Ga naar de inhoud
(naar homepage)
lees voor
Direct naar
  • en (Information in English)
  • de (Deutsche Informationen)
  • fr (Informations en français)
  • contact
  • pers
  • werken bij
  • app
  • Actueel
    • Nieuws
    • Zittingsagenda
    • Persagenda
    • Evenementen
    • Piet Hein Donner Scriptieprijs
  • Adviezen
  • Uitspraken
  • Publicaties
    • Brochures
    • Studies en onderzoeken
    • Regelingen
    • Consultaties
    • Jaarverslagen
  • Over ons
    • Raad van State in het kort
    • Organisatie
    • Advisering
    • Bestuursrechtspraak
    • Begrotingstoezicht
    • Toetsing Klimaatwet
    • Geschiedenis
    • Raad van State in beeld
  • Zoeken
  • en
  • de
  • fr
  • contact
  • pers
  • werken bij
  • app
Zoeken

  1. Home ›
  2. Uitspraken ›
  3. Uitspraak 200202501/1

Uitspraak 200202501/1

ECLI
ECLI:NL:RVS:2002:AF0263
Datum uitspraak
13 november 2002
Inhoudsindicatie
Bij besluit van 5 december 2000 hebben burgemeester en wethouders van Eindhoven (hierna: burgemeester en wethouders) vergunning verleend voor het slopen van een woning en berging aan de [locatie].
  • Hoger beroep
  • Bouwen

Toon inhoud

  • Volledige tekst
Volledige tekst

200202501/1.
Datum uitspraak: 13 november 2002

AFDELING
BESTUURSRECHTSPRAAK

Uitspraak op het hoger beroep van:

[appellant], wonend te [woonplaats],

tegen de uitspraak van de rechtbank te 's-Hertogenbosch van 17 april 2002 in het geding tussen:

appellant

en

burgemeester en wethouders van Eindhoven.

1. Procesverloop

Bij besluit van 5 december 2000 hebben burgemeester en wethouders van Eindhoven (hierna: burgemeester en wethouders) vergunning verleend voor het slopen van een woning en berging aan de [locatie].

Bij besluit van 22 mei 2001 hebben burgemeester en wethouders het daartegen gemaakte bezwaar ongegrond verklaard. Dit besluit is aangehecht.

Bij uitspraak van 17 april 2002, verzonden op 25 april 2002, heeft de rechtbank te 's-Hertogenbosch (hierna: de rechtbank) het daartegen ingestelde beroep niet-ontvankelijk verklaard. Deze uitspraak is aangehecht.

Tegen deze uitspraak heeft appellant bij brief, bij de Raad van State ingekomen op 8 mei 2002, hoger beroep ingesteld. Deze brief is aangehecht.

De gronden zijn aangevuld bij brief van 17 september 2002.

Bij brief van 9 juli 2002 hebben burgemeester en wethouders een memorie van antwoord ingediend.

De zaak is door een meervoudige kamer van de Afdeling verwezen naar een enkelvoudige.

De Afdeling heeft de zaak ter zitting behandeld op 8 oktober 2002, waar appellant in persoon en burgemeester en wethouders, vertegenwoordigd door mr. F.P.M.J.C. Vriens, ambtenaar van de gemeente, zijn verschenen.

2. Overwegingen

2.1. Appellant betoogt dat hij geen uitnodiging heeft ontvangen om te verschijnen op de zitting van de rechtbank en daarom zijn beroep niet heeft kunnen toelichten. Dit betoog faalt.

Ingevolge artikel 8:56 van de Algemene wet bestuursrecht worden partijen na afloop van het vooronderzoek ten minste drie weken tevoren uitgenodigd om op een in de uitnodiging te vermelden plaats en tijdstip op een zitting van de rechtbank te verschijnen. Ingevolge artikel 8:37, eerste lid, van die wet, voor zover thans van belang, geschiedt de uitnodiging om op een zitting van de rechtbank te verschijnen door de griffier bij aangetekende brief of bij een brief met ontvangstbevestiging, tenzij de rechtbank anders bepaalt.

Gebleken is dat de uitnodiging voor de op 17 april 2002 gehouden zitting bij de rechtbank, die aan de aangevallen uitspraak vooraf is gegaan, op 6 maart 2002 aangetekend naar appellant is verzonden. Aangezien niet is gebleken dat deze uitnodiging onbestelbaar is geretourneerd moet ervan worden uitgegaan dat deze door of namens appellant in ontvangst is genomen.

