Ga naar de inhoud
(naar homepage)
lees voor
Direct naar
  • en (Information in English)
  • de (Deutsche Informationen)
  • fr (Informations en français)
  • contact
  • pers
  • werken bij
  • app
  • Actueel
    • Nieuws
    • Zittingsagenda
    • Persagenda
    • Evenementen
    • Piet Hein Donner Scriptieprijs
  • Adviezen
  • Uitspraken
  • Publicaties
    • Brochures
    • Studies en onderzoeken
    • Regelingen
    • Consultaties
    • Jaarverslagen
  • Over ons
    • Raad van State in het kort
    • Organisatie
    • Advisering
    • Bestuursrechtspraak
    • Begrotingstoezicht
    • Toetsing Klimaatwet
    • Geschiedenis
    • Raad van State in beeld
  • Zoeken
  • en
  • de
  • fr
  • contact
  • pers
  • werken bij
  • app
Zoeken

  1. Home ›
  2. Uitspraken ›
  3. Uitspraak 202206134/1/A3

Uitspraak 202206134/1/A3

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:3225
Datum uitspraak
7 augustus 2024
Inhoudsindicatie
Bij besluit van 13 oktober 2020 heeft het college van burgemeester en wethouders van Breda het Aanwijzingsbesluit parkeren 2020 vastgesteld. Bij besluit van 15 juli 2021 heeft het college het door [appellant] daartegen gemaakte bezwaar ongegrond verklaard. Bij uitspraak van 9 september 2022 heeft de rechtbank het door [appellant] daartegen ingestelde beroep ongegrond verklaard.
  • Hoger beroep
  • Wegenwet

Toon inhoud

  • Volledige tekst
Volledige tekst

202206134/1/A3.
Datum uitspraak: 7 augustus 2024

AFDELING
BESTUURSRECHTSPRAAK

Uitspraak op het hoger beroep van:

[appellant], wonend te Breda,
appellant,

tegen de uitspraak van de rechtbank Zeeland­West­Brabant van 9 september 2022 in zaak nr. 21/3717 in het geding tussen:

[appellant]

en

het college van burgemeester en wethouders van Breda.

Procesverloop

Bij besluit van 13 oktober 2020 heeft het college het Aanwijzingsbesluit parkeren 2020 vastgesteld.

Bij besluit van 15 juli 2021 heeft het college het door [appellant] daartegen gemaakte bezwaar ongegrond verklaard.

Bij uitspraak van 9 september 2022 heeft de rechtbank het door [appellant] daartegen ingestelde beroep ongegrond verklaard.

Tegen deze uitspraak heeft [appellant] hoger beroep ingesteld.

Het college heeft een schriftelijke uiteenzetting gegeven.

De Afdeling heeft de zaak ter zitting behandeld op 3 juli 2024, waar [appellant], bijgestaan door mr. B. Benard, rechtsbijstandverlener te Leusden, en het college, vertegenwoordigd door mr. L.V. Sijkerbuijk en M.J.C. de Pijper, zijn verschenen.

Overwegingen

1.       Het college heeft in het Aanwijzingsbesluit parkeren 2020 van 13 oktober 2020 in onder meer de wijk van [appellant] gereguleerd parkeren ingevoerd. Dit besluit is niet gewijzigd door het bezwaar van [appellant] en de rechtbank heeft het door [appellant] ingestelde beroep ongegrond verklaard.

2.       [appellant] betoogt dat het aanwijzingsbesluit om meerdere redenen niet zorgvuldig tot stand is gekomen. De Afdeling volgt dit betoog niet. De rechtbank is namelijk op goede gronden tot de conclusie gekomen dat het aanwijzingsbesluit in stand kan blijven. De Afdeling onderschrijft de overwegingen van de rechtbank onder 6.4 tot en met 6.6. Voldoende is gebleken en niet is ontkend dat er in de wijk van [appellant] sprake is van een aanzienlijke parkeerdruk. De Afdeling is met de rechtbank van oordeel dat het college geen aanleiding heeft hoeven zien het individuele belang van [appellant] dat hij kosten moet maken voor een vergunning zwaarder te laten wegen dan het algemene belang om de parkeerdruk te verlichten door middel van invoering van gereguleerd parkeren. Dat ook het bezoek van [appellant] en ingehuurde klusbedrijven moeten betalen om te parkeren maakt dit niet anders en ligt bovendien, zoals besproken ter zitting, genuanceerder. Wat [appellant] voor het overige heeft aangevoerd kan evenmin leiden tot een geslaagd hoger beroep.

3.       Het hoger beroep is ongegrond. De aangevallen uitspraak zal worden bevestigd. Het college hoeft geen proceskosten te vergoeden.

Beslissing

De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:

bevestigt de aangevallen uitspraak.

Aldus vastgesteld door mr. C.H. Bangma, lid van de enkelvoudige kamer, in tegenwoordigheid van mr. G.A. van de Sluis, griffier.

w.g. Bangma
lid van de enkelvoudige kamer

w.g. Van de Sluis
griffier

Uitgesproken in het openbaar op 7 augustus 2024

802


  • Zoeken
  • Link kopiëren
  • Citeren
  • Opslaan als PDF-document

Raad van State

De Raad van State is onafhankelijk adviseur van regering en parlement over wetgeving en bestuur en hoogste algemene bestuursrechter van het land.

  • Meer over ons
  • Vacatures

Contact

De Raad van State bevindt zich in het centrum van Den Haag. Wilt u in contact komen met ons of wilt u ons bezoeken voor een zitting?

  • Telefoon
  • Locatie en route
  • Post en e-mail
  • Wet open overheid
  • Nieuwe zaak starten

Altijd op de hoogte

Ontvang ons nieuws via de abonnementenservice in uw mailbox. Op de hoogte gehouden worden over uitspraken die gedaan worden in bepaalde zaken? Meld u dan aan voor de e-mailservice. Of bekijk de voortgang van een bepaalde procedure bij de Afdeling bestuursrechtspraak.

  • Abonnementenservice
  • E-mailservice uitspraken
  • Voortgang procedure
  • Aanvragen oude uitspraken

Toegankelijkheid | Privacy | Cookiebeleid

Volg ons

  • Bluesky
  • LinkedIn
  • Instagram
  • Mastodon