Ga naar de inhoud
(naar homepage)
lees voor
Direct naar
  • en (Information in English)
  • de (Deutsche Informationen)
  • fr (Informations en français)
  • contact
  • pers
  • werken bij
  • app
  • Actueel
    • Nieuws
    • Zittingsagenda
    • Persagenda
    • Evenementen
    • Piet Hein Donner Scriptieprijs
  • Adviezen
  • Uitspraken
  • Publicaties
    • Brochures
    • Studies en onderzoeken
    • Regelingen
    • Consultaties
    • Jaarverslagen
    • Toespraken vice-president
  • Over ons
    • Raad van State in het kort
    • Organisatie
    • Advisering
    • Bestuursrechtspraak
    • Begrotingstoezicht
    • Toetsing Klimaatwet
    • Geschiedenis
    • Raad van State in beeld
  • Zoeken
  • en
  • de
  • fr
  • contact
  • pers
  • werken bij
  • app
Zoeken

  1. Home ›
  2. Uitspraken

Uitspraken

De Afdeling bestuursrechtspraak toetst of de overheid het recht goed heeft toegepast bij het nemen van een besluit. In dit onderdeel vindt u alle uitspraken die de Raad van State op zijn website publiceert. Meer informatie over de taak van de Afdeling bestuursrechtspraak vindt u in de rubriek Bestuursrechtspraak.


aantal resultaten: 122.741
aantal resultaten per pagina

Toon overzicht van de actuele uitspraken:

  • Hoofdzaken
  • Voorlopige voorzieningen
  • Interessant voor de media

202400579/1/V2

Bij besluit van 10 januari 2024 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een zogenoemd besluit- en vertrekmoratorium bekendgemaakt voor vreemdelingen uit de Palestijnse gebieden (Stcrt. 2024, nr. 149). De vreemdeling stelt dat zij afkomstig is uit Gaza. De staatssecretaris bestrijdt dit niet. De vreemdeling heeft in 2023 in Nederland asiel aangevraagd. Haar echtgenoot en vier minderjarige kinderen verblijven nog in Gaza, aldus de vreemdeling.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:1665
Datum uitspraak
24 april 2024
  • Eerste aanleg - meervoudig
  • Vreemdelingenkamer - Overige
  • uitspraakin de zaak202400579/1/V2

202300157/1/V1

Bij besluit van 13 augustus 2020 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag om de vreemdeling een machtiging tot voorlopig verblijf te verlenen, afgewezen. Bij besluit van 10 juni 2021, aangevuld bij besluit van 10 oktober 2022, heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid het daartegen door de vreemdeling gemaakte bezwaar ongegrond verklaard.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:1679
Datum uitspraak
23 april 2024
  • Hoger beroep
  • Vreemdelingenkamer - Overige
  • uitspraakin de zaak202300157/1/V1

202305424/3/R3

Bij besluit van 27 juni 2023 heeft de raad van de gemeente Rijswijk het bestemmingsplan "Godfried Bomansstraat" vastgesteld. Het plan voorziet in de bouw van een appartementencomplex met maximaal 34 woningen. Het plan staat een maximale bouwhoogte van 14 m toe. Aan de noord- en zuidzijde van het plangebied voorziet het plan in stroken van ongeveer 7 m (noord) en 8 m (zuid) met de bestemming "Groen". Voor de gronden van het plangebied was in het voorheen geldende bestemmingsplan "Steenvoorde" voorzien in een bestemming "Maatschappelijk" met een maximale bouwhoogte van 7 m. Hierop stond een gebouw dat gebruikt werd als basisschool. [verzoeker] en anderen zijn een groep bewoners die wonen op verschillende adressen aan de Petronella Voûtestraat, de Albert Schweitzerlaan en de doctor H.J. van Mooklaan. De kortste afstand van de percelen van deze straten tot het plangebied bedraagt respectievelijk 17, 11 en 29 m. [verzoeker] en anderen vrezen onder andere voor een aantasting van hun woon- en leefklimaat door vermindering van de hoeveelheid bezonning en privacy bij hun woningen en een toename van de parkeerdruk in de omgeving.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:1678
Datum uitspraak
23 april 2024
  • Voorlopige voorziening
  • RO - Zuid-Holland
  • uitspraakin de zaak202305424/3/R3

202401289/2/A2

Bij besluit van 5 januari 2023 heeft de minister van Financiën geweigerd om de private schulden van [verzoeker] aan [persoon A](€ 330.000,-), [persoon B] (€ 94.000,-) en [persoon C] (€ 23.000,-) over te nemen, omdat niet wordt voldaan aan de voorwaarden van artikel 4.1, derde lid en onder b, van de Wet hersteloperatie toeslagen. Het bezwaar daartegen is ongegrond verklaard en de rechtbank heeft het beroep ongegrond verklaard.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:1943
Datum uitspraak
23 april 2024
  • Mondelinge uitspraak
  • Voorlopige voorziening
  • Geld
  • uitspraakin de zaak202401289/2/A2

202401860/1/V3 en 202401860/2/V3

Bij besluit van 12 februari 2024 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van de vreemdeling om haar een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, niet in behandeling genomen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:1735
Datum uitspraak
23 april 2024
  • Voorlopige voorziening / hoofdzaak
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202401860/1/V3 en 202401860/2/V3

