Ga naar de inhoud
(naar homepage)
lees voor
Direct naar
  • en (Information in English)
  • de (Deutsche Informationen)
  • fr (Informations en français)
  • contact
  • pers
  • werken bij
  • app
  • Actueel
    • Nieuws
    • Zittingsagenda
    • Persagenda
    • Evenementen
    • Piet Hein Donner Scriptieprijs
  • Adviezen
  • Uitspraken
  • Publicaties
    • Brochures
    • Studies en onderzoeken
    • Regelingen
    • Consultaties
    • Jaarverslagen
  • Over ons
    • Raad van State in het kort
    • Organisatie
    • Advisering
    • Bestuursrechtspraak
    • Begrotingstoezicht
    • Toetsing Klimaatwet
    • Geschiedenis
    • Raad van State in beeld
  • Zoeken
  • en
  • de
  • fr
  • contact
  • pers
  • werken bij
  • app
Zoeken

  1. Home ›
  2. Uitspraken ›
  3. Uitspraak 200101918/1

Uitspraak 200101918/1

ECLI
ECLI:NL:RVS:2002:AE5111
Datum uitspraak
10 juli 2002
Inhoudsindicatie
Bij besluit van 18 juli 2000 heeft de gemeenteraad van Heino, thans Raalte, op voorstel van burgemeester en wethouders van 6 juli 2000, vastgesteld het bestemmingsplan "Centrum Heino". Het besluit van de gemeenteraad en het voorstel van burgemeester en wethouders zijn aan deze uitspraak gehecht.
  • Eerste aanleg - meervoudig
  • Overige uitspraken (tot 2004)

Toon inhoud

  • Volledige tekst
Volledige tekst

200101918/1.
Datum uitspraak: 10 juli 2002

AFDELING
BESTUURSRECHTSPRAAK

Uitspraak in het geding tussen:

1. de heer en mevrouw L. Wijnhout, wonend te Heino, en de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid "Louis Wijnhout B.V.", gevestigd te Heino,
2. de heer en mevrouw Neppelenbroek en E.J. Neppelenbroek, wonend te Heino,
3. B.T.M. Oortwijn, wonend te Heino,

en

gedeputeerde staten van Overijssel,
verweerders.

1. Procesverloop

Bij besluit van 18 juli 2000 heeft de gemeenteraad van Heino, thans Raalte, op voorstel van burgemeester en wethouders van 6 juli 2000, vastgesteld het bestemmingsplan "Centrum Heino". Het besluit van de gemeenteraad en het voorstel van burgemeester en wethouders zijn aan deze uitspraak gehecht.

Verweerders hebben bij hun besluit van 20 februari 2001, kenmerk RWB/2000/2698, beslist over de goedkeuring van het bestemmingsplan.
Het besluit van verweerders is aangehecht.

Tegen dit besluit hebben appellanten sub 1 bij brief van 19 april 2001, bij de Raad van State ingekomen op 19 april 2001, appellanten sub 2 bij brief van 23 april 2001, bij de Raad van State ingekomen op 23 april 2001, en appellant sub 3 bij brief van 19 april 2001, bij de Raad van State ingekomen op 19 april 2001, beroep ingesteld. Appellanten hebben hun beroepen aangevuld bij brieven van 21 mei 2001. Deze brieven zijn aangehecht.

De Stichting Advisering Bestuursrechtspraak voor Milieu en Ruimtelijke Ordening heeft een deskundigenbericht uitgebracht, gedateerd 17 april 2002. Partijen zijn in de gelegenheid gesteld daarop te reageren.

De Afdeling heeft de zaak ter zitting behandeld op 24 juni 2002, waar appellanten, vertegenwoordigd door mr. F.J.M. Kobossen, advocaat te Deventer, en verweerders, vertegenwoordigd door J. Wildeboer, ambtenaar van de provincie, zijn verschenen. Voorts is als partij gehoord de gemeenteraad van Raalte, vertegenwoordigd door H.W. Ruiterkamp, ambtenaar der gemeente.

