Ga naar de inhoud
(naar homepage)
lees voor
Direct naar
  • en (Information in English)
  • de (Deutsche Informationen)
  • fr (Informations en français)
  • contact
  • pers
  • werken bij
  • app
  • Actueel
    • Nieuws
    • Zittingsagenda
    • Persagenda
    • Evenementen
    • Piet Hein Donner Scriptieprijs
  • Adviezen
  • Uitspraken
  • Publicaties
    • Brochures
    • Studies en onderzoeken
    • Regelingen
    • Consultaties
    • Jaarverslagen
  • Over ons
    • Raad van State in het kort
    • Organisatie
    • Advisering
    • Bestuursrechtspraak
    • Begrotingstoezicht
    • Toetsing Klimaatwet
    • Geschiedenis
    • Raad van State in beeld
  • Zoeken
  • en
  • de
  • fr
  • contact
  • pers
  • werken bij
  • app
Zoeken

  1. Home ›
  2. Uitspraken ›
  3. Uitspraak 200300255/1

Uitspraak 200300255/1

ECLI
ECLI:NL:RVS:2003:AI0559
Datum uitspraak
30 juli 2003
Inhoudsindicatie
Bij besluit van 18 juni 2001 heeft het college van burgemeester en wethouders van Mook en Middelaar (hierna: het college) appellante onder aanzegging van bestuursdwang gelast de op het perceel, kadastraal bekend gemeente […], sectie […], nummer […], plaatselijk bekend [locatie] te [plaats] (hierna: het perceel), aanwezige caravan binnen één maand te verwijderen.
  • Hoger beroep
  • Hoger Beroep - Bestuursdwang / Dwangsom

Toon inhoud

  • Volledige tekst
Volledige tekst

200300255/1.
Datum uitspraak: 30 juli 2003

AFDELING
BESTUURSRECHTSPRAAK

Uitspraak op het hoger beroep van:

[appellante], wonend te [woonplaats],

tegen de uitspraak van de rechtbank te Roermond van 3 december 2002 in het geding tussen:

appellante

en

het college van burgemeester en wethouders van Mook en Middelaar.

1. Procesverloop

Bij besluit van 18 juni 2001 heeft het college van burgemeester en wethouders van Mook en Middelaar (hierna: het college) appellante onder aanzegging van bestuursdwang gelast de op het perceel, kadastraal bekend gemeente […], sectie […], nummer […], plaatselijk bekend [locatie] te [plaats] (hierna: het perceel), aanwezige caravan binnen één maand te verwijderen.

Bij besluit van 9 april 2002 heeft het college het daartegen door appellante gemaakte bezwaar ongegrond verklaard.

Bij uitspraak van 3 december 2002, verzonden op dezelfde dag, heeft de rechtbank te Roermond (hierna: de rechtbank) het daartegen door appellante ingestelde beroep ongegrond verklaard. Deze uitspraak is aangehecht.

Tegen deze uitspraak heeft appellante bij brief van 11 januari 2003, bij de Raad van State ingekomen op 14 januari 2003, hoger beroep ingesteld. De gronden zijn aangevuld bij een ongedateerde brief, bij de Raad van State ingekomen op 28 januari 2003. Deze brieven zijn aangehecht.

Bij brief van 5 maart 2003 heeft het college een memorie van antwoord ingediend.

De zaak is door een meervoudige kamer van de Afdeling verwezen naar een enkelvoudige.

De Afdeling heeft de zaak ter zitting behandeld op 8 juli 2003, waar appellante in persoon en het college, vertegenwoordigd door J.H.J. Frieling, ambtenaar van de gemeente, zijn verschenen.

2. Overwegingen

2.1. Vast staat dat de caravan in strijd met artikel 40, eerste lid, van de Woningwet zonder de vereiste bouwvergunning op het perceel is geplaatst. Het college was derhalve bevoegd tot handhavend optreden daartegen.

2.2. Alleen in bijzondere gevallen kan het bestuursorgaan afzien van handhavend optreden tegen een illegale situatie. Een bijzonder geval kan worden aangenomen indien concreet zicht bestaat op legalisering van de situatie. Niet in geschil is dat dit zicht ontbrak ten tijde van de beslissing op bezwaar.

2.3. Appellante betoogt dat de rechtbank heeft miskend dat het college het gelijkheidsbeginsel heeft geschonden door haar aan te schrijven en vergelijkbare gevallen niet. Zij heeft met name gewezen op het geval van haar [buurman] die op zijn perceel zonder bouwvergunning twee huisjes heeft geplaatst.

Dit betoog faalt. Gebleken is dat de caravan ongeveer vier jaar geleden op het perceel is geplaatst. Evengenoemde huisjes waren reeds aanwezig op het moment van ter inzagelegging van het ontwerp van het bestemmingsplan “De Bisselt 1985” en vallen onder het in dat plan opgenomen overgangsrecht. Het college heeft dat als een relevant verschil mogen aanmerken, zoals de rechtbank terecht heeft geoordeeld.

2.4. Het hoger beroep is ongegrond. De aangevallen uitspraak moet worden bevestigd.

2.5. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

3. Beslissing

De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State

Recht doende in naam der Koningin:

bevestigt de aangevallen uitspraak.

Aldus vastgesteld door mr. W. van den Brink, Lid van de enkelvoudige kamer, in tegenwoordigheid van mr. I.A. Molenaar, ambtenaar van Staat.

w.g. Van den Brink w.g. Molenaar
Lid van de enkelvoudige kamer ambtenaar van Staat

Uitgesproken in het openbaar op 30 juli 2003

27-412.


  • Zoeken
  • Link kopiëren
  • Citeren
  • Opslaan als PDF-document

Raad van State

De Raad van State is onafhankelijk adviseur van regering en parlement over wetgeving en bestuur en hoogste algemene bestuursrechter van het land.

  • Meer over ons
  • Vacatures

Contact

De Raad van State bevindt zich in het centrum van Den Haag. Wilt u in contact komen met ons of wilt u ons bezoeken voor een zitting?

  • Telefoon
  • Locatie en route
  • Post en e-mail
  • Wet open overheid
  • Nieuwe zaak starten

Altijd op de hoogte

Ontvang ons nieuws via de abonnementenservice in uw mailbox. Op de hoogte gehouden worden over uitspraken die gedaan worden in bepaalde zaken? Meld u dan aan voor de e-mailservice. Of bekijk de voortgang van een bepaalde procedure bij de Afdeling bestuursrechtspraak.

  • Abonnementenservice
  • E-mailservice uitspraken
  • Voortgang procedure
  • Aanvragen oude uitspraken

Toegankelijkheid | Privacy | Cookiebeleid

Volg ons

  • Bluesky
  • LinkedIn
  • Instagram
  • Mastodon