Ga naar de inhoud
(naar homepage)
lees voor
Direct naar
  • en (Information in English)
  • de (Deutsche Informationen)
  • fr (Informations en français)
  • contact
  • pers
  • werken bij
  • app
  • Actueel
    • Nieuws
    • Zittingsagenda
    • Persagenda
    • Evenementen
    • Piet Hein Donner Scriptieprijs
  • Adviezen
  • Uitspraken
  • Publicaties
    • Brochures
    • Studies en onderzoeken
    • Regelingen
    • Consultaties
    • Jaarverslagen
    • Toespraken vice-president
  • Over ons
    • Raad van State in het kort
    • Organisatie
    • Advisering
    • Bestuursrechtspraak
    • Begrotingstoezicht
    • Toetsing Klimaatwet
    • Geschiedenis
    • Raad van State in beeld
  • Zoeken
  • en
  • de
  • fr
  • contact
  • pers
  • werken bij
  • app
Zoeken

  1. Home ›
  2. Uitspraken ›
  3. Uitspraak 200302708/3

Uitspraak 200302708/3

ECLI
ECLI:NL:RVS:2003:AH9833
Datum uitspraak
9 juli 2003
Inhoudsindicatie
Bij besluit van 25 juli 2002 heeft het dagelijks bestuur van stadsdeel Amsterdam Oud Zuid (hierna: het dagelijks bestuur) aan Stadsdeelwerken, Afdeling Nieuw Werk, van het stadsdeel, vergunning verleend voor de kap van een iep en het verplanten van een aantal lindebomen aan de Gabriël Metsustraat te Amsterdam.
  • Voorlopige voorziening
  • Kapvergunningen

Toon inhoud

  • Volledige tekst
Volledige tekst

200302708/3.
Datum uitspraak: 9 juli 2003

AFDELING
BESTUURSRECHTSPRAAK

Uitspraak van de Voorzitter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State op een verzoek om het treffen van een voorlopige voorziening (artikel 8:81 van de Algemene wet bestuursrecht) hangende het hoger beroep van:

de stichting "Stichting Belangenbehartiging Bewoners en Ondernemers Oud-Zuid", gevestigd te Amsterdam,
verzoekster,

tegen de uitspraak van de voorzieningenrechter van de rechtbank te Amsterdam van 10 april 2003 in het geding tussen:

verzoekster

en

het dagelijks bestuur van stadsdeel Amsterdam Oud Zuid.

1. Procesverloop

Bij besluit van 25 juli 2002 heeft het dagelijks bestuur van stadsdeel Amsterdam Oud Zuid (hierna: het dagelijks bestuur) aan Stadsdeelwerken, Afdeling Nieuw Werk, van het stadsdeel, vergunning verleend voor de kap van een iep en het verplanten van een aantal lindebomen aan de Gabriël Metsustraat te Amsterdam.

Bij besluit van 25 februari 2003 heeft het dagelijks bestuur het daartegen door verzoekster gemaakte bezwaar ongegrond verklaard.

Bij uitspraak van 10 april 2003, verzonden op dezelfde dag, heeft de voorzieningenrechter van de rechtbank te Amsterdam (hierna: de voorzieningenrechter) het daartegen door verzoekster ingestelde beroep ongegrond verklaard.

Tegen deze uitspraak heeft verzoekster bij brief van 28 april 2003, bij de Raad van State ingekomen op dezelfde dag, hoger beroep ingesteld. De gronden zijn aangevuld bij brief van 14 mei 2003.
Voorts heeft verzoekster de Voorzitter verzocht een voorlopige voorziening te treffen.

De Voorzitter heeft op 28 april 2003 bij wijze van voorlopige voorziening het besluit van 25 juli 2002, alsmede dat van 25 februari 2003, voorzover het de iep betreft geschorst en overwogen dat ambtshalve tot opheffing of wijziging van de getroffen voorlopige voorziening kan worden overgegaan.

De Voorzitter heeft het verzoek en de mogelijkheid van opheffing of wijziging van de getroffen voorziening ter zitting behandeld op 12 juni 2003, waar verzoekster, vertegenwoordigd door mr. S.M. van Velsen, advocaat te Amsterdam, H. van der Kleij en M. Lubbers, en het dagelijks bestuur, vertegenwoordigd door mr. J. de Groot en A. van Staalduinen, beiden werkzaam bij het stadsdeel, zijn verschenen.

2. Overwegingen

2.1. Er is thans geen aanleiding om te veronderstellen dat de uitspraak van de voorzieningenrechter in het bodemgeschil niet in stand zal blijven, althans dat geoordeeld zal worden dat de kapvergunning niet verleend had mogen worden.

2.2. Dat brengt mee dat de op 28 april 2003 getroffen voorlopige voorziening dient te worden opgeheven en het verzoek voor het overige dient te worden afgewezen.

2.3. Overigens is namens het dagelijks bestuur ter zitting verklaard dat eerst in september 2003 ter plekke met rioleringswerkzaamheden wordt begonnen en niet vóór september met velling van de iep of verplaatsing van linden, zodat verzoekster nog de gelegenheid heeft om te trachten het dagelijks bestuur ervan te overtuigen dat het de voorkeur verdient dat de aanpassing van de weg zo plaatsvindt, dat het niet tot velling hoeft te komen.

2.5. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

3. Beslissing

De Voorzitter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:

heft de ten aanzien van de iep op 28 april 2003 getroffen voorlopige voorziening op en wijst het verzoek voor het overige af.

Aldus vastgesteld door mr. R.W.L. Loeb, als Voorzitter, in tegenwoordigheid van mr. J.J. Schuurman, ambtenaar van Staat.

w.g. Loeb w.g. Schuurman
Voorzitter ambtenaar van Staat

Uitgesproken in het openbaar op 9 juli 2003

66-282.


  • Zoeken
  • Link kopiëren
  • Citeren
  • Opslaan als PDF-document

Raad van State

De Raad van State is onafhankelijk adviseur van regering en parlement over wetgeving en bestuur en hoogste algemene bestuursrechter van het land.

  • Meer over ons
  • Vacatures

Contact

De Raad van State bevindt zich in het centrum van Den Haag. Wilt u in contact komen met ons of wilt u ons bezoeken voor een zitting?

  • Telefoon
  • Locatie en route
  • Post en e-mail
  • Wet open overheid
  • Nieuwe zaak starten

Altijd op de hoogte

Ontvang ons nieuws via de abonnementenservice in uw mailbox. Op de hoogte gehouden worden over uitspraken die gedaan worden in bepaalde zaken? Meld u dan aan voor de e-mailservice. Of bekijk de voortgang van een bepaalde procedure bij de Afdeling bestuursrechtspraak.

  • Abonnementenservice
  • E-mailservice uitspraken
  • Voortgang procedure
  • Aanvragen oude uitspraken

Toegankelijkheid | Privacy | Cookiebeleid

Volg ons

  • Bluesky
  • LinkedIn
  • Instagram
  • Mastodon