Uitspraak 202207010/2/R2
- ECLI
- ECLI:NL:RVS:2023:1213
- Datum uitspraak
- 21 maart 2023
- Inhoudsindicatie
- Het verzoek richt zich tegen het besluit van de raad van de gemeente Goirle van 4 oktober 2022, waarbij het bestemmingsplan "Zuidrand Goirle, locatie Van Besouw fase 2" is vastgesteld. [verzoeker] heeft de voorzieningenrechter verzocht een voorlopige voorziening te treffen.
- Mondelinge uitspraak
- RO - Noord-Brabant
Toon inhoud
202207010/2/R2.
Datum uitspraak: 21 maart 2023
AFDELING
BESTUURSRECHTSPRAAK
PROCES-VERBAAL van de mondelinge uitspraak van de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State op het verzoek om het treffen van een voorlopige voorziening (artikel 8:81 van de Algemene wet bestuursrecht) in het geding tussen:
[verzoeker], wonend te Goirle,
en
de raad van de gemeente Goirle,
verweerder.
Openbare zitting gehouden op 21 maart 2023 om 10:00 uur.
Tegenwoordig:
Staatsraad mr. H.C.P. Venema, voorzieningenrechter
griffier: mr. R.M. Ahmady-Pikart
Verschenen:
[verzoeker], de raad van de gemeente Goirle, vertegenwoordigd door mr. J.R.E.M. Ludwig en mw. J.J.M. Kluitmans. Voorts is verschenen Nederlandse Bouw Unie Projectontwikkeling IV B.V.
====================================
Het verzoek richt zich tegen het besluit van de raad van 4 oktober 2022, waarbij het bestemmingsplan "Zuidrand Goirle, locatie Van Besouw fase 2" is vastgesteld. [verzoeker] heeft de voorzieningenrechter verzocht een voorlopige voorziening te treffen.
Beslissing
De voorzieningenrechter wijst het verzoek af.
Gronden
• Op zitting heeft de voorzieningenrechter geconstateerd dat er een verschil bestaat tussen het aantal openbare parkeerplaatsen dat volgens de planregels moet worden gerealiseerd en het aantal parkeerplaatsen dat volgens de in het plan opgenomen CROW-parkeernormen en de daarop gebaseerde berekening moet worden gerealiseerd. De raad heeft toegelicht dat dit verschil komt door al gerealiseerde parkeerplaatsen in fase 1 en verzocht dit aantal - indien de Afdeling dit nodig acht - te wijzigen in de planregels door zelf te voorzien. Hierin ziet de voorzieningenrechter geen aanleiding om het verzoek toe te wijzen, omdat het totale aantal parkeerplaatsen in het ‘moederplan’ (fase 1 en fase 2 bij elkaar) voldoet aan de parkeernorm in het bestemmingsplan en zo nodig in de hoofdzaak zelf in de zaak kan worden voorzien.
• Het beroep van [verzoeker] op de ASVV-normen voor de afmeting van parkeervakken slaagt niet. De voorzieningenrechter vraagt zich af of deze normen strekken tot de bescherming van de belangen van [verzoeker] en bovendien is er met de toelichting op zitting geen reden om aan te nemen dat de maatvoering niet klopt.
• Op basis van het verkeersonderzoek door de Antea Group heeft de raad mogen vaststellen dat het plan niet tot een onaanvaardbare verkeerssituatie leidt. Verzoeker heeft daartegen geen eigen deskundig onderzoek ingebracht en ook geen concrete aanknopingspunten aangevoerd waarom dit onderzoek onjuist is. De enkele vrees voor verkeersoverlast is onvoldoende te twijfelen aan de bevindingen van dit onderzoek.
• [verzoeker] kan ook geen beroep doen op de regels voor de bescherming van Natura 2000-gebieden. Het dichtstbijzijnde Natura 2000-gebied ligt op een afstand van ruim 2 km van de woning van verzoeker. Dit maakt daarom geen deel uit van de leefomgeving van [verzoeker]. Aan de vraag of het bestemmingsplan te veel stikstofdepositie veroorzaakt wordt daarom niet toegekomen (artikel 8:69a van de Awb).
• Artikel 8 van de planregels bevat algemene afwijkingsregels, waaronder een afwijkingsbevoegdheid voor het oprichten van een zend-, ontvangst- en sirenemast. Dit is een gebruikelijke afwijkingsbevoegdheid en er is geen aanleiding om aan te nemen dat deze in beroep geen stand houdt. Bij gebruikmaking van deze afwijkingsmogelijkheid zal moeten worden beoordeeld welke belangen in het geding zijn en hoe die belangen moeten worden afgewogen ten opzichte van het belang bij het oprichten van een mast. Indien [verzoeker] van mening is dat zijn belang onvoldoende is betrokken, dan kan hij dit in een dan te voeren procedure aan de orde stellen.
• De raad hoeft geen proceskosten te vergoeden.
w.g. Venema
voorzieningenrechter
w.g. Ahmady-Pikart
griffier
638