Ga naar de inhoud
(naar homepage)
lees voor
Direct naar
  • en (Information in English)
  • de (Deutsche Informationen)
  • fr (Informations en français)
  • contact
  • pers
  • werken bij
  • app
  • Actueel
    • Nieuws
    • Zittingsagenda
    • Persagenda
    • Evenementen
    • Piet Hein Donner Scriptieprijs
  • Adviezen
  • Uitspraken
  • Publicaties
    • Brochures
    • Studies en onderzoeken
    • Regelingen
    • Consultaties
    • Jaarverslagen
  • Over ons
    • Raad van State in het kort
    • Organisatie
    • Advisering
    • Bestuursrechtspraak
    • Begrotingstoezicht
    • Toetsing Klimaatwet
    • Geschiedenis
    • Raad van State in beeld
  • Zoeken
  • en
  • de
  • fr
  • contact
  • pers
  • werken bij
  • app
Zoeken

  1. Home ›
  2. Uitspraken ›
  3. Uitspraak 200304699/2

Uitspraak 200304699/2

ECLI
ECLI:NL:RVS:2003:AL8889
Datum uitspraak
7 oktober 2003
Inhoudsindicatie
Bij besluit van 10 juni 2003, kenmerk 02/37688, heeft verweerder krachtens de Wet milieubeheer aan [verzoeker] een revisievergunning als geregeld in artikel 8.4, eerste lid, van deze wet verleend voor een inrichting voor onder meer het op- en overslaan van afvalstoffen op het perceel [locatie] te [plaats], kadastraal bekend gemeente Weert, sectie […], nummer […]. Dit besluit is op 19 juni 2003 ter inzage gelegd.
  • Voorlopige voorziening
  • Afval

Toon inhoud

  • Volledige tekst
Volledige tekst

RECTIFICATIE
200304699/2.
Datum uitspraak: 7 oktober 2003

AFDELING
BESTUURSRECHTSPRAAK

Uitspraak van de Voorzitter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State op een verzoek om het treffen van een voorlopige voorziening (artikel 8:81 van de Algemene wet bestuursrecht) in het geding tussen onder meer:

[verzoeker], gevestigd te [plaats],

en

het college van gedeputeerde staten van Limburg,
verweerder.

1. Procesverloop

Bij besluit van 10 juni 2003, kenmerk 02/37688, heeft verweerder krachtens de Wet milieubeheer aan [verzoeker] een revisievergunning als geregeld in artikel 8.4, eerste lid, van deze wet verleend voor een inrichting voor onder meer het op- en overslaan van afvalstoffen op het perceel [locatie] te [plaats], kadastraal bekend gemeente Weert, sectie […], nummer […]. Dit besluit is op 19 juni 2003 ter inzage gelegd.

Tegen dit besluit heeft onder meer verzoekster bij brief van 30 juli 2003, bij de Raad van State ingekomen op 31 juli 2003, beroep ingesteld.
Bij brief van 30 juli 2003, bij de Raad van State ingekomen op 4 augustus 2003, heeft verzoekster de Voorzitter verzocht een voorlopige voorziening te treffen.

De Voorzitter heeft het verzoek ter zitting behandeld op 15 september 2003, waar verzoekster, vertegenwoordigd door [gemachtigde], en verweerder, vertegenwoordigd door mr. J.J.A.G. Werkhoven en ing. J.M.M.D. Poelen, ambtenaren van de provincie, zijn verschenen. Voorts zijn de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid “BAM Wilma B.V.” en [partij], beide vertegenwoordigd door mr. H.B.J. Reijnders, advocaat te Waalre, daar gehoord.

2. Overwegingen

2.1. Verweerder heeft ter zitting betoogd dat het door verzoekster ingediende beroepschrift niet tijdig is ingediend.

2.1.1. Het bestreden besluit is bekendgemaakt op 19 juni 2003, zodat de termijn voor het indienen van een beroepschrift ingevolge het bepaalde in artikel 6:8, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht is begonnen op 20 juni 2003. Gelet op artikel 6:7 van deze wet was 31 juli 2003 de laatste dag waarop het beroepschrift kon worden ingediend.

Gelet op het feit dat het beroepschrift per fax op 31 juli 2003 bij de Raad van State is ingekomen, is het beroepschrift tijdig ingediend. Het betoog van verweerder treft geen doel.

2.2. Verzoekster kan zich niet verenigen met de in voorschrift D.4 opgenomen concentratie-eis.

2.2.1. Ingevolge artikel 20.6, tweede lid, van de Wet milieubeheer kan tegen een besluit als het onderhavige beroep worden ingesteld door:

a. degenen die bedenkingen hebben ingebracht tegen het ontwerp van het besluit;

b. de adviseurs die gebruik hebben gemaakt van de gelegenheid advies uit te brengen over het ontwerp van het besluit;

c. degenen die bedenkingen hebben tegen wijzigingen die bij het nemen van het besluit ten opzichte van het ontwerp daarvan zijn aangebracht;

d. belanghebbenden aan wie redelijkerwijs niet kan worden verweten geen bedenkingen te hebben ingebracht tegen het ontwerp van het besluit.

