Ga naar de inhoud
(naar homepage)
lees voor
Direct naar
  • en (Information in English)
  • de (Deutsche Informationen)
  • fr (Informations en français)
  • contact
  • pers
  • werken bij
  • app
  • Actueel
    • Nieuws
    • Zittingsagenda
    • Persagenda
    • Evenementen
    • Piet Hein Donner Scriptieprijs
  • Adviezen
  • Uitspraken
  • Publicaties
    • Brochures
    • Studies en onderzoeken
    • Regelingen
    • Consultaties
    • Jaarverslagen
    • Toespraken vice-president
  • Over ons
    • Raad van State in het kort
    • Organisatie
    • Advisering
    • Bestuursrechtspraak
    • Begrotingstoezicht
    • Toetsing Klimaatwet
    • Geschiedenis
    • Raad van State in beeld
  • Zoeken
  • en
  • de
  • fr
  • contact
  • pers
  • werken bij
  • app
Zoeken

  1. Home ›
  2. Uitspraken ›
  3. Uitspraak 202108150/4/A3

Uitspraak 202108150/4/A3

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:1463
Datum uitspraak
11 april 2024
Inhoudsindicatie
[appellante] heeft hoger beroep ingesteld tegen de uitspraak van de rechtbank Amsterdam van 15 november 2021 in zaak nr. 20/1731. De burgemeester van Amsterdam heeft de vertrouwelijke versies van een aantal gedingstukken overgelegd en met verwijzing naar artikel 8:29 van de Awb medegedeeld dat uitsluitend de Afdeling kennis zal mogen nemen van deze stukken. [appellante] heeft in deze procedure de burgemeester verzocht om wissing van haar gegevens die hij in het kader van een zogenoemde treiteraanpak heeft verzameld. Daarnaast heeft [appellante] in een andere procedure die bij de Afdeling is geregistreerd onder zaaknummer 202200265/1/A3 de burgemeester verzocht om inzage in haar persoonsgegevens die de burgemeester heeft verwerkt in het kader van haar opname in de treiteraanpak. In die procedure heeft de Afdeling inmiddels op 31 januari 2024, ECLI:NL:RVS:2024:376, uitspraak gedaan. Bij die uitspraak heeft de Afdeling geoordeeld dat het belang van bescherming van persoonsgegevens van derden zwaarder weegt dan het belang van [appellante] bij inzage.
  • Geheimhoudingsbeslissing
  • Openbaarheid

Toon inhoud

  • Volledige tekst
Volledige tekst

202108150/4/A3.
Datum beslissing: 11 april 2024

AFDELING
BESTUURSRECHTSPRAAK

Beslissing op grond van artikel 8:29, derde lid, van de Algemene wet bestuursrecht (hierna: Awb) in het hoger beroep van:

[appellante], wonend te Amsterdam,

appellante,

tegen de uitspraak van de rechtbank Amsterdam van 15 november 2021 in zaak nr. 20/1731 in het geding tussen:

[appellante]

en

de burgemeester van Amsterdam.

Procesverloop

[appellante] heeft hoger beroep ingesteld tegen de uitspraak van de rechtbank Amsterdam van 15 november 2021 in zaak nr. 20/1731.

De burgemeester heeft de vertrouwelijke versies van een aantal gedingstukken overgelegd en met verwijzing naar artikel 8:29 van de Awb medegedeeld dat uitsluitend de Afdeling kennis zal mogen nemen van deze stukken.

De Afdeling heeft bij uitspraak van 20 september 2023, ECLI:NL:RVS:2023:3532, het verzoek toegewezen.

Bij brief van 1 februari 2024 heeft [appellante] verzocht om de geheimhouding op te heffen.

De burgemeester heeft op het herzieningsverzoek gereageerd.

Overwegingen

Inleiding

1.       [appellante] heeft in deze procedure de burgemeester verzocht om wissing van haar gegevens die hij in het kader van een zogenoemde treiteraanpak heeft verzameld. Daarnaast heeft [appellante] in een andere procedure die bij de Afdeling is geregistreerd onder zaaknummer 202200265/1/A3 de burgemeester verzocht om inzage in haar persoonsgegevens die de burgemeester heeft verwerkt in het kader van haar opname in de treiteraanpak. In die procedure heeft de Afdeling inmiddels op 31 januari 2024, ECLI:NL:RVS:2024:376, uitspraak gedaan. Bij die uitspraak heeft de Afdeling geoordeeld dat het belang van bescherming van persoonsgegevens van derden zwaarder weegt dan het belang van [appellante] bij inzage.