2. Overwegingen

2.1. Op 3 april 2000 zijn in werking getreden de Wet tot wijziging van de Wet op de Ruimtelijke Ordening van 1 juli 1999 (Stb. 302) en het Besluit tot wijziging van het Besluit op de ruimtelijke ordening 1985 van 15 oktober 1999 (Stb. 447).

Uit artikel VI, tweede lid, van genoemde wet volgt dat dit geschil, nu het ontwerp van het plan ter inzage is gelegd vóór 3 april 2000, moet worden beoordeeld aan de hand van het vóór die datum geldende recht.

2.2. Het plan heeft betrekking op het centrum van de kern Heino.

Ten aanzien van de ontvankelijkheid

2.2.1. In het stelsel, neergelegd in artikel 28, zevende lid, gelezen in samenhang met artikel 27, eerste en tweede lid, van de Wet op de Ruimtelijke Ordening, kan beroep slechts worden ingesteld tegen het goedkeuringsbesluit van gedeputeerde staten, indien tegen het plan tijdig bedenkingen zijn ingebracht bij gedeputeerde staten.

Dit is slechts anders voorzover het besluit van gedeputeerde staten strekt tot onthouding van goedkeuring, dan wel indien een belanghebbende aantoont dat hij redelijkerwijs niet in staat is geweest tijdig bedenkingen in te brengen.

Blijkens de stukken liep de termijn voor het indienen van bedenkingen bij gedeputeerde staten tegen het vastgesteld plan van 3 augustus 2000 tot en met 30 augustus 2000. Appellant sub 3 heeft zijn bedenking ingediend op 31 augustus 2000. Hij heeft zijn bedenking derhalve niet tijdig ingediend.

De Afdeling overweegt voorts dat het beroep niet een onthouding van goedkeuring betreft. Ook bestaat geen grond om te oordelen dat appellant redelijkerwijs niet in staat is geweest tijdig bedenkingen in te brengen. Hiertoe neemt de Afdeling in aanmerking dat blijkens de stukken ter zake van de terinzagelegging van het vastgestelde bestemmingsplan en de mogelijkheid daartegen bedenkingen in te brengen is voldaan aan de in de Wet op de Ruimtelijke Ordening en Algemene wet bestuursrecht gestelde publicatie-eisen. Noch uit de Wet op de Ruimtelijke Ordening, noch uit de Algemene wet bestuursrecht volgt dat een publicatie aan het gemeentehuis verplicht is. Dat de publicatie in het huis-aan-huisblad te laat zou zijn heeft appellant niet aannemelijk gemaakt. 2 augustus 2000, de dagtekening van de publicatie, viel op een woensdag en dat is zoals appellant zelf heeft aangevoerd, de dag dat het huis-aan-huisblad bij hem wordt bezorgd.

Het beroep van appellant sub 3 is dan ook niet-ontvankelijk.

Ten aanzien van de zaak voor het overige

2.3. Aan de orde is een geschil inzake een besluit omtrent de goedkeuring van een bestemmingsplan. Ingevolge artikel 28, tweede lid, van de Wet op de Ruimtelijke Ordening in samenhang met artikel 10:27 van de Algemene wet bestuursrecht rust op verweerders de taak om - in voorkomend geval mede op basis van de ingebrachte bedenkingen - te bezien of het plan niet in strijd is met een goede ruimtelijke ordening. Daarbij dienen zij rekening te houden met de aan de gemeenteraad toekomende vrijheid om bestemmingen aan te wijzen en voorschriften te geven die de raad uit een oogpunt van een goede ruimtelijke ordening nodig acht. Daarnaast hebben verweerders er op toe te zien dat het plan en de totstandkoming daarvan niet in strijd zijn met het recht.

De Afdeling kan slechts tot vernietiging van het besluit omtrent goedkeuring van het plan overgaan, indien moet worden geoordeeld dat verweerders de aan hen toekomende beoordelingsmarges hebben overschreden, dan wel dat zij het recht anderszins onjuist hebben toegepast.