202402274/1/R1 en 202401785/2/R1

Bij besluit van 12 juni 2023 heeft het college van gedeputeerde staten van Zuid-Holland ingestemd met het Uitvoeringsplan Bodemsanering 2.0 Bodemsanering, Bouwrijp maken, Verbeterde damwandconstructie, Beheersfase en Nazorg — EMK-terrein te Krimpen aan den IJssel van 15 december 2022. Dit is een saneringsplan als bedoeld in artikel 39 van de Wet bodembescherming. Op het EMK-terrein in Krimpen aan den IJssel waren sinds het einde van de 19e eeuw meerdere industriële bedrijven gevestigd. Als laatste was daar de afvalverwerker Exploitatie Maatschappij Krimpen (EMK) gevestigd, waar het terrein zijn naam aan ontleent. Nadat dit bedrijf in 1980 failliet was gegaan, is ontdekt dat de bodem van het terrein door de bedrijfsactiviteiten op het terrein is verontreinigd. Het gaat daarbij om een grootschalige verontreiniging met olie- en teerproducten. De bodem van het terrein is vervolgens eind jaren tachtig van de vorige eeuw gesaneerd volgens de IBC-methode: isoleren, beheersen en controleren. In het kader daarvan is het terrein opgehoogd door zogeheten AVI-slakken te storten.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:1681
Datum uitspraak
23 april 2024
  • Voorlopige voorziening
  • Bodembescherming
  • uitspraakin de zaak202402274/1/R1 en 202401785/2/R1

202402437/1/V3 en 202402437/2/V3

Bij besluit van 27 februari 2024 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van de vreemdeling om haar een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, niet in behandeling genomen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:1695
Datum uitspraak
23 april 2024
  • Voorlopige voorziening
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202402437/1/V3 en 202402437/2/V3

BRS.24.000063

Bij besluit van 20 januari 2024 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid de vreemdeling in bewaring gesteld.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:1647
Datum uitspraak
23 april 2024
  • Hoger beroep
  • Bewaring
  • uitspraakin de zaakBRS.24.000063

202300305/1/V1

Bij besluit van 8 april 2022 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van de vreemdeling om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:1674
Datum uitspraak
22 april 2024
  • Hoger beroep
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202300305/1/V1

202304613/1/V2

Bij besluiten van 28 februari 2023 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid de aanvragen van de vreemdelingen om hun een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, ingewilligd met ingang van 22 januari 2020. Bij besluiten van 13 juni 2023 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid de besluiten van 28 februari 2023 ingetrokken en de aanvragen van de vreemdelingen ingewilligd met ingang van 23 december 2019.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:1675
Datum uitspraak
22 april 2024
  • Hoger beroep
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202304613/1/V2

202400140/1/V3

Bij besluit van 16 februari 2022 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van de vreemdeling om hem een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen. Bij besluit van 4 november 2022 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid het daartegen door de vreemdeling gemaakte bezwaar ongegrond verklaard.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:1677
Datum uitspraak
22 april 2024
  • Hoger beroep
  • Regulier
  • uitspraakin de zaak202400140/1/V3

202400683/1/R3 en 202400683/2/R3

Bij besluit van 13 december 2023 hebben Provinciale staten van Zuid-Holland het inpassingsplan "HOV Leiden-Katwijk" vastgesteld. In de toelichting bij het inpassingsplan staat dat de belangrijkste ontsluitingsroute van Katwijk de N206 is, die tot één van drukkere wegen in de regio behoort. Met infrastructurele maatregelen, zoals de Rijnlandroute, wordt gewerkt aan een robuuster netwerk en betere bereikbaarheid. Verbeterde doorstroming moet ook leiden tot verbetering van de leefbaarheid langs de ontsluitingswegen. Het tracé van de met het inpassingsplan mogelijk gemaakte busbaan loopt parallel aan de N206, van Valkenhorst-Oost tot de Zeeweg in Katwijk aan den Rijn. [verzoeker A] en anderen wonen in Katwijk aan den Rijn in de omgeving van de toekomstige busbaan. Zij vrezen voornamelijk voor problemen met de verkeersafwikkeling op en rond de N206. De problemen zijn volgens hen al groot en worden met de aanleg van de busbaan niet opgelost, maar alleen maar groter. Een integrale gebiedsvisie waarin rekening wordt gehouden met alle aspecten die invloed hebben op de leefomgeving van de bewoners van de gemeente ontbreekt.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:1660
Datum uitspraak
22 april 2024
  • Voorlopige voorziening / hoofdzaak
  • Inpassingsplan
  • uitspraakin de zaak202400683/1/R3 en 202400683/2/R3

202400724/1/V3

Bij besluit van 24 december 2023 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid de vreemdeling een vrijheidsontnemende maatregel opgelegd.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:1650
Datum uitspraak
22 april 2024
  • Hoger beroep
  • Vreemdelingenkamer - Overige
  • uitspraakin de zaak202400724/1/V3

202401102/1/V3

Bij besluit van 25 januari 2024 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid de vreemdeling in bewaring gesteld.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:1651
Datum uitspraak
22 april 2024
  • Hoger beroep
  • Bewaring
  • uitspraakin de zaak202401102/1/V3

