Uitspraak 200303450/1
- ECLI
- ECLI:NL:RVS:2003:146
- Datum uitspraak
- 16 juni 2003
- Inhoudsindicatie
- Bij besluit van 14 april 2003, kenmerk 00054853, heeft verweerder bepaald dat [verzoekster] een dwangsom als bedoeld in artikel 5:32 van de Algemene wet bestuursrecht verbeurt bij overtreding van voorschrift 4c van de vergunning krachtens de Wet verontreiniging oppervlaktewateren van 5 september 2002.
- Voorlopige voorziening
- Milieu - Bestuursdwang / Dwangsom
Toon inhoud
200303450/1.
Datum uitspraak: 16 juni 2003
AFDELING
BESTUURSRECHTSPRAAK
Uitspraak van de Voorzitter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State op een verzoek om het treffen van een voorlopige voorziening (artikel 8:81 van de Algemene wet bestuursrecht) in het geding tussen:
[verzoekster], gevestigd te [plaats],
en
het college van dijkgraaf en heemraden van het waterschap Veluwe,
verweerder.
1. Procesverloop
Bij besluit van 14 april 2003, kenmerk 00054853, heeft verweerder bepaald dat [verzoekster] een dwangsom als bedoeld in artikel 5:32 van de Algemene wet bestuursrecht verbeurt bij overtreding van voorschrift 4c van de vergunning krachtens de Wet verontreiniging oppervlaktewateren van 5 september 2002.
Tegen dit besluit heeft verzoekster bezwaar gemaakt. Bij brief van 23 mei 2003, bij de Raad van State ingekomen op 26 mei 2003, heeft verzoekster de Voorzitter verzocht een voorlopige voorziening te treffen.
De Voorzitter heeft het verzoek ter zitting behandeld op 10 juni 2003. Daar is verzoekster vertegenwoordigd door mr. Th.A.G. Vermeulen, advocaat te Rosmalen en [gemachtigde]. Verweerder is daar vertegenwoordigd door D. Djulbic, L. Groen en R. van Dalen, ambtenaren van waterschap.
2. Overwegingen
2.1. Vast staat dat verzoekster heeft gehandeld in strijd met voorschrift 4.c van de vergunning, zodat verweerder bevoegd was tot het opleggen van een last onder dwangsom.
2.2. De stelling van verzoekster dat de gestelde begunstigingstermijn van twee weken in dit geval ontoereikend is om de overtreding ongedaan te maken, is door verweerder onvoldoende weersproken. Gezien de omstandigheden van dit geval, en na afweging van de betrokken belangen, ziet de Voorzitter daarin aanleiding voor het treffen van een voorlopige voorziening op de in het dictum van deze uitspraak weergegeven wijze.
2.3. Verweerder dient te worden veroordeeld in de proceskosten.
3. Beslissing
De Voorzitter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:
I. schorst bij wijze van voorlopige voorziening het besluit van het college van dijkgraaf en heemraden van het waterschap Veluwe van 14 april 2003, kenmerk 00054853, tot zes weken na de bekendmaking van de beslissing op bezwaar, met dien verstande dat indien binnen die termijn wordt verzocht om het treffen van een voorlopige voorziening, de schorsing doorloopt totdat op het verzoek is beslist;
II. veroordeelt het college van dijkgraaf en heemraden van waterschap Veluwe in de door verzoekster in verband met de behandeling van het verzoek gemaakte proceskosten tot een bedrag van € 699,00, waarvan een gedeelte groot € 644,00 is toe te rekenen aan door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand; het totale bedrag dient door het waterschap Veluwe te worden betaald aan verzoekster;
III. gelast dat het waterschap Veluwe aan verzoekster het door haar voor de behandeling van het verzoek betaalde griffierecht (€ 232,00) vergoedt.
Aldus vastgesteld door mr. W. Konijnenbelt, als Voorzitter, in tegenwoordigheid van mr. M.A.G. Stolker, ambtenaar van Staat.
w.g. Konijnenbelt w.g. Stolker
Voorzitter ambtenaar van Staat
Uitgesproken in het openbaar op 16 juni 2003
157.