Ga naar de inhoud
(naar homepage)
lees voor
Direct naar
  • en (Information in English)
  • de (Deutsche Informationen)
  • fr (Informations en français)
  • contact
  • pers
  • werken bij
  • app
  • Actueel
    • Nieuws
    • Zittingsagenda
    • Persagenda
    • Evenementen
    • Piet Hein Donner Scriptieprijs
  • Adviezen
  • Uitspraken
  • Publicaties
    • Brochures
    • Studies en onderzoeken
    • Regelingen
    • Consultaties
    • Jaarverslagen
  • Over ons
    • Raad van State in het kort
    • Organisatie
    • Advisering
    • Bestuursrechtspraak
    • Begrotingstoezicht
    • Toetsing Klimaatwet
    • Geschiedenis
    • Raad van State in beeld
  • Zoeken
  • en
  • de
  • fr
  • contact
  • pers
  • werken bij
  • app
Zoeken

  1. Home ›
  2. Uitspraken ›
  3. Uitspraak 200300826/1

Uitspraak 200300826/1

ECLI
ECLI:NL:RVS:2003:AJ3372
Datum uitspraak
10 september 2003
Inhoudsindicatie
Bij uitspraak van 20 december 2002, verzonden op 30 december 2002, heeft de rechtbank te Zutphen (hierna: de rechtbank) het beroep van appellante tegen het niet tijdig door het college beslissen op haar bezwaar tegen het niet tijdig beslissen op een verzoek om vrijstelling als bedoeld in artikel 19 van de Wet op de Ruimtelijke Ordening (hierna: de WRO) niet-ontvankelijk verklaard. Deze uitspraak is aangehecht.
  • Hoger beroep
  • Bouwen

Toon inhoud

  • Volledige tekst
Volledige tekst

200300826/1.
Datum uitspraak: 10 september 2003

AFDELING
BESTUURSRECHTSPRAAK

Uitspraak op het hoger beroep van:

[appellante], gevestigd te [plaats],

tegen de uitspraak van de rechtbank te Zutphen van 20 december 2002 in het geding tussen:

appellante

en

het college van burgemeester en wethouders van Lichtenvoorde.

1. Procesverloop

Bij uitspraak van 20 december 2002, verzonden op 30 december 2002, heeft de rechtbank te Zutphen (hierna: de rechtbank) het beroep van appellante tegen het niet tijdig door het college beslissen op haar bezwaar tegen het niet tijdig beslissen op een verzoek om vrijstelling als bedoeld in artikel 19 van de Wet op de Ruimtelijke Ordening (hierna: de WRO) niet-ontvankelijk verklaard. Deze uitspraak is aangehecht.

Tegen deze uitspraak heeft appellante bij brief van 7 februari 2003, bij de Raad van State ingekomen op 10 februari 2003, hoger beroep ingesteld. De gronden zijn aangevuld bij brieven van 7 maart 2003 en 24 maart 2003. Deze brieven zijn aangehecht.

Bij brief van 17 april 2003 heeft het college van antwoord gediend.

De zaak is door een meervoudige kamer van de Afdeling verwezen naar een enkelvoudige.

De Afdeling heeft de zaak ter zitting behandeld op 21 juli 2003, waar het college, vertegenwoordigd door ing. E. Hiddink, ambtenaar der gemeente, is verschenen.

2. Overwegingen

2.1. Appellante betoogt dat de rechtbank heeft miskend dat het college ten onrechte heeft geoordeeld dat geen sprake is van een verzoek om vrijstelling. Dit betoog faalt. Bij brief van 9 april 2001, gericht aan de raad der gemeente Lichtenvoorde (hierna: de gemeenteraad), heeft appellante verzocht om herziening van het bestemmingsplan. In de door haar bij brief van 19 juni 2001 ingebrachte zienswijze op de voorgenomen beslissing van de gemeenteraad op dat verzoek heeft appellante voor het eerst gewezen op de mogelijkheid om met toepassing van artikel 19 van de WRO vrijstelling te verlenen van het bestemmingsplan. Met de rechtbank is de Afdeling van oordeel dat het college hierin niet een aan hem gericht verzoek om vrijstelling heeft moeten lezen. Evenmin bestaat grond voor de conclusie dat het college de aan de gemeenteraad gerichte brief van 24 augustus 2001 had moeten opvatten als een mede aan het college gericht bezwaarschrift tegen het uitblijven van een beslissing op een verzoek om vrijstelling als bedoeld in artikel 19 van de WRO.

2.2. Gelet op het vorenstaande heeft de rechtbank appellante terecht niet-ontvankelijk verklaard in haar beroep.

2.3. Het hoger beroep is ongegrond. De aangevallen uitspraak moet worden bevestigd.

2.4. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

3. Beslissing

De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State

Recht doende in naam der Koningin:

bevestigt de aangevallen uitspraak.

Aldus vastgesteld door mr. M.G.J. Parkins-de Vin, Lid van de enkelvoudige kamer, in tegenwoordigheid van mr. E.M. Ouwehand, ambtenaar van Staat.

w.g. Parkins-de Vin w.g. Ouwehand
Lid van de enkelvoudige kamer ambtenaar van Staat

Uitgesproken in het openbaar op 10 september 2003

224.


  • Zoeken
  • Link kopiëren
  • Citeren
  • Opslaan als PDF-document

Raad van State

De Raad van State is onafhankelijk adviseur van regering en parlement over wetgeving en bestuur en hoogste algemene bestuursrechter van het land.

  • Meer over ons
  • Vacatures

Contact

De Raad van State bevindt zich in het centrum van Den Haag. Wilt u in contact komen met ons of wilt u ons bezoeken voor een zitting?

  • Telefoon
  • Locatie en route
  • Post en e-mail
  • Wet open overheid
  • Nieuwe zaak starten

Altijd op de hoogte

Ontvang ons nieuws via de abonnementenservice in uw mailbox. Op de hoogte gehouden worden over uitspraken die gedaan worden in bepaalde zaken? Meld u dan aan voor de e-mailservice. Of bekijk de voortgang van een bepaalde procedure bij de Afdeling bestuursrechtspraak.

  • Abonnementenservice
  • E-mailservice uitspraken
  • Voortgang procedure
  • Aanvragen oude uitspraken

Toegankelijkheid | Privacy | Cookiebeleid

Volg ons

  • Bluesky
  • LinkedIn
  • Instagram
  • Mastodon