Ga naar de inhoud
(naar homepage)
lees voor
Direct naar
  • en (Information in English)
  • de (Deutsche Informationen)
  • fr (Informations en français)
  • contact
  • pers
  • werken bij
  • app
  • Actueel
    • Nieuws
    • Zittingsagenda
    • Persagenda
    • Evenementen
    • Piet Hein Donner Scriptieprijs
  • Adviezen
  • Uitspraken
  • Publicaties
    • Brochures
    • Studies en onderzoeken
    • Regelingen
    • Consultaties
    • Jaarverslagen
  • Over ons
    • Raad van State in het kort
    • Organisatie
    • Advisering
    • Bestuursrechtspraak
    • Begrotingstoezicht
    • Toetsing Klimaatwet
    • Geschiedenis
    • Raad van State in beeld
  • Zoeken
  • en
  • de
  • fr
  • contact
  • pers
  • werken bij
  • app
Zoeken

  1. Home ›
  2. Uitspraken ›
  3. Uitspraak 200206329/1

Uitspraak 200206329/1

ECLI
ECLI:NL:RVS:2003:AH9457
Datum uitspraak
9 juli 2003
Inhoudsindicatie
Bij uitspraak van 13 november 2002, in zaak no. 200200180/1, heeft de Afdeling de aangevallen uitspraak bevestigd en het verzoek om schadevergoeding afgewezen. De uitspraak is aangehecht.
  • Herziening
  • Bouwen

Toon inhoud

  • Volledige tekst
Volledige tekst

200206329/1.
Datum uitspraak: 9 juli 2003

AFDELING
BESTUURSRECHTSPRAAK

Uitspraak op het verzoek van

[verzoeker], wonend te [woonplaats],

om herziening van de uitspraak van de Afdeling van 13 november 2002, in zaak no. 200200180/1.

1. Procesverloop

Bij uitspraak van 13 november 2002, in zaak no. 200200180/1, heeft de Afdeling de aangevallen uitspraak bevestigd en het verzoek om schadevergoeding afgewezen. De uitspraak is aangehecht.

Bij brief van 28 november 2002 heeft verzoeker de Afdeling verzocht die uitspraak te herzien. Deze brief is aangehecht.

Bij brief van 10 februari 2003 heeft het college van burgemeester en wethouders van Maasdonk (hierna: het college) een memorie van antwoord ingediend.

De Afdeling heeft de zaak ter zitting behandeld op 10 april 2003, waar verzoeker in persoon en het college, vertegenwoordigd door P.H.F.M. van Dongen, ambtenaar der gemeente, zijn verschenen.

2. Overwegingen

2.1. Ingevolge artikel 8:88, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht kan de Afdeling op verzoek van een partij een onherroepelijk geworden uitspraak herzien op grond van feiten of omstandigheden die:

a. hebben plaatsgevonden vóór de uitspraak,

b. bij de indiener van het verzoekschrift vóór de uitspraak niet bekend waren en redelijkerwijs niet bekend konden zijn, en

c. waren zij bij de Afdeling eerder bekend geweest, tot een andere uitspraak zouden hebben kunnen leiden.

2.2. In het verzoekschrift heeft verzoeker vermeld waarom hij het niet eens is met de uitspraak. Hij stelt allereerst dat het hem als leek op juridisch gebied niet bekend was dat expliciet om het nemen van een voorbereidingsbesluit moet worden gevraagd. Vervolgens betoogt verzoeker dat de aanvraag om vrijstelling tevens het verzoek om het nemen van een voorbereidingsbesluit impliceerde en dat hem vóór de uitspraak van de Afdeling niet bekend was en redelijkerwijs niet bekend kon zijn dat de Afdeling dit zou miskennen.

Het bijzondere rechtsmiddel herziening dient er evenwel niet toe om een geschil waarin is beslist, naar aanleiding van de uitspraak opnieuw aan de rechter voor te leggen. Verzoeker draagt verder geen feiten of omstandigheden als bedoeld in voormelde bepaling aan. Er bestaat voorts geen grond voor het betoog dat uit de aangebrachte correctie in de beslissing op bezwaar, zoals die is gehecht aan de uitspraak van de Afdeling, volgt, dat deze beslissing betrekking had op een ander bezwaar. De wijziging behelst immers niets meer dan een verbetering van de datum waarop het bezwaarschrift - met het kenmerk CBWM0269-CBVBA-E1 - is gedateerd.

2.3. Het verzoek dient als ongegrond te worden afgewezen.

2.4. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

3. Beslissing

De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State

Recht doende in naam der Koningin:

wijst het verzoek af.

Aldus vastgesteld door mr. C. de Gooijer, Voorzitter, en mr. P.A. Offers en mr. J.E.M. Polak, Leden, in tegenwoordigheid van mr. P. Lodder, ambtenaar van Staat.

De Voorzitter w.g. Lodder
is verhinderd de uitspraak ambtenaar van Staat
te ondertekenen.

Uitgesproken in het openbaar op 9 juli 2003

17-406.


  • Zoeken
  • Link kopiëren
  • Citeren
  • Opslaan als PDF-document

Raad van State

De Raad van State is onafhankelijk adviseur van regering en parlement over wetgeving en bestuur en hoogste algemene bestuursrechter van het land.

  • Meer over ons
  • Vacatures

Contact

De Raad van State bevindt zich in het centrum van Den Haag. Wilt u in contact komen met ons of wilt u ons bezoeken voor een zitting?

  • Telefoon
  • Locatie en route
  • Post en e-mail
  • Wet open overheid
  • Nieuwe zaak starten

Altijd op de hoogte

Ontvang ons nieuws via de abonnementenservice in uw mailbox. Op de hoogte gehouden worden over uitspraken die gedaan worden in bepaalde zaken? Meld u dan aan voor de e-mailservice. Of bekijk de voortgang van een bepaalde procedure bij de Afdeling bestuursrechtspraak.

  • Abonnementenservice
  • E-mailservice uitspraken
  • Voortgang procedure
  • Aanvragen oude uitspraken

Toegankelijkheid | Privacy | Cookiebeleid

Volg ons

  • Bluesky
  • LinkedIn
  • Instagram
  • Mastodon