Ga naar de inhoud
(naar homepage)
lees voor
Direct naar
  • en (Information in English)
  • de (Deutsche Informationen)
  • fr (Informations en français)
  • contact
  • pers
  • werken bij
  • app
  • Actueel
    • Nieuws
    • Zittingsagenda
    • Persagenda
    • Evenementen
    • Piet Hein Donner Scriptieprijs
  • Adviezen
  • Uitspraken
  • Publicaties
    • Brochures
    • Studies en onderzoeken
    • Regelingen
    • Consultaties
    • Jaarverslagen
    • Toespraken vice-president
  • Over ons
    • Raad van State in het kort
    • Organisatie
    • Advisering
    • Bestuursrechtspraak
    • Begrotingstoezicht
    • Toetsing Klimaatwet
    • Geschiedenis
    • Raad van State in beeld
  • Zoeken
  • en
  • de
  • fr
  • contact
  • pers
  • werken bij
  • app
Zoeken

  1. Home ›
  2. Uitspraken ›
  3. Uitspraak 200303346/2

Uitspraak 200303346/2

ECLI
ECLI:NL:RVS:2003:145
Datum uitspraak
16 juni 2003
Inhoudsindicatie
Bij besluit van 21 mei 2002, kenmerk DGWM/2002/1999 heeft verweerder krachtens artikel 44 van de Wet bodembescherming verzoekster bevolen de sanering van het geval van bodemverontreiniging aan de [locatie 1] te [plaats] binnen een termijn van 12 weken in overeenstemming te brengen met het saneringsplan voor deze locatie.
  • Voorlopige voorziening
  • Bodembescherming

Toon inhoud

  • Volledige tekst
Volledige tekst

200303346/2.
Datum uitspraak: 16 juni 2003

AFDELING
BESTUURSRECHTSPRAAK

Uitspraak van de Voorzitter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State op een verzoek om het treffen van een voorlopige voorziening (artikel 8:81 van de Algemene wet bestuursrecht) in het geding tussen:

de stichting "Stichting Uitvoering Bodemsanering Amovering Tankstations", gevestigd te Rotterdam,
verzoekster,

en

het college van gedeputeerde staten van Zuid-Holland,
verweerder.

1. Procesverloop

Bij besluit van 21 mei 2002, kenmerk DGWM/2002/1999 heeft verweerder krachtens artikel 44 van de Wet bodembescherming verzoekster bevolen de sanering van het geval van bodemverontreiniging aan de [locatie 1] te [plaats] binnen een termijn van 12 weken in overeenstemming te brengen met het saneringsplan voor deze locatie.

Bij besluit van 15 april 2003, kenmerk DGWM/DMB/03/2546, heeft verweerder het hiertegen gemaakte bezwaar gegrond verklaard en het besluit van 21 mei 2002 herroepen wat de termijn betreft.

Tegen dit besluit heeft verzoekster bij brief van 23 mei 2003, bij de Raad van State ingekomen op 26 mei 2003, beroep ingesteld. Bij brief van 23 mei 2003, bij de Raad van State ingekomen op 26 mei 2003, heeft verzoekster de Voorzitter verzocht een voorlopige voorziening te treffen.

De Voorzitter heeft het verzoek ter zitting behandeld op 10 juni 2003. Verzoekster is daar vertegenwoordigd door mr. B.M. Winters, advocaat
te Rotterdam en J.L. Schippers en C.J. Kammeraat, gemachtigden. Verweerder is vertegenwoordigd door mr. J.A.M. van Hagen en ing.
M.J.M. Daudt, ambtenaren van de provincie.

2. Overwegingen

2.1. Het oordeel van de Voorzitter heeft een voorlopig karakter en is niet bindend in de bodemprocedure.

2.2. Voorzover verzoekster de rechtmatigheid van het correctiebevel en de daaraan verbonden begin- en eindtermijn ten aanzien van de sanering van de Oosterlekdijk heeft betwist, overweegt de Voorzitter het volgende.

2.2.1. De Voorzitter acht het op zichzelf aannemelijk dat aan een bevel krachtens artikel 44 van de Wet bodembescherming termijnen verbonden kunnen worden. De Voorzitter betwijfelt echter of dergelijke termijnen ook gebaseerd kunnen worden op andere dan milieurelevante gronden, zoals in dit geval het belang van de toegankelijkheid van de Oosterlekdijk na afloop van de schoolvakanties.

