Ga naar de inhoud
(naar homepage)
lees voor
Direct naar
  • en (Information in English)
  • de (Deutsche Informationen)
  • fr (Informations en français)
  • contact
  • pers
  • werken bij
  • app
  • Actueel
    • Nieuws
    • Zittingsagenda
    • Persagenda
    • Evenementen
    • Piet Hein Donner Scriptieprijs
  • Adviezen
  • Uitspraken
  • Publicaties
    • Brochures
    • Studies en onderzoeken
    • Regelingen
    • Consultaties
    • Jaarverslagen
  • Over ons
    • Raad van State in het kort
    • Organisatie
    • Advisering
    • Bestuursrechtspraak
    • Begrotingstoezicht
    • Toetsing Klimaatwet
    • Geschiedenis
    • Raad van State in beeld
  • Zoeken
  • en
  • de
  • fr
  • contact
  • pers
  • werken bij
  • app
Zoeken

  1. Home ›
  2. Uitspraken ›
  3. Uitspraak 200301484/2

Uitspraak 200301484/2

ECLI
ECLI:NL:RVS:2003:169
Datum uitspraak
28 mei 2003
Inhoudsindicatie
Bij besluit van 27 mei 1999 heeft het college van burgemeester en wethouders van Jacobswoude (hierna: het college) geweigerd verzoeker vergunning te verlenen voor het maken van een uitweg aan de voorzijde van het perceel aan de [locatie] te [plaats].
  • Voorlopige voorziening
  • Verordeningen

Toon inhoud

  • Volledige tekst
Volledige tekst

200301484/2.
Datum uitspraak: 28 mei 2003

AFDELING
BESTUURSRECHTSPRAAK

Uitspraak van de Voorzitter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State op een verzoek om het treffen van een voorlopige voorziening (artikel 8:81 van de Algemene wet bestuursrecht) hangende het hoger beroep van:

[verzoeker], wonend te [woonplaats]

tegen de uitspraak van de rechtbank te ‘s-Gravenhage van 23 januari 2003 in het geding tussen:

verzoeker

en

het college van burgemeester en wethouders van Jacobswoude.

1. Procesverloop

Bij besluit van 27 mei 1999 heeft het college van burgemeester en wethouders van Jacobswoude (hierna: het college) geweigerd verzoeker vergunning te verlenen voor het maken van een uitweg aan de voorzijde van het perceel aan de [locatie] te [plaats].

Bij besluit van 20 juli 2000 heeft het college het daartegen door verzoeker gemaakte bezwaar ongegrond verklaard.

Bij uitspraak van 23 januari 2003, verzonden op 28 januari 2003, heeft de rechtbank te ‘s-Gravenhage (hierna: de rechtbank) het daartegen door verzoeker ingestelde beroep ongegrond verklaard.

Tegen deze uitspraak heeft verzoeker bij brief, bij de Raad van State ingekomen op 10 maart 2003, hoger beroep ingesteld.
Bij brief, bij de Raad van State ingekomen op 16 april 2003, heeft verzoeker de Voorzitter verzocht een voorlopige voorziening te treffen.

De Voorzitter heeft het verzoek ter zitting behandeld op 15 mei 2003, waar verzoeker in persoon, bijgestaan door mr. M.A. Goedkoop, advocaat te Alphen aan den Rijn, en het college, vertegenwoordigd door ing. G. Baarda, ambtenaar der gemeente, zijn verschenen.

2. Overwegingen

2.1. Het oordeel van de Voorzitter heeft een voorlopig karakter en is niet bindend in de bodemprocedure.

2.2. Een beoordeling van de in dit geding van belang zijnde feiten en omstandigheden zal plaatsvinden bij de behandeling van het geschil in de bodemprocedure. Het verzoek om voorlopige voorziening is erop gericht de, als gevolg van de uitspraak van de voorzieningenrechter van de rechtbank ‘s-Gravenhage van 18 december 2000 aangelegde, uitweg, in weerwil van de door het college gegeven waarschuwing ten aanzien van de toepassing van bestuursdwang, tot die tijd te mogen handhaven.

2.3. De Voorzitter acht niet op voorhand uitgesloten dat de Afdeling in de bodemprocedure tot een uitspraak komt die de mogelijkheid inhoudt dat de uitweg alsnog wordt gelegaliseerd. Nu de stukken en het verhandelde ter zitting de Voorzitter geen reden geven te veronderstellen dat handhaving van de uitweg in afwachting van de behandeling door de Afdeling tot onaanvaardbare problemen zal leiden, ziet de Voorzitter aanleiding voor het treffen van de hierna te melden voorlopige voorziening.

2.4. Het college dient op na te melden wijze in de proceskosten te worden veroordeeld.

3. Beslissing

De Voorzitter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:

I. bepaalt bij wijze van voorlopige voorziening dat de uitweg aan de voorzijde van het perceel aan de [locatie] te [plaats] blijft gehandhaafd, tot de Afdeling in hoger beroep heeft beslist;

II. veroordeelt het college van burgemeester en wethouders van Jacobswoude in de door verzoeker in verband met de behandeling van het verzoek gemaakte proceskosten tot een bedrag van € 655,05, waarvan een gedeelte groot € 644,00 is toe te rekenen aan door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand; het bedrag dient door de gemeente Jacobswoude te worden betaald aan verzoeker;

III. gelast dat de gemeente Jacobswoude aan verzoeker het door hem voor de behandeling van het verzoek betaalde griffierecht (€ 175,00) vergoedt.

Aldus vastgesteld door mr. D.A.C. Slump, als Voorzitter, in tegenwoordigheid van mr. M.Z.C. Koutstaal , ambtenaar van Staat.

w.g. Slump w.g. Koutstaal
Voorzitter ambtenaar van Staat

Uitgesproken in het openbaar op 28 mei 2003

383.


  • Zoeken
  • Link kopiëren
  • Citeren
  • Opslaan als PDF-document

Raad van State

De Raad van State is onafhankelijk adviseur van regering en parlement over wetgeving en bestuur en hoogste algemene bestuursrechter van het land.

  • Meer over ons
  • Vacatures

Contact

De Raad van State bevindt zich in het centrum van Den Haag. Wilt u in contact komen met ons of wilt u ons bezoeken voor een zitting?

  • Telefoon
  • Locatie en route
  • Post en e-mail
  • Wet open overheid
  • Nieuwe zaak starten

Altijd op de hoogte

Ontvang ons nieuws via de abonnementenservice in uw mailbox. Op de hoogte gehouden worden over uitspraken die gedaan worden in bepaalde zaken? Meld u dan aan voor de e-mailservice. Of bekijk de voortgang van een bepaalde procedure bij de Afdeling bestuursrechtspraak.

  • Abonnementenservice
  • E-mailservice uitspraken
  • Voortgang procedure
  • Aanvragen oude uitspraken

Toegankelijkheid | Privacy | Cookiebeleid

Volg ons

  • Bluesky
  • LinkedIn
  • Instagram
  • Mastodon