Ga naar de inhoud
(naar homepage)
lees voor
Direct naar
  • en (Information in English)
  • de (Deutsche Informationen)
  • fr (Informations en français)
  • contact
  • pers
  • werken bij
  • app
  • Actueel
    • Nieuws
    • Zittingsagenda
    • Persagenda
    • Evenementen
    • Piet Hein Donner Scriptieprijs
  • Adviezen
  • Uitspraken
  • Publicaties
    • Brochures
    • Studies en onderzoeken
    • Regelingen
    • Consultaties
    • Jaarverslagen
  • Over ons
    • Raad van State in het kort
    • Organisatie
    • Advisering
    • Bestuursrechtspraak
    • Begrotingstoezicht
    • Toetsing Klimaatwet
    • Geschiedenis
    • Raad van State in beeld
  • Zoeken
  • en
  • de
  • fr
  • contact
  • pers
  • werken bij
  • app
Zoeken

  1. Home ›
  2. Uitspraken ›
  3. Uitspraak 200205389/1

Uitspraak 200205389/1

ECLI
ECLI:NL:RVS:2003:AF8013
Datum uitspraak
29 april 2003
Inhoudsindicatie
Bij besluit van 25 juli 2000 heeft het college van burgemeester en wethouders van Franekeradeel (hierna: het college) aan [vergunninghouder] met toepassing van artikel 19 van de Wet op de Ruimtelijke Ordening (hierna: de WRO) en artikel 50, vijfde lid, van de Woningwet, zoals deze bepalingen luidden tot 3 april 2000, vrijstelling en bouwvergunning verleend voor het bouwen van een garage/berging bij de woning op het perceel [locatie] te [plaats], kadastraal bekend gemeente Ried (hierna: het perceel).
  • Hoger beroep
  • Bouwen

Toon inhoud

  • Volledige tekst
Volledige tekst

200205389/1.
Datum uitspraak: 29 april 2003

AFDELING
BESTUURSRECHTSPRAAK

Uitspraak op het hoger beroep van:

[appellant], wonend te [woonplaats],

tegen de uitspraak van de rechtbank te Leeuwarden van 25 september 2002 in het geding tussen:

appellant

en

het college van burgemeester en wethouders van Franekeradeel.

1. Procesverloop

Bij besluit van 25 juli 2000 heeft het college van burgemeester en wethouders van Franekeradeel (hierna: het college) aan [vergunninghouder] met toepassing van artikel 19 van de Wet op de Ruimtelijke Ordening (hierna: de WRO) en artikel 50, vijfde lid, van de Woningwet, zoals deze bepalingen luidden tot 3 april 2000, vrijstelling en bouwvergunning verleend voor het bouwen van een garage/berging bij de woning op het perceel [locatie] te [plaats], kadastraal bekend gemeente Ried (hierna: het perceel).

Bij besluit van 5 december 2000 heeft het college het daartegen door appellant gemaakte bezwaar ongegrond verklaard.

Bij uitspraak van 25 september 2002, verzonden op dezelfde dag, heeft de rechtbank te Leeuwarden (hierna: de rechtbank) het daartegen door appellant ingestelde beroep ongegrond verklaard. Deze uitspraak is aangehecht.

Tegen deze uitspraak heeft appellant bij brief van 7 oktober 2002, bij de Raad van State ingekomen op 8 oktober 2002, hoger beroep ingesteld. Deze brief is aangehecht.

Bij brief van 25 november 2002 heeft het college een memorie van antwoord ingediend.

Bij brief van 3 februari 2003 heeft appellant aanvullende stukken ingediend.

De zaak is door een meervoudige kamer van de Afdeling verwezen naar een enkelvoudige.

De Afdeling heeft de zaak ter zitting behandeld op 20 februari 2003, waar het college, vertegenwoordigd door R.S. Meulenaar, ambtenaar der gemeente, is verschenen.

2. Overwegingen

2.1. Het bouwplan ziet op een reeds zonder bouwvergunning opgerichte garage/bering van 58 m2 bij een bestaande woning.

2.2. Vast staat dat het bouwplan in strijd is met het ter plaatse geldende bestemmingsplan “Buitengebied Franekeradeel 1984”, daar het is geprojecteerd op dat gedeelte van het perceel waarop de bestemming “Agrarisch gebied C” rust en binnen deze bestemming geen gebouwen mogen worden gebouwd ten behoeve van de op het andere deel van het perceel rustende woonbestemming.

2.3. Appellant betoogt dat de rechtbank heeft miskend dat het college van gedeputeerde staten van Friesland in hun besluit tot afgifte van de verklaringen van geen bezwaar en het college in de beslissing op bezwaar zich ten onrechte op het standpunt hebben gesteld dat de bouw van de garage/berging niet in strijd is met het bestemmingsplan “Buitengebied Franekeradeel 1998”.

