Uitspraak 202201363/1/R1 en 202201363/2/R1


Volledige tekst

202201363/1/R1 en 202201363/2/R1.
Datum uitspraak: 20 juli 2022

AFDELING
BESTUURSRECHTSPRAAK

Uitspraak van de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State op een verzoek om het treffen van een voorlopige voorziening (artikel 8:81 van de Algemene wet bestuursrecht (hierna: de Awb)) en, met toepassing van artikel 8:86 van die wet, op het beroep, in het geding tussen:

[verzoeker], wonend te Wieringerwerf, gemeente Hollands Kroon,

en

de raad van de gemeente Hollands Kroon,

verweerder.

Procesverloop

Bij besluit van 25 november 2021 heeft de raad het bestemmingsplan "Wieringerwerf Campus De Terp" vastgesteld.

Tegen dit besluit heeft [verzoeker] bij brief van 4 maart 2022 beroep ingesteld.

[verzoeker] heeft de voorzieningenrechter bij brief van 27 mei 2022 verzocht een voorlopige voorziening te treffen.

De raad heeft een verweerschrift ingediend.

De voorzieningenrechter heeft het verzoek ter zitting behandeld op 30 juni 2022, waar [verzoeker], bijgestaan door mr. M.B. de Jong, rechtsbijstandverlener te Amsterdam, en de raad, vertegenwoordigd door B. Visser, I.J. Terenstra, A. Pierik en M. Kerssens, zijn verschenen.

Partijen hebben op de zitting toestemming gegeven onmiddellijk uitspraak te doen in de hoofdzaak.

Overwegingen

Kortsluiting

1.       In dit geval kan nader onderzoek redelijkerwijs niet bijdragen aan de beoordeling van de zaak en bestaat ook overigens geen beletsel om met toepassing van artikel 8:86, eerste lid, van de Awb onmiddellijk uitspraak te doen in de hoofdzaak.

Inleiding

2.       Het plangebied ligt ten oosten van de Terpweg in Wieringerwerf. In het plangebied ligt een ijsbaan, een sporthal, een sport/atletiekveld en het zwembad De Terp. Met het voorliggende plan is beoogd het plangebied te herstructureren tot een aansprekende campus. Campus de Terp moet een ontmoetingsplaats worden voor jong en oud en plaats bieden aan basisscholen, kinderopvang, welzijn en binnen- en buitensporten. Het plan voorziet in een nieuw kindcentrum, zwembad, sporthal, buitenvoorzieningen en kleinschalige horeca in de vorm van een paviljoen.

3.       [verzoeker] woont aan de [locatie] tegenover het plangebied en ter hoogte van de huidige ontsluiting van het gebied. Hij vreest voor verkeersonveilige situaties ter hoogte van zijn woning.

Toetsingskader

4.       Bij de vaststelling van een bestemmingsplan moet de raad bestemmingen aanwijzen en regels geven die de raad uit het oogpunt van een goede ruimtelijke ordening nodig acht. De raad heeft daarbij beleidsruimte en moet de betrokken belangen afwegen. De Afdeling oordeelt niet zelf of het plan in overeenstemming is met een goede ruimtelijke ordening. De Afdeling beoordeelt aan de hand van de beroepsgronden of het besluit tot vaststelling van het bestemmingsplan in overeenstemming is met het recht. Daarbij kan aan de orde komen of de nadelige gevolgen van het plan onevenredig zijn in verhouding tot de met het plan te dienen doelen.

Verkeer en verkeersveiligheid

5.       [verzoeker] heeft ter zitting toegelicht dat zijn bezwaren tegen het plan zijn gelegen in de vrees voor verkeersonveilige situaties ter hoogte van zijn woning. Hierbij acht hij van belang dat de toegangsweg van de campus zowel in de huidige als de voorziene situatie tegenover zijn woning is gelegen. Hij wijst er verder op dat het plan in verschillende nieuwe functies voorziet, zoals een kindcentrum en een zwembad, die voor een toename in verkeersstromen zullen zorgen, in het bijzonder op piekmomenten zoals bij de diploma uitreikingen en evenementen die, bijvoorbeeld, vanuit de school of het zwembad plaatsvinden. [verzoeker] betoogt dat de raad zijn voorstel om de toegangsweg tot de sportcampus noordelijker te situeren ten onrechte heeft afgewezen. [verzoeker] vreest daarnaast voor een toename van de al bestaande verkeersoverlast in het gebied. Dat de verkeersstromen voor de intensieve functies, zoals de basisschool, volgens de raad vooral via de Dorsmolen plaatsvinden, doet er volgens hem niet aan af dat het verkeer ook via de Terpweg zal rijden. De enkele verwachting dat de toekomstige bezoekers van de basisschool een aanrijroute vanuit Wieringerwerf hebben en om die reden voor een route via de Dorsmolen zullen kiezen, is volgens [verzoeker] onvoldoende om aan te tonen dat geen verkeersproblemen zullen ontstaan. Volgens [verzoeker] zorgt de locatie van de bushalte aan de Terpweg ook voor een verkeersonveiligere situatie. Die bushalte belemmert deels het uitzicht voor weggebruikers.