2.4. Appellanten sub 1 zijn van mening dat ten onrechte twee aparte bestemmingen zijn toegekend aan de gronden waarop hun bedrijf is gevestigd. Voorts willen zij dat de twee bouwvlakken worden samengevoegd. Ook wensen zij een vergroting van het bouwvlak. Hiertoe voeren zij aan dat onvoldoende is onderzocht en gemotiveerd of deze wensen leiden tot milieuhygiënische overlast. Ook is er geen rekening gehouden met de feitelijke situatie. Tenslotte zijn appellanten van mening dat voor de gronden gelegen ten noorden van het perceel Paalweg 3a met de bestemming “Centrumdoeleinden” een vrijstellingsmogelijkheid opgenomen moet worden opdat uitbreiding van het bedrijf op die gronden mogelijk is.

2.4.1. Verweerders hebben geen reden gezien dit gedeelte van het plan in strijd met een goede ruimtelijke ordening te achten en hebben het goedgekeurd. Verweerders stemmen in met de opvatting van de gemeenteraad dat het bedrijf, gelet op de zwaarte van de activiteiten, niet thuishoort in het centrum van de kern Heino. Verweerders zijn voorts van mening dat nu het bedrijf niet van plan is de activiteiten ter plaatse te beëindigen een specifieke bestemming op haar plaats is. Daarbij dient te worden uitgegaan van de feitelijke situatie en moet worden bekeken welke activiteiten plaatsvinden en op welke plek. De bedrijfsactiviteiten vinden plaats op het perceel Paalweg 5. Het is in de ogen van verweerders juist dat aan dit plandeel de bestemming “Bedrijfsdoeleinden” met de aanduiding “bouwbedrijf” is toegekend. Indien deze bestemming aan het hele perceel zou zijn toegekend heeft dit het onaanvaardbare gevolg dat de milieuhygiënische overlast op de omgeving toeneemt. Binnen het bebouwingsvlak zijn verder voldoende uitbreidingsmogelijkheden aanwezig.

2.4.2. Op de percelen Paalweg 3a en 5 is het bouwbedrijf van appellanten gevestigd. Op het perceel Paalweg 3a bevinden zich een magazijn en opslagruimte. Op het perceel Paalweg 5 staan een werkplaats en een woning. Op beide plandelen zijn twee niet aaneengesloten bouwvlakken voorzien. Rondom het bouwbedrijf bevinden zich woningen en centrumvoorzieningen.

Aan het perceel Paalweg 3a is de bestemming “Bedrijfsdoeleinden” toegekend. Aan het perceel Paalweg 5 is de bestemming “Bedrijfsdoeleinden” met de aanduiding “bouwbedrijf” toegekend.

Ingevolge artikel 9, lid 1, sub a, van de planvoorschriften zijn, voor zover hier van belang, de gronden op de kaart aangewezen voor “Bedrijfs-
doeleinden“ bestemd voor het uitoefenen van industriële en ambachtelijke bedrijven alsmede groothandelsbedrijven voor zover de bedrijven voorkomen in de categorieën 1 en 2 van de bij deze voorschriften opgenomen basiszoneringslijst.

Ingevolge artikel 9, lid 1, sub b, onder 1, van de planvoorschriften zijn, voor zover hier van belang, de gronden op de kaart aangewezen voor “Bedrijfsdoeleinden“ met de aanduiding “bouwbedrijf” bestemd voor het uitoefenen van industriële en ambachtelijke bedrijven die aanwezig zijn ten tijde van de tervisielegging van het ontwerp-bestemmingsplan en voorkomen in de categorie 3 van de bij deze voorschriften behorende Basiszoneringslijst, te weten: Bouwbedrijf Wijnhout, gevestigd aan de Paalweg nr. 5.

