Ga naar de inhoud
(naar homepage)
lees voor
Direct naar
  • en (Information in English)
  • de (Deutsche Informationen)
  • fr (Informations en français)
  • contact
  • pers
  • werken bij
  • app
  • Actueel
    • Nieuws
    • Zittingsagenda
    • Persagenda
    • Evenementen
    • Piet Hein Donner Scriptieprijs
  • Adviezen
  • Uitspraken
  • Publicaties
    • Brochures
    • Studies en onderzoeken
    • Regelingen
    • Consultaties
    • Jaarverslagen
  • Over ons
    • Raad van State in het kort
    • Organisatie
    • Advisering
    • Bestuursrechtspraak
    • Begrotingstoezicht
    • Toetsing Klimaatwet
    • Geschiedenis
    • Raad van State in beeld
  • Zoeken
  • en
  • de
  • fr
  • contact
  • pers
  • werken bij
  • app
Zoeken

  1. Home ›
  2. Uitspraken ›
  3. Uitspraak 200202230/1

Uitspraak 200202230/1

ECLI
ECLI:NL:RVS:2002:AE9871
Datum uitspraak
6 november 2002
Inhoudsindicatie
Bij brief van 4 oktober 2001 heeft verweerder Schipper Bosch Projectontwikkeling B.V. (hierna te noemen: Schipper Bosch) te Amersfoort medegedeeld dat voor de bouw van 76 woningen die Schipper Bosch aan de Kolhornseweg in Hilversum wil oprichten geen vergunning op grond van artikel 12 van de Natuurbeschermingswet is vereist.
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
  • Overige uitspraken (tot 2004)

Toon inhoud

  • Volledige tekst
Volledige tekst

200202230/1.
Datum uitspraak: 6 november 2002

AFDELING
BESTUURSRECHTSPRAAK

Uitspraak in het geding tussen:

de vereniging “Vereniging van Vrienden van het Gooi”, gevestigd te Bussum,
appellante,

en

de Staatssecretaris van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij,
verweerder.

1. Procesverloop

Bij brief van 4 oktober 2001 heeft verweerder Schipper Bosch Projectontwikkeling B.V. (hierna te noemen: Schipper Bosch) te Amersfoort medegedeeld dat voor de bouw van 76 woningen die Schipper Bosch aan de Kolhornseweg in Hilversum wil oprichten geen vergunning op grond van artikel 12 van de Natuurbeschermingswet is vereist.

Appellante heeft tegen dit standpunt een bezwaarschrift ingediend.

Bij besluit van 12 maart 2002, kenmerk TRCJZ/2002/3591, heeft verweerder het bezwaar niet-ontvankelijk verklaard. Dit besluit is aangehecht.

Tegen dit besluit heeft appellante bij brief van 20 april 2002, bij de Raad van State ingekomen op 22 april 2002, beroep ingesteld. Deze brief is aangehecht.

Bij brief van 21 juni 2002 heeft verweerder een verweerschrift ingediend.

Na afloop van het vooronderzoek zijn nadere stukken ontvangen van Schipper Bosch en de Vereniging van Vrienden van het Gooi. Deze zijn aan de andere partijen toegezonden.

De zaak is door een meervoudige kamer van de Afdeling verwezen naar een enkelvoudige.

De Afdeling heeft de zaak ter zitting behandeld op 11 oktober 2002, waar appellante, vertegenwoordigd door [voorzitter], en verweerder, vertegenwoordigd door mr. M. Nagel, ambtenaar van het Ministerie van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij, zijn verschenen. Voorts is verschenen Schipper Bosch, vertegenwoordigd door [geamchtigden] en bijgestaan door mr. S.G.A. de Boer, advocaat te Utrecht.

2. Overwegingen

2.1. Ingevolge artikel 12, eerste lid, van de Natuurbeschermingswet is het verboden zonder vergunning van de Minister van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij of in strijd met bij zodanige vergunning gestelde voorwaarden handelingen te verrichten, te doen verrichten of te gedogen, die schadelijk zijn voor het natuurschoon of voor de natuurwetenschappelijke betekenis van een beschermd natuurmonument of die een beschermd natuurmonument ontsieren.

Ingevolge het tweede lid van deze bepaling worden als schadelijk voor het natuurschoon of voor de natuurwetenschappelijke betekenis van een beschermd natuurmonument in ieder geval aangemerkt handelingen, die de in de beschikking tot aanwijzing genoemde wezenlijke kenmerken van een beschermd natuurmonument aantasten.

Deze vergunningplicht strekt zich volgens vaste jurisprudentie ook uit tot handelingen die buiten het natuurmonument plaatsvinden en schadelijk of ontsierend zijn voor het natuurmonument (zgn. externe werking).

2.2. In het geding is de vraag of verweerder appellante terecht niet-ontvankelijk heeft verklaard in haar bezwaar tegen de mededeling van verweerder aan Schipper Bosch dat voor de bouw van 76 woningen aan de Kolhornseweg in Hilversum geen vergunning op grond van artikel 12 van de Natuurbeschermingswet is vereist.

