering van het betrokken bedrijf. Met besmettingsrisico’s die worden veroorzaakt door bijzondere gevoeligheid kan bij de beoordeling of sprake is van onaanvaardbare nadelige gevolgen voor het milieu geen rekening worden gehouden.

Uit hetgeen appellante heeft aangevoerd en uit hetgeen overigens ter zitting naar voren is gekomen, is aannemelijk geworden dat de door haar genoemde besmettingsrisico’s voor de in haar inrichting aanwezige grootmoederdieren voortvloeien uit de bijzondere gevoeligheid van haar bedrijf. Dat, zoals appellante stelt, de afnemer van appellante na de realisatie van de inrichting zoals vergund bij het bestreden besluit het contract met appellante zal verbreken omdat de afstand tussen beide inrichtingen minder dan 500 meter zal bedragen, maakt dit niet anders. Bovendien heeft verweerder ter zitting onweersproken gesteld dat diverse afnemers van grootmoederdieren een dergelijke afstandseis niet stellen.

De Afdeling concludeert dat verweerder zich op goede gronden op het standpunt heeft gesteld dat met de bijzondere gevoeligheid van de in de inrichting van appellante aanwezige grootmoederdieren geen rekening behoeft te worden gehouden.

Voorzover appellante vreest dat de aan de vergunning verbonden voorschriften betreffende de spoelplaats niet worden nageleefd, merkt de Afdeling op dat deze beroepsgrond geen betrekking heeft op de rechtmatigheid van de ter beoordeling staande vergunning en om die reden niet kan slagen. De Algemene wet bestuursrecht voorziet overigens in de mogelijkheid tot het treffen van maatregelen die strekken tot het afdwingen van de naleving van de voorschriften die aan de vergunning zijn verbonden.

2.5. Het beroep is ongegrond.

2.6. Voor een proceskostenveroordeling zijn geen termen aanwezig.

3. Beslissing

De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State

Recht doende in naam der Koningin:

verklaart het beroep ongegrond.

Aldus vastgesteld door mr. H. Beekhuis, Lid van de enkelvoudige kamer, in tegenwoordigheid van mr. W. van Hardeveld, ambtenaar van Staat.

w.g. Beekhuis w.g. Van Hardeveld
Lid van de enkelvoudige kamer ambtenaar van Staat

Uitgesproken in het openbaar op 22 oktober 2003

312-314.


  • Zoeken
  • Link kopiëren
  • Citeren
  • Opslaan als PDF-document

Raad van State

De Raad van State is onafhankelijk adviseur van regering en parlement over wetgeving en bestuur en hoogste algemene bestuursrechter van het land.

  • Meer over ons
  • Vacatures

Contact

De Raad van State bevindt zich in het centrum van Den Haag. Wilt u in contact komen met ons of wilt u ons bezoeken voor een zitting?

  • Telefoon
  • Locatie en route
  • Post en e-mail
  • Wet open overheid
  • Nieuwe zaak starten

Altijd op de hoogte

Ontvang ons nieuws via de abonnementenservice in uw mailbox. Op de hoogte gehouden worden over uitspraken die gedaan worden in bepaalde zaken? Meld u dan aan voor de e-mailservice. Of bekijk de voortgang van een bepaalde procedure bij de Afdeling bestuursrechtspraak.

  • Abonnementenservice
  • E-mailservice uitspraken
  • Voortgang procedure
  • Aanvragen oude uitspraken

Toegankelijkheid | Privacy | Cookiebeleid

Volg ons

  • Bluesky
  • LinkedIn
  • Instagram
  • Mastodon