5.1.    In paragraaf 4.9 van de plantoelichting is ingegaan op het aspect verkeer. De raad heeft zich op basis van het verkeersplan genaamd "Verkeerskundige uitgangspunten voor een leefbaar en veilig Wieringerwerf" van Advin van 10 november 2017 op het standpunt gesteld dat het plan voorziet in een verkeersveilige situatie. Volgens het verkeersplan zullen de toekomstige ontwikkelingen op de campus zowel in intensiteiten als in routes zorgen voor veranderingen in de verkeersstromen in Wieringerwerf. Uit capaciteitsberekeningen per kruispunt en het dynamisch verkeersmodel volgt volgens het verkeersplan dat de verkeersafwikkeling op alle kruispunten in de toekomst goed blijft. Op piekmomenten kunnen soms wachtrijen ontstaan bij een kruispunt, maar die wachtrijen lossen volgens het verkeersplan ook weer snel op. In het verkeersplan staat verder dat voor de ontsluiting van het nieuwe scholencomplex de bestaande route via de Badweg en de Terpweg voldoet. Vanuit het oogpunt van verkeersveiligheid is het volgens het verkeersplan gewenst om het kruispunt Badweg-Terpweg te voorzien van een zogenoemd verkeerseiland. In het verkeersplan is verder opgenomen dat bij de wegen in en om het centrum van Wieringerwerf aandacht moet zijn voor een veilig en prettig verblijfsklimaat. Door alleen een ontsluiting van De Terp te maken aan de Terpweg, zou veel extra verkeer gebruik maken van de Terpstraat, Professor Granpré Molièrestraat en Dokter Tamsmalaan. Dit gaat volgens het verkeersplan ten koste van de leefbaarheid en veiligheid in deze straten. Om die reden is het volgens het verkeersplan gewenst een tweede ontsluiting van De Terp te realiseren aan de zijde van de Dorsmolen. [verzoeker] heeft deze uitgangspunten en conclusies uit het verkeersplan niet bestreden. De raad heeft op de zitting nader toegelicht dat overeenkomstig het verkeersplan een tweede ontsluiting wordt gerealiseerd aan de Dorsmolen zodat er een goede spreiding van de verkeersstromen ontstaat. De raad heeft ook uiteengezet dat de leerlingen van de te realiseren basisschool met bijkomende voorzieningen veelal afkomstig zijn uit de woonwijk ten oosten van het plangebied. Die leerlingen zullen in ieder geval gebruik maken van de ontsluiting aan de zijde van de Dorsmolen.

Onder deze omstandigheden heeft de raad zich naar het oordeel van de voorzieningenrechter op het standpunt mogen stellen dat het plan niet leidt tot een verkeersonveilige situatie. Het betoog van [verzoeker] dat de toegangsweg tot de sportcampus noordelijker gesitueerd moet worden, kan daarom niet slagen. Voor zover [verzoeker] wijst op de al bestaande verkeershinder, overweegt de voorzieningenrechter dat niet vereist is dat dit plan de bestaande verkeersproblemen, wat daarvan ook zij, oplost. Vergelijk de uitspraak van 29 juli 2015, ECLI:NL:RVS:2015:2410, onder 7.2. Wat betreft het betoog dat de bushalte aan de Terpweg voor een verkeersonveiligere situatie zorgt, overweegt de voorzieningenrechter dat dit een aspect betreft dat niet geregeld hoeft te worden in het bestemmingsplan, nog daargelaten de vraag of de gemeente in dit opzicht over die bevoegdheid beschikt. Dit aspect kan evenmin afdoen aan de rechtmatigheid van het bestreden besluit. Op de zitting is in dit verband vastgesteld dat de door [verzoeker] gewenste extra uitvoegstrook van de bus buiten de begrenzing van het plangebied valt.

Het betoog slaagt niet.

Conclusie

6.       Het beroep is ongegrond. Gelet hierop bestaat aanleiding het verzoek om het treffen van een voorlopige voorziening af te wijzen.

7.       De raad hoeft geen proceskosten te vergoeden.

Beslissing

De voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:

I.        verklaart het beroep ongegrond;

II.       wijst het verzoek af.

Aldus vastgesteld door mr. E.A. Minderhoud, voorzieningenrechter, in tegenwoordigheid van mr. C. Sparreboom, griffier.

w.g. Minderhoud
voorzieningenrechter

w.g. Sparreboom

griffier

Uitgesproken in het openbaar op 20 juli 2022

195-928