Uitspraak 202307030/1/R4 en 202307030/2/R4


Volledige tekst

202307030/1/R4 en 202307030/2/R4.
Datum uitspraak: 6 februari 2024

AFDELING
BESTUURSRECHTSPRAAK

Uitspraak van de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State op een verzoek om het treffen van een voorlopige voorziening (artikel 8:81 van de Algemene wet bestuursrecht (hierna: de Awb)) en, met toepassing van artikel 8:86 van die wet, op het beroep, in het geding tussen:

[verzoekster], wonend te Woerden,
verzoekster,

en

de raad van de gemeente Woerden,
verweerder.

Procesverloop

Bij besluit van 14 september 2023 heeft de raad het bestemmingsplan "Ongelijkvloerse kruising Beneluxlaan Woerden" vastgesteld.

Tegen dit besluit heeft [verzoekster] beroep ingesteld.

[verzoekster] heeft de voorzieningenrechter verzocht een voorlopige voorziening te treffen.

De raad heeft een verweerschrift ingediend.

[verzoekster] heeft een nader stuk ingediend.

De voorzieningenrechter heeft het verzoek op een zitting behandeld op 4 januari 2024, waar [verzoekster], vergezeld door [gemachtigden], en de raad, vertegenwoordigd door A.H. Chaudron, K. ten Hove, H.M. Misset en M. Wiegeraad, zijn verschenen.

Partijen hebben toestemming gegeven onmiddellijk uitspraak te doen in de hoofdzaak.

Overwegingen

Overgangsrecht inwerkingtreding Omgevingswet

1.       Op 1 januari 2024 zijn de Omgevingswet en de Invoeringswet Omgevingswet in werking getreden. Op grond van artikel 4.6, derde lid, van de Invoeringswet Omgevingswet blijft op een beroep tegen een besluit tot vaststelling van een bestemmingsplan waarvan het ontwerp vóór het tijdstip van inwerkingtreding van de Omgevingswet ter inzage is gelegd het recht zoals het gold onmiddellijk vóór dat tijdstip van toepassing tot het bestemmingsplan onherroepelijk is.

Het ontwerpplan is op 17 maart 2023 ter inzage gelegd. Dat betekent dat op deze beroepsprocedure de Wet ruimtelijke ordening, zoals die gold vóór 1 januari 2024, van toepassing blijft.

Kortsluiting

2.       In dit geval kan nader onderzoek redelijkerwijs niet bijdragen aan de beoordeling van de zaak en bestaat ook overigens geen beletsel om met toepassing van artikel 8:86, eerste lid, van de Awb onmiddellijk uitspraak te doen in de hoofdzaak.

Inleiding

3.       Het plan heeft betrekking op gronden tussen de rotonde aan de Steinhagenseweg-Minkemalaan (bij het gebouw van Roche) en het spoor ten noorden daarvan. Het plan voorziet in de realisatie van een ongelijkvloerse kruising op deze gronden. In de plantoelichting staat hierover het volgende.

Ten westen van het plangebied wordt rondom het station een stedelijk gebied met woningen en voorzieningen ontwikkeld. Aan de oostzijde wordt het nieuwe woongebied Snellerpoort ontwikkeld. Vanwege de ontwikkeling van het stationsgebied Woerden en de realisatie van de nieuwe woonwijk Snellerpoort wordt de verkeerskundige structuur in de omgeving aangepast. De Steinhagenseweg wordt opgeheven en het autoverkeer wordt verplaatst naar de Beneluxlaan. Hiervoor is op 1 juni 2021 het bestemmingsplan "Snellerpoort Woerden (woongebied)" vastgesteld. De nieuwe Beneluxlaan is inmiddels gerealiseerd en in gebruik genomen.

Het plan vormt een onderdeel van de nieuwe verkeerskundige structuur in Woerden. De directe aanleiding voor het plan is de verkeersonveilige situatie op de huidige rotonde aan de Steinhagenseweg. Met dit plan wordt een veilig alternatief geboden voor het overstekende fiets- en wandelverkeer, waarbij dit verkeer wordt gescheiden van het autoverkeer. De huidige rotonde zal verdwijnen en ter hoogte van het Jan Ruijspad wordt een ongelijkvloerse kruising gerealiseerd. Fietsers en voetgangers kunnen hierdoor door twee viaducten de nieuwe Beneluxlaan kruisen. Aangrenzend aan het plangebied bevindt zich aan de oostzijde het bestaande kantoorgebouw (Roche) aan de Beneluxlaan 2A, waarvan de ontsluiting is opgenomen in het plangebied. Het plan voorziet naast de ongelijkvloerse kruising ook in een nieuwe zuidelijke ontsluiting voor dit kantoorgebouw.