202401382/1/V3

Bij besluit van 23 januari 2024 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van de vreemdeling om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, niet in behandeling genomen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:1676
Datum uitspraak
22 april 2024
  • Hoger beroep
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202401382/1/V3

202200996/1/V3

Bij besluit van 21 januari 2022 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van de vreemdeling om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, buiten behandeling gesteld.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:1648
Datum uitspraak
19 april 2024
  • Hoger beroep
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202200996/1/V3

202301552/1/V3

Bij besluit van 23 januari 2017 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van de vreemdeling om hem krachtens artikel 64 van de Vw 2000 uitstel van vertrek te verlenen, buiten behandeling gesteld. Bij besluit van 9 maart 2022 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid het daartegen door de vreemdeling gemaakte bezwaar opnieuw ongegrond verklaard.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:1649
Datum uitspraak
19 april 2024
  • Hoger beroep
  • Vreemdelingenkamer - Overige
  • uitspraakin de zaak202301552/1/V3

202308003/2/R4

Bij besluit van 9 november 2023 heeft de raad van de gemeente Scherpenzeel het bestemmingsplan "Holevoetplein 282" vastgesteld. Het plan voorziet in de herontwikkeling van het perceel Holevoetplein 282 in Scherpenzeel. Op het perceel bevindt zich een voormalig hotel/restaurant dat in 2019/2020 is herontwikkeld tot Herbergier, een woonzorg-complex voor ouderen met geheugenproblemen. De eigenaar wil achter op het perceel appartementen realiseren voor starters en herstarters op de woningmarkt. Het realiseren van een appartementengebouw past niet in het geldende bestemmingsplan. Met dit bestemmingsplan wordt beoogd het appartementengebouw planologisch in te passen. [verzoeker] is eigenaar van het naastgelegen perceel [locatie]. [verzoeker] betoogt dat het ontwerpbestemmingsplan, dat uitging van de realisatie van een Thomashuis met een woon-zorgfunctie, zodanig verschilt van het uiteindelijk vastgestelde bestemmingsplan, dat de raad opnieuw een ontwerpbestemmingsplan voor het perceel ter inzage had moeten leggen. Volgens [verzoeker] heeft onvoldoende overleg plaatsgevonden met de omwonenden over de wijzigingen ten opzichte van het ontwerpbestemmingsplan.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:1635
Datum uitspraak
19 april 2024
  • Voorlopige voorziening
  • RO - Gelderland
  • uitspraakin de zaak202308003/2/R4

202401391/1/V1 en 202401391/2/V1

Bij besluit van 19 december 2023 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van de vreemdeling om haar een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen. Bij uitspraak van 27 februari 2024 heeft de rechtbank het daartegen door de vreemdeling ingestelde beroep ongegrond verklaard.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:1669
Datum uitspraak
19 april 2024
  • Voorlopige voorziening / hoofdzaak
  • Afval
  • uitspraakin de zaak202401391/1/V1 en 202401391/2/V1

202401408/1/V3 en 202401408/2/V3

Bij besluit van 5 februari 2024 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van de vreemdeling om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, niet in behandeling genomen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:1653
Datum uitspraak
19 april 2024
  • Voorlopige voorziening / hoofdzaak
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202401408/1/V3 en 202401408/2/V3

202401507/2/V2

Bij besluit van 26 januari 2024 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van de vreemdeling om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, niet in behandeling genomen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:1655
Datum uitspraak
19 april 2024
  • Voorlopige voorziening / hoofdzaak
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202401507/2/V2

202401991/1/V2 en 202401991/2/V2

Bij besluit van 20 december 2023 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van de vreemdeling om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:1656
Datum uitspraak
19 april 2024
  • Voorlopige voorziening / hoofdzaak
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202401991/1/V2 en 202401991/2/V2

202402072/2/A3

Bij besluiten van 4 januari 2022 heeft de raad van bestuur van de Kansspelautoriteit de aanvragen van JVH voor vergunningen voor het organiseren van de instantloterij, voor sportweddenschappen en van de lotto afgewezen. De raad van bestuur van de Kansspelautoriteit heeft de gevraagde vergunningen voor het organiseren van de instantloterij, voor sportweddenschappen en van de lotto geweigerd, omdat op grond van de artikelen 14b, eerste lid, 16, eerste lid, en 27b, eerste lid, van de Wet op de kansspelen (hierna: Wok) maar aan één rechtspersoon een vergunning voor het organiseren van de drie kansspelen kan worden verleend. Bij besluiten van 23 november 2021 zijn al aan Lotto B.V. vergunningen verleend met een looptijd tot en met 31 december 2026.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:1654
Datum uitspraak
19 april 2024
  • Hoger beroep
  • Hoger Beroep - Overige
  • uitspraakin de zaak202402072/2/A3

202402158/1/V1 en 202402158/2/V1

Bij besluit van 18 februari 2024 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van de vreemdeling om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen. Bij uitspraak van 2 april 2024 heeft de rechtbank het daartegen door de vreemdeling ingestelde beroep ongegrond verklaard.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:1670
Datum uitspraak
19 april 2024
  • Voorlopige voorziening / hoofdzaak
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202402158/1/V1 en 202402158/2/V1

