Ga naar de inhoud
(naar homepage)
lees voor
Direct naar
  • en (Information in English)
  • de (Deutsche Informationen)
  • fr (Informations en français)
  • contact
  • pers
  • werken bij
  • app
  • Actueel
    • Nieuws
    • Zittingsagenda
    • Persagenda
    • Evenementen
    • Piet Hein Donner Scriptieprijs
  • Adviezen
  • Uitspraken
  • Publicaties
    • Brochures
    • Studies en onderzoeken
    • Regelingen
    • Consultaties
    • Jaarverslagen
  • Over ons
    • Raad van State in het kort
    • Organisatie
    • Advisering
    • Bestuursrechtspraak
    • Begrotingstoezicht
    • Toetsing Klimaatwet
    • Geschiedenis
    • Raad van State in beeld
  • Zoeken
  • en
  • de
  • fr
  • contact
  • pers
  • werken bij
  • app
Zoeken

  1. Home ›
  2. Uitspraken ›
  3. Uitspraak 202307255/1/A2

Uitspraak 202307255/1/A2

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:1281
Datum uitspraak
27 maart 2024
Inhoudsindicatie
Bij beslissing van 12 juli 2023 heeft de examinator van de Hogeschool van Amsterdam de herkansing van [appellante] van de integrale opdracht 2.2 van de bacheloropleiding Social Work beoordeeld met ‘geen resultaat’. [appellante] heeft in haar administratief beroepschrift van 7 augustus 2023 verzocht om een proceskostenvergoeding. Bij e-mail van 12 september 2023 heeft de examencommissie een schikkingsvoorstel voorgelegd aan [appellante]. De examencommissie heeft daarin een herbeoordeling van de herkansing van de integrale opdracht 2.2 aangeboden. Bij e-mail van 12 september 2023 heeft [appellante] het schikkingsaanbod geaccepteerd. Bij afzonderlijke e-mail van 12 september 2023 heeft [appellante] het administratief beroep bij het college ingetrokken, maar het verzoek om een proceskostenvergoeding gehandhaafd. Na de melding van het college, op 18 september 2023, dat het dossier van [appellante] wordt gesloten, heeft [appellante] op dezelfde dag gevraagd of een beslissing op het verzoek om proceskostenvergoeding nog zal volgen.
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
  • Studentenzaken

Toon inhoud

  • Volledige tekst
Volledige tekst

202307255/1/A2.
Datum uitspraak: 27 maart 2024

AFDELING
BESTUURSRECHTSPRAAK

Uitspraak in het geding tussen:

[appellante],
appellante

en

het college van beroep voor de examens van de Hogeschool van Amsterdam (hierna: het college),

verweerder.

Procesverloop

Bij beslissing van 12 juli 2023 heeft de examinator van de Hogeschool van Amsterdam de herkansing van [appellante] van de integrale opdracht 2.2 van de bacheloropleiding Social Work beoordeeld met ‘geen resultaat’.

Tegen deze beslissing heeft [appellante] administratief beroep ingesteld bij het college.

Omdat een schikking is bereikt, heeft [appellante] het administratief beroep ingetrokken, maar het eerdere verzoek om een proceskostenvergoeding gehandhaafd.

Na het uitblijven van een beslissing op dit verzoek, heeft [appellante] het college bij e-mail van 3 november 2023 in gebreke gesteld.

[appellante] heeft beroep ingesteld tegen het niet tijdig beslissen van het college.

Het college heeft op 4 december 2023 het verzoek van [appellante] alsnog afgewezen.

Het college heeft een verweerschrift ingediend.

De Afdeling heeft de zaak ter zitting behandeld op 15 februari 2024, waar [appellante], vertegenwoordigd door [gemachtigde], en het college, vertegenwoordigd door mr. O. Jungst, zijn verschenen.

Overwegingen

Inleiding

1.       [appellante] heeft in haar administratief beroepschrift van 7 augustus 2023 verzocht om een proceskostenvergoeding. Bij e-mail van 12 september 2023 heeft de examencommissie een schikkingsvoorstel voorgelegd aan [appellante]. De examencommissie heeft daarin een herbeoordeling van de herkansing van de integrale opdracht 2.2 aangeboden. Bij e-mail van 12 september 2023 heeft [appellante] het schikkingsaanbod geaccepteerd. Bij afzonderlijke e-mail van 12 september 2023 heeft [appellante] het administratief beroep bij het college ingetrokken, maar het verzoek om een proceskostenvergoeding gehandhaafd. Na de melding van het college, op 18 september 2023, dat het dossier van [appellante] wordt gesloten, heeft [appellante] op dezelfde dag gevraagd of een beslissing op het verzoek om proceskostenvergoeding nog zal volgen. Op 3 november 2023 heeft [appellante] het college in gebreke gesteld, en een termijn van twee weken gegeven om alsnog op haar verzoek te beslissen. Bij e-mail van 6 november 2023 heeft het college aangegeven dat nog onderzocht wordt of de proceskostenvergoeding toegekend moet worden. Bij e-mail van 4 december 2023 heeft het college het verzoek van [appellante] afgewezen.

