Ga naar de inhoud
(naar homepage)
lees voor
Direct naar
  • en (Information in English)
  • de (Deutsche Informationen)
  • fr (Informations en français)
  • contact
  • pers
  • werken bij
  • app
  • Actueel
    • Nieuws
    • Zittingsagenda
    • Persagenda
    • Evenementen
    • Piet Hein Donner Scriptieprijs
  • Adviezen
  • Uitspraken
  • Publicaties
    • Brochures
    • Studies en onderzoeken
    • Regelingen
    • Consultaties
    • Jaarverslagen
  • Over ons
    • Raad van State in het kort
    • Organisatie
    • Advisering
    • Bestuursrechtspraak
    • Begrotingstoezicht
    • Toetsing Klimaatwet
    • Geschiedenis
    • Raad van State in beeld
  • Zoeken
  • en
  • de
  • fr
  • contact
  • pers
  • werken bij
  • app
Zoeken

  1. Home ›
  2. Uitspraken ›
  3. Uitspraak 200302503/1

Uitspraak 200302503/1

ECLI
ECLI:NL:RVS:2003:136
Datum uitspraak
20 juni 2003
Inhoudsindicatie
Bij besluit van 7 april 2003, kenmerk SB/MIL/LG/hl/2003/1035, heeft verweerder aan verzoekster ter zake van een ondergrondse opslagtank op het perceel [locatie 4] te Haarlem een last onder dwangsom als geregeld in artikel 5:32, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht opgelegd. De dwangsom is vastgesteld op € 1000,00 per week, dat niet wordt voldaan aan artikel 13, vierde lid, en bijlage VI, hoofdstuk II, voorschriften 1 en 4, en hoofdstuk III van het Besluit opslaan in ondergrondse tanks 1998 (hierna: Boot 1998). Daarbij is bepaald dat de ondergrondse opslagtank alsmede de appendages en leidingen in hun geheel moeten worden verwijderd. Het maximum waarboven geen dwangsom meer wordt verbeurd is vastgesteld op € 15.000,00.
  • Voorlopige voorziening
  • Milieu - Bestuursdwang / Dwangsom

Toon inhoud

  • Volledige tekst
Volledige tekst

200302503/1.
Datum uitspraak: 20 juni 2003

AFDELING
BESTUURSRECHTSPRAAK

Uitspraak van de Voorzitter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State op een verzoek om het treffen van een voorlopige voorziening (artikel 8:81 van de Algemene wet bestuursrecht) in het geding tussen:

de vereniging "Vereniging van eigenaars [locatie 1], [locatie 2], [locatie 3], [locatie 4] en [locatie 5]", gevestigd te Haarlem,
verzoekster,

en

het college van burgemeester en wethouders van Haarlem,
verweerder.

1. Procesverloop

Bij besluit van 7 april 2003, kenmerk SB/MIL/LG/hl/2003/1035, heeft verweerder aan verzoekster ter zake van een ondergrondse opslagtank op het perceel [locatie 4] te Haarlem een last onder dwangsom als geregeld in artikel 5:32, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht opgelegd. De dwangsom is vastgesteld op € 1000,00 per week, dat niet wordt voldaan aan artikel 13, vierde lid, en bijlage VI, hoofdstuk II, voorschriften 1 en 4, en hoofdstuk III van het Besluit opslaan in ondergrondse tanks 1998 (hierna: Boot 1998). Daarbij is bepaald dat de ondergrondse opslagtank alsmede de appendages en leidingen in hun geheel moeten worden verwijderd. Het maximum waarboven geen dwangsom meer wordt verbeurd is vastgesteld op € 15.000,00.

Tegen dit besluit heeft verzoekster bezwaar gemaakt.
Bij brief van 17 april 2003, bij de Raad van State ingekomen op 18 april 2003, heeft verzoekster de Voorzitter verzocht een voorlopige voorziening te treffen.

De Voorzitter heeft het verzoek ter zitting behandeld op 19 mei 2003, waar verzoekster, vertegenwoordigd door mr. J.F. Verheijen, gemachtigde en M.A.M. Augustijn, en verweerder, vertegenwoordigd door mr. L.E.A.M. Grapperhaus en H.O. Rösingh, gemachtigden, zijn verschenen.

2. Overwegingen

2.1. De bij het bestreden besluit opgelegde last onder dwangsom heeft betrekking op een ondergrondse olietank in één van de tuinen behorende bij het perceel en gebouw waarvan de leden van verzoekster eigenaar zijn.

2.2. Verzoekster voert aan dat de last onder dwangsom ten onrechte tot haar is gericht omdat zij niet als eigenaar van de tank kan worden aangemerkt. Subsidiair heeft zij voorzover het betreft de inhoud van de last betoogd dat het verwijderen van de tank schade aan de fundering en verzakkingen van omliggende woningen tot gevolg kan hebben. Daarom kan het verwijderen van de tank niet worden verlangd en is in plaats daarvan, gelet op artikel 18 van het Boot 1998, het onklaar maken van de tank aangewezen.