2.2. De sloopvergunning heeft betrekking op een woning die de broer van appellant van de gemeente Tubbergen huurde. Appellant hield met toestemming van zijn broer op het perceel van de woning dieren en had ter plaatse een aantal karren gestald.

2.3. Ingevolge artikel 8:1, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht (hierna: de Awb), in samenhang met artikel 7:1, eerste lid, en 6:4, eerste lid, van deze wet, kan een belanghebbende tegen een besluit bezwaar maken bij het bestuursorgaan dat het besluit heeft genomen en vervolgens beroep instellen bij de rechtbank. Ingevolge artikel 1:2, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht wordt onder belanghebbende verstaan: degene wiens belang rechtstreeks bij een besluit betrokken is.

De Afdeling is van oordeel dat het belang van appellant moet worden aangemerkt als een afgeleid belang dat niet rechtstreeks door het besluit van 5 december 2000 wordt getroffen. De sloopvergunning had voor hem slechts een gevolg in verband met de verhouding die hij ten aanzien van het stallen van zijn dieren en voertuigen had met zijn broer. De conclusie is derhalve dat appellant niet kan worden aangemerkt als belanghebbende in de zin van artikel 1:2, eerste lid, van de Awb, zodat hij geen bezwaar kon maken. Op deze gronden hadden burgemeester en wethouders het bezwaar dan ook niet-ontvankelijk dienen te verklaren. De rechtbank heeft dit miskend.

2.4. De aangevallen uitspraak dient te worden vernietigd. Doende hetgeen de rechtbank zou behoren te doen zal de Afdeling het beroep alsnog gegrond verklaren en de beslissing op bezwaar vernietigen. De Afdeling zal op de hierna te melden wijze in de zaak voorzien en bepalen dat deze uitspraak in zoverre in de plaats treedt van het vernietigde besluit.

2.5. Van proceskosten die voor vergoeding in aanmerking komen is niet gebleken.

3. Beslissing

De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State

Recht doende in naam der Koningin:

I. vernietigt de uitspraak van de rechtbank te 's-Hertogenbosch van 17 april 2002, AWB 01/1397 BESLU;

II. verklaart het bij de rechtbank ingestelde beroep gegrond;

III. vernietigt het besluit van burgemeester en wethouders van Eindhoven van 22 mei 2001, JZ&IV 00B001759;

IV. verklaart appellant alsnog niet-ontvankelijk in het door hem ingediende bezwaar tegen het besluit van burgemeester en wethouders van 5 december 2000;

V. bepaalt dat deze uitspraak in de plaats treedt van het vernietigde besluit;

VI. gelast dat de gemeente Eindhoven aan appellant het door hem voor de behandeling van het beroep en het hoger beroep betaalde griffierecht (€ 102,10 + € 165,00) vergoedt.

Aldus vastgesteld door mr. W. van den Brink, Lid van de enkelvoudige kamer, in tegenwoordigheid van mr. J.H. Roelfsema, ambtenaar van Staat.

w.g. Van den Brink w.g. Roelfsema
Lid van de enkelvoudige kamer ambtenaar van Staat

Uitgesproken in het openbaar op 13 november 2002

378.


  • Zoeken
  • Link kopiëren
  • Citeren
  • Opslaan als PDF-document

Raad van State

De Raad van State is onafhankelijk adviseur van regering en parlement over wetgeving en bestuur en hoogste algemene bestuursrechter van het land.

  • Meer over ons
  • Vacatures

Contact

De Raad van State bevindt zich in het centrum van Den Haag. Wilt u in contact komen met ons of wilt u ons bezoeken voor een zitting?

  • Telefoon
  • Locatie en route
  • Post en e-mail
  • Wet open overheid
  • Nieuwe zaak starten

Altijd op de hoogte

Ontvang ons nieuws via de abonnementenservice in uw mailbox. Op de hoogte gehouden worden over uitspraken die gedaan worden in bepaalde zaken? Meld u dan aan voor de e-mailservice. Of bekijk de voortgang van een bepaalde procedure bij de Afdeling bestuursrechtspraak.

  • Abonnementenservice
  • E-mailservice uitspraken
  • Voortgang procedure
  • Aanvragen oude uitspraken

Toegankelijkheid | Privacy | Cookiebeleid

Volg ons

  • Bluesky
  • LinkedIn
  • Instagram
  • Mastodon