2.       Het beroep van [appellante] is op grond van artikel 6:20, derde lid, van de Algemene wet bestuursrecht (hierna: Awb) van rechtswege mede gericht tegen de beslissing van 4 december 2023.

Wettelijk kader

3.       De relevante wettelijke bepalingen staan in de bijlage, die deel uitmaakt van deze uitspraak.

Verbeuren dwangsom wegens niet tijdig beslissen

4.       [appellante] voert aan dat, omdat het college na de termijn van de ingebrekestelling en dus niet tijdig op haar verzoek heeft beslist, het college haar een dwangsom op de voet van artikel 4:17 van de Awb verschuldigd is. [appellante] verzoekt de verbeurde dwangsom voor het college vast te stellen. Het college heeft op de zitting erkend dat het te laat heeft beslist.

4.1.    Toen [appellante] beroep instelde tegen het niet tijdig beslissen, had het college nog geen beslissing genomen. Het college heeft inmiddels het verzoek om een proceskostenvergoeding afgewezen. De Afdeling ziet niettemin aanleiding om met toepassing van artikel 6:20, vijfde lid, en artikel 8:55c van de Awb het beroep tegen het niet tijdig beslissen gegrond te verklaren en de verbeurde dwangsom vast te stellen.

4.2.    De termijn voor het indienen van het administratief beroepschrift begon op de dag na die waarop de examinator bij beslissing van 12 juli 2023 de opdracht van [appellante] heeft beoordeeld. De termijn van zes weken liep van 13 juli 2023 tot en met 23 augustus 2023. De beslistermijn van tien weken liep vervolgens van 24 augustus 2023 tot en met 1 november 2023. Bij e-mail van 3 november 2023 heeft [appellante] het college in gebreke gesteld. De daarin gegeven termijn van twee weken liep tot en met 17 november 2023. Op 4 december 2023 heeft het college alsnog beslist. Van 18 november 2023 tot en met 3 december 2023 heeft het college een dwangsom gedurende 16 dagen verbeurd. De Afdeling stelt de verbeurde dwangsom vast op € 392,00.

De beslissing van 4 december 2023

5.       Verder kan de eerst op de zitting aangevoerde grond van [appellante] dat het college het administratief beroep bij de beslissing van 4 december 2023 op de voet van artikel 6:19, eerste lid, van de Awb mede had moeten betrekken op de herbeoordeling van de examinator niet slagen, omdat [appellante] het administratief beroep tegen de oorspronkelijke beoordeling bij de e-mail van 12 september 2023 heeft ingetrokken. De nog lopende procedure was daarom beperkt tot het verzoek om een vergoeding van de proceskosten en had niet ook van rechtswege betrekking op de herbeoordeling. [appellante] heeft het standpunt van het college dat zij geen recht op vergoeding van de proceskosten had, omdat de herroeping van de beslissing van 12 jul 2023 niet aan een onrechtmatigheid van de examinator te wijten was, niet bestreden. De Afdeling verklaart het beroep tegen de beslissing van 4 december 2023 daarom ongegrond.

Conclusie

6.       Het beroep tegen het niet tijdig beslissen op het verzoek om proceskostenvergoeding is gegrond. Het met een beslissing gelijk te stellen niet tijdig nemen van een beslissing op het verzoek om proceskostenvergoeding moet worden vernietigd. Het college moet de verbeurde dwangsom van € 392,00 betalen aan [appellante]. Het beroep tegen de beslissing van het college van 4 december 2023 is ongegrond.

7.       Het college moet de proceskosten ten bedrage van € 437,50 vergoeden aan [appellante]. De Afdeling kent 1 punt toe voor het beroepschrift. Voor het verschijnen ter zitting wordt geen punt toegekend, omdat [gemachtigde] op de zitting is opgetreden als de waarnemer van de gemachtigde van [appellante] en zij zelf niet als beroepsmatig rechtsbijstandverlener kan worden erkend. Ook heeft de Afdeling de wegingsfactor van 0,5 (licht) toegepast omdat het een beroep niet tijdig beslissen van eenvoudige aard betreft.

