Ga naar de inhoud
(naar homepage)
lees voor
Direct naar
  • en (Information in English)
  • de (Deutsche Informationen)
  • fr (Informations en français)
  • contact
  • pers
  • werken bij
  • app
  • Actueel
    • Nieuws
    • Zittingsagenda
    • Persagenda
    • Evenementen
    • Piet Hein Donner Scriptieprijs
  • Adviezen
  • Uitspraken
  • Publicaties
    • Brochures
    • Studies en onderzoeken
    • Regelingen
    • Consultaties
    • Jaarverslagen
  • Over ons
    • Raad van State in het kort
    • Organisatie
    • Advisering
    • Bestuursrechtspraak
    • Begrotingstoezicht
    • Toetsing Klimaatwet
    • Geschiedenis
    • Raad van State in beeld
  • Zoeken
  • en
  • de
  • fr
  • contact
  • pers
  • werken bij
  • app
Zoeken

  1. Home ›
  2. Uitspraken ›
  3. Uitspraak 200200345/1

Uitspraak 200200345/1

ECLI
ECLI:NL:RVS:2002:AE9211
Datum uitspraak
23 oktober 2002
Inhoudsindicatie
Bij uitspraak van 10 november 2000, no. 200000959/1, heeft de Afdeling appellanten (hierna: burgemeester en wethouders) – voor zover hier van belang – opgedragen binnen 4 weken na verzending van haar uitspraak met inachtneming daarvan een nieuw besluit te nemen op het bezwaar van [verzoeker] tegen het besluit van 1 mei 1997 van burgemeester en wethouders strekkende tot weigering met toepassing van bestuursdwang op te treden tegen twee zonder bouwvergunning op het perceel [locatie] te [plaats] (hierna het perceel) opgerichte erfafscheidingen.
  • Hoger beroep
  • Hoger Beroep - Bestuursdwang / Dwangsom

Toon inhoud

  • Volledige tekst
Volledige tekst

200200345/1.
Datum uitspraak: 23 oktober 2002

AFDELING
BESTUURSRECHTSPRAAK

Uitspraak op het hoger beroep van:

burgemeester en wethouders van Rucphen,
appellanten,

tegen de uitspraak van de arrondissementsrechtbank te Breda van 10 december 2001 in het geding tussen:

[verzoeker], wonend te [woonplaats]

en

appellanten.

1. Procesverloop

Bij uitspraak van 10 november 2000, no. 200000959/1, heeft de Afdeling appellanten (hierna: burgemeester en wethouders) – voor zover hier van belang – opgedragen binnen 4 weken na verzending van haar uitspraak met inachtneming daarvan een nieuw besluit te nemen op het bezwaar van [verzoeker] tegen het besluit van 1 mei 1997 van burgemeester en wethouders strekkende tot weigering met toepassing van bestuursdwang op te treden tegen twee zonder bouwvergunning op het perceel [locatie] te [plaats] (hierna het perceel) opgerichte erfafscheidingen.

Bij uitspraak van 10 december 2001, verzonden op dezelfde dag, heeft de rechtbank – voor zover hier van belang - het beroep van [verzoeker] tegen het, naar zijn stelling, uitblijven van een nieuwe beslissing op bezwaar gegrond verklaard en het fictieve besluit vernietigd. Deze uitspraak is aangehecht.

Tegen deze uitspraak hebben appellanten bij brief van 15 januari 2002, bij de Raad van State ingekomen op 17 januari 2002, hoger beroep ingesteld. Deze brief is aangehecht.

Bij brief van 10 april 2002 heeft [verzoeker] een memorie van antwoord ingediend.

De Afdeling heeft de zaak ter zitting behandeld op 23 september 2002, waar appellanten, vertegenwoordigd door J. de Rooij en C.A.W.M. van der Smissen, beiden ambtenaar bij de gemeente, zijn verschenen. [verzoeker] is, met bericht, niet verschenen.

2. Overwegingen

2.1. Burgemeester en wethouders voeren aan dat zij op 24 november 2000 alsnog op de bezwaren van [verzoeker] tegen hun besluit van 1 mei 1997 hebben beslist, zodat – anders dan de rechtbank heeft geoordeeld - binnen de door de Afdeling in de uitspraak van 10 november 2000 gestelde termijn een nieuwe beslissing op bezwaar is genomen en geen sprake is van het uitblijven daarvan.

