Ga naar de inhoud
(naar homepage)
lees voor
Direct naar
  • en (Information in English)
  • de (Deutsche Informationen)
  • fr (Informations en français)
  • contact
  • pers
  • werken bij
  • app
  • Actueel
    • Nieuws
    • Zittingsagenda
    • Persagenda
    • Evenementen
    • Piet Hein Donner Scriptieprijs
  • Adviezen
  • Uitspraken
  • Publicaties
    • Brochures
    • Studies en onderzoeken
    • Regelingen
    • Consultaties
    • Jaarverslagen
  • Over ons
    • Raad van State in het kort
    • Organisatie
    • Advisering
    • Bestuursrechtspraak
    • Begrotingstoezicht
    • Toetsing Klimaatwet
    • Geschiedenis
    • Raad van State in beeld
  • Zoeken
  • en
  • de
  • fr
  • contact
  • pers
  • werken bij
  • app
Zoeken

  1. Home ›
  2. Uitspraken ›
  3. Uitspraak 200302723/1 en 200302723/2

Uitspraak 200302723/1 en 200302723/2

ECLI
ECLI:NL:RVS:2003:168
Datum uitspraak
28 mei 2003
Inhoudsindicatie
Bij besluit van 6 augustus 2002 heeft het college van burgemeester en wethouders van Zeist (hierna: het college) aan [vergunninghouder] onder gelijktijdige verlening van vrijstelling krachtens artikel 19, derde lid, van de Wet op de Ruimtelijke Ordening (hierna: de WRO) bouwvergunning verleend ten behoeve van de uitbreiding van een woning, de bouw van een hobbyruimte en de bouw van een ondergrondse garage op het perceel [locatie] te [plaats].
  • Voorlopige voorziening
  • Bouwen

Toon inhoud

  • Volledige tekst
Volledige tekst

200302723/1 en 200302723/2.
Datum uitspraak: 28 mei 2003

AFDELING
BESTUURSRECHTSPRAAK

Uitspraak van de Voorzitter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State op een verzoek om het treffen van een voorlopige voorziening (artikel 8:81 van de Algemene wet bestuursrecht) en, met toepassing van artikel 8:86 van die wet, op het hoger beroep van:

[appellanten], wonend te [woonplaats]

tegen de uitspraak van de voorzieningenrechter van de rechtbank te Utrecht van 11 maart 2003 in het geding tussen:

appellanten

en

het college van burgemeester en wethouders van Zeist.

1. Procesverloop

Bij besluit van 6 augustus 2002 heeft het college van burgemeester en wethouders van Zeist (hierna: het college) aan [vergunninghouder] onder gelijktijdige verlening van vrijstelling krachtens artikel 19, derde lid, van de Wet op de Ruimtelijke Ordening (hierna: de WRO) bouwvergunning verleend ten behoeve van de uitbreiding van een woning, de bouw van een hobbyruimte en de bouw van een ondergrondse garage op het perceel [locatie] te [plaats].

Bij besluit van 15 januari 2001 (hierna: het bestreden besluit) heeft het college de daartegen door appellanten gemaakte bezwaren ongegrond verklaard en het besluit van 6 augustus 2002 gehandhaafd.

Bij uitspraak van 11 maart 2002, verzonden op 27 maart 2003, heeft de voorzieningenrechter van de rechtbank te Utrecht (hierna: de voorzieningenrechter) het daartegen door appellanten ingestelde beroep gegrond verklaard, het bestreden besluit vernietigd en bepaald dat de rechtsgevolgen van het vernietigde besluit in stand blijven. Deze uitspraak is aangehecht.

Tegen deze uitspraak hebben appellanten bij brief van 24 april 2003, bij de Raad van State ingekomen op die dag, hoger beroep ingesteld. Deze brief is aangehecht. Tevens hebben zij de Voorzitter verzocht een voorlopige voorziening te treffen.

De Voorzitter heeft de zaak ter zitting behandeld op 15 mei 2003, waar appellanten, vertegenwoordigd door [gemachtigde], en het college, vertegenwoordigd door mr. drs. H.J. Kolff en C.G.W. Hekking, beiden ambtenaar der gemeente, zijn verschenen. Voorts is daar [vergunninghouder], vertegenwoordigd door [gemachtigde], als partij gehoord.

2. Overwegingen

2.1. De Voorzitter is van oordeel dat in dit geval nader onderzoek redelijkerwijs niet kan bijdragen aan de beoordeling van de zaak en dat ook overigens geen beletsel bestaat om met toepassing van artikel 8:86, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht (hierna: de Awb) uitspraak te doen in hoofdzaak.