Beslissing

De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:

I.        verklaart het beroep tegen het niet tijdig beslissen op het verzoek om proceskostenvergoeding van Y. [appellante] gegrond;

II.       vernietigt het met een beslissing gelijk te stellen niet tijdig nemen van een beslissing op het verzoek om proceskostenvergoeding van Y. [appellante];

III.      stelt de hoogte van de door het college van beroep voor de examens van de Hogeschool van Amsterdam aan Y. [appellante] verbeurde dwangsom vast op een bedrag van € 392,00;

IV.      verklaart het beroep tegen de beslissing van het college van beroep voor de examens van de Hogeschool van Amsterdam van 4 december 2023 ongegrond;

V.      veroordeelt het college van beroep voor de examens van de Hogeschool van Amsterdam tot vergoeding van bij Y. [appellante] in verband met de behandeling van het beroep opgekomen proceskosten tot een bedrag van € 437,50, geheel toe te rekenen aan door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand;

VI.     gelast dat het college van beroep voor de examens van de Hogeschool van Amsterdam aan [appellante] het door haar voor de behandeling van het beroep betaalde griffierecht ten bedrage van € 50,00 vergoedt.

Aldus vastgesteld door mr. C.H.M. van Altena, lid van de enkelvoudige kamer, in tegenwoordigheid van mr. P.M.M. van Zanten, griffier.

w.g. Van Altena
lid van de enkelvoudige kamer

w.g. Van Zanten
griffier

Uitgesproken in het openbaar op 27 maart 2024

97-1100

Bijlage - Wettelijk kader

Algemene wet bestuursrecht

Artikel 4:13, eerste lid, luidt:

"Een beschikking dient te worden gegeven binnen de bij wettelijk voorschrift bepaalde termijn of, bij het ontbreken van zulk een termijn, binnen een redelijke termijn na ontvangst van de aanvraag."

Artikel 4:17 luidt:

"1. Indien een beschikking op aanvraag niet tijdig wordt gegeven, verbeurt het bestuursorgaan aan de aanvrager een dwangsom voor elke dag dat het in gebreke is, doch voor ten hoogste 42 dagen. De Algemene termijnenwet is op laatstgenoemde termijn niet van toepassing.

2. De dwangsom bedraagt de eerste veertien dagen € 23 per dag, de daaropvolgende veertien dagen € 35 per dag en de overige dagen € 45 per dag.

3. De eerste dag waarover de dwangsom verschuldigd is, is de dag waarop twee weken zijn verstreken na de dag waarop de termijn voor het geven van de beschikking is verstreken en het bestuursorgaan van de aanvrager een schriftelijke ingebrekestelling heeft ontvangen.

[…]"

Artikel 6:17 luidt:
De termijn voor het indienen van een bezwaar- of beroepschrift bedraagt zes weken."

Artikel 7:28 luidt:

[…]

"2. De kosten, die de belanghebbende in verband met de behandeling van het beroep redelijkerwijs heeft moeten maken, worden door het bestuursorgaan uitsluitend vergoed op verzoek van de belanghebbende voorzover het bestreden besluit wordt herroepen wegens aan het bestuursorgaan te wijten onrechtmatigheid. In dat geval stelt het beroepsorgaan de vergoeding vast die het bestuursorgaan verschuldigd is." […]
4. Het verzoek wordt gedaan voordat het beroepsorgaan op het beroep heeft beslist. Het beroepsorgaan beslist op het verzoek bij de beslissing op het beroep.

[…]"

Artikel 8:55c luidt:
"Indien het beroep gegrond is, stelt de bestuursrechter desgevraagd tevens de hoogte van de ingevolge afdeling 4.1.3 verbeurde dwangsom vast. De artikelen 611c en 611g van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering zijn van overeenkomstige toepassing.

Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek

Artikel 7.61, vierde lid, luidt:

"Het college van beroep beslist binnen tien weken gerekend vanaf de dag na die waarop de termijn voor het indienen van het beroepschrift is verstreken, wat de openbare instellingen betreft in afwijking van artikel 7:24, tweede lid, van de Algemene wet bestuursrecht."


  • Zoeken
  • Link kopiëren
  • Citeren
  • Opslaan als PDF-document

Raad van State

De Raad van State is onafhankelijk adviseur van regering en parlement over wetgeving en bestuur en hoogste algemene bestuursrechter van het land.

  • Meer over ons
  • Vacatures

Contact

De Raad van State bevindt zich in het centrum van Den Haag. Wilt u in contact komen met ons of wilt u ons bezoeken voor een zitting?

  • Telefoon
  • Locatie en route
  • Post en e-mail
  • Wet open overheid
  • Nieuwe zaak starten

Altijd op de hoogte

Ontvang ons nieuws via de abonnementenservice in uw mailbox. Op de hoogte gehouden worden over uitspraken die gedaan worden in bepaalde zaken? Meld u dan aan voor de e-mailservice. Of bekijk de voortgang van een bepaalde procedure bij de Afdeling bestuursrechtspraak.

  • Abonnementenservice
  • E-mailservice uitspraken
  • Voortgang procedure
  • Aanvragen oude uitspraken

Toegankelijkheid | Privacy | Cookiebeleid

Volg ons

  • Bluesky
  • LinkedIn
  • Instagram
  • Mastodon