2.2. Bij de aangevallen uitspraak heeft de rechtbank overwogen dat de brief van burgemeester en wethouders van 24 november 2000, verzonden op 28 november 2000, ook al is daarin vermeld dat deze strekt ter voldoening aan de uitspraak van de Afdeling van 10 november 2000, niet kan worden aangemerkt als een beslissing op bezwaar als bedoeld in artikel 7:11 van de Algemene wet bestuursrecht (hierna: de Awb) nu daarin geen oordeel is gegeven over de gegrondheid van het door [verzoeker] gemaakte bezwaar en, indien het bezwaar gegrond is, aan te geven welke beslissing na heroverweging van alle relevante feiten en omstandigheden daarvoor in de plaats treedt. De brief houdt volgens de rechtbank slechts de mededeling van een voornemen in en voorts ontbreekt een rechtsmiddelenclausule.

2.3. Bij de brief van 24 november 2000 hebben burgemeester en wethouders aan [verzoeker] laten weten dat zij ter voldoening aan de uitspraak van de Afdeling van 10 november 2000 hebben besloten om zo spoedig mogelijk na de goedkeuring door gedeputeerde staten van Noord-Brabant van het bestemmingsplan “Partiele herziening Bijgebouwenregeling Rucphen” alsnog voor de op het perceel opgerichte erfafscheidingen bouwvergunning te verlenen, omdat in dat bestemmingsplan de bepaling is opgenomen, dat in geval van hoeksituaties de hoogte van erfafscheidingen onder een aantal voorwaarden 2 m mag bedragen. De brief van 24 november 2000 houdt niet de op grondslag van de ingediende bezwaren vereiste heroverweging als bedoeld in artikel 7:11 van de Awb in. [verzoeker] behoefde dan ook in de in deze brief gegeven aankondiging dat voor de erafscheidingen zodra mogelijk een bouwvergunning zal worden verleend, niet te lezen dat daarmee alsnog op zijn bezwaren tegen het besluit van 1 mei 1997 was beslist en heeft op grond van deze brief mogen menen dat zo een besluit nog zou volgen, temeer nu daarin niet een rechtsmiddelenclausule is opgenomen. Dat burgemeester en wethouders hebben vermeld dat met dit schrijven wordt voldaan aan de eerdere uitspraak van de Afdeling, leidt niet tot een ander oordeel, met name omdat de uitspraak van 10 november 2000 betrekking had op een in bezwaar gehandhaafde weigering van burgemeester en wethouders om bestuursdwang toe te passen en de brief van 24 november 2000 dienaangaande, zoals uit het vorenstaande voortvloeit, geen besluit behelst.

2.4. Uit het voorgaande volgt dat het hoger beroep ongegrond is en dat de aangevallen uitspraak dient te worden bevestigd.

2.5. Van proceskosten die voor vergoeding in aanmerking komen, is niet gebleken.

3. Beslissing

De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State

Recht doende in naam der Koningin:

bevestigt de aangevallen uitspraak.

Aldus vastgesteld door mr. J.A.M. van Angeren, Voorzitter, en mr. J.E.M. Polak en mr. B.J. van Ettekoven, Leden, in tegenwoordigheid van mr. A.M. van Meurs-Heuvel, ambtenaar van Staat.

w.g. Van Angeren w.g. Van Meurs-Heuvel
Voorzitter ambtenaar van Staat

Uitgesproken in het openbaar op 23 oktober 2002

47.


  • Zoeken
  • Link kopiëren
  • Citeren
  • Opslaan als PDF-document

Raad van State

De Raad van State is onafhankelijk adviseur van regering en parlement over wetgeving en bestuur en hoogste algemene bestuursrechter van het land.

  • Meer over ons
  • Vacatures

Contact

De Raad van State bevindt zich in het centrum van Den Haag. Wilt u in contact komen met ons of wilt u ons bezoeken voor een zitting?

  • Telefoon
  • Locatie en route
  • Post en e-mail
  • Wet open overheid
  • Nieuwe zaak starten

Altijd op de hoogte

Ontvang ons nieuws via de abonnementenservice in uw mailbox. Op de hoogte gehouden worden over uitspraken die gedaan worden in bepaalde zaken? Meld u dan aan voor de e-mailservice. Of bekijk de voortgang van een bepaalde procedure bij de Afdeling bestuursrechtspraak.

  • Abonnementenservice
  • E-mailservice uitspraken
  • Voortgang procedure
  • Aanvragen oude uitspraken

Toegankelijkheid | Privacy | Cookiebeleid

Volg ons

  • Bluesky
  • LinkedIn
  • Instagram
  • Mastodon