Ga naar de inhoud
(naar homepage)
lees voor
Direct naar
  • en (Information in English)
  • de (Deutsche Informationen)
  • fr (Informations en français)
  • contact
  • pers
  • werken bij
  • app
  • Actueel
    • Nieuws
    • Zittingsagenda
    • Persagenda
    • Evenementen
    • Piet Hein Donner Scriptieprijs
  • Adviezen
  • Uitspraken
  • Publicaties
    • Brochures
    • Studies en onderzoeken
    • Regelingen
    • Consultaties
    • Jaarverslagen
  • Over ons
    • Raad van State in het kort
    • Organisatie
    • Advisering
    • Bestuursrechtspraak
    • Begrotingstoezicht
    • Toetsing Klimaatwet
    • Geschiedenis
    • Raad van State in beeld
  • Zoeken
  • en
  • de
  • fr
  • contact
  • pers
  • werken bij
  • app
Zoeken

  1. Home ›
  2. Uitspraken ›
  3. Uitspraak 200201886/1

Uitspraak 200201886/1

ECLI
ECLI:NL:RVS:2002:AE9894
Datum uitspraak
6 november 2002
Inhoudsindicatie
Bij besluit van 6 juni 2000 heeft de staatssecretaris van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij (hierna: de staatssecretaris) krachtens de Jachtwet aan appellant een vergunning verleend om voor het doden van kauwen, eksters, zwarte kraaien en verwilderde katten gebruik te maken van een geweer, op de gronden toebehorende aan appellant en voor zover gelegen rond en of binnen de afpalingskring van de eendenkooi in de gemeente Brederwiede voor de periode van 1 juli 2000 tot 1 juli 2001.
  • Hoger beroep
  • Overige uitspraken (tot 2004)

Toon inhoud

  • Volledige tekst
Volledige tekst

200201886/1.
Datum uitspraak: 6 november 2002

AFDELING
BESTUURSRECHTSPRAAK

Uitspraak op het hoger beroep van:

[appellant], wonend te [woonplaats]

tegen de uitspraak van de rechtbank te Zwolle van 26 februari 2002 in het geding tussen:

appellant

en

de staatssecretaris van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij.

1. Procesverloop

Bij besluit van 6 juni 2000 heeft de staatssecretaris van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij (hierna: de staatssecretaris) krachtens de Jachtwet aan appellant een vergunning verleend om voor het doden van kauwen, eksters, zwarte kraaien en verwilderde katten gebruik te maken van een geweer, op de gronden toebehorende aan appellant en voor zover gelegen rond en of binnen de afpalingskring van de eendenkooi in de gemeente Brederwiede voor de periode van 1 juli 2000 tot 1 juli 2001.

Bij een op 21 juni 2001 verzonden besluit heeft de staatssecretaris het door de stichting De Faunabescherming daartegen gemaakte bezwaar gegrond verklaard en de aan appellant verleende vergunning ingetrokken. Dit besluit is aangehecht.

Bij uitspraak van 26 februari 2002, verzonden op dezelfde datum, heeft de rechtbank te Zwolle (hierna: de rechtbank) het door appellant daartegen ingestelde beroep ongegrond verklaard. Deze uitspraak is aangehecht.

Tegen deze uitspraak heeft appellant bij brief, bij de Raad van State ingekomen op 5 april 2002, hoger beroep ingesteld. De gronden zijn aangevuld bij brief van 3 mei 2002. Deze brieven zijn aangehecht.

Bij brief van 3 juni 2002 heeft de staatssecretaris van antwoord gediend.

Bij brief van 9 juni 2002 heeft de stichting De Faunabescherming een schriftelijke uiteenzetting over de zaak gegeven.

De Afdeling heeft de zaak ter zitting behandeld op 5 augustus 2002, waar appellant in persoon, bijgestaan door mr. J.T. Fuller, advocaat te Zwolle, en de staatssecretaris, vertegenwoordigd door mr. M.M.F. Lobles, ambtenaar van het ministerie, zijn verschenen.

2. Overwegingen

2.1. De Afdeling stelt voorop dat in dit geschil de Jachtwet aan de orde is, welke wet met ingang van 1 april 2002 grotendeels is vervallen.

2.2. De rechtbank heeft terecht en op goede gronden geoordeeld, dat door appellant niet aannemelijk is gemaakt dat in dit geval sprake is van (dreigende) belangrijke schade die het verlenen van een vergunning als bedoeld in artikel 53 van de Jachtwet kan rechtvaardigen.

In de brief van 21 mei 2001 is door de staatssecretaris duidelijk uiteengezet, wanneer naar zijn mening sprake is van belangrijke schade in de zin van voornoemd artikel 53 van de Jachtwet. Naar het oordeel van de Afdeling is appellant, die aldus voldoende was geïnformeerd over de door de staatssecretaris gehanteerde criteria, er op geen enkele wijze in geslaagd aan te tonen of aannemelijk te maken dat sprake is van een dergelijke schade.

2.3. Het hoger beroep is ongegrond. De aangevallen uitspraak dient te worden bevestigd.

2.4. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

3. Beslissing

De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State

Recht doende in naam der Koningin:

bevestigt de aangevallen uitspraak.

Aldus vastgesteld door mr. C.M. Ligtelijn-van Bilderbeek, Voorzitter, en mr. J.A.E. van der Does en mr. C. de Gooijer, Leden, in tegenwoordigheid van mr. E.J.J.M. van Tielraden, ambtenaar van Staat.

w.g. Ligtelijn-van Bilderbeek w.g. Van Tielraden
Voorzitter ambtenaar van Staat

Uitgesproken in het openbaar op 6 november 2002

156.


  • Zoeken
  • Link kopiëren
  • Citeren
  • Opslaan als PDF-document

Raad van State

De Raad van State is onafhankelijk adviseur van regering en parlement over wetgeving en bestuur en hoogste algemene bestuursrechter van het land.

  • Meer over ons
  • Vacatures

Contact

De Raad van State bevindt zich in het centrum van Den Haag. Wilt u in contact komen met ons of wilt u ons bezoeken voor een zitting?

  • Telefoon
  • Locatie en route
  • Post en e-mail
  • Wet open overheid
  • Nieuwe zaak starten

Altijd op de hoogte

Ontvang ons nieuws via de abonnementenservice in uw mailbox. Op de hoogte gehouden worden over uitspraken die gedaan worden in bepaalde zaken? Meld u dan aan voor de e-mailservice. Of bekijk de voortgang van een bepaalde procedure bij de Afdeling bestuursrechtspraak.

  • Abonnementenservice
  • E-mailservice uitspraken
  • Voortgang procedure
  • Aanvragen oude uitspraken

Toegankelijkheid | Privacy | Cookiebeleid

Volg ons

  • Bluesky
  • LinkedIn
  • Instagram
  • Mastodon