Ga naar de inhoud
lees voor
Direct naar
  • en (Information in English)
  • de (Deutsche Informationen)
  • fr (Informations en français)
  • contact
  • pers
  • werken bij
  • app
  • Actueel
    • Nieuws
    • Zittingsagenda
    • Persagenda
    • Evenementen
    • Piet Hein Donner Scriptieprijs
  • Adviezen
  • Uitspraken
  • Publicaties
    • Brochures
    • Studies en onderzoeken
    • Regelingen
    • Consultaties
    • Jaarverslagen
  • Over ons
    • Raad van State in het kort
    • Organisatie
    • Advisering
    • Bestuursrechtspraak
    • Begrotingstoezicht
    • Toetsing Klimaatwet
    • Geschiedenis
    • Raad van State in beeld
  • Zoeken
  • en
  • de
  • fr
  • contact
  • pers
  • werken bij
  • app
Zoeken

  1. Home ›
  2. Uitspraken ›
  3. Uitspraak 202307072/2/R4

Uitspraak 202307072/2/R4

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:331
Datum uitspraak
1 februari 2024
Inhoudsindicatie
Bij besluit van 3 juni 2022 heeft het college van burgemeester en wethouders van Barneveld het door [verzoekster] ingediende verzoek van 1 april 2022 om handhavend op te treden afgewezen. Bij brief van 1 april 2022 heeft [verzoekster] het college verzocht handhavend op te treden tegen de overlast die zij ondervindt van laagfrequent geluid en trillingen in haar woning op het perceel [locatie] te Barneveld. Zij wijst erop dat uit onderzoek is gebleken dat een deel van de oorzaak van deze overlast is gelegen in de afzuiginstallatie van de viswinkel Barneveld Fish B.V. gevestigd naast haar woning. Het college wordt verzocht maatregelen te treffen, zodat verdere overlast zal worden voorkomen.[verzoekster] heeft de voorzieningenrechter verzocht een voorlopige voorziening te treffen, strekkende tot het stoppen van de hinder die zij ondervindt van Barneveld Fish B.V. en het aansprakelijk stellen van Barneveld Fish B.V. voor de geleden en nog te lijden schade.
  • Voorlopige voorziening
  • Hoger Beroep - Bestuursdwang / Dwangsom

Toon inhoud

  • Volledige tekst
Volledige tekst

202307072/2/R4.
Datum uitspraak: 1 februari 2024

AFDELING
BESTUURSRECHTSPRAAK

Uitspraak van de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State op een verzoek om het treffen van een voorlopige voorziening (artikel 8:81 van de Algemene wet bestuursrecht), hangende het hoger beroep van:

[verzoekster], wonend te Barneveld,
verzoekster,

tegen de uitspraak van de rechtbank Gelderland van 5 oktober 2023 in zaak nr. 23/1090 in het geding tussen:

[verzoekster]

en

het college van burgemeester en wethouders van Barneveld.

Procesverloop

Bij besluit van 3 juni 2022 heeft het college het door [verzoekster] ingediende verzoek van 1 april 2022 om handhavend op te treden afgewezen.

Bij besluit van 12 januari 2023 heeft het college het door [verzoekster] daartegen gemaakte bezwaar ongegrond verklaard en het besluit van 3 juni 2022 onder aanvulling van de motivering in stand gelaten.

Bij uitspraak van 5 oktober 2023 heeft de rechtbank het door [verzoekster] daartegen ingestelde beroep ongegrond verklaard.

Tegen deze uitspraak heeft [verzoekster] hoger beroep ingesteld.

Tevens heeft [verzoekster] de voorzieningenrechter verzocht een voorlopige voorziening te treffen.

De voorzieningenrechter heeft het verzoek ter zitting behandeld op 18 januari 2024, waar [verzoekster] en [persoon], en het college, vertegenwoordigd door mr. K. Dankers, zijn verschenen. Voorts is ter zitting Barneveld Fish B.V., vertegenwoordigd door [gemachtigde], als partij gehoord.

Overwegingen

Inleiding

1.       Bij brief van 1 april 2022 heeft [verzoekster] het college verzocht handhavend op te treden tegen de overlast die zij ondervindt van laagfrequent geluid en trillingen in haar woning op het perceel [locatie] te Barneveld. Zij wijst erop dat uit onderzoek is gebleken dat een deel van de oorzaak van deze overlast is gelegen in de afzuiginstallatie van de viswinkel Barneveld Fish B.V. gevestigd naast haar woning. Het college wordt verzocht maatregelen te treffen, zodat verdere overlast zal worden voorkomen.

