Ga naar de inhoud
(naar homepage)
lees voor
Direct naar
  • en (Information in English)
  • de (Deutsche Informationen)
  • fr (Informations en français)
  • contact
  • pers
  • werken bij
  • app
  • Actueel
    • Nieuws
    • Zittingsagenda
    • Persagenda
    • Evenementen
    • Piet Hein Donner Scriptieprijs
  • Adviezen
  • Uitspraken
  • Publicaties
    • Brochures
    • Studies en onderzoeken
    • Regelingen
    • Consultaties
    • Jaarverslagen
    • Toespraken vice-president
  • Over ons
    • Raad van State in het kort
    • Organisatie
    • Advisering
    • Bestuursrechtspraak
    • Begrotingstoezicht
    • Toetsing Klimaatwet
    • Geschiedenis
    • Raad van State in beeld
  • Zoeken
  • en
  • de
  • fr
  • contact
  • pers
  • werken bij
  • app
Zoeken

  1. Home ›
  2. Uitspraken ›
  3. Uitspraak 200503285/1

Uitspraak 200503285/1

ECLI
ECLI:NL:RVS:2005:AU3862
Datum uitspraak
29 september 2005
Inhoudsindicatie
Bij besluit van 16 juli 2004 heeft de Minister voor Vreemdelingenzaken en Integratie (hierna: de minister) een aanvraag van appellant om wijziging van de beperking van een aan hem verleende verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd afgewezen.
  • Hoger beroep
  • Regulier

Toon inhoud

  • Volledige tekst
Volledige tekst

200503285/1.
Datum uitspraak: 29 september 2005

AFDELING
BESTUURSRECHTSPRAAK

Uitspraak met toepassing van artikel 8:54, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht op het hoger beroep van:

[de vreemdeling],
appellant,

tegen de uitspraak in zaak no. AWB 04/44653 van de rechtbank 's-Gravenhage, nevenzittingsplaats Middelburg, van 31 maart 2005 in het geding tussen:

appellant

en

de Minister voor Vreemdelingenzaken en Integratie.

1.       Procesverloop

Bij besluit van 16 juli 2004 heeft de Minister voor Vreemdelingenzaken en Integratie (hierna: de minister) een aanvraag van appellant om wijziging van de beperking van een aan hem verleende verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd afgewezen.

Bij besluit van 24 september 2004 heeft de minister het daartegen door appellant gemaakte bezwaar ongegrond verklaard. Dit besluit is aangehecht.

Bij uitspraak van 31 maart 2005, verzonden op 1 april 2005, heeft de rechtbank 's-Gravenhage, nevenzittingsplaats Middelburg (hierna: de rechtbank), het daartegen door appellant ingestelde beroep ongegrond verklaard. Deze uitspraak is aangehecht.

Tegen deze uitspraak heeft appellant bij brief, bij de Raad van State binnengekomen op 14 april 2005, hoger beroep ingesteld. Deze brief is aangehecht.

Bij brief van 27 april 2005 heeft de minister een reactie ingediend.

Vervolgens is het onderzoek gesloten.

2.       Overwegingen

2.1.    In grief 2 klaagt appellant dat de rechtbank heeft miskend dat het Verdrag inzake de rechten van het kind (hierna: het IVRK) ertoe verplicht dat een kind wordt gehoord in elke gerechtelijke en bestuurlijke procedure en derhalve appellant in bezwaar had moeten worden gehoord.

2.1.1. Ingevolge artikel 12, eerste lid, van het IVRK verzekeren de Staten die partij zijn bij dit Verdrag het kind dat in staat is zijn of haar eigen mening te vormen, het recht die mening vrijelijk te uiten in alle aangelegenheden die het kind betreffen, waarbij aan de mening van het kind passend belang wordt gehecht in overeenstemming met zijn of haar leeftijd en rijpheid.

Ingevolge het tweede lid wordt het kind hiertoe met name in de gelegenheid gesteld te worden gehoord in iedere gerechtelijke en bestuurlijke procedure die het kind betreft, hetzij rechtstreeks, hetzij door tussenkomst van een vertegenwoordiger of een daarvoor geschikte instelling, op een wijze die verenigbaar is met de procedureregels van het nationale recht.

