Ga naar de inhoud
(naar homepage)
lees voor
Direct naar
  • en (Information in English)
  • de (Deutsche Informationen)
  • fr (Informations en français)
  • contact
  • pers
  • werken bij
  • app
  • Actueel
    • Nieuws
    • Zittingsagenda
    • Persagenda
    • Evenementen
    • Piet Hein Donner Scriptieprijs
  • Adviezen
  • Uitspraken
  • Publicaties
    • Brochures
    • Studies en onderzoeken
    • Regelingen
    • Consultaties
    • Jaarverslagen
    • Toespraken vice-president
  • Over ons
    • Raad van State in het kort
    • Organisatie
    • Advisering
    • Bestuursrechtspraak
    • Begrotingstoezicht
    • Toetsing Klimaatwet
    • Geschiedenis
    • Raad van State in beeld
  • Zoeken
  • en
  • de
  • fr
  • contact
  • pers
  • werken bij
  • app
Zoeken

  1. Home ›
  2. Uitspraken

Uitspraken

De Afdeling bestuursrechtspraak toetst of de overheid het recht goed heeft toegepast bij het nemen van een besluit. In dit onderdeel vindt u alle uitspraken die de Raad van State op zijn website publiceert. Meer informatie over de taak van de Afdeling bestuursrechtspraak vindt u in de rubriek Bestuursrechtspraak.


aantal resultaten: 364
aantal resultaten per pagina

Toon overzicht van de actuele uitspraken:

  • Hoofdzaken
  • Voorlopige voorzieningen
  • Interessant voor de media

202403313/1/A3

Bij besluit van 7 december 2021 heeft de gemeenteraad van Almelo de nieuwe Algemene Plaatselijke Verordening gemeente Almelo 2021 (APV) vastgesteld, die op 11 december 2021 in werking is getreden. De stichtingen hebben allebei een coffeeshop in Almelo. Zij hadden elk een zogenoemde 'vergunning voor een openbare inrichting met aantekening coffeeshop’ voor onbepaalde tijd, waarbij de verkoop van softdrugs onder voorwaarden werd gedoogd. De gemeenteraad heeft bij besluit van 7 december 2021 de APV gewijzigd. De wijziging houdt onder meer in dat dergelijke exploitatievergunningen niet meer voor onbepaalde tijd gelden, maar voor de maximale duur van vijf jaar. De exploitatievergunningen van de stichtingen waren op grond van de overgangsrechtelijke regeling in artikel 2:34a van de APV na inwerkingtreding van de gewijzigde APV op 11 december 2021 nog zes maanden geldig. De stichtingen konden op grond van deze bepaling een aanvraag voor een nieuwe exploitatievergunning indienen, waarbij de oude exploitatievergunning van kracht bleef totdat op de aanvraag was beslist, indien die aanvraag binnen zes maanden na inwerkingtreding van de APV was gedaan.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:2903
Datum uitspraak
20 mei 2026
  • Hoger beroep
  • Verordeningen
  • uitspraakin de zaak202403313/1/A3
  • persaankondiging bij de uitspraak in de zaak 202403313/1/A3

202200617/1/A3

Bij twee afzonderlijke besluiten van 21 maart 2018 heeft het college van burgemeester en wethouders van Amsterdam de aanvragen van BBC om exploitatievergunningen passagiersvervoer voor de bedrijfsvaartuigen "[vaartuig A]" en "[vaartuig B]" in vergunninggebied 1 geweigerd. Bij besluit van 20 april 2018 heeft het college de aanvraag van BBC tot wijziging van de bestaande exploitatievergunningen passagiersvervoer voor de vaartuigen "[vaartuig A]" en "[vaartuig B]" ook afgewezen. BBC heeft sinds 7 oktober 2014 en 12 augustus 2015 voor de vaartuigen "[vaartuig A]" en "[vaartuig B]" exploitatievergunningen voor het bedrijfsmatig vervoeren van passagiers. Met deze vergunningen is het toegestaan om te varen op het Amsterdamse binnenwater, exclusief centrum-zone (vergunninggebied 2). Op 7 en 9 maart 2017 heeft BBC voor de "[vaartuig A]" en "[vaartuig B]" exploitatievergunningen aangevraagd voor vergunninggebied 1: geheel Amsterdam, inclusief centrum-zone.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:2575
Datum uitspraak
6 mei 2026
  • Hoger beroep
  • Verordeningen
  • uitspraakin de zaak202200617/1/A3

