Ga naar de inhoud
lees voor
Direct naar
  • en (Information in English)
  • de (Deutsche Informationen)
  • fr (Informations en français)
  • contact
  • pers
  • werken bij
  • app
  • Actueel
    • Nieuws
    • Zittingsagenda
    • Persagenda
    • Evenementen
    • Piet Hein Donner Scriptieprijs
  • Adviezen
  • Uitspraken
  • Publicaties
    • Brochures
    • Studies en onderzoeken
    • Regelingen
    • Consultaties
    • Jaarverslagen
    • Toespraken vice-president
  • Over ons
    • Raad van State in het kort
    • Organisatie
    • Advisering
    • Bestuursrechtspraak
    • Begrotingstoezicht
    • Toetsing Klimaatwet
    • Geschiedenis
    • Raad van State in beeld
  • Zoeken
  • en
  • de
  • fr
  • contact
  • pers
  • werken bij
  • app
Zoeken

  1. Home ›
  2. Uitspraken

Uitspraken

De Afdeling bestuursrechtspraak toetst of de overheid het recht goed heeft toegepast bij het nemen van een besluit. In dit onderdeel vindt u alle uitspraken die de Raad van State op zijn website publiceert. Meer informatie over de taak van de Afdeling bestuursrechtspraak vindt u in de rubriek Bestuursrechtspraak.


aantal resultaten: 126.867
aantal resultaten per pagina

Toon overzicht van de actuele uitspraken:

  • Hoofdzaken
  • Voorlopige voorzieningen
  • Interessant voor de media

202206291/1/A3

Bij besluit van 21 juli 2020 heeft de burgemeester van Kerkrade een aanvraag van EatGreek om een vergunning op grond van de Drank- en Horecawet afgewezen. EatGreek heeft op 18 februari 2019 een horecaruimte met inventaris gehuurd van [appellanten], eigenaar van het pand aan de [locatie]. De voorgaande huurder, Simply Greek B.V., is op 22 augustus 2017 failliet verklaard. [appellanten] en Simply Greek hebben per 31 maart 2017 een beëindigingsovereenkomst gesloten waarbij [appellanten] de inventaris van Simply Greek overnam voor een bedrag van € 40.000,- en onder verrekening van de huurschuld van € 79.028,- . De curator in het faillissement van Simply Greek heeft eind augustus 2017 de nietigheid van deze overeenkomst ingeroepen wegens benadeling van de verhaalsmogelijkheden van andere schuldeisers. De curator heeft de sloten van de bedrijfsruimte vervangen. In februari 2019 heeft de curator met instemming van de rechter-commissaris een regeling met [appellanten] getroffen waarbij [appellanten] onder andere € 20.000,- aan de boedel betaalde en € 60.000,- aan de leverancier van de inventaris.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:214
Datum uitspraak
22 januari 2025
  • Hoger beroep
  • Drank en horeca
  • Wet Bibob
  • uitspraakin de zaak202206291/1/A3

202206682/1/A3

Bij besluit van 10 maart 2021 heeft het college van burgemeester en wethouders van Noordwijk beslist op het verzoek van [appellant] om op grond van de Wet openbaarheid van bestuur documenten openbaar te maken. [appellant] heeft bij het college op grond van de Wob gevraagd om openbaarmaking van diverse documenten over de samenwerking van de Greenport-gemeenten en de Greenport Ontwikkelingsmaatschappij. Het college heeft een aantal documenten die bij hem berusten openbaar gemaakt. Het college heeft verder aan [appellant] meegedeeld dat een deel van de verzochte documenten niet bij hem, maar bij de GOM aanwezig zijn. Aangezien de GOM geen bestuursorgaan is, geldt er geen doorzendplicht van het verzoek. Omdat de GOM ook geen bedrijf is dat werkzaam is onder verantwoordelijkheid van het college worden documenten die feitelijk bij de GOM aanwezig zijn niet geacht onder het college te berusten. Die documenten hoeven dan ook niet bij de GOM te worden opgevraagd. [appellant] betoogt dat het ongeloofwaardig is dat bepaalde documenten niet bij het college berusten.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:217
Datum uitspraak
22 januari 2025
  • Hoger beroep
  • Openbaarheid
  • uitspraakin de zaak202206682/1/A3