2.1.2. Uit de tekst noch de strekking van artikel 12 van het IVRK volgt dat deze bepaling tot meer verplicht dan dat aan minderjarigen inzake het horen gelijke waarborgen worden geboden als aan meerderjarigen in soortgelijke procedures. Niet valt in te zien, dat de regeling in artikel 7:3 van de Algemene wet bestuursrecht (hierna: de Awb) in strijd is met de verplichtingen voortvloeiend uit artikel 12 van het IVRK. De bepaling staat er dan ook niet aan in de weg dat de minister, zoals hier, op grond van artikel 7:3 van de Awb afziet van het horen van de minderjarige in bezwaar, mits aan de daarvoor gestelde vereisten is voldaan.

Hetgeen appellant in zijn bezwaarschrift heeft aangevoerd, rechtvaardigt de conclusie dat er, naar objectieve maatstaven bezien, op voorhand redelijkerwijs geen twijfel over mogelijk was dat zijn bezwaren niet konden leiden tot een andersluidend besluit. Voorzover hij daarbij heeft betoogd dat niet zeker is dat voor hem in Angola adequate opvang aanwezig is, heeft hij dit niet met individuele, bijzondere, op de persoon betrekking hebbende feiten en omstandigheden onderbouwd. De minister kon derhalve op grond van artikel 7:3, aanhef en onder b, van de Awb, afzien van het horen van appellant in bezwaar. De grief faalt.

2.1.3. Hetgeen voor het overige is aangevoerd en voldoet aan het bepaalde in artikel 85, eerste en tweede lid, van de Vreemdelingenwet 2000, kan evenmin tot vernietiging van de aangevallen uitspraak leiden. Omdat het aldus aangevoerde geen vragen opwerpt die in het belang van de rechtseenheid, de rechtsontwikkeling of de rechtsbescherming in algemene zin beantwoording behoeven, wordt, gelet op artikel 91, tweede lid, van deze wet, met dat oordeel volstaan.

2.2.    Het hoger beroep is kennelijk ongegrond. De aangevallen uitspraak dient te worden bevestigd.

2.3.    Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

3.       Beslissing

De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State

Recht doende in naam der Koningin:

bevestigt de aangevallen uitspraak.

Aldus vastgesteld door mr. H.G. Lubberdink, Voorzitter, en mr. T.M.A. Claessens en mr. S.J.E. Horstink-von Meyenfeldt, Leden, in tegenwoordigheid van mr. E.D.A.M. Zegveld, ambtenaar van Staat.

w.g. Lubberdink      
Voorzitter

w.g. Zegveld
ambtenaar van Staat

Uitgesproken in het openbaar op 29 september 2005

43-462.


  • Zoeken
  • Link kopiëren
  • Citeren
  • Opslaan als PDF-document

Raad van State

De Raad van State is onafhankelijk adviseur van regering en parlement over wetgeving en bestuur en hoogste algemene bestuursrechter van het land.

  • Meer over ons
  • Vacatures

Contact

De Raad van State bevindt zich in het centrum van Den Haag. Wilt u in contact komen met ons of wilt u ons bezoeken voor een zitting?

  • Telefoon
  • Locatie en route
  • Post en e-mail
  • Wet open overheid
  • Nieuwe zaak starten

Altijd op de hoogte

Ontvang ons nieuws via de abonnementenservice in uw mailbox. Op de hoogte gehouden worden over uitspraken die gedaan worden in bepaalde zaken? Meld u dan aan voor de e-mailservice. Of bekijk de voortgang van een bepaalde procedure bij de Afdeling bestuursrechtspraak.

  • Abonnementenservice
  • E-mailservice uitspraken
  • Voortgang procedure
  • Aanvragen oude uitspraken

Toegankelijkheid | Privacy | Cookiebeleid

Volg ons

  • Bluesky
  • LinkedIn
  • Instagram
  • Mastodon