Blijkens het bestreden besluit stelt verweerder zich onder verwijzing naar de uitspraak van de Afdeling van 17 oktober 2001, no. 200003751/1, op het standpunt dat deze mededeling niet is aan te merken als een besluit in de zin van artikel 1:3, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht. Hij voert aan dat de brief van 4 oktober 2001 is aan te merken als een rechtsoordeel. Verder overweegt verweerder dat het enkele feit dat sprake is van een rechtsoordeel van een bestuursorgaan niet kan worden beschouwd als een voldoende voorwaarde om te oordelen dat sprake is van een publiekrechtelijke rechtshandeling in de zin van artikel 1:3, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht. De vraag of in dit geval sprake is van een vergunningplicht kan volgens verweerder eventueel aan de orde worden gesteld in het kader van een verzoek om bestuurlijke handhavingsmaatregelen. Tegen een besluit op een handhavingsverzoek kunnen vervolgens rechtsmiddelen worden ingesteld. Verweerder stelt zich voorts op het standpunt dat in dit geval geen sprake is van een bijzondere situatie zoals die zich voordeed in de uitspraak van de Afdeling van 19 juni 2000, no. E01.99.0148. Hij heeft het bezwaarschrift van appellante derhalve niet-ontvankelijk verklaard.

2.3. Appellante stelt dat verweerder het bezwaarschrift van appellante ten onrechte niet-ontvankelijk heeft verklaard. Zij voert hiertoe aan onder verwijzing naar de uitspraak van de Afdeling van 19 juni 2000, no. E01.99.0148, dat de mededeling van verweerder moet worden opgevat als een weigering van verweerder om over te gaan tot het nemen van handhavingsmaatregelen teneinde de bouw van 76 woningen te voorkomen. Tegen een dergelijke weigering staan volgens appellante rechtsmiddelen open. Appellante is verder van mening dat het standpunt van verweerder belanghebbende onmogelijk maakt om een oordeel van de bevoegde bestuursrechter te krijgen.

2.4. De Afdeling overweegt dat in de uitspraak van de Afdeling van 19 juni 2000, no. E01.99.0148 (AB 2000, 445), waar appellante zich op beroept, sprake is van een bijzondere situatie. In die zaak ging het om nieuwe eenmalige activiteiten die op korte termijn konden worden uitgevoerd en voltooid met wellicht onomkeerbare gevolgen, zodat de Afdeling het indienen door appellante van een verzoek om bestuurlijke handhaving onevenredig bezwarend achtte. Van een dergelijk uitzonderlijke situatie is hier echter geen sprake.

2.4.1. Voor zover appellante van mening is dat het standpunt van verweerder belanghebbende onmogelijk maakt om een oordeel van de bevoegde bestuursrechter te krijgen, overweegt de Afdeling dat dit onjuist is aangezien appellante verweerder kan verzoeken om bestuurlijke handhavingsmaatregelen te nemen. Tegen een besluit op zodanig verzoek staan vervolgens rechtsmiddelen open.

2.5. Nu de beslissing in primo dus geen besluit is, heeft verweerder het bezwaarschrift van appellante terecht niet-ontvankelijk verklaard. In verband hiermee komt de Afdeling niet toe aan de overige gronden van het beroep.

Het beroep is ongegrond.

2.6. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

3. Beslissing

De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State

Recht doende in naam der Koningin:

verklaart het beroep ongegrond.

Aldus vastgesteld door mr. A. Kosto, Lid van de enkelvoudige kamer, in tegenwoordigheid van mr. F.W.M. Kooijman, ambtenaar van Staat.

w.g. Kosto w.g. Kooijman
Lid van de enkelvoudige kamer ambtenaar van Staat

Uitgesproken in het openbaar op 6 november 2002

177-427.


  • Zoeken
  • Link kopiëren
  • Citeren
  • Opslaan als PDF-document

Raad van State

De Raad van State is onafhankelijk adviseur van regering en parlement over wetgeving en bestuur en hoogste algemene bestuursrechter van het land.

  • Meer over ons
  • Vacatures

Contact

De Raad van State bevindt zich in het centrum van Den Haag. Wilt u in contact komen met ons of wilt u ons bezoeken voor een zitting?

  • Telefoon
  • Locatie en route
  • Post en e-mail
  • Wet open overheid
  • Nieuwe zaak starten

Altijd op de hoogte

Ontvang ons nieuws via de abonnementenservice in uw mailbox. Op de hoogte gehouden worden over uitspraken die gedaan worden in bepaalde zaken? Meld u dan aan voor de e-mailservice. Of bekijk de voortgang van een bepaalde procedure bij de Afdeling bestuursrechtspraak.

  • Abonnementenservice
  • E-mailservice uitspraken
  • Voortgang procedure
  • Aanvragen oude uitspraken

Toegankelijkheid | Privacy | Cookiebeleid

Volg ons

  • Bluesky
  • LinkedIn
  • Instagram
  • Mastodon