Bij besluit van 3 juni 2022 heeft het college dit verzoek afgewezen.

Bij het besluit op bezwaar van 12 januari 2023 heeft het college het besluit van 3 juni 2022 onder aanvulling van de motivering in stand gelaten. Het college stelt zich op het standpunt dat er een wettelijke grondslag ontbreekt om handhavend op te treden tegen Barneveld Fish B.V., omdat er geen overtredingen zijn geconstateerd.

Bij uitspraak van 5 oktober 2023 heeft de rechtbank het door [verzoekster] tegen het besluit van 12 januari 2023 ingestelde beroep ongegrond verklaard.

Het verzoek

2.       [verzoekster] heeft de voorzieningenrechter verzocht een voorlopige voorziening te treffen, strekkende tot het stoppen van de hinder die zij ondervindt van Barneveld Fish B.V. en het aansprakelijk stellen van Barneveld Fish B.V. voor de geleden en nog te lijden schade.

Beoordeling van het verzoek

3.       Het verzoek van [verzoekster] strekt ertoe dat de voorzieningenrechter het college de opdracht geeft handhavend op te treden tegen Barneveld Fish B.V. Met het schorsen van de uitspraak van de rechtbank van 5 oktober 2023, of het schorsen van de besluiten van 3 juni 2022 of 12 januari 2023 kan dit niet worden bereikt. Dat kan alleen worden bereikt als de voorzieningenrechter het college daarnaast de opdracht geeft om handhavend op te treden. De voorzieningenrechter is van oordeel dat een dergelijk verzoek te verstrekkend is. Hierbij betrekt de voorzieningenrechter dat naar zijn verwachting in de bodemprocedure niet zal worden geoordeeld dat de rechtbank het beroep van [verzoekster] ten onrechte ongegrond heeft verklaard. Uit de door [verzoekster] overgelegde onderzoeken en de in opdracht van het college gedane onderzoeken is naar voorlopig oordeel van de voorzieningenrechter niet aannemelijk geworden dat de door [verzoekster] ondervonden hinder van laagfrequent geluid en trillingshinder het gevolg zijn van een overtreding door Barneveld Fish B.V. van toepasselijke wettelijke voorschriften.

Conclusie

4.       Gelet hierop bestaat aanleiding het verzoek om het treffen van een voorlopige voorziening af te wijzen.

5.       Het college hoeft geen proceskosten te vergoeden.

Verzoek om Barneveld Fish B.V. aansprakelijk te stellen

6.       Voor zover [verzoekster] de voorzieningenrechter heeft verzocht om Barneveld Fish B.V. aansprakelijk te stellen, wordt overwogen dat de voorzieningenrechter daartoe niet bevoegd is.

Beslissing

De voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:

wijst het verzoek af.

Aldus vastgesteld door mr. J. Hoekstra, voorzieningenrechter, in tegenwoordigheid van mr. W.D. Kamphorst-Timmer, griffier.

w.g. Hoekstra
voorzieningenrechter

w.g. Kamphorst-Timmer
griffier

Uitgesproken in het openbaar op 1 februari 2024

776


  • Zoeken
  • Link kopiëren
  • Citeren
  • Opslaan als PDF-document

Raad van State

De Raad van State is onafhankelijk adviseur van regering en parlement over wetgeving en bestuur en hoogste algemene bestuursrechter van het land.

  • Meer over ons
  • Vacatures

Contact

De Raad van State bevindt zich in het centrum van Den Haag. Wilt u in contact komen met ons of wilt u ons bezoeken voor een zitting?

  • Telefoon
  • Locatie en route
  • Post en e-mail
  • Wet open overheid
  • Nieuwe zaak starten

Altijd op de hoogte

Ontvang ons nieuws via de abonnementenservice in uw mailbox. Op de hoogte gehouden worden over uitspraken die gedaan worden in bepaalde zaken? Meld u dan aan voor de e-mailservice. Of bekijk de voortgang van een bepaalde procedure bij de Afdeling bestuursrechtspraak.

  • Abonnementenservice
  • E-mailservice uitspraken
  • Voortgang procedure
  • Aanvragen oude uitspraken

Toegankelijkheid | Privacy | Cookiebeleid

Volg ons

  • Bluesky
  • LinkedIn
  • Instagram
  • Mastodon