202402223/1/V3

Bij besluit van 11 maart 2024 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van de vreemdeling om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, niet in behandeling genomen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:1657
Datum uitspraak
19 april 2024
  • Hoger beroep
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202402223/1/V3

202402224/1/V3 en 202402224/2/V3

Bij besluit van 7 maart 2024 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van de vreemdeling om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, niet in behandeling genomen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:1658
Datum uitspraak
19 april 2024
  • Voorlopige voorziening / hoofdzaak
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202402224/1/V3 en 202402224/2/V3

202202737/1/V1

Bij besluit van 23 maart 2020 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid aanvragen om de vreemdelingen een machtiging tot voorlopig verblijf te verlenen, afgewezen. Bij besluit van 30 augustus 2021 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid het daartegen door de vreemdelingen gemaakte bezwaar opnieuw ongegrond verklaard.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:1636
Datum uitspraak
18 april 2024
  • Hoger beroep
  • Vreemdelingenkamer - Overige
  • uitspraakin de zaak202202737/1/V1

202304452/1/V3

Bij besluit van 5 mei 2023 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van de vreemdeling om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:1637
Datum uitspraak
18 april 2024
  • Hoger beroep
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202304452/1/V3

202306742/1/V3

Bij besluit van 7 september 2023 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van de vreemdeling om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, niet in behandeling genomen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:1638
Datum uitspraak
18 april 2024
  • Hoger beroep
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202306742/1/V3

202400837/1/V2 en 202400837/2/V2

Bij besluit van 2 augustus 2023 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van de vreemdeling om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, niet in behandeling genomen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:1639
Datum uitspraak
18 april 2024
  • Voorlopige voorziening / hoofdzaak
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202400837/1/V2 en 202400837/2/V2

202401177/1/V2

Bij besluit van 28 september 2023 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van de vreemdeling om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:1640
Datum uitspraak
18 april 2024
  • Hoger beroep
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202401177/1/V2

202401321/2/A3

Op 22 april 2023 heeft Blije Buren de woonboot [naam woonboot] afgemeerd op de locatie tegenover Wittenburgergracht 12 in Amsterdam zonder dat zij een ligplaatsvergunning had. De woonboot ligt naast de sluis/noodkering Nieuwe vaart. De beheerder van die sluis heeft op 25 april 2023 aan Nautisch Toezicht laten weten dat de woonboot hinder veroorzaakt omdat die te dichtbij ligt. De zogenoemde schaag van de sluisdeur zou de woonboot (kunnen) raken als die dichtgaat. Daardoor is de situatie niet meer veilig. Omdat Blije Buren de woonboot niet heeft verplaatst terwijl het college van burgemeester en wethouders van Amsterdam daar wel om heeft verzocht, heeft het college dat op 17 mei 2023 alsnog laten doen. Sindsdien ligt de boot in de bewaarhaven van de gemeente Amsterdam. De kosten voor het bewaren zijn inmiddels zodanig opgelopen dat het college de woonboot wil laten vernietigen. Blije Buren heeft hoger beroep ingesteld tegen de uitspraak van de rechtbank en verzocht om als voorlopige voorziening de boot te kunnen terugplaatsen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:1646
Datum uitspraak
18 april 2024
  • Mondelinge uitspraak
  • Voorlopige voorziening
  • Hoger Beroep - Bestuursdwang / Dwangsom
  • Verordeningen
  • uitspraakin de zaak202401321/2/A3

202401532/1/V3

Bij besluit van 13 februari 2024 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid de vreemdeling in bewaring gesteld.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:1641
Datum uitspraak
18 april 2024
  • Hoger beroep
  • Bewaring
  • uitspraakin de zaak202401532/1/V3

202401974/3/V1

het Centraal Orgaan opvang asielzoekers heeft de vreemdeling aangezegd dat het hem vanaf 25 maart 2024 niet langer als alleenstaande minderjarige vreemdeling zal opvangen, maar als meerderjarige.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:1642
Datum uitspraak
18 april 2024
  • Voorlopige voorziening
  • Vreemdelingenkamer - Overige
  • uitspraakin de zaak202401974/3/V1

202402006/1/V2 en 202402006/2/V2

Bij besluit van 10 januari 2024 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van de vreemdeling om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:1643
Datum uitspraak
18 april 2024
  • Voorlopige voorziening / hoofdzaak
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202402006/1/V2 en 202402006/2/V2

202402063/1/V3 en 202402063/2/V3

Bij besluiten van 17 januari 2024 en 19 januari 2024 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid aanvragen van de vreemdelingen om hun een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, niet in behandeling genomen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:1668
Datum uitspraak
18 april 2024
  • Voorlopige voorziening / hoofdzaak
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202402063/1/V3 en 202402063/2/V3

202204804/1/V3

Bij besluit van 21 februari 2022 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van de vreemdeling om haar een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:1571
Datum uitspraak
17 april 2024
  • Hoger beroep
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202204804/1/V3

202205283/1/V3

Bij besluit van 8 augustus 2022 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van de vreemdeling om haar een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, niet in behandeling genomen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:1573
Datum uitspraak
17 april 2024
  • Hoger beroep
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202205283/1/V3

