Ga naar de inhoud
(naar homepage)
lees voor
Direct naar
  • en (Information in English)
  • de (Deutsche Informationen)
  • fr (Informations en français)
  • contact
  • pers
  • werken bij
  • app
  • Actueel
    • Nieuws
    • Zittingsagenda
    • Persagenda
    • Evenementen
    • Piet Hein Donner Scriptieprijs
  • Adviezen
  • Uitspraken
  • Publicaties
    • Brochures
    • Studies en onderzoeken
    • Regelingen
    • Consultaties
    • Jaarverslagen
    • Toespraken vice-president
  • Over ons
    • Raad van State in het kort
    • Organisatie
    • Advisering
    • Bestuursrechtspraak
    • Begrotingstoezicht
    • Toetsing Klimaatwet
    • Geschiedenis
    • Raad van State in beeld
  • Zoeken
  • en
  • de
  • fr
  • contact
  • pers
  • werken bij
  • app
Zoeken

  1. Home ›
  2. Uitspraken ›
  3. Uitspraak 200204357/1

Uitspraak 200204357/1

ECLI
ECLI:NL:RVS:2003:AG1736
Datum uitspraak
18 juni 2003
Inhoudsindicatie
Bij besluit van 26 juni 2001 heeft verweerder krachtens het Besluit horeca-,. sport- en recreatie-inrichtingen milieubeheer (hierna: het Besluit) nadere eisen gesteld aan de inrichting van appellant, geheten "[naam]", gelegen op het perceel [locatie] te [plaats].
  • Eerste aanleg - meervoudig
  • Milieu - Overige

Toon inhoud

  • Volledige tekst
Volledige tekst

200204357/1.
Datum uitspraak: 18 juni 2003

AFDELING
BESTUURSRECHTSPRAAK

Uitspraak in het geding tussen:

[appellant], wonend te [woonplaats],

en

het college van burgemeester en wethouders van Hellevoetsluis,
verweerder.

1. Procesverloop

Bij besluit van 26 juni 2001 heeft verweerder krachtens het Besluit horeca-,. sport- en recreatie-inrichtingen milieubeheer (hierna: het Besluit) nadere eisen gesteld aan de inrichting van appellant, geheten "[naam]", gelegen op het perceel [locatie] te [plaats].

Bij besluit van 27 juni 2002, verzonden op 28 juni 2002, heeft verweerder het hiertegen gemaakte bezwaar niet-ontvankelijk verklaard

Tegen dit besluit heeft appellant bij brief van 8 augustus 2002, bij de Raad van State ingekomen op 9 augustus 2002, beroep ingesteld.

Bij brief van 26 september 2002, ingekomen bij de Raad van State
per faxbericht op dezelfde datum, heeft verweerder een verweerschrift ingediend.

Na afloop van het vooronderzoek zijn nadere stukken ontvangen van appellant. Deze zijn aan de andere partij toegezonden.

De Afdeling heeft de zaak ter zitting behandeld op 27 februari 2003, waar appellant, vertegenwoordigd door mr. J.C. Kant, gemachtigde, en verweerder, vertegenwoordigd door P.A. van der Wurff, ambtenaar van de gemeente en mr. M.M.W. Schrier, E. Miggelbrink en G. Puk, gemachtigden, zijn verschenen.

2. Overwegingen

2.1. Ingevolge artikel 6:5, eerste lid, aanhef en onder d, van de Algemene wet bestuursrecht bevat een bezwaarschrift de gronden van het bezwaar. Indien niet is voldaan aan artikel 6:5 kan het bezwaar ingevolge artikel 6:6 van de Algemene wet bestuursrecht niet-ontvankelijk worden verklaard, mits de indiener de gelegenheid heeft gehad het verzuim te herstellen binnen een hem daartoe gestelde termijn.

2.2. Vaststaat dat het bezwaarschrift dat appellant heeft ingediend tegen het besluit van 26 juni 2001 in strijd met artikel 6:5 van de Algemene wet bestuursrecht niet de gronden bevat waarop het bezwaar berust. Verweerder heeft daarop bij brief van 5 september 2001 appellant tot 4 oktober 2002 in de gelegenheid gesteld dit verzuim te herstellen en de gronden in te dienen. Deze brief is aangetekend verzonden naar het door appellant in het bezwaarschrift vermelde adres, maar is wegens onbestelbaarheid retour gezonden aan verweerder, omdat op dat adres geen brievenbus of bel aanwezig was.

De Afdeling is van oordeel dat, gelet op het vorenstaande, geen sprake is van een onjuiste verzending van de brief van 5 september 2001. Verweerder mocht ervan uitgaan dat het adres dat appellant zelf in zijn bezwaarschrift heeft vermeld, juist is. De Afdeling overweegt dat het door appellant hiertegen aangevoerde, dat verweerder had moeten weten dat appellant niet op het in het bezwaarschrift vermelde adres woont en dat verweerder daarom onderzoek had moeten verrichten naar de juiste adressering, niet kan worden aanvaard.

Nu appellant heeft verzuimd de gronden van het bezwaar in te dienen, heeft verweerder het bezwaar van appellant terecht niet-ontvankelijk verklaard.

2.3. Het beroep is ongegrond.

2.4. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

3. Beslissing

De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State

Recht doende in naam der Koningin:

verklaart het beroep ongegrond.

Aldus vastgesteld door mr. Th.G. Drupsteen, Voorzitter, en mr. J.R. Schaafsma en mr. P.C.E. van Wijmen, Leden, in tegenwoordigheid van mr. mr. T.I. van Koten, ambtenaar van Staat.

w.g. Drupsteen w.g. Van Koten
Voorzitter ambtenaar van Staat

Uitgesproken in het openbaar op 18 juni 2003

324.


  • Zoeken
  • Link kopiëren
  • Citeren
  • Opslaan als PDF-document

Raad van State

De Raad van State is onafhankelijk adviseur van regering en parlement over wetgeving en bestuur en hoogste algemene bestuursrechter van het land.

  • Meer over ons
  • Vacatures

Contact

De Raad van State bevindt zich in het centrum van Den Haag. Wilt u in contact komen met ons of wilt u ons bezoeken voor een zitting?

  • Telefoon
  • Locatie en route
  • Post en e-mail
  • Wet open overheid
  • Nieuwe zaak starten

Altijd op de hoogte

Ontvang ons nieuws via de abonnementenservice in uw mailbox. Op de hoogte gehouden worden over uitspraken die gedaan worden in bepaalde zaken? Meld u dan aan voor de e-mailservice. Of bekijk de voortgang van een bepaalde procedure bij de Afdeling bestuursrechtspraak.

  • Abonnementenservice
  • E-mailservice uitspraken
  • Voortgang procedure
  • Aanvragen oude uitspraken

Toegankelijkheid | Privacy | Cookiebeleid

Volg ons

  • Bluesky
  • LinkedIn
  • Instagram
  • Mastodon