Ga naar de inhoud
(naar homepage)
lees voor
Direct naar
  • en (Information in English)
  • de (Deutsche Informationen)
  • fr (Informations en français)
  • contact
  • pers
  • werken bij
  • app
  • Actueel
    • Nieuws
    • Zittingsagenda
    • Persagenda
    • Evenementen
    • Piet Hein Donner Scriptieprijs
  • Adviezen
  • Uitspraken
  • Publicaties
    • Brochures
    • Studies en onderzoeken
    • Regelingen
    • Consultaties
    • Jaarverslagen
  • Over ons
    • Raad van State in het kort
    • Organisatie
    • Advisering
    • Bestuursrechtspraak
    • Begrotingstoezicht
    • Toetsing Klimaatwet
    • Geschiedenis
    • Raad van State in beeld
  • Zoeken
  • en
  • de
  • fr
  • contact
  • pers
  • werken bij
  • app
Zoeken

  1. Home ›
  2. Uitspraken ›
  3. Uitspraak 201608910/1/A2

Uitspraak 201608910/1/A2

ECLI
ECLI:NL:RVS:2017:3087
Datum uitspraak
15 november 2017
Inhoudsindicatie
Bij uitspraak van 5 oktober 2016 heeft de Afdeling het door [verzoekster] tegen een uitspraak van de rechtbank Gelderland van 10 december 2015 ingesteld hoger beroep ongegrond verklaard, de aangevallen uitspraak bevestigd en een beroep tegen een besluit van het college van dijkgraaf en heemraden van het waterschap Rivierenland van 9 februari 2016 ongegrond verklaard. De uitspraak van de Afdeling is aangehecht.
  • Herziening
  • Hoger Beroep - Bestuursdwang / Dwangsom

Toon inhoud

  • Volledige tekst
Volledige tekst

201608910/1/A2.
Datum uitspraak: 15 november 2017

AFDELING
BESTUURSRECHTSPRAAK

Uitspraak op het verzoek van:

[verzoekster], wonend te [woonplaats],

om herziening (artikel 8:119 van de Algemene wet bestuursrecht (hierna: de Awb)) van de uitspraak van de Afdeling van 5 oktober 2016 in zaak nr. ECLI:NL:RVS:2016:2623.

Procesverloop

Bij uitspraak van 5 oktober 2016 heeft de Afdeling het door [verzoekster] tegen een uitspraak van de rechtbank Gelderland van 10 december 2015 ingesteld hoger beroep ongegrond verklaard, de aangevallen uitspraak bevestigd en een beroep tegen een besluit van het college van dijkgraaf en heemraden van het waterschap Rivierenland van 9 februari 2016 ongegrond verklaard. De uitspraak van de Afdeling is aangehecht.

[verzoekster] heeft de Afdeling verzocht deze uitspraak te herzien.

[verzoekster] heeft nadere stukken ingediend.

De Afdeling heeft het verzoek ter zitting behandeld op 26 oktober 2017, waar [verzoekster], in persoon, is verschenen.

Overwegingen

1. Aan het verzoek om herziening heeft [verzoekster] ten grondslag gelegd dat zij schade heeft geleden door het verlenen van de ontheffing en uitgevoerde werkzaamheden voor het dempen van B-watergang 036309.

2. Artikel 8:119, eerste lid, van de Awb luidt als volgt:

"De bestuursrechter kan op verzoek van een partij een onherroepelijk geworden uitspraak herzien op grond van feiten of omstandigheden die:

a. hebben plaatsgevonden vóór de uitspraak,

b. bij de indiener van het verzoekschrift vóór de uitspraak niet bekend waren en redelijkerwijs niet bekend konden zijn, en

c. waren zij bij de bestuursrechter eerder bekend geweest, tot een andere uitspraak zouden hebben kunnen leiden."

3. Zoals de Afdeling eerder heeft overwogen (onder meer uitspraak van 17 december 2014, ECLI:NL:RVS:2014:4582), is herziening een buitengewoon rechtsmiddel dat er niet toe dient om een geschil waarin is beslist, naar aanleiding van de uitspraak opnieuw aan de rechter voor te leggen. De uitspraak kan slechts worden herzien, indien deze in het licht van na de uitspraak bekend geworden nieuwe feiten of omstandigheden, bedoeld in artikel 8:119, eerste lid, van de Awb, geen stand meer kan houden.

4. [verzoekster] heeft geen feiten en omstandigheden, bedoeld in artikel 8:119, eerste lid, van de Awb, naar voren gebracht. Het door haar naar voren gebrachte standpunt is betrokken bij de uitspraak waarvan zij herziening vraagt. Dat [verzoekster] het niet eens is met die uitspraak, betekent niet dat deze dient te worden herzien.

5. Het verzoek om herziening dient te worden afgewezen.

6. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:

wijst het verzoek af.

Aldus vastgesteld door mr. J.A. Hagen, lid van de enkelvoudige kamer, in tegenwoordigheid van mr. R.J.R. Hazen, griffier.

w.g. Hagen w.g. Hazen
lid van de enkelvoudige kamer griffier

Uitgesproken in het openbaar op 15 november 2017

452.


  • Zoeken
  • Link kopiëren
  • Citeren
  • Opslaan als PDF-document

Raad van State

De Raad van State is onafhankelijk adviseur van regering en parlement over wetgeving en bestuur en hoogste algemene bestuursrechter van het land.

  • Meer over ons
  • Vacatures

Contact

De Raad van State bevindt zich in het centrum van Den Haag. Wilt u in contact komen met ons of wilt u ons bezoeken voor een zitting?

  • Telefoon
  • Locatie en route
  • Post en e-mail
  • Wet open overheid
  • Nieuwe zaak starten

Altijd op de hoogte

Ontvang ons nieuws via de abonnementenservice in uw mailbox. Op de hoogte gehouden worden over uitspraken die gedaan worden in bepaalde zaken? Meld u dan aan voor de e-mailservice. Of bekijk de voortgang van een bepaalde procedure bij de Afdeling bestuursrechtspraak.

  • Abonnementenservice
  • E-mailservice uitspraken
  • Voortgang procedure
  • Aanvragen oude uitspraken

Toegankelijkheid | Privacy | Cookiebeleid

Volg ons

  • Bluesky
  • LinkedIn
  • Instagram
  • Mastodon