202401543/1/R3

De gemeenteraad van Leeuwarden heeft het verzoek van Retailplan mogen afwijzen om het bestemmingsplan ‘Leeuwarden - Industrieterrein Leeuwarden Oost en de Hemrik’ te herzien. Dat heeft de Afdeling bestuursrechtspraak in deze uitspraak geoordeeld. Retailplan deed dit verzoek namens twee vastgoedbedrijven die het bestemmingsplan zo wilden laten aan te passen dat er op het industrieterrein een winkelcentrum mag komen waarin ook supermarkten zijn toegestaan. De gemeenteraad wees dit verzoek af, omdat de vestiging van een supermarkt op deze locatie volgens hem in strijd is met het gemeentelijke detailhandelsbeleid. Maar volgens Avondster Vastgoed en Winkelplein Hemrik Vastgoed is dit in strijd met de Europese Dienstenrichtlijn, omdat hiermee geen ‘verruimde perifere detailhandel’ is toegestaan, wat leidt tot een beperking van de vrijheid van vestiging. Op grond van de Europese Dienstenrichtlijn mogen aan de vrijheid van vestiging alleen beperkingen worden gesteld die noodzakelijk en evenredig zijn. Volgens de vastgoedbedrijven wordt in dit geval niet aan deze voorwaarden voldaan. Naar het oordeel van de Afdeling bestuursrechtspraak voldoet de zogeheten brancheringsregeling in het bestemmingsplan wel aan de voorwaarden van de Europese Dienstenrichtlijn. Er is in dit geval geen sprake van een eis die een direct of indirect onderscheid maakt naar nationaliteit of plaats. Ook heeft de gemeenteraad zich op het standpunt mogen stellen dat “het doel waarmee hij het opnemen van de vestigingsbeperking rechtvaardigt, namelijk de bescherming van het stedelijk milieu, een dwingende reden van algemeen belang vormt.” Verder komt de Afdeling bestuursrechtspraak tot de conclusie dat de regeling in het bestemmingsplan waarvan de vastgoedbedrijven de gemeenteraad hebben verzocht om deze te herzien, “geschikt is en niet verder gaat dan nodig om de daarmee beoogde doelen te bereiken” en daarmee aan het vereiste van evenredigheid voldoet.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:2578
Datum uitspraak
6 mei 2026
  • Eerste aanleg - meervoudig
  • RO - Friesland
  • uitspraakin de zaak202401543/1/R3

202403631/1/R3

Bij besluit van 18 april 2024 heeft de raad van de gemeente Noardeast-Fryslân het paraplubestemmingsplan "covergisting en mono-mestvergisting" gewijzigd vastgesteld. Het parapluplan is een gedeeltelijke herziening van alle bestemmingsplannen in de gemeente Noardeast-Fryslân waarmee de vestiging en uitbreiding van vergistingsinstallaties is toegestaan. Dit plan houdt een verbod in voor het wijzigen van de bebouwing en van het gebruik ten behoeve van vergistingsinstallaties. In het parapluplan zijn binnenplanse afwijkingsbevoegdheden opgenomen op grond waarvan het college van burgemeester en wethouders (onder voorwaarden) met een omgevingsvergunning kan toestaan om een vergistingsinstallatie of het gebruik daarvan te veranderen. Biogas Marrum B.V. exploiteert sinds 2019 een covergistingsinstallatie op het perceel aan de Nieuweweg 19 in Marrum. In de covergistingsinstallatie wordt een mengsel van dierlijke mest en cosubstraten vergist tot biogas. Het biogas wordt vervolgens in een opwaarderingsinstallatie omgezet in groen gas, dat wordt geleverd aan het aardgasnetwerk. Daarmee worden 1.600 huishoudens voorzien van groen gas. Biogas Marrum B.V. is het niet eens met het parapluplan omdat het een vergaande beperking van de uitbreidingsmogelijkheden inhoudt.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:2576
Datum uitspraak
6 mei 2026
  • Tussenuitspraak/bestuurlijke lus
  • RO - Friesland
  • uitspraakin de zaak202403631/1/R3