Verder moet er aan de hand van de zitting ernstig aan worden getwijfeld of de uitvoering van de ontgravingswerkzaamheden feitelijk mogelijk is binnen de daarvoor gestelde termijn.

Van actuele humane risico’s is niet gebleken.

2.2.2. Het vorenoverwogene geeft de Voorzitter reeds aanleiding om het besluit op dit onderdeel te schorsen. De vraag of verzoekster gehouden is om de restverontreiniging in de Oosterlekdijk te saneren, hoeft in deze procedure daarom niet meer te worden beantwoord.

2.3. Betreffende het correctiebevel voor de sanering onder de woningen [locatie 2] en [locatie 3] overweegt de Voorzitter het volgende.

2.3.1. Partijen zijn sterk verdeeld over het antwoord op de vraag welke mate van verontreiniging onder die woningen aanwezig is en wie eventuele sanering ter plaatse dient uit te voeren. Deze procedure leent zich niet voor een inhoudelijk oordeel over die geschilpunten. Op grond van het ter zitting verhandelde kan worden aangenomen dat er geen actuele humane risico’s zijn die noodzaken tot het aanvangen van de sanering binnen de in het besluit gestelde termijn van 12 weken. Gelet op de betrokken belangen oordeelt de Voorzitter dat op dit onderdeel de behandeling van de hoofdzaak kan worden afgewacht en dat er aanleiding bestaat ook dit onderdeel van het bestreden besluit te schorsen.

2.4. Concluderend komt het verzoek geheel voor toewijzing in aanmerking.

2.5. Verweerder dient te worden veroordeeld in de proceskosten.

3. Beslissing

De Voorzitter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:

I. schorst het besluit van het college van gedeputeerde staten van Zuid-Holland van 15 april 2003, DGWM/DMB/03/2546, en het besluit van 21 mei 2002, DGWM/2002/1999, voorzover dat bij het besluit van 15 april 2003 is gehandhaafd;

II. veroordeelt het college van gedeputeerde staten van Zuid-Holland in de door verzoekster in verband met de behandeling van het verzoek gemaakte proceskosten tot een bedrag van € 644,00, welk bedrag geheel is toe te rekenen aan door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand; het bedrag dient door de provincie Zuid-Holland te worden betaald aan verzoekster;

III. gelast dat de provincie Zuid-Holland aan verzoekster het door haar voor de behandeling van het verzoek betaalde griffierecht (€ 232,00) vergoedt.

Aldus vastgesteld door mr. W. Konijnenbelt, als Voorzitter, in tegenwoordigheid van mr. M.A.G. Stolker, ambtenaar van Staat.

w.g. Konijnenbelt w.g. Stolker
Voorzitter ambtenaar van Staat

Uitgesproken in het openbaar op 16 juni 2003

157.


  • Zoeken
  • Link kopiëren
  • Citeren
  • Opslaan als PDF-document

Raad van State

De Raad van State is onafhankelijk adviseur van regering en parlement over wetgeving en bestuur en hoogste algemene bestuursrechter van het land.

  • Meer over ons
  • Vacatures

Contact

De Raad van State bevindt zich in het centrum van Den Haag. Wilt u in contact komen met ons of wilt u ons bezoeken voor een zitting?

  • Telefoon
  • Locatie en route
  • Post en e-mail
  • Wet open overheid
  • Nieuwe zaak starten

Altijd op de hoogte

Ontvang ons nieuws via de abonnementenservice in uw mailbox. Op de hoogte gehouden worden over uitspraken die gedaan worden in bepaalde zaken? Meld u dan aan voor de e-mailservice. Of bekijk de voortgang van een bepaalde procedure bij de Afdeling bestuursrechtspraak.

  • Abonnementenservice
  • E-mailservice uitspraken
  • Voortgang procedure
  • Aanvragen oude uitspraken

Toegankelijkheid | Privacy | Cookiebeleid

Volg ons

  • Bluesky
  • LinkedIn
  • Instagram
  • Mastodon