202206685/1/A2

Bij besluit van 2 april 2019 heeft het college van burgemeester en wethouders van Maastricht de aanvraag van [wederpartij A] en [wederpartij B] om tegemoetkoming in planschade afgewezen. [wederpartij A] en [wederpartij B] zijn sinds 21 januari 2002 eigenaar van het perceel aan de [locatie] in Maastricht. Op 28 november 2007 heeft het college aan [wederpartij A] en [wederpartij B] een bouwvergunning verleend voor het realiseren van een kantoorpand op het perceel. Op 5 december 2017 hebben [wederpartij A] en [wederpartij B] het college verzocht om tegemoetkoming in planschade. Zij hebben gesteld dat de planologische situatie op het perceel door de inwerkingtreding op 24 december 2014 van het bestemmingsplan Maastricht-West van 18 september 2012 is verslechterd, omdat het onder het nieuwe planologische regime, anders dan onder het daaraan voorafgaande regime van het bij raadsbesluit van 5 juli 1994 vastgestelde en bij raadsbesluit van 9 juli 1996 gewijzigde bestemmingsplan Maastricht-West, niet meer is toegestaan om het gebouw op het perceel voor zelfstandige kantoordoeleinden te gebruiken.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:199
Datum uitspraak
22 januari 2025
  • Hoger beroep
  • Schadevergoeding
  • uitspraakin de zaak202206685/1/A2

202300679/1/R4

Bij besluit van 27 augustus 2021 heeft het college van burgemeester en wethouders van Wijdemeren besloten over te gaan tot invordering van een door [appellant] verbeurde dwangsom van € 30.000,00. [appellant] is eigenaar van het perceel aan de [locatie] in ’s-Graveland. [appellant] heeft in strijd met artikel 2.1, eerste lid, aanhef en onder a en c, van de Wabo een extra woning op het perceel gebouwd. Bij besluit van 15 oktober 2019 heeft het college [appellant] onder oplegging van een dwangsom van € 30.000,00 gelast om deze overtreding te beëindigen en beëindigd te houden door de woning voor 1 september 2020 te verwijderen en verwijderd te houden. Tussen partijen is niet in geschil dat [appellant] deze dwangsom op 1 september 2020 heeft verbeurd. [appellant] betoogt dat de rechtbank het in te vorderen bedrag ten onrechte niet tot € 0, dan wel tot een bedrag lager dan € 10.000 heeft gematigd. [appellant] voert in de eerste plaats aan dat hij erop mocht vertrouwen dat het college niet tot invordering van een geldbedrag zou beslissen, omdat hij heeft gehandeld overeenkomstig het plan van aanpak dat door het college is goedgekeurd.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:196
Datum uitspraak
22 januari 2025
  • Hoger beroep
  • Hoger Beroep - Bestuursdwang / Dwangsom
  • uitspraakin de zaak202300679/1/R4

202301064/1/A3

Bij besluit van 30 juli 2021 heeft het college van burgemeester en wethouders van Bodegraven-Reeuwijk een verzoek van [appellant] op grond van de Wet openbaarheid van bestuur toegewezen. Op 10 mei 2021 heeft [appellant] een Wob-verzoek ingediend waarbij hij samengevat verzoekt om informatie en/of documenten over het werk, de functie en de taken die de heer W. in de jaren 2016 tot en met 2020 als centrummanager, relatiebeheerder economie en strategisch adviseur vastgoed heeft gedaan. Hiervoor heeft hij een opsomming van informatie en documenten gegeven waarvan hij meent dat het college daarover beschikt. Bij het besluit van 30 juli 2021 heeft het college het Wob-verzoek van [appellant] toegewezen en informatie over de heer W. verstrekt.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:204
Datum uitspraak
22 januari 2025
  • Hoger beroep
  • Openbaarheid
  • uitspraakin de zaak202301064/1/A3