2.3. Ingevolge artikel 18, eerste lid, in samenhang met het vierde lid, van het Boot 1998, voorzover hier van belang, wordt indien het opslaan van een vloeistof in de ondergrondse tank voor 1 maart 1993 is beëindigd en de tank op 1 maart 1999 nog niet is verwijderd of onklaar gemaakt zo spoedig mogelijk doch in ieder geval binnen acht weken nadat de eigenaar met de tank bekend is, verwijderd tenzij verwijdering als gevolg van de ligging van de tank redelijkerwijs niet kan worden gevergd. In dat geval moet de tank onklaar worden gemaakt. Het verwijderen of onklaar maken geschiedt overeenkomstig de voorschriften, opgenomen in bijlage VI.

2.4. De Voorzitter acht het gelet op de stukken aannemelijk dat het gebruik van de tank voor het opslaan van vloeistof voor 1 maart 1993 is beëindigd. Vaststaat echter dat de ondergrondse tank niet onklaar is gemaakt overeenkomstig het Boot 1998. Derhalve is artikel 18 van het Boot 1998 van toepassing.

Gezien de stukken moet het er voor worden gehouden dat het beheer van de ondergrond waarin de ondergrondse tank is gelegen, geen aangelegenheid is van de eigenaar van het appartementsrecht van de woning [locatie 4]. Dat het gebruik van de tuin is voorbehouden aan de eigenaar van het appartementsrecht van de woning [locatie 4] vermag hieraan niet af te doen. Gelet op het vorenstaande kan naar het oordeel van de Voorzitter voorshands niet worden gezegd, dat verweerder de last onder dwangsom niet tot verzoekster heeft kunnen richten.

Met betrekking tot de vraag of verweerder in het kader van de uitoefening van zijn bevoegdheid tot handhaving de last onder dwangsom heeft kunnen stellen op – kort gezegd - het niet verwijderen van de ondergrondse opslagtank overweegt de Voorzitter het volgende. Het perceel waar de opslagtank is gelegen, is geheel omsloten door bebouwing. Gezien de bodemsituatie ter plaatse is geenszins uitgesloten dat alvorens de tank te verwijderen verlaging van de grondwaterstand en bemaling noodzakelijk zijn. Hierbij is mede van belang of de ondergrondse tank verankerd is, hetgeen mede gelet op het verhandelde ter zitting niet onaannemelijk is. Die omstandigheid is echter niet onderzocht. Voorts bieden de stukken en het verhandelde ter zitting onvoldoende duidelijkheid over de mogelijkheden om de opslagtank van het perceel te verwijderen.

Gezien het vorenstaande is het bestreden besluit naar het oordeel van de Voorzitter in strijd met artikel 3:2 van de Algemene wet bestuursrecht niet met de vereiste zorgvuldigheid voorbereid. Gelet hierop ziet de Voorzitter aanleiding de hierna vermelde voorlopige voorziening te treffen.

2.5. Verweerder dient op na te melden wijze in de proceskosten te worden veroordeeld.

3. Beslissing

De Voorzitter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:

I. schorst bij wijze van voorlopige voorziening het besluit van het college van burgemeester en wethouders van Haarlem van 7 april 2003, kenmerk SB/MIL/LG/hl/2003/1035, tot zes weken na de bekendmaking van de beslissing op het bezwaar, met dien verstande dat indien binnen die termijn wordt verzocht om het treffen van een voorlopige voorziening, de schorsing doorloopt totdat op dat verzoek is beslist;

II. veroordeelt het college van burgemeester en wethouders van Haarlem in de door verzoekster in verband met de behandeling van het verzoek gemaakte proceskosten tot een bedrag van € 644,00, welk bedrag geheel is toe te rekenen aan door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand; het bedrag dient door de gemeente Haarlem te worden betaald aan verzoekster;

III. gelast dat de gemeente Haarlem aan verzoekster het door haar voor de behandeling van het verzoek betaalde griffierecht (€ 232,00) vergoedt.

Aldus vastgesteld door mr. K. Brink, als Voorzitter, in tegenwoordigheid van mr. P.A. Melse, ambtenaar van Staat.

w.g. Brink w.g. Melse
Voorzitter ambtenaar van Staat

Uitgesproken in het openbaar op 20 juni 2003

191.


  • Zoeken
  • Link kopiëren
  • Citeren
  • Opslaan als PDF-document

Raad van State

De Raad van State is onafhankelijk adviseur van regering en parlement over wetgeving en bestuur en hoogste algemene bestuursrechter van het land.

  • Meer over ons
  • Vacatures

Contact

De Raad van State bevindt zich in het centrum van Den Haag. Wilt u in contact komen met ons of wilt u ons bezoeken voor een zitting?

  • Telefoon
  • Locatie en route
  • Post en e-mail
  • Wet open overheid
  • Nieuwe zaak starten

Altijd op de hoogte

Ontvang ons nieuws via de abonnementenservice in uw mailbox. Op de hoogte gehouden worden over uitspraken die gedaan worden in bepaalde zaken? Meld u dan aan voor de e-mailservice. Of bekijk de voortgang van een bepaalde procedure bij de Afdeling bestuursrechtspraak.

  • Abonnementenservice
  • E-mailservice uitspraken
  • Voortgang procedure
  • Aanvragen oude uitspraken

Toegankelijkheid | Privacy | Cookiebeleid

Volg ons

  • Bluesky
  • LinkedIn
  • Instagram
  • Mastodon