[verzoekster] woont aan de [locatie] op enige afstand ten westen van het plangebied. Zij is het niet eens met het plan, omdat volgens haar het plan nadelige gevolgen heeft voor de verkeersveiligheid en leidt tot een ongewenste wijziging van de bestaande fietsroutes.

Toetsingskader bestemmingsplan

4.       Bij de vaststelling van een bestemmingsplan moet de raad bestemmingen aanwijzen en regels geven die de raad uit het oogpunt van een goede ruimtelijke ordening nodig acht. De raad heeft daarbij beleidsruimte en moet de betrokken belangen afwegen. De voorzieningenrechter oordeelt niet zelf of het plan in overeenstemming is met een goede ruimtelijke ordening. De voorzieningenrechter beoordeelt aan de hand van de beroepsgronden of het besluit tot vaststelling van het bestemmingsplan in overeenstemming is met het recht. Daarbij kan aan de orde komen of de nadelige gevolgen van het plan onevenredig zijn in verhouding tot de met het plan te dienen doelen.

Ontvankelijkheid

5.       De raad stelt dat [verzoekster] geen belanghebbende is, omdat de afstand tussen haar perceel en het plangebied ongeveer 300 m is.

5.1.    Artikel 8:1 van de Awb luidt:

"Een belanghebbende kan tegen een besluit beroep instellen bij de bestuursrechter."

5.2.    Bij uitspraak van 4 mei 2021, ECLI:NL:RVS:2021:953, onder 4.3 tot en met 4.8, heeft de Afdeling - tegen de achtergrond van het arrest van het Hof van Justitie van de Europese Unie van 14 januari 2021, Stichting Varkens in Nood, ECLI:EU:C2021:7 - overwogen dat aan degene die bij een besluit geen belanghebbende is, maar die wel een zienswijze heeft ingediend tegen het ontwerpbesluit op basis van de in het nationale omgevingsrecht gegeven mogelijkheid daartoe, in beroep niet kan worden tegengeworpen dat hij geen belanghebbende is.

5.3.    De voorzieningenrechter stelt vast dat de mogelijkheid is geboden om over het ontwerpplan zienswijzen naar voren te brengen. [verzoekster] heeft van die mogelijkheid gebruik gemaakt. Gelet op wat hiervoor is overwogen ziet de voorzieningenrechter daarom geen aanleiding om het beroep niet-ontvankelijk te achten. [verzoekster] heeft gesteld dat zij belanghebbende is, omdat zij gebruik maakt van de fietsroutes die door dit plan zullen worden gewijzigd. De voorzieningenrechter stelt vast - dit zal elders in de uitspraak worden toegelicht - dat het plan tot gevolg heeft dat fietsroutes nabij en ten oosten van het plangebied zullen wijzigen, en dus op een afstand van meer dan 300 m tot de woning van [verzoekster]. Omdat gelet op wat hiervoor is overwogen het beroep van [verzoekster] ontvankelijk is, ziet de voorzieningenrechter geen aanleiding om te oordelen over de vraag of zij belanghebbende is.

Beoordeling van het verzoek/beroep

Participatie

6.       [verzoekster] betoogt dat er geen participatie heeft plaatsgevonden over de keuze voor een ongelijkvloerse kruising. De raad heeft al bij besluit van 12 maart 2020 gekozen om door een ongelijkvloerse kruising (fietstunnel) een oversteek van de Steinhagenseweg-Beneluxlaan te realiseren.

Na dit besluit was geen discussie meer mogelijk over de gekozen variant.

6.1.    Het bieden van inspraak voorafgaand aan de terinzagelegging van het ontwerpbestemmingsplan maakt geen onderdeel uit van de in de Wet ruimtelijke ordening (hierna: de Wro) en het Besluit ruimtelijke ordening (hierna: het Bro) geregelde bestemmingsplanprocedure. Niet is gebleken dat de in de Wro en het Bro voorgeschreven voorbereidingsprocedure niet juist is verlopen. Het ontwerpplan is ter inzage gelegd van 17 maart 2023 tot en met 27 april 2023. Gedurende deze periode bestond voor eenieder de mogelijkheid om een zienswijze naar voren te brengen. [verzoekster] heeft van deze mogelijkheid ook gebruik gemaakt. [verzoekster] heeft niet nader onderbouwd waarom de raad anderszins genoodzaakt was tot het bieden van inspraak in de planprocedure. Het niet bieden van inspraak voorafgaand aan het ontwerpplan heeft daarom geen gevolgen voor de rechtmatigheid van het besluit tot vaststelling van het bestemmingsplan. Het betoog slaagt niet.

