Uitspraak 202204081/1/A3


Volledige tekst

202204081/1/A3.
Datum uitspraak: 12 juni 2024

AFDELING
BESTUURSRECHTSPRAAK

Uitspraak op het hoger beroep van:

[appellant] en Sportvereniging Capelle, wonend respectievelijk gevestigd te Sprang-Capelle, gemeente Waalwijk,

appellanten,

tegen de uitspraak van de rechtbank Zeeland­West­Brabant van 23 juni 2022 in zaak nr. 21/2087 in het geding tussen:

[appellant] en Sportvereniging Capelle

en

de commissie bezwaarschriften van de gemeente Waalwijk.

Procesverloop

Bij besluit van 27 september 2019 heeft de commissie aan Sportvereniging Capelle meegedeeld dat de behandeling van haar bezwaarschrift tegen het opleggen van een bestuurlijke boete op de hoorzitting van 19 september 2019 is aangehouden, omdat [appellant] niet als woordvoerder of vertegenwoordiger van Sportvereniging Capelle kan optreden.

Bij besluit van 7 april 2021 heeft de commissie de door [appellant] en Sportvereniging Capelle daartegen gemaakte bezwaren ongegrond verklaard.

Bij uitspraak van 23 juni 2022, ECLI:NL:RBZWB:2022:3425, heeft de rechtbank het door [appellant] en Sportvereniging Capelle daartegen ingestelde beroep ongegrond verklaard.

Tegen deze uitspraak hebben [appellant] en Sportvereniging Capelle hoger beroep ingesteld.

De commissie heeft een schriftelijke uiteenzetting gegeven.

[appellant] en Sportvereniging Capelle hebben nadere stukken ingediend.

De Afdeling heeft de zaak ter zitting behandeld op 20 maart 2024, waar [appellant] en Sportvereniging Capelle, vertegenwoordigd door A.H. van Leeuwen, rechtsbijstandverlener te Veere, en de commissie, vertegenwoordigd door mr. B.J.P.G. Roozendaal, advocaat te Breda, zijn verschenen.

Overwegingen

Inleiding en procesbelang

1.       Het geschil gaat over de weigering van de commissie om [appellant] te laten optreden als vertegenwoordiger of woordvoerder van Sportvereniging Capelle op de hoorzitting van 19 september 2019. In die hoorzitting werd het bezwaar van Sportvereniging Capelle tegen het opleggen van een bestuurlijke boete op grond van de Drank- en Horecawet behandeld. Het besluit tot het opleggen van de boete is inmiddels door de uitspraak van de rechtbank van 15 april 2021, ECLI:NL:RBZWB:2021:1846, onherroepelijk geworden. De commissie heeft [appellant] als vertegenwoordiger van Sportvereniging Capelle geweigerd, omdat hij lid is van de raad van de gemeente Waalwijk. Het optreden als vertegenwoordiger is een verboden handeling, als bedoeld in artikel 15, eerste lid, van de Gemeentewet. Gelet daarop bestaan tegen [appellant] ernstige bezwaren in de zin van artikel 2:2, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht (hierna: Awb), aldus de commissie. De rechtbank heeft de commissie hierin gevolgd en het beroep ongegrond verklaard.

[appellant] en Sportvereniging Capelle kunnen zich niet met dit oordeel verenigen. [appellant] heeft belang bij een uitspraak op het hoger beroep omdat hij - zoals hij heeft gesteld - in de toekomst mogelijk vaker zal optreden als vertegenwoordiger of gemachtigde van een partij in geschillen met de gemeente. De Afdeling zal daarom het hoger beroep dat door [appellant] en Sportvereniging Capelle gezamenlijk is ingediend, inhoudelijk behandelen.

Het hoger beroep

2.       [appellant] en Sportvereniging Capelle bestrijden het oordeel van de rechtbank dat de commissie terecht heeft overwogen dat tegen [appellant] bezwaren bestaan in de zin van artikel 2:2 van de Awb. [appellant] en Sportvereniging Capelle hebben daartoe gesteld dat de rechtbank heeft miskend dat de bezwaarprocedure geen geschil is in de zin van artikel 14 van de Gemeentewet en dat [appellant] niet werkzaam voor Sportvereniging Capelle in de zin van artikel 15 van de Gemeentewet.