202206043/1/V3

Bij besluiten van 12 september 2022 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid aanvragen van de vreemdelingen om hun een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, niet in behandeling genomen. Bij uitspraak van 17 oktober 2022 heeft de rechtbank de daartegen door de vreemdelingen ingestelde beroepen ongegrond verklaard.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:1576
Datum uitspraak
17 april 2024
  • Hoger beroep
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202206043/1/V3

202300592/2/R1

Bij besluit van 24 november 2022 heeft de raad van de gemeente Hollands Kroon het bestemmingsplan "Mientweg 46" gewijzigd vastgesteld.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:1545
Datum uitspraak
17 april 2024
  • Voorlopige voorziening
  • RO - Noord-Holland
  • uitspraakin de zaak202300592/2/R1

202306802/1/V3

Bij besluit van 12 oktober 2023 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid de vreemdeling in bewaring gesteld.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:1548
Datum uitspraak
17 april 2024
  • Hoger beroep
  • Bewaring
  • uitspraakin de zaak202306802/1/V3

202307489/2/R3

Bij besluit van 11 oktober 2023 heeft de raad van de gemeente Hengelo het bestemmingsplan "Buitengebied, Enschedesestraat 406" gewijzigd vastgesteld. Het bestemmingsplan maakt het mogelijk om met toepassing van de zogeheten "Rood voor rood-regeling" twee woningen te bouwen op het perceel aan de Enschedesestraat 406 in Hengelo. Verder hebben de voormalige agrarische bedrijfswoning en de bestaande schuur op het perceel in het bestemmingsplan een woonbestemming gekregen en de aanduiding "karakteristiek" uit het oude bestemmingsplan behouden. Voor de functieverandering van de schuur is toepassing gegeven aan het gemeentelijk beleid voor functieverandering van vrijkomende en/of vrijgekomen agrarische bebouwing, het zogeheten "VAB". Het bestemmingsplan maakt dus in totaal 4 woningen mogelijk op het perceel. Voorheen was op het perceel een paardenfokkerij gevestigd. Het Zeldam B.V. is initiatiefnemer. [verzoeker] en anderen wonen allen aan de Kettingbrugweg in Hengelo. Dit is in de directe omgeving van het plangebied. Zij vrezen dat het open karakter van het gebied door het bestemmingsplan wordt aangetast.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:1567
Datum uitspraak
17 april 2024
  • Voorlopige voorziening
  • RO - Overijssel
  • uitspraakin de zaak202307489/2/R3

202307850/2/A3

Bij besluit van 5 april 2022 heeft de burgemeester van Beverwijk de exploitatievergunning en de gedoogverklaring voor Coffeeshop Stingray ingetrokken. [eigenaar] is de eigenaar van Coffeeshop Stingray. De laatste gedoogverklaring en exploitatievergunning die hij daarvoor heeft gekregen, is die van 19 december 2018. Halverwege 2021 is zijn zoon ook eigenaar geworden. Daarvoor is de exploitatievergunning aangepast. Nadat de burgemeester bestuurlijke rapportages van de politie had ontvangen en andere informatie uit justitiële documentatie en politiegegevens, concludeerde hij dat [eigenaar] en zijn zoon van slecht levensgedrag zijn. Hij heeft daarom de exploitatievergunning en de gedoogverklaring ingetrokken. Later kreeg de burgemeester nog een proces-verbaal. Daarin stond dat de zoon reclame voor de coffeeshop had gemaakt terwijl dat volgens het Coffeeshopbeleid niet mag. Dat was aanleiding voor de burgemeester om het pand waarin de coffeeshop zit, te sluiten. De rechtbank heeft geoordeeld dat de burgemeester deze besluiten mocht nemen. Coffeeshop Stingray is het daar niet mee eens.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:1570
Datum uitspraak
17 april 2024
  • Voorlopige voorziening
  • Verordeningen
  • uitspraakin de zaak202307850/2/A3

202401204/3/V3

Bij besluiten van 15 december 2023 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid aanvragen van de vreemdelingen om hen een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, niet in behandeling genomen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:1652
Datum uitspraak
17 april 2024
  • Voorlopige voorziening
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202401204/3/V3

202401909/2/V2

Bij besluit van 7 april 2021 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van de vreemdeling om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:1577
Datum uitspraak
17 april 2024
  • Voorlopige voorziening
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202401909/2/V2

202401917/1/V3 en 202401917/2/V3

Bij besluit van 12 februari 2024 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van de vreemdeling om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, niet in behandeling genomen. Bij uitspraak van 19 maart 2024 heeft de rechtbank het daartegen door de vreemdeling ingestelde beroep ongegrond verklaard.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:1578
Datum uitspraak
17 april 2024
  • Voorlopige voorziening / hoofdzaak
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202401917/1/V3 en 202401917/2/V3

202401979/1/V3

Bij besluit van 5 februari 2024 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van de vreemdeling om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, niet in behandeling genomen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:1580
Datum uitspraak
17 april 2024
  • Hoger beroep
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202401979/1/V3