2.4.3. Niet in geding is dat het bedrijf van appellanten gelet op de aard van de activiteiten niet thuishoort in het centrum van het dorp. Verweerders hebben derhalve in redelijkheid kunnen instemmen met de keuze van de gemeenteraad aan het bedrijf een bestemming te geven overeenkomstig de feitelijke situatie. De Afdeling overweegt dat gelet op bovengenoemde bedrijvigheden op de percelen Paalweg 3a en 5 geen grond bestaat voor het oordeel dat de aan deze plandelen toegekende bestemmingen geen recht doen aan de activiteiten die het bedrijf feitelijk verricht. Dat verweerders onvoldoende onderzoek hebben verricht naar de aard van de bedrijfsactiviteiten is de Afdeling niet gebleken. De Afdeling is voorts van oordeel dat verweerders zich in redelijkheid op het standpunt hebben kunnen stellen dat het toekennen van de bestemming “Bedrijfsdoeleinden” met de aanduiding “bouwbedrijf” aan het perceel Paalweg 3a en het samenvoegen van de twee bouwvlakken tot één bouwvlak milieuhygiënische overlast tot gevolg zal kunnen hebben. In dit verband is van belang de ligging van het bedrijf in de nabijheid van woningen alsmede de in de bij het plan behorende bijlage “Basiszoneringslijst” gehanteerde afstandsnormen tussen bedrijven uit de categorie 3 en woningen. De Afdeling betrekt hierbij tevens dat evengenoemde samenvoeging een uitbreiding in noordelijke richting van de bedrijfsactiviteiten verricht op het perceel Paalweg 5 mogelijk zou maken.

Gelet op de grootte van de bouwvlakken en de bestaande bebouwing alsmede in aanmerking genomen dat het een bedrijf betreft in het centrum van de kern Heino, is de Afdeling van oordeel dat verweerders zich in redelijkheid op het standpunt hebben kunnen stellen dat het plan voldoende uitbreidingsmogelijkheden biedt.

Gelet op hetgeen hiervoor is overwogen, behoeft hetgeen appellanten hebben aangevoerd ten aanzien van de bestemming “Centrumdoeleinden” geen verdere bespreking.

Gezien het vorenstaande hebben verweerders zich in redelijkheid op het standpunt kunnen stellen dat het plan op dit punt niet in strijd is met een goede ruimtelijke ordening. In hetgeen appellanten hebben aangevoerd, ziet de Afdeling geen aanleiding voor het oordeel dat het bestreden besluit anderszins is voorbereid of genomen in strijd met het recht. Hieruit volgt dat verweerders in zoverre terecht goedkeuring hebben verleend aan het plan.

Het beroep is ongegrond.

2.5. Appellanten sub 2 zijn van mening dat de bestemming “Bedrijfsdoeleinden” toegekend aan het perceel Dorpsstraat 37 gewijzigd dient te worden in de bestemming “Centrumdoeleinden”, welke bestemming ook is gegeven aan het perceel Brinkweg 1B. Tevens dient de bestemming “Dienstverlening” toegekend aan de percelen Dorpsstraat 33 en 35 gewijzigd te worden in de bestemming “Centrumdoeleinden”. Hiertoe voeren appellanten aan dat de nu gegeven bestemmingen niet binnen de planperiode verwezenlijkt zullen worden. De bestemming “Centrumdoeleinden” biedt bovendien ruimere mogelijkheden voor uitbreiding en functieverandering. Dit is noodzakelijk, aldus appellanten.

2.5.1. De gemeenteraad heeft de bestreden bestemmingen toegekend op grond van het gemeentelijke beleid ten aanzien van de ruimtelijke verzorgingsstructuur. Dit beleid houdt in dat, om tot een optimale verzorgingsstructuur te komen, in dit plan gebieden aangewezen worden die gezamenlijk als winkelconcentratiegebied moeten fungeren. Binnen dit gebied is een grote uitwisselbaarheid van functies toegestaan, gericht op detailhandel en functies die de detailhandel ondersteunen. De grenzen van het winkelconcentratiegebied zijn onder andere bepaald door de aanwezige concentraties aan winkels, concrete ontwikkelingen die zich de afgelopen tijd hebben voorgedaan en het gebruik van de panden op het moment van de terinzagelegging van het ontwerpbestemmingsplan. Aan de gronden binnen dit gebied is de bestemming “Centrumdoeleinden” toegekend. Aan de gronden daarbuiten zijn bestemmingen overeenkomstig het feitelijke gebruik toegekend.