2.1.    Artikel 2:2, eerste lid, van de Awb luidt:

"Het bestuursorgaan kan bijstand of vertegenwoordiging door een persoon tegen wie ernstige bezwaren bestaan, weigeren."

Artikel 15, eerste lid, aanhef en onder b, van de Gemeentewet luidt:

"Een lid van de raad mag niet als gemachtigde in geschillen werkzaam zijn ten behoeve van de wederpartij van de gemeente of het gemeentebestuur."

2.2.    De rechtbank heeft met een uitgebreide motivering geoordeeld dat het geschil tussen Sportvereniging Capelle en het gemeentebestuur moet worden aangemerkt als een geschil in de zin van artikel 15 van de Gemeentewet. De Afdeling is het eens met dit oordeel en de daaraan ten grondslag gelegde overwegingen en verwijst daarnaar.

Verder staat vast dat [appellant] raadslid is en in dit geschil als gemachtigde optreedt voor Sportvereniging Capelle en dus voor haar werkzaam is. Daarmee is sprake van een gedraging die op grond van artikel 15, eerste lid, aanhef en onder b, van de Gemeentewet verboden is. Daarom mocht de commissie toepassing geven aan artikel 2:2, eerste lid, van de Awb. De Afdeling is met de rechtbank van oordeel dat het bestreden besluit in rechte standhoudt.

Het betoog faalt.

3.       [appellant] en de Sportvereniging Capelle betogen dat de rechtbank ten onrechte geen vergoeding van immateriële schade heeft toegekend vanwege de overschrijding van de redelijke termijn als bedoeld in artikel 6 van het Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden. Zij stellen dat de rechtbank het verzoek daartoe ten onrechte heeft beperkt tot de beroepsfase.

3.1.    De rechtbank heeft overwogen dat de brief van 10 november 2021, waarin wordt verzocht om vergoeding van immateriële schade vanwege overschrijding van de redelijke termijn, alleen ziet op de beroepsfase. De rechtbank heeft vervolgens geoordeeld dat de redelijke termijn in die fase niet is overschreden en het verzoek om schadevergoeding afgewezen. Uit het nader stuk van [appellant] en de Sportvereniging Capelle van 29 april 2022, dat bij de rechtbank is ingediend, blijkt echter dat het gaat om de overschrijding van de maximale termijn voor de gehele procedure. De rechtbank heeft dit niet onderkend.

Het betoog slaagt.

3.2.    De redelijke termijn vangt in dit geval aan op 28 oktober 2019, de datum waarop het bezwaarschrift door de commissie is ontvangen. De commissie heeft bezwaarschrift doorgestuurd naar de burgemeester van Waalwijk die op 4 december 2019 op het bezwaarschrift heeft beslist. De rechtbank heeft bij uitspraak 4 februari 2021, ECLI:NL:RBZWB:2021:670, dit besluit vernietigd omdat niet de burgemeester bevoegd was te beslissen, maar de commissie. Vervolgens heeft de commissie op 7 april 2021 op het bezwaar beslist.

Voor de berechting van een zaak in eerste aanleg waarbij een bezwaarprocedure wordt gevolgd, geldt als uitgangspunt een redelijke termijn van twee jaar: een half jaar voor de bezwaarschriftenprocedure en anderhalf jaar voor de beroepsfase. De rechtbank heeft op 23 juni 2022 uitspraak gedaan. Dat betekent dat de redelijke termijn is overschreden met 6 maanden en 25 dagen. In een geval als dit, waarin een besluit na eerdere vernietiging opnieuw aan de rechter wordt voorgelegd, geldt als uitgangspunt dat de overschrijding in beginsel volledig aan het bestuursorgaan moet worden toegerekend. Dit is anders indien de redelijke termijn voor de beroepsfase van anderhalf jaar is overschreden, wat hier niet het geval is. Gelet hierop en op het feit dat de commissie het bij haar ingediende bezwaarschrift ten onrechte heeft doorgestuurd naar de burgemeester, is de Afdeling van oordeel dat de termijnoverschrijding aan de commissie moet worden toegerekend.

