Ga naar de inhoud
(naar homepage)
lees voor
Direct naar
  • en (Information in English)
  • de (Deutsche Informationen)
  • fr (Informations en français)
  • contact
  • pers
  • werken bij
  • app
  • Actueel
    • Nieuws
    • Zittingsagenda
    • Persagenda
    • Evenementen
    • Piet Hein Donner Scriptieprijs
  • Adviezen
  • Uitspraken
  • Publicaties
    • Brochures
    • Studies en onderzoeken
    • Regelingen
    • Consultaties
    • Jaarverslagen
  • Over ons
    • Raad van State in het kort
    • Organisatie
    • Advisering
    • Bestuursrechtspraak
    • Begrotingstoezicht
    • Toetsing Klimaatwet
    • Geschiedenis
    • Raad van State in beeld
  • Zoeken
  • en
  • de
  • fr
  • contact
  • pers
  • werken bij
  • app
Zoeken

  1. Home ›
  2. Uitspraken ›
  3. Uitspraak 202206943/1/V3

Uitspraak 202206943/1/V3

ECLI
ECLI:NL:RVS:2023:3025
Datum uitspraak
7 augustus 2023
Inhoudsindicatie
Bij besluit van 9 november 2022 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid de vreemdeling in bewaring gesteld.
  • Hoger beroep
  • Bewaring

Toon inhoud

  • Volledige tekst
Volledige tekst

202206943/1/V3.
Datum uitspraak: 7 augustus 2023

AFDELING
BESTUURSRECHTSPRAAK

Uitspraak met toepassing van artikel 8:54, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht op het hoger beroep van:

[de vreemdeling],

appellant,

tegen de uitspraak van de rechtbank Den Haag, zittingsplaats Zwolle, van 29 november 2022 in zaak nr. NL22.23605 in het geding tussen:

de vreemdeling

en

de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid.

Procesverloop

Bij besluit van 9 november 2022 heeft de staatssecretaris de vreemdeling in bewaring gesteld.

Bij uitspraak van 29 november 2022 heeft de rechtbank het daartegen door de vreemdeling ingestelde beroep ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding afgewezen.

Tegen deze uitspraak heeft de vreemdeling, vertegenwoordigd door mr. S.T.V. Le, advocaat te Rotterdam, hoger beroep ingesteld.

De staatssecretaris heeft een schriftelijke uiteenzetting gegeven.

Overwegingen

1.       Anders dan de vreemdeling in zijn enige grief heeft aangevoerd, hoeft de staatssecretaris niet voorafgaand aan de inbewaringstelling een uittreksel uit de Justitiële Documentatie op te vragen. Het opvragen van een dergelijk uittreksel is bedoeld om te beoordelen of vastgesteld moet worden dat het Openbaar Ministerie (of, zoals sinds 1 april 2023 ook in paragraaf A3/6.3 van de Vc 2000 is opgenomen, het CJIB) geen bezwaar heeft tegen de uitzetting. Zoals volgt uit de uitspraak van de Afdeling van 8 augustus 2011, ECLI:NL:RVS:2011:BR5037, onder 2.2.3, is het ontbreken van bezwaar bij het Openbaar Ministerie als voorwaarde gesteld voor uitzetting, niet voor inbewaringstelling. Het opvragen van een uittreksel uit de Justitiële Documentatie is dus ook een handeling in het kader van de (feitelijke) uitzetting of overdracht en daarom in beginsel niet vereist voorafgaand aan de inbewaringstelling.

1.1.    Het voorgaande neemt niet weg dat uit het oogpunt van voortvarend handelen van de staatssecretaris kan worden verlangd dat hij wel voorafgaand aan de inbewaringstelling een uittreksel uit de Justitiële Documentatie opvraagt en zo nodig contact met het Openbaar Ministerie opneemt, in het geval de vreemdeling in strafrechtelijke detentie zit, aansluitend op de strafrechtelijke detentie in vreemdelingenbewaring zal worden geplaatst en de uitzettings- of overdrachtsdatum bekend is. Dit komt overeen met het oordeel van de Afdeling in haar uitspraken van 20 december 2022, ECLI:NL:RVS:2022:3820, en 19 april 2023, ECLI:NL:RVS:2023:1504. Gelet hierop heeft de rechtbank terecht geoordeeld dat geen sprake is van een onzorgvuldige voorbereiding van de inbewaringstelling. Het voorgaande laat onverlet dat de staatssecretaris in alle gevallen na de inbewaringstelling voortvarend moet handelen, dus ook met het eventueel opvragen van een uittreksel.

1.2.    De grief faalt.

2.       Het hoger beroep is ongegrond. De uitspraak van de rechtbank wordt bevestigd. De staatssecretaris hoeft geen proceskosten te vergoeden.

Beslissing

De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:

bevestigt de aangevallen uitspraak.

Aldus vastgesteld door mr. H.G. Sevenster, voorzitter, en mr. M. Soffers en mr. J. Schipper-Spanninga, leden, in tegenwoordigheid van mr. R.H.L. Dallinga, griffier.

w.g. Sevenster
voorzitter

w.g. Dallinga
griffier

Uitgesproken in het openbaar op 7 augustus 2023

18-981


  • Zoeken
  • Link kopiëren
  • Citeren
  • Opslaan als PDF-document

Raad van State

De Raad van State is onafhankelijk adviseur van regering en parlement over wetgeving en bestuur en hoogste algemene bestuursrechter van het land.

  • Meer over ons
  • Vacatures

Contact

De Raad van State bevindt zich in het centrum van Den Haag. Wilt u in contact komen met ons of wilt u ons bezoeken voor een zitting?

  • Telefoon
  • Locatie en route
  • Post en e-mail
  • Wet open overheid
  • Nieuwe zaak starten

Altijd op de hoogte

Ontvang ons nieuws via de abonnementenservice in uw mailbox. Op de hoogte gehouden worden over uitspraken die gedaan worden in bepaalde zaken? Meld u dan aan voor de e-mailservice. Of bekijk de voortgang van een bepaalde procedure bij de Afdeling bestuursrechtspraak.

  • Abonnementenservice
  • E-mailservice uitspraken
  • Voortgang procedure
  • Aanvragen oude uitspraken

Toegankelijkheid | Privacy | Cookiebeleid

Volg ons

  • Bluesky
  • LinkedIn
  • Instagram
  • Mastodon