Ga naar de inhoud
(naar homepage)
lees voor
Direct naar
  • en (Information in English)
  • de (Deutsche Informationen)
  • fr (Informations en français)
  • contact
  • pers
  • werken bij
  • app
  • Actueel
    • Nieuws
    • Zittingsagenda
    • Persagenda
    • Evenementen
    • Piet Hein Donner Scriptieprijs
  • Adviezen
  • Uitspraken
  • Publicaties
    • Brochures
    • Studies en onderzoeken
    • Regelingen
    • Consultaties
    • Jaarverslagen
  • Over ons
    • Raad van State in het kort
    • Organisatie
    • Advisering
    • Bestuursrechtspraak
    • Begrotingstoezicht
    • Toetsing Klimaatwet
    • Geschiedenis
    • Raad van State in beeld
  • Zoeken
  • en
  • de
  • fr
  • contact
  • pers
  • werken bij
  • app
Zoeken

  1. Home ›
  2. Uitspraken ›
  3. Uitspraak 200204258/1

Uitspraak 200204258/1

ECLI
ECLI:NL:RVS:2002:AF1131
Datum uitspraak
27 november 2002
Inhoudsindicatie
Bij besluit van 15 augustus 2000 hebben burgemeester en wethouders van Loosdrecht, thans gemeente Wijdemeren, (hierna: burgemeester en wethouders) appellant onder oplegging van een last onder dwangsom aangeschreven het prieel geplaatst op perceel [locatie] te [plaats] te verwijderen.
  • Hoger beroep
  • Hoger Beroep - Bestuursdwang / Dwangsom

Toon inhoud

  • Volledige tekst
Volledige tekst

200204258/1.
Datum uitspraak: 27 november 2002

AFDELING
BESTUURSRECHTSPRAAK

Uitspraak op het hoger beroep van:

[appellant], wonend te [woonplaats],

tegen de uitspraak van de rechtbank te Amsterdam van 24 juli 2002 in het geding tussen:

appellant

en

burgemeester en wethouders van Loosdrecht (thans gemeente Wijdemeren).

1. Procesverloop

Bij besluit van 15 augustus 2000 hebben burgemeester en wethouders van Loosdrecht, thans gemeente Wijdemeren, (hierna: burgemeester en wethouders) appellant onder oplegging van een last onder dwangsom aangeschreven het prieel geplaatst op perceel [locatie] te [plaats] te verwijderen.

Bij besluit van 13 december 2000 hebben burgemeester en wethouders het daartegen gemaakte bezwaar ongegrond verklaard. Dit besluit en het advies van de commissie voor de bezwaar- en beroepschriften van 16 november 2000, waarnaar in het besluit wordt verwezen, zijn aangehecht.

Bij brief van 2 januari 2000 (bedoeld zal zijn 2001) hebben burgemeester en wethouders ter uitvoering van het besluit van 14 december 2000 de begunstigingstermijn vastgesteld op 26 februari 2001.

Bij uitspraak van 24 juli 2002, verzonden op dezelfde dag, heeft de rechtbank te Amsterdam (hierna: de rechtbank) het daartegen ingestelde beroep niet-ontvankelijk verklaard. Deze uitspraak is aangehecht.

Tegen deze uitspraak heeft appellant bij ongedateerde brief, bij de Raad van State ingekomen op 6 augustus 2002, hoger beroep ingesteld. Deze brief is aangehecht.

Bij brief van 27 september 2001 (bedoeld zal zijn 2002) hebben burgemeester en wethouders een memorie van antwoord ingediend.

Daartoe in de gelegenheid gesteld, heeft appellant van repliek gediend.

De zaak is door een meervoudige kamer van de Afdeling verwezen naar een enkelvoudige.

De Afdeling heeft de zaak ter zitting behandeld op 19 november 2002, waar appellant in persoon, bijgestaan door gemachtigde, en burgemeester en wethouders, vertegenwoordigd door P.A. Kamman, ambtenaar der gemeente, zijn verschenen.

2. Overwegingen

2.1. De rechtbank is op goede gronden tot het juiste oordeel gekomen dat het beroepschrift te laat is ingediend en dat appellant in verzuim is geweest. De rechtbank heeft het beroepschrift van appellant dan ook terecht niet-ontvankelijk verklaard.

2.2. Appellant heeft in hoger beroep geen argumenten aangevoerd die aanleiding geven voor een ander oordeel dan dat van de rechtbank.

Daarbij neemt de Afdeling in aanmerking dat het beroepschrift van appellant van 29 januari 2001 uitsluitend betrekking heeft op de lastgeving zelf en geen enkele verwijzing bevat naar de nader vastgestelde begunstigingstermijn.

2.3. Het hoger beroep is ongegrond. De aangevallen uitspraak dient te worden bevestigd.

2.4. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

3. Beslissing

De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State

Recht doende in naam der Koningin:

bevestigt de aangevallen uitspraak.

Aldus vastgesteld door mr. D.A.C. Slump, Lid van de enkelvoudige kamer, in tegenwoordigheid van mr. G.A.A.M. Boot, ambtenaar van Staat.

w.g. Slump w.g. Boot
Lid van de enkelvoudige kamer ambtenaar van Staat

Uitgesproken in het openbaar op 27 november 2002

202.


  • Zoeken
  • Link kopiëren
  • Citeren
  • Opslaan als PDF-document

Raad van State

De Raad van State is onafhankelijk adviseur van regering en parlement over wetgeving en bestuur en hoogste algemene bestuursrechter van het land.

  • Meer over ons
  • Vacatures

Contact

De Raad van State bevindt zich in het centrum van Den Haag. Wilt u in contact komen met ons of wilt u ons bezoeken voor een zitting?

  • Telefoon
  • Locatie en route
  • Post en e-mail
  • Wet open overheid
  • Nieuwe zaak starten

Altijd op de hoogte

Ontvang ons nieuws via de abonnementenservice in uw mailbox. Op de hoogte gehouden worden over uitspraken die gedaan worden in bepaalde zaken? Meld u dan aan voor de e-mailservice. Of bekijk de voortgang van een bepaalde procedure bij de Afdeling bestuursrechtspraak.

  • Abonnementenservice
  • E-mailservice uitspraken
  • Voortgang procedure
  • Aanvragen oude uitspraken

Toegankelijkheid | Privacy | Cookiebeleid

Volg ons

  • Bluesky
  • LinkedIn
  • Instagram
  • Mastodon