2.2. De voorzieningenrechter heeft geoordeeld dat het bestreden besluit dient te worden vernietigd. Daartoe heeft hij geoordeeld dat het college zich weliswaar terecht op het standpunt heeft gesteld dat het, gelet op het bepaalde in artikel 19, derde lid, van de WRO, in samenhang met artikel 20 van het Besluit op de Ruimtelijke Ordening, bevoegd is om vrijstelling te verlenen, maar dat het college ten onrechte heeft nagelaten om te bezien of het gelet op de door appellanten gestelde belangen in redelijkheid van die bevoegdheid gebruik heeft kunnen maken.

2.3. De voorzieningenrechter heeft evenwel aanleiding gezien om met toepassing van artikel 8:72, derde lid, van de Awb de rechtsgevolgen van het bestreden besluit in stand te laten. Daartoe heeft hij – kort samengevat - overwogen dat het bouwplan geen zodanige inbreuk maakt op de door appellanten gestelde belangen dat het college daarin aanleiding had moeten zien om – de belangen afwegende – de vrijstelling te weigeren. Het hoger beroep keert zich tegen dit onderdeel van de aangevallen uitspraak.

2.4. Naar het oordeel van de Afdeling is er geen sprake van een situatie waarin rechtens nog maar één besluit mogelijk was, namelijk dat het college bij het opnieuw beslissen op de bezwaren, waarbij alsnog een belangenafweging dient plaats te vinden, niet tot een andere beslissing kan komen dan het handhaven van de verleende vrijstelling en bouwvergunning. Het is aan het college om tot die belangenafweging over te gaan.

2.5. Uit het voorgaande volgt dat het hoger beroep gegrond is en dat de uitspraak van de voorzieningenrechter, voor zover hij het aangewezen heeft geacht om met toepassing van artikel 8:72, derde lid, van de Awb, de rechtsgevolgen van het bestreden besluit in stand te laten, dient te worden vernietigd. Voor het overige dient de aangevallen uitspraak te worden bevestigd.

2.6. In aanmerking nemend dat het ten aanzien van het bestreden besluit geconstateerde gebrek kan worden hersteld, ziet de Voorzitter geen aanleiding tot het treffen van de gevraagde voorlopige voorziening.

2.7. Het college dient op na te melden wijze in de proceskosten te worden veroordeeld.

3. Beslissing

De Voorzitter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State

Recht doende in naam der Koningin:

I. verklaart het hoger beroep gegrond;

II. vernietigt de uitspraak van de voorzieningenrechter van de rechtbank te Utrecht van 11 maart 2002, voor zover met toepassing van artikel 8:72, derde lid, van de Algemene wet bestuursrecht de rechtsgevolgen van het besluit van het college van burgemeester en wethouders van Zeist van 15 januari 2001 in stand zijn gelaten;

III. draagt het college van burgemeester en wethouders van Zeist op met inachtneming van deze uitspraak binnen zes weken na verzending van deze uitspraak een nieuwe besluit te nemen;

IV. wijst het verzoek tot het treffen van een voorlopige voorziening af;

V. veroordeelt het college in de door appellanten in verband met de behandeling van het hoger beroep gemaakte proceskosten tot een bedrag van € 644,00, geheel toe te rekenen aan door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand; het dient door de gemeente Zeist aan appellanten te worden betaald;

VI. gelast dat de gemeente Zeist aan appellanten het door hen voor de behandeling van het hoger beroep betaalde griffierecht ten bedrage van € 165,00 vergoedt.

VII. bevestigt de aangevallen uitspraak voor het overige.

Aldus vastgesteld door mr. M.G.J. Parkins-de Vin, als Voorzitter, in tegenwoordigheid van mr. E.M. Ouwehand, ambtenaar van Staat.

w.g. Parkins-de Vin w.g. Ouwehand
Voorzitter ambtenaar van Staat

Uitgesproken in het openbaar op 28 mei 2003

224.


  • Zoeken
  • Link kopiëren
  • Citeren
  • Opslaan als PDF-document

Raad van State

De Raad van State is onafhankelijk adviseur van regering en parlement over wetgeving en bestuur en hoogste algemene bestuursrechter van het land.

  • Meer over ons
  • Vacatures

Contact

De Raad van State bevindt zich in het centrum van Den Haag. Wilt u in contact komen met ons of wilt u ons bezoeken voor een zitting?

  • Telefoon
  • Locatie en route
  • Post en e-mail
  • Wet open overheid
  • Nieuwe zaak starten

Altijd op de hoogte

Ontvang ons nieuws via de abonnementenservice in uw mailbox. Op de hoogte gehouden worden over uitspraken die gedaan worden in bepaalde zaken? Meld u dan aan voor de e-mailservice. Of bekijk de voortgang van een bepaalde procedure bij de Afdeling bestuursrechtspraak.

  • Abonnementenservice
  • E-mailservice uitspraken
  • Voortgang procedure
  • Aanvragen oude uitspraken

Toegankelijkheid | Privacy | Cookiebeleid

Volg ons

  • Bluesky
  • LinkedIn
  • Instagram
  • Mastodon