202301857/1/R3

Bij besluit van 2 juni 2020 heeft het college van burgemeester en wethouders van Bergen de op 22 mei 2002 verleende vergunning voor het bouwen van een rijhal met ponystalling op het adres [locatie] in Nieuw Bergen, ingetrokken. Op 22 mei 2002 heeft het college aan de toenmalige eigenaar van het perceel [locatie] in Nieuw-Bergen een bouwvergunning op grond van de toenmalige Woningwet verleend voor het bouwen van een rijhal met ponystalling. Daarbij heeft het college vrijstelling verleend van het voorschrift in het destijds geldende bestemmingsplan, dat inhield dat uitsluitend binnen een bouwblok mocht worden gebouwd. In 2002 is een aanvang gemaakt met het realiseren van de fundering. Daarna zijn de bouwwerkzaamheden gestaakt. Het college heeft aan het besluit tot intrekking ten grondslag gelegd dat het alsnog bouwen van de rijhal met ponystalling een ongewenste ruimtelijke ontwikkeling zou zijn, die niet meer in overeenstemming is met het nu geldende bestemmingsplan, en dat het bouwwerk zoals vergund niet meer in overeenstemming is met de voorschriften uit het Bouwbesluit 2012

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:213
Datum uitspraak
22 januari 2025
  • Hoger beroep
  • Uitspraak na conclusie
  • Uitspraak van de grote kamer
  • Bouwen
  • uitspraakin de zaak202301857/1/R3

202302586/1/A2

Bij besluit van 17 juni 2021 heeft de minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport de aanvragen van [appellant] om inschrijving in het BIG-register als arts en als natuurarts afgewezen, omdat niet is gebleken dat hij beschikt over een diploma dat toegang geeft tot het beroep van arts. Ook de door [appellant] overgelegde stukken, waaronder zijn diploma van 26 november 1980 uit India met de titel ‘Theory and practice of science and art of Nature Cure’, geven geen aanleiding om hem als arts te registeren. Voor zover [appellant] betoogt dat een nieuwe categorie ‘natuurlijke geneeskunst’ moet worden toegevoegd aan het BIG-register, heeft de minister zich op het standpunt gesteld dat de meeste beroepen die uitgeoefend worden in de individuele gezondheidszorg niet zijn opgenomen in de Wet op de beroepen in de gezondheidszorg. Het uitgangspunt is namelijk dat beroepen niet worden opgenomen in de Wet BIG, tenzij regulering noodzakelijk is om patiënten adequaat te beschermen tegen onzorgvuldig en/of ondeskundig handelen. De natuurlijke geneeskunst is aangemerkt als alternatieve geneeskunde en is niet opgenomen in de Wet BIG.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:216
Datum uitspraak
22 januari 2025
  • Hoger beroep
  • Gezondheidszorg
  • uitspraakin de zaak202302586/1/A2

202302833/1/R2

Bij besluit van 14 maart 2023 heeft de raad van de gemeente Eindhoven het bestemmingsplan "IV Stratum binnen de Ring II (Stuiverstraat 82-88)" vastgesteld. Het bestemmingsplan voorziet in de bouw van 26 appartementen, inclusief bijbehorende tuinen, parkeerplaatsen, en bergingen aan de [locatie 1] in Eindhoven. Het plangebied bevindt zich in de Irisbuurt en omvat de gronden gelegen aan de Stuiverstraat 82-88, evenals een deel van het aangrenzende parkeerterrein. [appellant] en anderen wonen in de omgeving van het plangebied en kunnen zich niet met plan verenigen. [appellant] en anderen klagen dat zij onvoldoende bij de totstandkoming van het plan zijn betrokken. Zij vrezen dat het plan leidt tot een verminderde leefbaarheid van de wijk.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:197
Datum uitspraak
22 januari 2025
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
  • RO - Noord-Brabant
  • uitspraakin de zaak202302833/1/R2