2.       De burgemeester heeft zich bij het aanvankelijke verzoek op het standpunt gesteld dat de gegevens, waarop het verzoek op grond van artikel 8:29 van de Awb betrekking heeft, buiten de reikwijdte van het verzoek van [appellante] vallen of gegevens van derden zijn. De burgemeester heeft betoogd dat het dossier voorwerp van geschil is en dat om die reden al sprake is van gewichtige redenen.

3.       Over dat verzoek heeft de Afdeling in de uitspraak van 20 september 2023 geoordeeld dat de documenten dezelfde documenten betreffen als in zaaknummer 202200265/1/A3. Als het dossier zou worden verstrekt, zou het oordeel in die procedure er niet meer toe doen. Om die reden en gezien de verwevenheid tussen beide procedures zowel in onderwerp als tijdsverloop, heeft de Afdeling het belang bij de beperking van de kennisneming in dat geval zwaarder wegend geacht dan het belang dat [appellante] kennis kan nemen van het dossier.

Verzoek om opheffing

4.       [appellante] heeft de Afdeling verzocht om de geheimhouding op te heffen. Volgens haar zijn de argumenten op grond waarvan de Afdeling het geheimhoudingsverzoek van de burgemeester destijds heeft afgewezen met het einde van de procedure in zaaknummer 202200265/1/A3 komen te vervallen.

Beoordeling van het verzoek

5.       Voor het terugkomen op een beslissing omtrent de toepassing van artikel 8:29 van de Awb kan naar het oordeel van de Afdeling slechts aanleiding zijn in zeer uitzonderlijke gevallen, namelijk als naar aanleiding van een daartoe strekkend verzoek blijkt van evidente misslagen of nieuwe feiten. De Afdeling is van oordeel dat in dit geval geen sprake is van een evidente misslag of nieuwe feiten die tot een ander oordeel zouden moeten leiden. De Afdeling heeft juist bij de uitspraak van 31 januari 2024 geoordeeld dat het belang van bescherming van persoonsgegevens van derden zwaarder weegt dan het belang van [appellante] bij inzage. Opheffing van de geheimhouding zou er in feite op neerkomen dat [appellante] alsnog inzage krijgt in die gegevens, terwijl de Afdeling daarover juist heeft geoordeeld dat de burgemeester daartoe niet hoefde over te gaan.

6.       Gelet hierop moet het verzoek om opheffing van de geheimhouding worden afgewezen.

Beslissing

De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:

wijst het verzoek af.

Aldus vastgesteld door mr. A.J.C. de Moor-van Vugt, lid van de enkelvoudige geheimhoudingskamer, in tegenwoordigheid van mr. S.R. Renkema, griffier.

w.g. De Moor-van Vugt
lid van de enkelvoudige geheimhoudingskamer

w.g. Renkema
griffier

Uitgesproken in het openbaar op 11 april 2024

1071


  • Zoeken
  • Link kopiëren
  • Citeren
  • Opslaan als PDF-document

Raad van State

De Raad van State is onafhankelijk adviseur van regering en parlement over wetgeving en bestuur en hoogste algemene bestuursrechter van het land.

  • Meer over ons
  • Vacatures

Contact

De Raad van State bevindt zich in het centrum van Den Haag. Wilt u in contact komen met ons of wilt u ons bezoeken voor een zitting?

  • Telefoon
  • Locatie en route
  • Post en e-mail
  • Wet open overheid
  • Nieuwe zaak starten

Altijd op de hoogte

Ontvang ons nieuws via de abonnementenservice in uw mailbox. Op de hoogte gehouden worden over uitspraken die gedaan worden in bepaalde zaken? Meld u dan aan voor de e-mailservice. Of bekijk de voortgang van een bepaalde procedure bij de Afdeling bestuursrechtspraak.

  • Abonnementenservice
  • E-mailservice uitspraken
  • Voortgang procedure
  • Aanvragen oude uitspraken

Toegankelijkheid | Privacy | Cookiebeleid

Volg ons

  • Bluesky
  • LinkedIn
  • Instagram
  • Mastodon