202402084/2/V3

Bij besluit van 20 april 2022 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van de vreemdeling om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, niet in behandeling genomen. Bij uitspraak van 27 maart 2024 heeft de rechtbank het daartegen door de vreemdeling ingestelde beroep gegrond verklaard, dat besluit vernietigd en bepaald dat de staatssecretaris binnen vier weken na de bekendmaking van de uitspraak een nieuw besluit op de aanvraag neemt met inachtneming van de uitspraak.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:1582
Datum uitspraak
17 april 2024
  • Voorlopige voorziening
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202402084/2/V3

202402287/1/V2 en 202402287/2/V2

Bij besluit van 20 november 2023 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van de vreemdeling om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:1659
Datum uitspraak
17 april 2024
  • Voorlopige voorziening / hoofdzaak
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202402287/1/V2 en 202402287/2/V2

202402389/2/V3

Bij besluit van 7 februari 2024 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van de vreemdeling om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, niet in behandeling genomen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:1661
Datum uitspraak
17 april 2024
  • Voorlopige voorziening
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202402389/2/V3

202402391/2/V3

Bij besluit van 20 december 2023 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van de vreemdeling om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, niet in behandeling genomen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:1662
Datum uitspraak
17 april 2024
  • Voorlopige voorziening
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202402391/2/V3

202104167/1/R2

Bij besluit van 29 april 2021 heeft de raad van de gemeente Nuenen, Gerwen en Nederwetten het bestemmingsplan "Buitengebied, herziening Rullen ongenummerd (nabij 13A), Ruimte voor Ruimte" vastgesteld. Het bestemmingsplan maakt de bouw van een woning op het perceel, kadastraal bekend als gemeente Nuenen, sectie B, nummer 6061, mogelijk. De raad heeft bij de vaststelling van het bestemmingsplan toepassing gegeven aan de Ruimte-voor-Ruimteregeling uit de Interim omgevingsverordening Noord-Brabant . Het plangebied is nog onbebouwd, heeft een oppervlakte van ongeveer 1090 m² en is in gebruik als grasland. [appellant] is eigenaar van het perceel [locatie] in Nuenen. [appellant] stelt onder meer dat het bestemmingsplan in strijd met een goede ruimtelijke ordening is vastgesteld, omdat met de realisatie van de woning het cultuurhistorische karakter van het gebied Rullen verloren gaat.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:1586
Datum uitspraak
17 april 2024
  • Tussenuitspraak/bestuurlijke lus
  • RO - Noord-Brabant
  • uitspraakin de zaak202104167/1/R2

202104367/2/R3

Bij tussenuitspraak van 25 januari 2023, ECLI:NL:RVS:2023:245, heeft de Afdeling de raad opgedragen om binnen 20 weken na verzending van die uitspraak, met inachtneming van wat daarin onder 5.5, 5.6 en 7 is overwogen, het gebrek in het besluit van de raad van 30 maart 2021, waarbij het bestemmingsplan "Buitengebied 2009, herziening Bornerbroekseweg 18" is vastgesteld, te herstellen. Ter uitvoering van de tussenuitspraak heeft de raad het bestemmingsplan bij besluit van 6 juni 2023 opnieuw, gewijzigd vastgesteld. In overweging 5.5 van de tussenuitspraak heeft de Afdeling over de spuitzone overwogen dat het ingevolge het bestemmingsplan "Buitengebied 2009" niet is uitgesloten dat ter plaatse van de gronden van [appellant A] gewassen kunnen worden geteeld of gekweekt waarbij gebruik wordt gemaakt van gewasbeschermingsmiddelen. Vervolgens heeft de Afdeling vastgesteld dat in het voorliggende geval een afstand kleiner dan de afstand van 50 m die in de jurisprudentie van de Afdeling als vuistregel wordt gehanteerd, is aangehouden tussen de in het plan voorziene burgerwoning, en de gronden waar gewerkt kan worden met gewasbeschermingsmiddelen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:1599
Datum uitspraak
17 april 2024
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
  • RO - Overijssel
  • uitspraakin de zaak202104367/2/R3

202105844/1/R2

Bij besluit van 21 januari 2020 heeft het college van burgemeester en wethouders van Maastricht aan [vergunninghouder A] en [vergunninghouder B] een omgevingsvergunning verleend voor het herbouwen en het uitbreiden van het woonhuis op het adres [locatie 1] in Maastricht en voor het handelen in strijd met het geldende bestemmingsplan. [appellant sub 1] en [appellant sub 2] zijn eigenaar van het perceel aan de [locatie 2] in Maastricht. [appellant sub 2] woont in de woning op dat perceel. Vergunninghouders zijn eigenaar van het naastgelegen perceel [locatie 1]. De woning die op het perceel aanwezig was is gesloopt. Vergunninghouders hebben in plaats daarvan een nieuwe, grotere woning opgericht. De omgevingsvergunning is verleend ten behoeve van het herbouwen en uitbreiden van het woonhuis op het perceel.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:1602
Datum uitspraak
17 april 2024
  • Hoger beroep
  • Bouwen
  • uitspraakin de zaak202105844/1/R2