Toekomstige bouwblokken

7.       [verzoekster] betoogt dat door de gekozen planbegrenzing onduidelijk is hoe de percelen in de nabijheid van het plangebied waarop in andere bestemmingsplannen is voorzien in bouwmogelijkheden (de door haar genoemde "bouwblokken") zullen worden ontsloten. Zij wijst op de gronden direct ten westen van het plangebied, waarop in het ontwerpbestemmingsplan "Stationsgebied Bouwveld B - hoek Minkemalaan en Beneluxlaan" is voorzien in bebouwing. Volgens [verzoekster] is een ruimere planbegrenzing noodzakelijk, waarin naast de ongelijkvloerse kruising ook de ontsluitingen van de omliggende percelen waarop in de toekomst zal worden gebouwd, zijn opgenomen.

7.1.    De raad komt beleidsruimte toe bij het bepalen van de begrenzingen van een bestemmingsplan. Deze ruimte is echter niet zo groot dat de raad een begrenzing kan vaststellen die in strijd is met een goede ruimtelijke ordening.

7.2.    De raad heeft toegelicht dat de grenzen van het plangebied zijn afgestemd op de ontwikkeling van de ongelijkvloerse kruising en de zuidelijke ontsluiting van het kantoorgebouw aan de Beneluxlaan 2A. De verkeerskundige aansluiting voor de toekomstige bouwblokken moet nog worden uitgewerkt. Het plan staat er niet aan in de weg dat voor de toekomstige bouwblokken een verkeerskundige aansluiting voor zowel het fiets- en autoverkeer kan worden gerealiseerd.

Gelet op de door de raad gegeven toelichting is naar het oordeel van de voorzieningenrechter niet gebleken dat tussen het plangebied en de gronden waar de toekomstige bouwblokken zijn voorzien een zodanige ruimtelijke samenhang bestaat dat de raad de begrenzing van het plangebied van dit plan niet zo heeft kunnen vaststellen.

Het betoog slaagt niet.

Verkeersonveilige situatie

8.       [verzoekster] betoogt dat door de ongelijkvloerse kruising een verkeersonveilige situatie ontstaat bij het nabijgelegen kruispunt Amsterdamlaan-Eilandenkade, ten zuiden van de rotonde. Al in de bestaande situatie is dit kruispunt onveilig. Door het plan neemt de verkeersveiligheid verder af. De voorziene ongelijkvloerse kruising leidt volgens [verzoekster] tot een toename van het fietsverkeer bij het kruispunt Amsterdamlaan-Eilandenkade. Door het opheffen van de bestaande rotonde bij de Steinhagenseweg neemt het aantal fietsers op dit kruispunt nog verder toe. Bovendien zullen auto’s het kruispunt met een hogere snelheid naderen als de tussenliggende rotonde wordt opgeheven. Volgens [verzoekster] moet daarom in dit plan ook worden voorzien in een oplossing voor de verkeersonveilige situatie op de kruising Amsterdamlaan-Eilandenkade. Een ruimere planbegrenzing, waarin ook dat kruispunt wordt opgenomen, is gelet daarop noodzakelijk.

8.1.    De raad heeft toegelicht dat het kruispunt Amsterdamlaan-Eilandenkade is voorzien van een verkeersregelinstallatie en dat de inrichting voldoet aan de richtlijnen van CROW. Het is juist dat de verkeersveiligheid en -doorstroming ter plaatse niet optimaal zijn, maar dit betekent volgens de raad niet dat de situatie onaanvaardbaar is. Bij het voorbereiden van het plan heeft de raad onderzoek laten verrichten naar het functioneren van het kruispunt en naar de gevolgen van de voorziene ongelijkvloerse kruising voor de verkeersveiligheid en doorstroming ter plaatse. De resultaten van dit onderzoek zijn vastgelegd in de Adviesnota "Kruising Amsterdamlaan-Steinhagenseweg" van Movares van 12 oktober 2021 (hierna: de adviesnota). In de adviesnota zijn de knelpunten die zich voordoen bij het kruispunt geïnventariseerd en toegelicht. Ook is onderzoek gedaan naar de mogelijke oplossingen voor het verbeteren van de verkeersveiligheid en de doorstroming. Uit de adviesnota volgt dat de verkeersveiligheid en de doorstroming ter plaatse geoptimaliseerd kunnen worden door het vervangen van het kruispunt door een rotonde of een zogenoemde "Largas" weginrichting.

