Ga naar de inhoud
(naar homepage)
lees voor
Direct naar
  • en (Information in English)
  • de (Deutsche Informationen)
  • fr (Informations en français)
  • contact
  • pers
  • werken bij
  • app
  • Actueel
    • Nieuws
    • Zittingsagenda
    • Persagenda
    • Evenementen
    • Piet Hein Donner Scriptieprijs
  • Adviezen
  • Uitspraken
  • Publicaties
    • Brochures
    • Studies en onderzoeken
    • Regelingen
    • Consultaties
    • Jaarverslagen
    • Toespraken vice-president
  • Over ons
    • Raad van State in het kort
    • Organisatie
    • Advisering
    • Bestuursrechtspraak
    • Begrotingstoezicht
    • Toetsing Klimaatwet
    • Geschiedenis
    • Raad van State in beeld
  • Zoeken
  • en
  • de
  • fr
  • contact
  • pers
  • werken bij
  • app
Zoeken

  1. Home ›
  2. Uitspraken ›
  3. Uitspraak 200002098/1

Uitspraak 200002098/1

ECLI
ECLI:NL:RVS:2001:AP5110
Datum uitspraak
15 mei 2001
Inhoudsindicatie
Bij besluit van 2 februari 1999 hebben burgemeester en wethouders van Brunssum (hierna: burgemeester en wethouders) openbare wegen, zoals aangegeven op een bij het besluit behorende tekening, aangewezen als wegen waar de parkeerverboden voor grote voertuigen als bedoeld in artikel 5.1.7. van de Algemene Plaatselijke Verordening (hierna: APV) van kracht zijn.
  • Hoger beroep
  • Verordeningen

Toon inhoud

  • Volledige tekst
Volledige tekst

200002098/1.
Datum uitspraak: 15 mei 2001

AFDELING
BESTUURSRECHTSPRAAK

Uitspraak op het hoger beroep van:

[appellant], wonend te Brunssum,

tegen de uitspraak van de arrondissementsrechtbank te Maastricht van 23 maart 2000 in het geding tussen:

appellant

en

burgemeester en wethouders van Brunssum.

1.       Procesverloop

Bij besluit van 2 februari 1999 hebben burgemeester en wethouders van Brunssum (hierna: burgemeester en wethouders) openbare wegen, zoals aangegeven op een bij het besluit behorende tekening, aangewezen als wegen waar de parkeerverboden voor grote voertuigen als bedoeld in artikel 5.1.7. van de Algemene Plaatselijke Verordening (hierna: APV) van kracht zijn.

Bij besluit van 21 juni 1999 hebben burgemeester en wethouders het daartegen gemaakte bezwaar ongegrond verklaard. Dit besluit en het advies van de Commissie voor de bezwaarschriften van 19 mei 1999, waarnaar in het besluit wordt verwezen, zijn aangehecht.

Bij uitspraak van 23 maart 2000, verzonden op dezelfde datum, heeft de arrondissementsrechtbank te Maastricht (hierna: de rechtbank) het daartegen ingestelde beroep, voor zover gericht tegen de ingangsdatum van 1 februari 1999, gegrond verklaard, de bestreden beslissing op bezwaar op dit punt vernietigd en de datum van inwerkingtreding op 10 februari 1999 bepaald. Voor het overige heeft de rechtbank het beroep ongegrond verklaard. Deze uitspraak is aangehecht.

Tegen deze uitspraak heeft appellant bij brief van 28 april 2000, bij de Raad van State ingekomen op 1 mei 2000, hoger beroep ingesteld. Deze brief is aangehecht.

Bij brief van 20 juli 2000 hebben burgemeester en wethouders een memorie van antwoord ingediend.

De zaak is door een meervoudige kamer van de Afdeling verwezen naar een enkelvoudige.

De Afdeling heeft de zaak ter zitting behandeld op 9 maart 2001, waar appellant, vertegenwoordigd door [gemachtigden], en burgemeester en wethouders, vertegenwoordigd door mr. P.H. de Jonge, ambtenaar der gemeente, zijn verschenen.

2.       Overwegingen

2.1.    Ingevolge artikel 5.1.7. eerste lid, van de APV is het verboden voertuigen die, met inbegrip van de lading, een lengte hebben van meer dan 6 meter of een hoogte van meer dan 2,4 meter te parkeren op een door burgemeester en wethouders aangewezen plaats, waar dit parkeren naar hun oordeel schadelijk is voor het uiterlijk aanzien van de gemeente.

Ingevolge het tweede lid van voornoemd artikel is het tevens verboden dergelijke voertuigen te parkeren op door burgemeester en wethouders aangewezen wegen waar dit parkeren naar hun oordeel buitensporig is met het oog op de verdeling van beschikbare parkeerruimte.

2.2.    Appellant bestrijdt de uitspraak van de rechtbank voorzover zij heeft geoordeeld dat het gehandhaafde aanwijzingsbesluit van burgemeester en wethouders de rechterlijke toetsing kan doorstaan.