202106252/1/R2

Bij besluit van 20 oktober 2020 heeft het college van burgemeester en wethouders van Sittard-Geleen aan [partij] een omgevingsvergunning verleend voor het verbouwen van een woning aan de [locatie 1] te Geleen. Op 28 augustus 2020 heeft [partij] een omgevingsvergunning aangevraagd voor het verbouwen van zijn woning op het perceel. Het bouwplan voorziet in een uitbreiding van de woning. Op de begane grond wordt in de uitbreiding een gedeelte van de woonkeuken en een kantoor gerealiseerd. Op de verdieping wordt het oppervlakte vergroot ten behoeve van de realisatie van extra slaapkamers. Het bouwplan is inmiddels gerealiseerd. Ook is de bestaande garage op het perceel verlengd in de richting van de Rubensstraat en is er een muur geplaatst op de erfgrens. Hierop zien de aanvraag en de verleende omgevingsvergunning niet. [appellant], wonend aan de [locatie 2] in Geleen, direct naast de woning van [partij], kan zich niet verenigen met de verleende omgevingsvergunning. Hij vreest dat de welstandscommissie van de gemeente Sittard-Geleen door een onjuist beeld van de verbouwing de massaliteit van de bouwactiviteiten niet heeft kunnen overzien.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:1603
Datum uitspraak
17 april 2024
  • Hoger beroep
  • Bouwen
  • uitspraakin de zaak202106252/1/R2

202200932/1/A3

Bij besluiten van 12 oktober 2020 heeft het college [appellant A] en anderen en twee minderjarige kinderen per 4 maart 2020 en één minderjarig kind per 15 mei 2020, uitgeschreven uit de Basisregistratie Personen. In het kader van een adresonderzoek naar de verblijfplaats van een andere persoon hebben toezichthouders de woning op het adres [locatie] in Rotterdam op 27 februari 2020 bezocht. Zij troffen daar toen een man en een vrouw aan, maar niet [appellant A] en anderen. Naar aanleiding van dat huisbezoek is het college een onderzoek gestart naar de verblijfplaats van [appellant A] en anderen. Het college heeft daartoe verschillende interne en externe bronnen geraadpleegd, en ook inlichtingen gevraagd aan [appellant A] en anderen. Daarna hebben toezichthouders de woning nog een aantal keer bezocht en daarbij [appellant A] en anderen niet aangetroffen. Op 8 oktober 2020 is weer een huisbezoek afgelegd, waarbij [appellant A] en [appellant D] zijn aangetroffen. Het college is na dit onderzoek overgegaan tot ambtshalve uitschrijving uit de brp.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:1592
Datum uitspraak
17 april 2024
  • Hoger beroep
  • Basisregistratie
  • uitspraakin de zaak202200932/1/A3

202202599/1/R2

Bij besluit van 20 februari 2020 heeft het college van burgemeester en wethouders van Bergeijk de aan maatschap [naam appellant] verleende omgevingsvergunning voor het bouwen van een machineberging, een aardappelbewaarplaats, een rundveestal, een overkapping voor een mestvaalt en sleufsilo’s op het perceel [locatie] te Bergeijk, in zijn geheel ingetrokken. [appellant] betoogt dat de rechtbank niet heeft onderkend dat het college in het primaire besluit van 20 februari 2020 slechts de op 13 oktober 2011 verleende bouwvergunning tweede fase heeft ingetrokken en de op 2 maart 2011 verleende bouwvergunning eerste fase niet.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:1630
Datum uitspraak
17 april 2024
  • Hoger beroep
  • Bouwen
  • uitspraakin de zaak202202599/1/R2

202202784/1/A3

Bij besluiten van 20 juni 2019 heeft de burgemeester van Den Haag aan Opera I B.V. en Opera II B.V. nachtontheffingen verleend. Bij besluit van 30 juni 2020 heeft de burgemeester het door [appellant] daartegen gemaakte bezwaar gegrond verklaard, de besluiten van 20 juni 2019 herroepen en beslist dat de aangevraagde nachtontheffingen worden verleend onder gewijzigde voorwaarden. Opera I B.V. en Opera II B.V. zijn twee partycentra, gelegen aan de Fruitweg, in Den Haag. De partycentra hebben aparte ingangen maar zijn van binnen verbonden door middel van trappen, gangen en gezamenlijke binnenruimten. De partycentra bevatten samen in totaal zes zalen, waarvan de capaciteit varieert van 150 personen tot en met 1000 personen. De totale capaciteit bedraagt 5000 personen. De zalen worden ingezet voor diverse gelegenheden, waaronder grootschalige bruiloften en andere feesten, zakelijke evenementen en schoolexamens. De zalen lopen door tot aan de achterkant van de panden, naast het Laakkanaal. Aan de achterkant van de panden bevindt zich een buitenruimte, die ook buitenom te bereiken is.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:1526
Datum uitspraak
17 april 2024
  • Hoger beroep
  • Verordeningen
  • uitspraakin de zaak202202784/1/A3