Na het vaststellen van het plan heeft de raad aanvullend onderzoek laten doen naar de gevolgen van de ongelijkvloerse kruising voor het kruispunt. De resultaten hiervan zijn vastgelegd in het rapport "Verkeersanalyse kruispunt Amsterdamlaan-Eilandenkade" van Sweco van 3 oktober 2023 (hierna: de verkeersanalyse). Hierin wordt geconcludeerd dat een enkelstrooksrotonde met een fietsoversteek in twee richtingen de meest optimale verkeerskundige voorziening is vanuit het oogpunt van de fietsveiligheid en de doorstroming. De raad heeft toegelicht dat de aanleg van een enkelstrooksrotonde zoals geadviseerd in de verkeersanalyse, geen noodzakelijk vereiste is voor het realiseren van de ongelijkvloerse kruising. Dat neemt niet weg dat het vervangen van het kruispunt Amsterdamlaan-Eilandenkade door een rotonde de verkeersveiligheid ter plaatse zal verbeteren. De gronden van het kruispunt Amsterdamlaan-Eilandenkade zijn volgens de raad in het bestemmingsplan "Snel en Polanen", vastgesteld bij besluit van 17 februari 2012, bestemd voor "Verkeer", "Water" en "Groen". De realisatie van een rotonde met fietsoversteek is , zoals de raad op de zitting desgevraagd en onder verwijzing naar de verbeelding van het bestemmingsplan "Snel en Polanen" heeft toegelicht, mogelijk binnen het geldende planologische regime. [verzoekster] heeft deze toelichting van de raad op de zitting niet weersproken.

8.2.    Op grond van wat hiervoor is overwogen ziet de voorzieningenrechter geen aanleiding voor het oordeel dat de ongelijkvloerse kruising leidt tot onaanvaardbare gevolgen voor de verkeersveiligheid en de doorstroming ter hoogte van het kruispunt Amsterdamlaan-Eilandenkade. Op de zitting heeft de raad nog toegelicht dat de bestaande rotonde bij de Steinhagenseweg na het realiseren van de ongelijkvloerse kruising zal worden gehandhaafd als dat nodig is om de snelheid van de auto’s richting het kruispunt Amsterdamlaan-Eilandenkade te matigen. Als na de uitvoering van het plan blijkt dat een wijziging of vervanging van het kruispunt nodig of gewenst is, is dat mogelijk op grond van het geldende planologische regime voor die gronden. Tegen fietsers die oversteken op plaatsen waar dat niet is toegestaan kunnen maatregelen worden getroffen, zoals het plaatsen van sluishekken. Het betoog slaagt niet.

8.3.    Het hiervoor gegeven oordeel leidt ertoe dat de beroepsgrond van [verzoekster] dat de raad ook het kruispunt Amsterdamlaan-Eilandenkade had moeten opnemen in het plan, niet slaagt.

Fietsroutes

9.       [verzoekster] betoogt dat het plan leidt tot  nadelige gevolgen voor de fietsstructuur in de omgeving. Doordat bestaande fietsroutes wijzigen of worden opgeheven, moeten sommige fietsers na het realiseren van de ongelijkvloerse kruising een langere route afleggen. Daarom moet volgens [verzoekster] inzichtelijk worden gemaakt welke fietsroutes allemaal wijzigen door het realiseren van de ongelijkvloerse kruising. Ook vreest zij dat fietsers na het verdwijnen van de huidige rotonde bij de Steinhagenseweg in strijd met de verkeersregelgeving zullen oversteken over het nieuwe zebrapad dat hier wordt gerealiseerd, wat volgens [verzoekster] tot een verkeersonveilige situatie leidt. Langs en parallel aan het nieuwe deel van de Beneluxlaan, welke wordt aangelegd met het realiseren van de ongelijkvloerse kruising en waar zich nu nog een deel van de Minkemalaan bevindt, moet daarom een fietsroute worden aangelegd richting de ongelijkvloerse kruising. [verzoekster] betoogt verder dat, gelet op de onderlinge samenhang, alle fietsroutes die wijzigen als gevolg van de ongelijkvloerse kruising moeten worden opgenomen in het plangebied van het voorliggende plan.