2.3.    Burgemeester en wethouders hebben aan het op het in het eerste lid van artikel 5.1.7 van de APV gebaseerde parkeerverbod ten grondslag gelegd dat het woongebied van de gemeente van een zodanig hoge esthetische kwaliteit is, dat de provincie Limburg een groot deel van het woongebied van de gemeente bij het rijk heeft aangedragen voor de status van beschermd stads- en dorpsgezicht. Zij konden aan het daartoe door de provincie ingenomen standpunt een groot gewicht toekennen bij hun besluitvorming inzake dit parkeerverbod. In aanmerking genomen echter dat het parkeerverbod bijna de gehele bebouwde kom van de gemeente bestrijkt, dienden zij zich er van te vergewissen dat geschikte alternatieve parkeergelegenheid aanwezig is. Te meer omdat op grond van het tweede lid van genoemd artikel vier parkeerterreinen net buiten de bebouwde kom, na 18.00 uur en in het weekeinde, eveneens door een parkeerverbod voor vrachtwagens worden getroffen. Appellant heeft gemotiveerd aangegeven waarom het aan de Molenvaart door de gemeente aangelegde parkeerterrein, met name waar het de veiligheid van de geparkeerde vrachtwagens betreft, geen geschikt alternatief is. Uit de besluitvorming blijkt niet dat burgemeester en wethouders zich van de met dit alternatief verband houdende bezwaren voldoende rekenschap hebben gegeven. De beslissing op bezwaar is gelet hierop genomen in strijd met het in artikel 7:12 van de Algemene wet bestuursrecht neergelegde beginsel dat een beslissing op bezwaar dient te berusten op een deugdelijke motivering.

2.3.1. Het hiervoor genoemde op het tweede lid van artikel 5.1.7 van de APV gebaseerde parkeerverbod betreft het parkeerterrein van de voetbalvereniging "De Leeuw", het bedrijventerrein "Emma" en de parkeerterreinen van het recreatiegebied "Schutterspark". De stelling van burgemeester en wethouders dat het parkeren van vrachtwagencombinaties op deze door burgers in het weekeinde druk bezochte parkeerterreinen vooral op die dagen zal leiden tot parkeerexcessen, hebben zij niet nader, bijvoorbeeld aan de hand van een politierapportage, onderbouwd. De beslissing op bezwaar ontbeert derhalve ook in zoverre een deugdelijke motivering.

2.4.    De rechtbank heeft deze motiveringsgebreken niet onderkend. Het hoger beroep is gegrond. De aangevallen uitspraak dient te worden vernietigd. Doende hetgeen de rechtbank zou behoren te doen, zal de Afdeling het beroep alsnog gegrond verklaren.

2.5.    Er bestaat aanleiding voor een proceskostenveroordeling.

3.       Beslissing

De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State

Recht doende in naam der Koningin:

I.        verklaart het hoger beroep gegrond;

II.       vernietigt de uitspraak van de arrondissementsrechtbank te Maastricht van 23 maart 2000, 99/999 GEMWT Z HEM;

III.      verklaart het door appellant bij de rechtbank ingestelde beroep, voor zover dit ongegrond is verklaard, alsnog gegrond;

IV.      vernietigt het besluit van burgemeester en wethouders van Brunssum van 21 juni 1999;

V.       draagt burgemeester en wethouders van Brunssum op met inachtneming van deze uitspraak een nieuw besluit te nemen;

VI.      veroordeelt burgemeester en wethouders van Brunssum in de door appellant in verband met de behandeling van het hoger beroep gemaakte proceskosten tot een bedrag van ƒ 974,15, welk bedrag geheel is toe te rekenen aan door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand; het bedrag dient door de gemeente te worden betaald aan appellant;

VII.     gelast dat de gemeente aan appellant het door hem voor de behandeling van het hoger beroep betaalde griffierecht (ƒ 340) vergoedt;

Aldus vastgesteld door mr. J.J.R. Bakker, Lid van de enkelvoudige kamer, in tegenwoordigheid van mr. E.D.A.M. Zegveld, ambtenaar van Staat.

w.g. Bakker

Lid van de enkelvoudige kamer


w.g. Zegveld

ambtenaar van Staat

Uitgesproken in het openbaar op 15 mei 2001

43-367.


  • Zoeken
  • Link kopiëren
  • Citeren
  • Opslaan als PDF-document

Raad van State

De Raad van State is onafhankelijk adviseur van regering en parlement over wetgeving en bestuur en hoogste algemene bestuursrechter van het land.

  • Meer over ons
  • Vacatures

Contact

De Raad van State bevindt zich in het centrum van Den Haag. Wilt u in contact komen met ons of wilt u ons bezoeken voor een zitting?

  • Telefoon
  • Locatie en route
  • Post en e-mail
  • Wet open overheid
  • Nieuwe zaak starten

Altijd op de hoogte

Ontvang ons nieuws via de abonnementenservice in uw mailbox. Op de hoogte gehouden worden over uitspraken die gedaan worden in bepaalde zaken? Meld u dan aan voor de e-mailservice. Of bekijk de voortgang van een bepaalde procedure bij de Afdeling bestuursrechtspraak.

  • Abonnementenservice
  • E-mailservice uitspraken
  • Voortgang procedure
  • Aanvragen oude uitspraken

Toegankelijkheid | Privacy | Cookiebeleid

Volg ons

  • Bluesky
  • LinkedIn
  • Instagram
  • Mastodon