2.4. Dit betoog slaagt. De Afdeling stelt vast, hetgeen door het college thans ook wordt erkend, dat het bestemmingsplan “Buitengebied Franekeradeel 1998”, dat diende als planologisch kader waarop werd vooruitgelopen, niet voorzag in een bestemming “woondoeleinden” op het gedeelte van het perceel waarop de garage/berging is gesitueerd, maar in de bestemming “agrarisch gebied”, en dat het bouwplan in strijd is met die bestemming.

Het college heeft aan de vrijstelling als bedoeld in artikel 19 van de WRO dan ook ten onrechte ten grondslag gelegd dat het bouwplan in overeenstemming is met dit bestemmingsplan. Voorts heeft het college derhalve in strijd met artikel 50, vijfde lid, van de Woningwet bouwvergunning verleend. Aan de gebreken in het bestreden besluit kan niet afdoen de stelling van het college dat er een inventarisatiefout is gemaakt en dat deze fout na het nemen van de beslissing op bezwaar is hersteld door het vaststellen van het bestemmingsplan “Buitengebied 2001”. Uit het vorenstaande volgt dat de beslissing op bezwaar wegens strijd met artikel 7:12, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht niet in stand kan blijven. De rechtbank heeft dat miskend. Aan hetgeen appellant verder heeft aangevoerd komt de Afdeling niet meer toe. Bij een beoordeling van het bezwaar dat niet tijdig op zijn bezwaarschrift is beslist, heeft appellant geen belang.

2.5. Het hoger beroep is gegrond. De aangevallen uitspraak dient te worden vernietigd. Doende hetgeen de rechtbank zou behoren te doen, zal de Afdeling het beroep van appellant bij de rechtbank tegen het besluit van 5 december 2000 alsnog gegrond verklaren en dat besluit vernietigen. Het college dient opnieuw op het bezwaarschrift van appellant te beslissen, waarbij het in de rede ligt dat het daarmee wacht, gelet op de stand van de desbetreffende procedure, totdat door gedeputeerde staten is beslist over het bestemmingsplan “Buitengebied 2001” voor zover dit ziet op het hier aan de orde zijnde perceel en dat besluit in werking is getreden.

2.6. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

2.7. 3. Beslissing

De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State

Recht doende in naam der Koningin:

I. verklaart het hoger beroep gegrond;

II. vernietigt de uitspraak van de rechtbank te Leeuwarden van 25 september 2002, 01/31 WW44;

III. verklaart het door appellant bij de rechtbank ingestelde beroep alsnog gegrond;

IV. vernietigt het besluit van het college van Franekeradeel van 5 december 2000, kenmerk 00.33.307;

V. gelast dat de gemeente Franekeradeel aan appellant het door hem voor de behandeling van het beroep en het hoger beroep betaalde griffierecht (€ 102,10 en € 165,00) vergoedt.

Aldus vastgesteld door mr. J.E.M. Polak, Lid van de enkelvoudige kamer, in tegenwoordigheid van mr. L.E.M. Wilbers-Taselaar, ambtenaar van Staat.

w.g. Polak w.g. Wilbers-Taselaar
Lid van de enkelvoudige kamer ambtenaar van Staat

Uitgesproken in het openbaar op 29 april 2003

xxx-397.


  • Zoeken
  • Link kopiëren
  • Citeren
  • Opslaan als PDF-document

Raad van State

De Raad van State is onafhankelijk adviseur van regering en parlement over wetgeving en bestuur en hoogste algemene bestuursrechter van het land.

  • Meer over ons
  • Vacatures

Contact

De Raad van State bevindt zich in het centrum van Den Haag. Wilt u in contact komen met ons of wilt u ons bezoeken voor een zitting?

  • Telefoon
  • Locatie en route
  • Post en e-mail
  • Wet open overheid
  • Nieuwe zaak starten

Altijd op de hoogte

Ontvang ons nieuws via de abonnementenservice in uw mailbox. Op de hoogte gehouden worden over uitspraken die gedaan worden in bepaalde zaken? Meld u dan aan voor de e-mailservice. Of bekijk de voortgang van een bepaalde procedure bij de Afdeling bestuursrechtspraak.

  • Abonnementenservice
  • E-mailservice uitspraken
  • Voortgang procedure
  • Aanvragen oude uitspraken

Toegankelijkheid | Privacy | Cookiebeleid

Volg ons

  • Bluesky
  • LinkedIn
  • Instagram
  • Mastodon