202304288/1/A2

Bij besluit van 14 september 2021 heeft het college van burgemeester en wethouders van Oldebroek een aanvraag van de erven om tegemoetkoming in planschade afgewezen. [appellante] was vanaf 16 november 1993 tot aan haar overlijden op 6 november 2018 eigenares van het perceel aan de [locatie 1] in ‘t Loo Oldebroek. Bij besluit van 9 september 2015, in werking getreden op 22 oktober 2015, heeft het college [partij] een omgevingsvergunning verleend (hierna: de omgevingsvergunning) om in afwijking van het bestemmingsplan Buitengebied 2007 een bestaand gebouw op het perceel aan de [locatie 2] in ’t Loo Oldebroek (hierna: het perceel) te gebruiken als groepsaccommodatie. De erven hebben bij brief van 8 september 2020, zoals nader toegelicht bij brief van 14 september 2020, een aanvraag om tegemoetkoming in planschade ingediend. Zij hebben zich op het standpunt gesteld dat de inwerkingtreding van het besluit van 9 september 2015 tot waardevermindering van de onroerende zaak heeft geleid.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:206
Datum uitspraak
22 januari 2025
  • Hoger beroep
  • Schadevergoeding
  • uitspraakin de zaak202304288/1/A2

202304796/1/A2

Bij besluit van 24 november 2020 heeft het college van burgemeester en wethouders van Ede de aanvraag van [appellant] om een tegemoetkoming in planschade afgewezen. Op 19 december 2019 heeft [appellant] een aanvraag ingediend om een tegemoetkoming in planschade. [appellant] stelt dat hij als gevolg van de inwerkingtreding van het bij raadsbesluit van 25 april 2013 vastgestelde bestemmingsplan Natuurgebied Veluwe 2013 financiële schade heeft geleden in de vorm van een waardevermindering van het perceel en inkomstenderving vanwege het verlies van pachtmogelijkheden, omdat het op grond van het nieuwe bestemmingsplan, anders dan onder het onmiddellijk daaraan voorafgaande regime van het bij raadsbesluit van 19 december 2002 vastgestelde bestemmingsplan Artikel 30-herziening Natuurgebied Veluwe, niet meer mogelijk is om het perceel voor landbouw te gebruiken.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:208
Datum uitspraak
22 januari 2025
  • Hoger beroep
  • Schadevergoeding
  • uitspraakin de zaak202304796/1/A2
vorige pagina1...995996997...12.687volgende pagina

Facetten
Gepubliceerd
  • Uitspraken uit
Type uitspraak
Proceduresoort
Rechtsgebied
Bevat

Raad van State

De Raad van State is onafhankelijk adviseur van regering en parlement over wetgeving en bestuur en hoogste algemene bestuursrechter van het land.

  • Meer over ons
  • Vacatures

Contact

De Raad van State bevindt zich in het centrum van Den Haag. Wilt u in contact komen met ons of wilt u ons bezoeken voor een zitting?

  • Telefoon
  • Locatie en route
  • Post en e-mail
  • Wet open overheid
  • Nieuwe zaak starten

Altijd op de hoogte

Ontvang ons nieuws via de abonnementenservice in uw mailbox. Op de hoogte gehouden worden over uitspraken die gedaan worden in bepaalde zaken? Meld u dan aan voor de e-mailservice. Of bekijk de voortgang van een bepaalde procedure bij de Afdeling bestuursrechtspraak.

  • Abonnementenservice
  • E-mailservice uitspraken
  • Voortgang procedure
  • Aanvragen oude uitspraken

Toegankelijkheid | Privacy | Cookiebeleid

Volg ons

  • Bluesky
  • LinkedIn
  • Instagram
  • Mastodon