Uitgaande van een forfaitair bedrag van € 500,00 per half jaar dat de redelijke termijn is overschreden, waarbij het totaal naar boven wordt afgerond, bedraagt de aan [appellant] en Sportvereniging Capelle elk van hen toe te kennen schadevergoeding € 1000,00. Omdat [appellant] en Sportvereniging Capelle gezamenlijk beroep hebben ingesteld, ziet de Afdeling aanleiding dit bedrag te matigen in de zin dat zij ieder de helft van dat bedrag (dus € 500,00) krijgen toegekend.

Conclusie hoger beroep

4.       Het hoger beroep is gegrond. De uitspraak van de rechtbank moet worden vernietigd, voor zover daarbij het verzoek om schadevergoeding is afgewezen. Voor het overige moet de uitspraak van de rechtbank worden bevestigd. De Afdeling zal aan [appellant] en Sportvereniging Capelle ieder een schadevergoeding toekennen van € 500,00, die ten laste komt van de commissie.

5.       De commissie moet de proceskosten vergoeden.

Overschrijding redelijke termijn totale procedure

6.       [appellant] en Sportvereniging Capelle hebben in hun brief van 9 maart 2024 verzocht om aanvullende vergoeding van immateriële schade vanwege overschrijding van de redelijke termijn van vier jaar die geldt voor de totale procedure (inclusief de hogerberoepsfase).

6.1.    Als uitgangspunt geldt dat voor een zaak die uit een bezwaarschriftenprocedure en twee rechterlijke instanties bestaat, een totale lengte van de procedure van ten hoogste vier jaar redelijk is. Daarbij bedraagt de redelijke behandelingsduur in hoger beroep maximaal twee jaar, gerekend vanaf de ontvangst van het hogerberoepschrift. Het hogerberoepschrift is op 28 juni 2022 bij de Afdeling ingekomen. De Afdeling doet heden, 12 juni 2024, uitspraak, zodat de redelijke termijn van vier jaar, gerekend vanaf 28 oktober 2019 (de datum van ontvangst van het bezwaarschrift), met ongeveer zeven en een halve maand is overschreden. Dat betekent dat geen aanleiding bestaat voor een hoger bedrag aan schadevergoeding dan onder 3.2 is vermeld.

Het verzoek moet worden afgewezen.

Beslissing

De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:

I.        vernietigt de aangevallen uitspraak voor zover daarbij het verzoek om schadevergoeding is afgewezen;

II.       bevestigt de aangevallen uitspraak voor het overige;

III.      veroordeelt de commissie Bezwaarschriften van de gemeente Waalwijk om aan [appellant] en Sportvereniging Capelle ieder een schadevergoeding van € 500,00 euro te betalen;

IV.     wijst het verzoek om aanvullende schadevergoeding wegens overschrijding van de redelijke termijn af;

V.      veroordeelt de commissie Bezwaarschriften van de gemeente Waalwijk tot vergoeding van bij [appellant] en Sportvereniging Capelle in verband met de behandeling van het hoger beroep opgekomen proceskosten tot een bedrag van € 1312,50, met dien verstande dat bij betaling aan één van hen het bestuursorgaan aan zijn betalingsverplichting heeft voldaan.

VI.     gelast dat de commissie Bezwaarschriften van de gemeente Waalwijk aan [appellant] en Sportvereniging Capelle het door hen voor de behandeling van het hoger beroep betaalde griffierecht ten bedrage van € 548,00 vergoedt, met dien verstande dat bij betaling aan één van hen het bestuursorgaan aan zijn betalingsverplichting heeft voldaan.

Aldus vastgesteld door mr. J.E.M. Polak, voorzitter, en mr. C.H. Bangma en mr. J. Schipper-Spanninga, leden, in tegenwoordigheid van mr. R.F.J. Bindels, griffier.

w.g. Polak
voorzitter

w.g. Bindels
griffier

Uitgesproken in het openbaar op 12 juni 2024

1013-190