202403823/1/A3

Bij besluit van 7 december 2021 heeft het college van burgemeester en wethouders van Groningen de aan Vishandel JP verleende standplaatsvergunning voor onbepaalde tijd omgezet naar een standplaatsvergunning voor bepaalde tijd. Vishandel JP exploiteert een viskraam aan de Sint Petersburgweg op het bedrijventerrein Driebond te Groningen. Hij beschikte hiervoor vanaf 13 maart 2014 over een standplaatsvergunning voor onbepaalde tijd. De rechtbank heeft geoordeeld dat het college de permanente standplaatsvergunning van Vishandel JP heeft mogen omzetten in een vergunning voor bepaalde tijd. Daarbij heeft het college zich naar haar oordeel terecht op het standpunt gesteld dat er sprake is van een schaarse vergunning. Daarvan is sprake als er slechts één of een beperkt aantal vergunningen kan worden verleend, terwijl er meer (potentiële) gegadigden voor de vergunning kunnen zijn. Vishandel JP vindt dat de rechtbank ten onrechte heeft geoordeeld dat er sprake is van een schaarse vergunning. Er geldt volgens hem geen expliciet of impliciet plafond voor standplaatsvergunningen op de betreffende locatie en ook anderszins is er geen sprake van schaarste.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:2305
Datum uitspraak
22 april 2026
  • Hoger beroep
  • Verordeningen
  • uitspraakin de zaak202403823/1/A3

202305243/1/R2

Bij besluit van 15 juni 2021 heeft het college van burgemeester en wethouders van Eindhoven geweigerd een omgevingsvergunning te verlenen aan KPN voor het plaatsen van diverse reclame items aan de Hooge Zijde 28 in Eindhoven. KPN heeft een omgevingsvergunning aangevraagd om aanpassingen aan te brengen aan het pand dat zij huurt en gebruikt aan de Hooge Zijde 28 in Eindhoven. KPN wil haar bedrijfsnaam en -logo aanbrengen en ook parkeer- en verwijsborden in eigen bedrijfsstijl plaatsen. KPN gebruikt het pand in strijd met het bestemmingsplan "Bedrijventerrein Kapelbeemd Acht 2007". Het pand van KPN is namelijk bestemd voor bedrijven met de milieucategorie 3 en 4, terwijl de bedrijfsactiviteiten van KPN in een lagere milieucategorie vallen. Het college heeft de omgevingsvergunning geweigerd, omdat het geen aanpassingen aan het pand wil toestaan voor een gebruik dat het bestemmingsplan niet toestaat. KPN kan zich niet verenigen met de weigering van de omgevingsvergunning.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:1821
Datum uitspraak
1 april 2026
  • Hoger beroep
  • Bouwen
  • uitspraakin de zaak202305243/1/R2

202002101/1/R2

Bij besluit van 21 maart 2018 heeft het college van burgemeester en wethouders van ’s-Hertogenbosch de aanvraag van de maatschap om een omgevingsvergunning voor het vernieuwen en uitbreiden van een bouwmarkt afgewezen. De zaak gaat over een afgewezen aanvraag van de maatschap van 28 november 2017 om een omgevingsvergunning voor het vernieuwen en uitbreiden van een bouwmarkt aan de [locatie] in ’s-Hertogenbosch. De maatschap wil de bouwmarkt uitbreiden van 4.400 m² winkelvloer oppervlakte (wvo) naar ongeveer 8.000 m² wvo en vernieuwen met een ruimer aanbod, waaronder een tuincentrum, een drive-in en een ruimte voor doe-het-zelf masterclasses. Deze uitbreiding past zowel wat betreft de oppervlakte als het voorgenomen gebruik niet binnen het geldende bestemmingsplan "Orthenpoort", gezien de omvang van het bouwvlak, het vlak met de functieaanduiding "detailhandel volumineus" en het maximum bebouwingspercentage op de verbeelding. Volgens de maatschap is er marktruimte voor die uitbreiding en had het college de omgevingsvergunning redelijkerwijs moeten verlenen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:1745
Datum uitspraak
25 maart 2026
  • Hoger beroep
  • Bouwen
  • uitspraakin de zaak202002101/1/R2

202204708/1/A2

Bij veertien afzonderlijke besluiten van verschillende data heeft het college van burgemeester en wethouders van Amsterdam aan ieder van de exploitanten een vergunning verleend voor het exploiteren van een Bed & Breakfast (B&B). Tot 1 januari 2020 was het onder bepaalde voorwaarden toegestaan om zonder een vergunning een B&B te exploiteren in een woonruimte in Amsterdam (B&B-exploitatie). Met de inwerkingtreding van de Huisvestingsverordening Amsterdam 2020 (de Hv) is het vanaf 1 januari 2020 in beginsel verplicht om hiervoor een vergunning te hebben (de vergunningplicht). De exploitanten betogen dat de rechtbank niet heeft onderkend dat sinds de inwerkingtreding van de Wet toeristische verhuur van woonruimte (de Wtv) op 1 januari 2021, artikel 21 van de Huisvestingswet 2014 (de Hw) niet langer als wettelijke grondslag voor de verlening van B&B-exploitatievergunningen kan gelden, omdat hiervoor artikel 23c van de Hw is aangewezen. De exploitanten wijzen daarbij onder andere op de totstandkomingsgeschiedenis van de Wtv en het daarbij bepaalde overgangsrecht. Ook voeren zij aan dat B&B-exploitatie geen woningonttrekking in de zin van artikel 21 van de Hw oplevert.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:1389
Datum uitspraak
11 maart 2026
  • Hoger beroep
  • Verordeningen
  • uitspraakin de zaak202204708/1/A2