Verzoekster heeft de grond inzake voorschrift D.4 niet als bedenking tegen het ontwerp van het besluit ingebracht. Verder is het bepaalde onder b en c hier niet van toepassing. Niet is gebleken van omstandigheden op grond waarvan verzoekster redelijkerwijs niet kan worden verweten op dit punt geen bedenkingen te hebben ingebracht tegen het ontwerp van het besluit. Uit het vorenstaande volgt dat het beroep in zoverre niet-ontvankelijk is.

In zoverre bestaat er dan ook geen aanleiding voor het treffen van een voorlopige voorziening.

2.3. Verzoekster heeft - samengevat – aangevoerd dat verweerder ten onrechte geen vergunning heeft verleend voor een aantal afvalstromen. Voorts stelt verzoekster dat de voorschriften met betrekking tot de acceptatie- en administratieprocedure onnodig bezwarend zijn. Daartoe voert zij onder meer aan dat de termijn van drie maanden waarbinnen deze procedure moet worden ingediend niet haalbaar is. Dit geldt evenzeer voor andere voorschriften waarin deze termijn is opgenomen, aldus verzoekster.

Verder stelt zij dat verweerder onvoldoende heeft gemotiveerd waarom de voorgeschreven opslagtermijn korter is dan de termijn die volgt uit het “Landelijk Afvalbeheersplan” (hier: LAP). Ook ten aanzien van voorschrift B.16 betoogt zij dat het LAP door verweerder niet correct is toegepast.

Verzoekster stelt zich op het standpunt dat verweerder ten onrechte klachten over geurhinder in haar besluitvorming heeft betrokken.

Tenslotte voert zij aan dat de voorschriften C.3, C.4, G.4, I.1 tot en met I.11 onnodig bezwarend zijn.

2.3.1. Beoordeling van deze bezwaren vergt een nader onderzoek, waartoe deze procedure zich vanwege haar spoedeisende karakter niet leent. In afwachting van dit onderzoek is de Voorzitter van oordeel dat het naleven van de bij het bestreden besluit verleende vergunning voor verzoekster dermate ingrijpende gevolgen kan hebben, dat deze naar het oordeel van de Voorzitter niet van verzoekster kunnen worden verlangd in afwachting van de beoordeling van de rechtmatigheid van deze vergunning. Hierbij neemt de Voorzitter in aanmerking dat niet is gebleken van omstandigheden op grond waarvan de onmiddellijke tenuitvoerlegging van het bestreden besluit noodzakelijk is.

2.4. Gelet hierop ziet de Voorzitter aanleiding de hierna te melden voorlopige voorziening te treffen.

2.5. Van proceskosten die voor vergoeding in aanmerking komen, is niet gebleken.

3. Beslissing

De Voorzitter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:

I. schorst bij wijze van voorlopige voorziening het besluit van het college van gedeputeerde staten van Limburg van 10 juni 2003, 02/37688;

II. gelast dat de provincie Limburg aan verzoekster het door haar voor de behandeling van het verzoek betaalde griffierecht (€ 232,00) vergoedt.

Aldus vastgesteld door mr. W.C.E. Hammerstein-Schoonderwoerd, als Voorzitter, in tegenwoordigheid van mr. M.L.D. Trippert-van Gemeren, ambtenaar van Staat.

De Voorzitter w.g. Trippert-van Gemeren
is verhinderd de uitspraak ambtenaar van Staat
te ondertekenen.

Uitgesproken in het openbaar op 7 oktober 2003

289.


  • Zoeken
  • Link kopiëren
  • Citeren
  • Opslaan als PDF-document

Raad van State

De Raad van State is onafhankelijk adviseur van regering en parlement over wetgeving en bestuur en hoogste algemene bestuursrechter van het land.

  • Meer over ons
  • Vacatures

Contact

De Raad van State bevindt zich in het centrum van Den Haag. Wilt u in contact komen met ons of wilt u ons bezoeken voor een zitting?

  • Telefoon
  • Locatie en route
  • Post en e-mail
  • Wet open overheid
  • Nieuwe zaak starten

Altijd op de hoogte

Ontvang ons nieuws via de abonnementenservice in uw mailbox. Op de hoogte gehouden worden over uitspraken die gedaan worden in bepaalde zaken? Meld u dan aan voor de e-mailservice. Of bekijk de voortgang van een bepaalde procedure bij de Afdeling bestuursrechtspraak.

  • Abonnementenservice
  • E-mailservice uitspraken
  • Voortgang procedure
  • Aanvragen oude uitspraken

Toegankelijkheid | Privacy | Cookiebeleid

Volg ons

  • Bluesky
  • LinkedIn
  • Instagram
  • Mastodon