2.5.2. Verweerders hebben ingestemd met bovengenoemd beleid. Zij hebben gelet op dit beleid geen reden gezien de bestreden plandelen in strijd met een goede ruimtelijke ordening te achten en hebben deze goedgekeurd.

2.5.3. De Afdeling is van oordeel dat verweerders het gemeentelijke beleid redelijk hebben kunnen achten. Het beroep van appellanten geeft geen aanleiding voor het oordeel dat verweerders in dit geval niet aan dat beleid hebben kunnen vasthouden. Hierbij heeft de Afdeling in aanmerking genomen dat blijkens het deskundigenbericht en het ter zitting verhandelde de aan de percelen toegekende bestemmingen overeenkomstig het feitelijke gebruik zijn. Aldus kunnen de bedrijfsactiviteiten worden voortgezet. Van het niet verwezenlijken van de in het plan gegeven bestemmingen is derhalve geen sprake.

Voorts heeft de Afdeling in aanmerking genomen dat appellanten niet aannemelijk hebben gemaakt dat verdergaande uitbreidingsmogelijkheden dan die de bestemmingen “Dienstverlening” en “Bedrijfsdoeleinden” bieden noodzakelijk zijn.

Gezien het vorenstaande hebben verweerders zich in redelijkheid op het standpunt kunnen stellen dat het plan op dit punt niet in strijd is met een goede ruimtelijke ordening. In hetgeen appellanten hebben aangevoerd, ziet de Afdeling geen aanleiding voor het oordeel dat het bestreden besluit anderszins is voorbereid of genomen in strijd met het recht. Hieruit volgt dat verweerders in zoverre terecht goedkeuring hebben verleend aan het plan.

Het beroep is ongegrond.

2.6. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

3. Beslissing

De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State

Recht doende in naam der Koningin:

I. verklaart het beroep van appellant sub 3 niet-ontvankelijk;

II. verklaart de beroepen van appellanten sub 1 en 2 ongegrond.

Aldus vastgesteld door dr. D. Dolman, Voorzitter, en mr. K. Brink en mr. H.Ph.J.A.M. Hennekens, Leden, in tegenwoordigheid van mr. H.E. Troost, ambtenaar van Staat.

w.g. Dolman w.g. Troost
Voorzitter ambtenaar van Staat

Uitgesproken in het openbaar op 10 juli 2002

234-316.


  • Zoeken
  • Link kopiëren
  • Citeren
  • Opslaan als PDF-document

Raad van State

De Raad van State is onafhankelijk adviseur van regering en parlement over wetgeving en bestuur en hoogste algemene bestuursrechter van het land.

  • Meer over ons
  • Vacatures

Contact

De Raad van State bevindt zich in het centrum van Den Haag. Wilt u in contact komen met ons of wilt u ons bezoeken voor een zitting?

  • Telefoon
  • Locatie en route
  • Post en e-mail
  • Wet open overheid
  • Nieuwe zaak starten

Altijd op de hoogte

Ontvang ons nieuws via de abonnementenservice in uw mailbox. Op de hoogte gehouden worden over uitspraken die gedaan worden in bepaalde zaken? Meld u dan aan voor de e-mailservice. Of bekijk de voortgang van een bepaalde procedure bij de Afdeling bestuursrechtspraak.

  • Abonnementenservice
  • E-mailservice uitspraken
  • Voortgang procedure
  • Aanvragen oude uitspraken

Toegankelijkheid | Privacy | Cookiebeleid

Volg ons

  • Bluesky
  • LinkedIn
  • Instagram
  • Mastodon