Ga naar de inhoud
(naar homepage)
lees voor
Direct naar
  • en (Information in English)
  • de (Deutsche Informationen)
  • fr (Informations en français)
  • contact
  • pers
  • werken bij
  • app
  • Actueel
    • Nieuws
    • Zittingsagenda
    • Persagenda
    • Evenementen
    • Piet Hein Donner Scriptieprijs
  • Adviezen
  • Uitspraken
  • Publicaties
    • Brochures
    • Studies en onderzoeken
    • Regelingen
    • Consultaties
    • Jaarverslagen
  • Over ons
    • Raad van State in het kort
    • Organisatie
    • Advisering
    • Bestuursrechtspraak
    • Begrotingstoezicht
    • Toetsing Klimaatwet
    • Geschiedenis
    • Raad van State in beeld
  • Zoeken
  • en
  • de
  • fr
  • contact
  • pers
  • werken bij
  • app
Zoeken

  1. Home ›
  2. Uitspraken ›
  3. Uitspraak 200106235/1

Uitspraak 200106235/1

ECLI
ECLI:NL:RVS:2002:AE7435
Datum uitspraak
11 september 2002
Inhoudsindicatie
Bij besluit van 7 juni 1999 heeft de Staatssecretaris van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer (hierna: de staatssecretaris) de aan appellante te verlenen huursubsidie voor het tijdvak van 1 juli 1996 tot 1 juli 1997 nader vastgesteld op ƒ 960,00 en voorts ƒ 2.160,00 als ten onrechte uitbetaald teruggevorderd.
  • Hoger beroep
  • Overige uitspraken (tot 2004)

Toon inhoud

  • Volledige tekst
Volledige tekst

200106235/1.
Datum uitspraak: 11 september 2002

AFDELING
BESTUURSRECHTSPRAAK

Uitspraak op het hoger beroep van:

[appellante], wonend te [woonplaats],

tegen de uitspraak van de arrondissementsrechtbank te Haarlem van 5 november 2001 in het geding tussen:

appellante

en

de Staatssecretaris van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer.

1. Procesverloop

Bij besluit van 7 juni 1999 heeft de Staatssecretaris van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer (hierna: de staatssecretaris) de aan appellante te verlenen huursubsidie voor het tijdvak van 1 juli 1996 tot 1 juli 1997 nader vastgesteld op ƒ 960,00 en voorts ƒ 2.160,00 als ten onrechte uitbetaald teruggevorderd.

Bij besluit van 22 maart 2001 heeft de staatssecretaris het daartegen door appellante gemaakte bezwaar ongegrond verklaard. Dit besluit is aangehecht.

Bij uitspraak van 5 november 2001, verzonden op 12 november 2001, heeft de arrondissementsrechtbank te Haarlem (hierna: de rechtbank) het daartegen door appellante ingestelde beroep ongegrond verklaard. Deze uitspraak is aangehecht.

Tegen deze uitspraak heeft appellante bij brief, bij de Raad van State ingekomen op 19 december 2001, hoger beroep ingesteld. Deze brief is aangehecht.

De zaak is door een meervoudige kamer van de Afdeling verwezen naar een enkelvoudige.

De Afdeling heeft de zaak ter zitting behandeld op 19 juli 2001, waar appellante in persoon en de staatssecretaris, vertegenwoordigd door mr. A.M.M. Stevens, advocaat te Den Haag, zijn verschenen.

2. Overwegingen

2.1. Appellante betoogt dat de rechtbank heeft miskend dat sprake is van bijzondere omstandigheden, welke de staatssecretaris zouden hebben moeten doen afzien van de nadere vaststelling. Zonder de haar aanvankelijk toegekende huursubsidie zou zij de huur van haar woning niet hebben kunnen betalen. Omdat appellante in die tijd studeerde en niet voor werk beschikbaar was, kon zij geen beroep doen op bijzondere bijstand.

2.2. Dit betoog faalt. De staatssecretaris pleegt van zijn bevoegdheid tot nadere vaststelling steeds gebruik te maken, tenzij zich een geval voordoet, als bedoeld in artikel 24, eerste lid, van de Wet individuele huursubsidie en de nadere vaststelling voor de betrokken huurder tot bijzondere hardheid zou leiden. Het door appellante gestelde valt niet onder de in artikel 24, eerste lid, van de indertijd geldende Wet individuele huursubsidie bedoelde gevallen. De rechtbank heeft op goede gronden overwogen dat de staatssecretaris de huursubsidie nader mocht vaststellen, zoals hij heeft gedaan.

2.3. Voorzover appellante tevens heeft beoogd te betogen dat de rechtbank heeft miskend dat, ook indien de huursubsidie terecht en op juiste wijze nader is vastgesteld, toch geen terugvordering had mogen plaatsvinden, faalt dit betoog evenzeer. De staatssecretaris pleegt het bedrag dat als gevolg van een nadere vaststelling onverschuldigd is betaald met uitzondering van zeer bijzondere situaties steeds terug te vorderen. Omstandigheden die tot het oordeel nopen dat de staatssecretaris in dit geval niet in redelijkheid heeft kunnen vasthouden aan dat uitgangspunt heeft de rechtbank terecht niet aanwezig geacht.

2.4. Het hoger beroep is ongegrond. De aangevallen uitspraak dient te worden bevestigd.

2.5. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

3. Beslissing

De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State

Recht doende in naam der Koningin:

bevestigt de aangevallen uitspraak.

Aldus vastgesteld door mr. R.W.L. Loeb, Lid van de enkelvoudige kamer, in tegenwoordigheid van mr. S.W. Schortinghuis, ambtenaar van Staat.

w.g. Loeb w.g. Schortinghuis
Lid van de enkelvoudige kamer ambtenaar van Staat

Uitgesproken in het openbaar op 11 september 2002

195-209.


  • Zoeken
  • Link kopiëren
  • Citeren
  • Opslaan als PDF-document

Raad van State

De Raad van State is onafhankelijk adviseur van regering en parlement over wetgeving en bestuur en hoogste algemene bestuursrechter van het land.

  • Meer over ons
  • Vacatures

Contact

De Raad van State bevindt zich in het centrum van Den Haag. Wilt u in contact komen met ons of wilt u ons bezoeken voor een zitting?

  • Telefoon
  • Locatie en route
  • Post en e-mail
  • Wet open overheid
  • Nieuwe zaak starten

Altijd op de hoogte

Ontvang ons nieuws via de abonnementenservice in uw mailbox. Op de hoogte gehouden worden over uitspraken die gedaan worden in bepaalde zaken? Meld u dan aan voor de e-mailservice. Of bekijk de voortgang van een bepaalde procedure bij de Afdeling bestuursrechtspraak.

  • Abonnementenservice
  • E-mailservice uitspraken
  • Voortgang procedure
  • Aanvragen oude uitspraken

Toegankelijkheid | Privacy | Cookiebeleid

Volg ons

  • Bluesky
  • LinkedIn
  • Instagram
  • Mastodon