Ga naar de inhoud
lees voor
Direct naar
  • en (Information in English)
  • de (Deutsche Informationen)
  • fr (Informations en français)
  • contact
  • pers
  • werken bij
  • app
  • Actueel
    • Nieuws
    • Zittingsagenda
    • Persagenda
    • Evenementen
    • Piet Hein Donner Scriptieprijs
  • Adviezen
  • Uitspraken
  • Publicaties
    • Brochures
    • Studies en onderzoeken
    • Regelingen
    • Consultaties
    • Jaarverslagen
  • Over ons
    • Raad van State in het kort
    • Organisatie
    • Advisering
    • Bestuursrechtspraak
    • Begrotingstoezicht
    • Toetsing Klimaatwet
    • Geschiedenis
    • Raad van State in beeld
  • Zoeken
  • en
  • de
  • fr
  • contact
  • pers
  • werken bij
  • app
Zoeken

  1. Home ›
  2. Uitspraken ›
  3. Uitspraak 202302212/1/V3

Uitspraak 202302212/1/V3

ECLI
ECLI:NL:RVS:2023:3479
Datum uitspraak
13 september 2023
Inhoudsindicatie
Bij besluit van 24 februari 2023 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van de vreemdeling om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, niet in behandeling genomen. De staatssecretaris heeft de aanvraag van de vreemdeling om een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd niet in behandeling genomen, omdat volgens hem op grond van de Dublinverordening Kroatië verantwoordelijk is voor de behandeling daarvan. De vreemdeling heeft betoogd dat de rechtbank ten onrechte heeft geoordeeld dat de staatssecretaris heeft mogen uitgaan van het interstatelijk vertrouwensbeginsel voor Kroatië.
  • Hoger beroep
  • Asiel

Toon inhoud

  • Volledige tekst
Volledige tekst

202302212/1/V3.
Datum uitspraak: 13 september 2023

AFDELING
BESTUURSRECHTSPRAAK

Uitspraak met toepassing van artikel 8:54, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht op het hoger beroep van:

[de vreemdeling],

appellant,

tegen de uitspraak van de rechtbank Den Haag, zittingsplaats Utrecht, van 31 maart 2023 in zaak nr. NL23.5797 in het geding tussen:

de vreemdeling

en

de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid.

Procesverloop

Bij besluit van 24 februari 2023 heeft de staatssecretaris een aanvraag van de vreemdeling om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, niet in behandeling genomen.

Bij uitspraak van 31 maart 2023 heeft de rechtbank het daartegen door de vreemdeling ingestelde beroep ongegrond verklaard.

Tegen deze uitspraak heeft de vreemdeling, vertegenwoordigd door mr. E.H. Bokhorst, advocaat te Veenendaal, hoger beroep ingesteld.

De staatssecretaris heeft een nader stuk ingediend, waarop de vreemdeling heeft gereageerd.

Overwegingen

1.       De staatssecretaris heeft de aanvraag van de vreemdeling om een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd niet in behandeling genomen, omdat volgens hem op grond van de Dublinverordening Kroatië verantwoordelijk is voor de behandeling daarvan. De vreemdeling heeft betoogd dat de rechtbank ten onrechte heeft geoordeeld dat de staatssecretaris heeft mogen uitgaan van het interstatelijk vertrouwensbeginsel voor Kroatië.

2.       Zoals de Afdeling heeft overwogen in de uitspraak van vandaag, ECLI:NL:RVS:2023:3411, heeft de staatssecretaris met het onderzoek naar de actuele situatie voor Dublinclaimanten in Kroatië de twijfel of hij voor Kroatië nog wel mag uitgaan van het interstatelijk vertrouwensbeginsel, gebaseerd op de serieuze aanknopingspunten voor het risico op pushbacks bij Dublinclaimanten, zoals die ten tijde van de uitspraak van 13 april 2022, ECLI:NL:RVS:2022:1043, bestond, weggenomen. De rechtbank heeft dan ook terecht geoordeeld dat de staatssecretaris aan zijn onderzoeksplicht heeft voldaan.

2.1.    De vreemdeling legt niet uit waarom hij desondanks een reëel risico loopt op een met artikel 4 van het EU Handvest en artikel 3 van het EVRM strijdige behandeling bij overdracht aan Kroatië. De verwijzing door de vreemdeling naar het rapport van Asylum Information Database (AIDA), ‘Country Report: Croatia (Update 2021)’, van 22 april 2022, het rapport van Lighthouse Reports van 8 december 2022 en een rapport van Border Violence Monitoring Network van diezelfde datum leidt niet tot het oordeel dat de staatssecretaris niet van de informatie van de Kroatische autoriteiten mag uitgaan. Deze rapporten bieden namelijk geen aanknopingspunten voor het oordeel dat Dublinclaimanten als de vreemdeling niet worden opgenomen in de nationale asielprocedure.

De grieven falen.

3.       Het hoger beroep is ongegrond. De uitspraak van de rechtbank wordt bevestigd. De staatssecretaris hoeft geen proceskosten te vergoeden.

Beslissing

De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:

bevestigt de aangevallen uitspraak.

Aldus vastgesteld door mr. H.G. Sevenster, voorzitter, en mr. N. Verheij en mr. J.H. van Breda, leden, in tegenwoordigheid van mr. D.I. Schipper, griffier.

w.g. Sevenster
voorzitter

w.g. Schipper
griffier

Uitgesproken in het openbaar op 13 september 2023

872-1017


  • Zoeken
  • Link kopiëren
  • Citeren
  • Opslaan als PDF-document

Raad van State

De Raad van State is onafhankelijk adviseur van regering en parlement over wetgeving en bestuur en hoogste algemene bestuursrechter van het land.

  • Meer over ons
  • Vacatures

Contact

De Raad van State bevindt zich in het centrum van Den Haag. Wilt u in contact komen met ons of wilt u ons bezoeken voor een zitting?

  • Telefoon
  • Locatie en route
  • Post en e-mail
  • Wet open overheid
  • Nieuwe zaak starten

Altijd op de hoogte

Ontvang ons nieuws via de abonnementenservice in uw mailbox. Op de hoogte gehouden worden over uitspraken die gedaan worden in bepaalde zaken? Meld u dan aan voor de e-mailservice. Of bekijk de voortgang van een bepaalde procedure bij de Afdeling bestuursrechtspraak.

  • Abonnementenservice
  • E-mailservice uitspraken
  • Voortgang procedure
  • Aanvragen oude uitspraken

Toegankelijkheid | Privacy | Cookiebeleid

Volg ons

  • Bluesky
  • LinkedIn
  • Instagram
  • Mastodon