9.1.    De raad moet bij de keuze van een bestemmingsplan een afweging maken van alle belangen die betrokken zijn bij de vaststelling van het plan. Daarbij heeft de raad beleidsruimte. De voor- en nadelen van alternatieven moeten in die afweging worden meegenomen.

9.2.    De raad heeft bij het voorbereiden van het plan onderzoek laten doen naar de gevolgen van de ongelijkvloerse kruising voor de bestaande fietsroutes. De resultaten hiervan zijn opgenomen in het rapport "Verkenning toeleidende fietsroutes naar fietsonderdoorgang Beneluxlaan" van Movares van 11 november 2021 (hierna: het rapport Fietsroutes). In het rapport Fietsroutes zijn vier mogelijke fietsroutes onderzocht en uitgewerkt. Hierbij zijn de verkeerseffecten van deze fietsroutes voor de omgeving en de kosten voor het aanleggen daarvan in beeld gebracht. De onderzochte fietsroutes zijn weergegeven in de figuur op pagina 3 van het rapport Fietsroutes. Deze figuur is hieronder overgenomen.

De raad heeft bij het vaststellen van het plan een afweging gemaakt van de voor- en nadelen van de verschillende fietsroutes en gekozen voor de routes die in het rapport worden geduid als "route 1" en "route 4". Route 4 is volgens de raad de meest kansrijke route om de wijk Snel en Polanen en de wijk Snellerpoort via de ongelijkvloerse kruising te verbinden met het stationsgebied. Route 1 is toegevoegd om uiteindelijk een fijnmazig fietsnetwerk te realiseren.

De door [verzoekster] aangedragen alternatieve fietsroute langs het nieuwe deel van de Beneluxlaan richting de ongelijkvloerse kruising wordt in het rapport Fietsroutes geduid als "route 1A". De raad heeft toegelicht dat de mogelijkheid om deze fietsroute in te passen is onderzocht bij de voorbereiding van het plan. Het doorslaggevende bezwaar tegen deze fietsroute is de aansluiting van de fietsstroken/-paden op de fietstunnel van de ongelijkvloerse kruising. De raad heeft twee mogelijke aansluitingen van deze fietsroute op de tunnel onderzocht. De eerste optie gaat uit van een directe aansluiting van de fietsroute op de onderdoorgang bij de ongelijkvloerse kruising. In het rapport Fietsroutes staat dat door de haakse aansluiting, die voor deze eerste optie moet worden gerealiseerd, een verkeersonveilige situatie ontstaat. Fietsers die op het Jan Ruijspad willen invoegen hebben vanaf deze haakse aansluiting - die op de hierboven opgenomen figuur in rood is te zien - namelijk slecht zicht op het fietsverkeer dat vanaf de linker- en rechterkant komt aanfietsen. De tweede optie bestaat uit een aansluiting in de vorm van een fietsbrug over de fietsonderdoorgang die aan de andere kant uitkomt op het fietspad bij het Jan Ruijspad. In het onderzoek van Movares staat dat bij deze optie een oncomfortabele helling ontstaat voor fietsers door het hoogteverschil tussen de fietsbrug en het Jan Ruijspad.

De uitkomsten van het onderzoek van Movares zijn voor de raad aanleiding geweest om niet te kiezen voor de door [verzoekster] voorgestelde fietsroute (1A).

Gelet op wat hiervoor is overwogen heeft de raad naar het oordeel van de voorzieningenrechter het door [verzoekster] voorgestelde alternatief afgewogen bij de vaststelling van het plan en toereikend gemotiveerd waarom hiervoor niet is gekozen. Het betoog slaagt niet.

9.3.    Door de raad is onderkend dat in de nieuwe situatie de fietsroutes voor een deel van de fietsers langer zullen worden. De toename van de fietsafstanden is volgens de raad betrekkelijk gering. Het belang van een veilige oversteekmogelijkheid dat wordt gediend door de ongelijkvloerse kruising weegt volgens de raad zwaarder dan het eventuele nadeel dat bepaalde fietsers zullen ervaren als gevolg van een geringe toename van de fietsafstanden. De voorzieningenrechter is van oordeel dat de raad aan het belang van een veilige overstreekmogelijkheid een zwaarder gewicht heeft mogen toekennen. Het betoog slaagt niet.