202303456/1/A2

Bij besluit van 18 maart 2020 heeft het college van burgemeester en wethouders van Amsterdam aan [appellante] een bestuurlijke boete opgelegd ter hoogte van € 12.000,00, wegens omzetting van zelfstandige in onzelfstandige woonruimte zonder vergunning. [appellante] houdt zich onder andere bezig met het detacheren van arbeidsmigranten in de hotelbranche, aan wie zij ook woonruimte verhuurt. Op 16 januari 2020 hebben toezichthouders van de gemeente Amsterdam de woning aan de [locatie] in Amsterdam (de woning) bezocht. Hun bevindingen zijn neergelegd in een op ambtsbelofte opgemaakt rapport van 17 januari 2020. Op basis daarvan heeft het college geconcludeerd dat [appellante] de woning aan meer dan het aantal toegestane personen heeft verhuurd, die de aanwezige wezenlijke voorzieningen met elkaar moeten delen en die geen gezamenlijke huishouding voeren, waarbij geen sprake is van inwoning. Daarmee heeft [appellante] volgens het college de woning omgezet of omgezet gehouden in onzelfstandige woonruimte, terwijl daarvoor geen vergunning is verleend.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:1391
Datum uitspraak
11 maart 2026
  • Hoger beroep
  • Boete
  • uitspraakin de zaak202303456/1/A2

202307275/1/A2

Bij besluiten van 23 juli 2020 en 6 augustus 2020 heeft het college van burgemeester en wethouders van Amsterdam aan [appellante] twee bestuurlijke boetes opgelegd ter hoogte van ieder € 12.000,00, wegens omzetting van twee zelfstandige woonruimten in onzelfstandige woonruimte zonder vergunning. Op 4 februari 2020 hebben toezichthouders van de gemeente Amsterdam de woningen aan de [locatie 1] en [locatie 2] in Amsterdam (de woningen) bezocht. Hun bevindingen zijn neergelegd in op ambtsbelofte opgemaakte rapporten van 5 en 6 februari 2020. Op basis daarvan heeft het college geconcludeerd dat [appellante] de woningen aan meer dan het aantal toegestane personen heeft verhuurd, die de aanwezige wezenlijke voorzieningen met elkaar moeten delen en die geen gezamenlijke huishouding voeren, waarbij geen sprake is van inwoning. Daarmee heeft [appellante] volgens het college beide woningen omgezet of omgezet gehouden in onzelfstandige woonruimte, terwijl daarvoor geen vergunningen zijn verleend.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:1401
Datum uitspraak
11 maart 2026
  • Hoger beroep
  • Boete
  • uitspraakin de zaak202307275/1/A2
12...37volgende pagina

Facetten
Gepubliceerd
  • Uitspraken uit
Type uitspraak
Proceduresoort
Rechtsgebied
Bevat

Raad van State

De Raad van State is onafhankelijk adviseur van regering en parlement over wetgeving en bestuur en hoogste algemene bestuursrechter van het land.

  • Meer over ons
  • Vacatures

Contact

De Raad van State bevindt zich in het centrum van Den Haag. Wilt u in contact komen met ons of wilt u ons bezoeken voor een zitting?

  • Telefoon
  • Locatie en route
  • Post en e-mail
  • Wet open overheid
  • Nieuwe zaak starten

Altijd op de hoogte

Ontvang ons nieuws via de abonnementenservice in uw mailbox. Op de hoogte gehouden worden over uitspraken die gedaan worden in bepaalde zaken? Meld u dan aan voor de e-mailservice. Of bekijk de voortgang van een bepaalde procedure bij de Afdeling bestuursrechtspraak.

  • Abonnementenservice
  • E-mailservice uitspraken
  • Voortgang procedure
  • Aanvragen oude uitspraken

Toegankelijkheid | Privacy | Cookiebeleid

Volg ons

  • Bluesky
  • LinkedIn
  • Instagram
  • Mastodon