Uitspraak 200302419/1
- ECLI
- ECLI:NL:RVS:2003:170
- Datum uitspraak
- 28 mei 2003
- Inhoudsindicatie
- Bij besluit van 28 maart 2003, kenmerk WM 03.4011, heeft verweerder met toepassing van artikel 5 van het Besluit horeca-, sport- en recreatieinrichtingen milieubeheer (hierna: het Besluit) aan verzoekster nadere eisen gesteld met betrekking tot haar inrichting.
- Voorlopige voorziening
- Milieu - Overige
Toon inhoud
200302419/1.
Datum uitspraak: 28 mei 2003
AFDELING
BESTUURSRECHTSPRAAK
Uitspraak van de Voorzitter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State op een verzoek om het treffen van een voorlopige voorziening (artikel 8:81 van de Algemene wet bestuursrecht) in het geding tussen:
de vereniging "Lawn Tennisclub Volta", gevestigd te Amersfoort,
verzoekster,
en
het college van burgemeester en wethouders van Amersfoort,
verweerder.
1. Procesverloop
Bij besluit van 28 maart 2003, kenmerk WM 03.4011, heeft verweerder met toepassing van artikel 5 van het Besluit horeca-, sport- en recreatieinrichtingen milieubeheer (hierna: het Besluit) aan verzoekster nadere eisen gesteld met betrekking tot haar inrichting.
Tegen dit besluit heeft verzoekster bezwaar gemaakt.
Bij brief van 12 april 2003, bij de Raad van State ingekomen op 15 april 2003, heeft verzoekster de Voorzitter verzocht een voorlopige voorziening te treffen.
De Voorzitter heeft het verzoek ter zitting behandeld op 15 mei 2003, waar verzoekster, vertegenwoordigd door [gemachtigden], en verweerder, vertegenwoordigd door mr. I.F. Horstmeier en mr. E.J. van Eyck, ambtenaren van de gemeente, en [gemachtigde], zijn verschenen.
Voorts is [partij] als partij gehoord.
2. Overwegingen
2.1. Verzoekster exploiteert een tennispark. Niet in geschil is dat deze inrichting onder het Besluit valt. Blijkens het bestreden besluit is verweerder tot het opleggen van de nadere eisen overgegaan nadat hem vanuit de omgeving van de inrichting een aantal klachten heeft bereikt over overlast als gevolg van de activiteiten op het terrein van de inrichting. Blijkens de stukken en het verhandelde ter zitting betreffen de klachten geluidhinder en heeft verweerder zich bij het opleggen van de nadere eisen gebaseerd op voorschrift 4.1.4 van de bijlage bij het Besluit. Op grond van de nadere eisen dient verzoekster een klachtenmeldpunt in te stellen, moet het terras uiterlijk om 21.00 uur worden ontruimd en moet het clubhuis om 23.00 uur worden gesloten.
2.2. Verzoekster is van mening dat verweerder ten onrechte tot het opleggen van de nadere eisen is overgegaan. Verzoekster voert in dit verband onder meer aan dat vanuit de inrichting geen onaanvaardbare geluidhinder wordt veroorzaakt.
2.3. Ingevolge artikel 5, eerste lid, aanhef en onder a, kan het bevoegd gezag nadere eisen stellen met betrekking tot de in de bijlage opgenomen voorschriften ten aanzien van geluid, trilling, energie, afvalstoffen, afvalwater, waterbesparing, lucht en verlichting, voorzover dat in hoofdstuk 4 van die bijlage is aangegeven.
Ingevolge voorschrift 4.1.4 van de bijlage bij het Besluit kan het bevoegd gezag, teneinde te bereiken dat aan de voorschriften 1.1.1, 1.1.5, 1.1.7, 3.4.2, 4.1.1 of 4.1.3 wordt voldaan, nadere eisen stellen ten aanzien van:
a. het aanbrengen van technische voorzieningen binnen de inrichting;
b. de periode van openstelling van de gehele inrichting, een terras, een parkeerterrein of een ander gedeelte van de inrichting;
c. de situering van een terras of een parkeerterrein;
d. het in acht nemen van gedragsregels die binnen de inrichting in acht moeten worden genomen ten aanzien van aan- en afrijdend verkeer en komende en gaande bezoekers.
2.4. Verweerder heeft de nadere eisen gebaseerd op artikel 4.1.4 van de bijlage bij het Besluit. De Voorzitter overweegt dat verweerder in zoverre slechts bevoegd is tot het opleggen van nadere eisen indien niet aan de in dit voorschrift genoemde voorschriften uit de bijlage bij het Besluit wordt voldaan. Uit de stukken en het verhandelde ter zitting is niet gebleken dat niet aan deze voorschriften wordt voldaan. Ter zitting is voorts gebleken dat verweerder evenmin heeft onderzocht of en in hoeverre aan deze voorschriften niet wordt voldaan. Nu verweerder dit heeft nagelaten is het bestreden besluit in strijd met artikel 3:2 van de Algemene wet bestuursrecht, waarin is bepaald dat het bestuursorgaan bij de voorbereiding van een besluit de nodige kennis vergaart omtrent de relevante feiten, en is het in strijd met artikel 3:46 van de Algemene wet bestuursrecht onvoldoende deugdelijk gemotiveerd.
2.5. Gelet op het vorenstaande ziet de Voorzitter aanleiding de hierna te melden voorlopige voorziening te treffen.
2.6. Van proceskosten die voor vergoeding in aanmerking komen is niet gebleken.
3. Beslissing
De Voorzitter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:
I. schorst bij wijze van voorlopige voorziening het besluit van het college van burgemeester en wethouders van Amersfoort van 28 maart 2003, kenmerk WM 03.4011;
II. gelast dat de gemeente Amersfoort aan verzoekster het door haar voor de behandeling van het verzoek betaalde griffierecht (€ 232,00) vergoedt.
Aldus vastgesteld door mr. K. Brink, als Voorzitter, in tegenwoordigheid van mr. C. Taal, ambtenaar van Staat.
w.g. Brink w.g. Taal
Voorzitter ambtenaar van Staat
Uitgesproken in het openbaar op 28 mei 2003
325.