Ga naar de inhoud
(naar homepage)
lees voor
Direct naar
  • en (Information in English)
  • de (Deutsche Informationen)
  • fr (Informations en français)
  • contact
  • pers
  • werken bij
  • app
  • Actueel
    • Nieuws
    • Zittingsagenda
    • Persagenda
    • Evenementen
    • Piet Hein Donner Scriptieprijs
  • Adviezen
  • Uitspraken
  • Publicaties
    • Brochures
    • Studies en onderzoeken
    • Regelingen
    • Consultaties
    • Jaarverslagen
  • Over ons
    • Raad van State in het kort
    • Organisatie
    • Advisering
    • Bestuursrechtspraak
    • Begrotingstoezicht
    • Toetsing Klimaatwet
    • Geschiedenis
    • Raad van State in beeld
  • Zoeken
  • en
  • de
  • fr
  • contact
  • pers
  • werken bij
  • app
Zoeken

  1. Home ›
  2. Uitspraken ›
  3. Uitspraak 202203263/1/V3

Uitspraak 202203263/1/V3

ECLI
ECLI:NL:RVS:2022:1877
Datum uitspraak
4 juli 2022
Inhoudsindicatie
Bij besluit van 6 mei 2022 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid de vreemdeling in bewaring gesteld.
  • Hoger beroep
  • Bewaring

Toon inhoud

  • Volledige tekst
Volledige tekst

202203263/1/V3.
Datum uitspraak: 4 juli 2022

AFDELING
BESTUURSRECHTSPRAAK

Uitspraak met toepassing van artikel 8:54, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht op het hoger beroep van:

[de vreemdeling],

appellant,

tegen de uitspraak van de rechtbank Den Haag, zittingsplaats Middelburg, van 23 mei 2022 in zaak nr. NL22.8137 in het geding tussen:

de vreemdeling

en

de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid.

Procesverloop

Bij besluit van 6 mei 2022 heeft de staatssecretaris de vreemdeling in bewaring gesteld.

Bij uitspraak van 23 mei 2022 heeft de rechtbank het daartegen door de vreemdeling ingestelde beroep ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding afgewezen.

Tegen deze uitspraak heeft de vreemdeling, vertegenwoordigd door mr. R. Deniz, advocaat te Breda, hoger beroep ingesteld.

Overwegingen

1.       Het hoger beroep leidt niet tot vernietiging van de uitspraak van de rechtbank. Het hoger beroep gaat namelijk over rechtsvragen die eerder door de Afdeling zijn beantwoord (uitspraak van 15 juni 2022, ECLI:NL:RVS:2022:1710, onder 5.4 en 8, over de inspanningsverplichting voorafgaand aan inbewaringstelling als er duidelijke signalen zijn om te twijfelen of een vreemdeling in staat was om gehoord te worden en over detentieongeschiktheid).

1.1.    Het hoger beroep biedt geen reden hierover in dit geval anders te oordelen. Uit het proces-verbaal van gehoor als bedoeld in artikel 5.2 van het Vb 2000 van 6 mei 2022 en het proces-verbaal van bevindingen van dezelfde datum volgt dat de verbalisant door de mentale gesteldheid van de vreemdeling tijdens het gehoor niet alle vragen heeft gesteld. De staatssecretaris heeft zich daarnaast ook op een andere manier ingespannen om alsnog informatie te verzamelen over de belangen van de vreemdeling. Zo heeft hij voorafgaand aan de inbewaringstelling overlegd met verschillende organisaties die betrokken zijn bij de behandeling van de vreemdeling. De bevindingen uit dat overleg en de daarbij gemaakte afspraken zijn opgenomen in de motivering van de maatregel van bewaring. Gelet op het voorgaande heeft de staatssecretaris zich voldoende ingespannen en daarmee heeft hij in dit geval zorgvuldig gehandeld. Daarnaast heeft de vreemdeling niet onderbouwd dat hij detentieongeschikt is omdat de op de zorgafdeling aanwezige zorg niet toereikend is en heeft hij niet aangetoond dat hij niet in staat is de inbewaringstelling op verantwoorde wijze te ondergaan of dat zijn psychische omstandigheden in detentie door een gebrek aan medische zorg zullen verslechteren. Uit de motivering van de maatregel van bewaring blijkt dat de instelling waar de vreemdeling direct voorafgaand aan de inbewaringstelling verbleef voor die inbewaringstelling geen belemmeringen zag. De grief faalt.

2.       Het hoger beroep is ongegrond. De uitspraak van de rechtbank wordt bevestigd. De staatssecretaris hoeft geen proceskosten te vergoeden.

Beslissing

De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:

bevestigt de aangevallen uitspraak.

Aldus vastgesteld door mr. N. Verheij, voorzitter, en mr. H.J.M. Baldinger en mr. J.M. Willems, leden, in tegenwoordigheid van mr. M.T. Annen, griffier.

w.g. Verheij
voorzitter

w.g. Annen
griffier

Uitgesproken in het openbaar op 4 juli 2022

765-962


  • Zoeken
  • Link kopiëren
  • Citeren
  • Opslaan als PDF-document

Raad van State

De Raad van State is onafhankelijk adviseur van regering en parlement over wetgeving en bestuur en hoogste algemene bestuursrechter van het land.

  • Meer over ons
  • Vacatures

Contact

De Raad van State bevindt zich in het centrum van Den Haag. Wilt u in contact komen met ons of wilt u ons bezoeken voor een zitting?

  • Telefoon
  • Locatie en route
  • Post en e-mail
  • Wet open overheid
  • Nieuwe zaak starten

Altijd op de hoogte

Ontvang ons nieuws via de abonnementenservice in uw mailbox. Op de hoogte gehouden worden over uitspraken die gedaan worden in bepaalde zaken? Meld u dan aan voor de e-mailservice. Of bekijk de voortgang van een bepaalde procedure bij de Afdeling bestuursrechtspraak.

  • Abonnementenservice
  • E-mailservice uitspraken
  • Voortgang procedure
  • Aanvragen oude uitspraken

Toegankelijkheid | Privacy | Cookiebeleid

Volg ons

  • Bluesky
  • LinkedIn
  • Instagram
  • Mastodon