9.4.    De raad heeft op de zitting toegelicht dat de fietsroutes 1 en 4, waarvoor hij heeft gekozen, kunnen worden gerealiseerd op grond van de onderscheidenlijke planologische regimes voor de desbetreffende gronden. De voorzieningenrechter ziet geen reden om hieraan te twijfelen. Gelet hierop bestaat geen aanleiding om [verzoekster] te volgen in haar betoog dat de raad deze fietsroutes had moeten opnemen in het plan. Het betoog slaagt niet.

Economische uitvoerbaarheid

10.     [verzoekster] betoogt dat de kosten van de ongelijkvloerse kruising op zichzelf bezien buitensporig hoog zijn. De voordelen van de ongelijkvloerse kruising wegen volgens [verzoekster] niet op tegen de kosten ervan. Daarnaast stelt [verzoekster] dat door de hoge kosten van de ongelijkvloerse kruising er geen budget zal zijn voor de toekomstige aanpassing of wijziging van het kruispunt Amsterdamlaan-Eilandenkade. Zij wijst er ten slotte op dat ook kosten moeten worden gemaakt voor het aanpassen van de bestaande fietsroutes en de ontsluiting van het kantoorgebouw aan de Beneluxlaan 2A. Alle met dit plan samenhangende kruisingen, fiets- en wandelroutes en ontsluitingen hadden daarom in één plan, met één financieel besluit, moeten worden opgenomen, aldus [verzoekster].

10.1.  Bij een beroep tegen een bestemmingsplan kan een betoog over de uitvoerbaarheid van dat plan, waaronder de financieel-economische uitvoerbaarheid, alleen leiden tot vernietiging van het bestreden besluit als de raad redelijkerwijs had moeten inzien dat het plan om financieel-economische of andere redenen op voorhand niet uitvoerbaar is.

10.2.  De raad heeft op de zitting toegelicht dat voor het realiseren van de ongelijkvloerse kruising voldoende financiële middelen beschikbaar zijn gesteld. Deze financiële middelen zijn opgenomen in de gemeentelijke begroting. [verzoekster] heeft dit niet bestreden. Gelet daarop bestaat geen aanleiding om het standpunt van de raad over de financiële-uitvoerbaarheid van het plan in twijfel te trekken. De voorzieningenrechter is verder van oordeel dat de vraag naar de hoogte van de kosten van de ongelijkvloerse kruising in verhouding tot de voordelen hiervan, dus of de beoogde ontwikkeling "te duur is", niet aan de orde kan komen in de procedure tegen het bestemmingsplan. De vrees dat er geen budget zal zijn voor een eventuele toekomstige wijziging of vervanging van het kruispunt Amsterdamlaan-Eilandenkade, of voor andere noodzakelijke infrastructurele ontwikkelingen, kan evenmin aan de orde komen in deze procedure, aangezien het kruispunt en de andere door [verzoekster] genoemde ontwikkelingen geen deel uitmaken van het plangebied. Overigens heeft de raad op de zitting toegelicht dat er in de toekomst zo nodig budget beschikbaar zal worden gesteld voor een eventuele aanpassing of wijziging van dat kruispunt. Het betoog slaagt niet.

Relativiteitsvereiste

11.     Omdat de beroepsgronden van [verzoekster] niet slagen, laat de voorzieningenrechter in het midden of wat [verzoekster] heeft aangevoerd, gelet op artikel 8:69a van de Awb, had kunnen leiden tot de vernietiging van het bestreden besluit.

Conclusie

12.     Het beroep is ongegrond.

13.     Gelet hierop bestaat aanleiding het verzoek om het treffen van een voorlopige voorziening af te wijzen.

Proceskosten

14.     De raad hoeft geen proceskosten te vergoeden.

Beslissing

De voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:

I. verklaart het beroep ongegrond;

II. wijst het verzoek af.

Aldus vastgesteld door mr. E.A. Minderhoud, voorzieningenrechter, in tegenwoordigheid van mr. D. Milosavljević, griffier.

w.g. Minderhoud
voorzieningenrechter

w.g. Milosavljević
griffier

Uitgesproken in het openbaar op 6 februari 2024

739-1070