202202956/1/A3

Bij besluiten van 20 juni 2019 heeft de burgemeester van Den Haag aan Opera I B.V. en Opera II B.V. nachtontheffingen verleend. Bij besluit van 29 juni 2020 heeft de burgemeester van Den Haag het door [appellant] daartegen gemaakte bezwaar gegrond verklaard, de besluiten van 20 juni 2019 herroepen en beslist dat de aangevraagde nachtontheffingen worden verleend onder gewijzigde voorwaarden. Opera I B.V. en Opera II B.V. zijn twee partycentra, gelegen aan de Fruitweg, in Den Haag. De partycentra hebben aparte ingangen maar zijn van binnen verbonden door middel van trappen, gangen en gezamenlijke binnenruimten. De partycentra bevatten samen in totaal zes zalen, waarvan de capaciteit varieert van 150 personen tot en met 1000 personen. De totale capaciteit bedraagt 5000 personen. De zalen worden ingezet voor diverse gelegenheden, waaronder grootschalige bruiloften en andere feesten, zakelijke evenementen en schoolexamens. De zalen lopen door tot aan de achterkant van de panden, naast het Laakkanaal. Aan de achterkant van de panden bevindt zich een buitenruimte, die ook buitenom te bereiken is.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:1604
Datum uitspraak
17 april 2024
  • Hoger beroep
  • Verordeningen
  • uitspraakin de zaak202202956/1/A3

202203050/1/A3

Bij besluiten van 20 juni 2019 heeft de burgemeester van Den Haag aan Opera I B.V. en Opera II B.V. nachtontheffingen verleend. Bij besluit van 30 juni 2020 heeft de burgemeester de door [appellant] daartegen gemaakte bezwaren gegrond verklaard, de besluiten van 20 juni 2019 herroepen en beslist dat de aangevraagde nachtontheffingen worden verleend onder gewijzigde voorwaarden. Opera I B.V. en Opera II B.V. zijn twee partycentra, gelegen aan de Fruitweg, in Den Haag. De partycentra hebben aparte ingangen maar zijn van binnen verbonden door middel van trappen, gangen en gezamenlijke binnenruimten. De partycentra bevatten samen in totaal zes zalen, waarvan de capaciteit varieert van 150 personen tot en met 1000 personen. De zalen worden ingezet voor diverse gelegenheden, waaronder grootschalige bruiloften, zakelijke evenementen, schoolexamens en nachtelijke feesten. De zalen lopen door tot aan de achterkant van de panden, naast het Laakkanaal. Aan de achterkant van de panden bevindt zich een buitenruimte. Deze wordt door de bezoekers van de zalen onder andere gebruikt als rookruimte, speelruimte voor kinderen en parkeerruimte voor auto’s.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:1607
Datum uitspraak
17 april 2024
  • Hoger beroep
  • Drank en horeca
  • Verordeningen
  • Wet Bibob
  • uitspraakin de zaak202203050/1/A3

202204454/1/A3

Bij besluit van 4 november 2020 heeft het college van burgemeester en wethouders van Almelo een verzoek van [appellant] om correctie van zijn geboortedatum in de basisregistratie persoonsgegevens afgewezen. [appellant] is geboren in Turkije waar hij in de Turkse bevolkingsadministratie was geregistreerd met geboortedatum [geboortedatum] 1964. Op grond van een uitspraak van een Turkse rechtbank van 20 oktober 1978 is de geboortedatum van [appellant] veranderd in [geboortedatum] 1961. [appellant] is in de brp geregistreerd met de geboortedatum [geboortedatum] 1961, die bij zijn vestiging in de gemeente Almelo was vermeld op zijn Turkse paspoort. [appellant] heeft daarna op grond van een uitspraak van een Turkse rechtbank van 15 januari 2020 zijn geboortedatum in de Turkse bevolkingsadministratie en zijn Turkse paspoort laten veranderen in [geboortedatum] 1958. Vervolgens heeft [appellant] op 27 mei 2020 het college verzocht om correctie van zijn geboortedatum in de brp naar [geboortedatum] 1958.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:1595
Datum uitspraak
17 april 2024
  • Hoger beroep
  • Basisregistratie
  • uitspraakin de zaak202204454/1/A3

202204601/1/R1

Bij besluit van 16 maart 2021 heeft het college van burgemeester en wethouders van Amsterdam geweigerd aan [appellant] een omgevingsvergunning te verlenen voor vijf "short stay" appartementen in een loods aan de [locatie 1] in Amsterdam. [appellant] is eigenaar van het perceel en heeft een aanvraag gedaan voor een omgevingsvergunning voor het splitsen van een loods om daarin vijf short-stay-appartementen te maken. Het college heeft geweigerd de omgevingsvergunning te verlenen. Hieraan heeft het college ten grondslag gelegd dat het bouwplan in strijd is met artikel 23, eerste lid onder c van het geldende bestemmingsplan "Landelijk Noord", omdat de loods een bijgebouw is, zodat de ontwikkeling niet kan worden toegestaan zonder een afwijkingsomgevingsvergunning. Het college heeft aangegeven niet mee te willen werken aan afwijking van het bestemmingsplan, omdat het bouwplan in strijd is met het Overnachtingsbeleid Amsterdam en de Omgevingsverordening Noord-Holland 2020. Bakker woont aan de [locatie 2] ten zuidoosten van het perceel en wenst dat de weigering in stand blijft.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:1613
Datum uitspraak
17 april 2024
  • Hoger beroep
  • Bouwen
  • uitspraakin de zaak202204601/1/R1

202204637/1/R1

Bij besluit van 1 februari 2021 heeft het college van burgemeester en wethouders van Bergen (NH) aan Staatsbosbeheer een omgevingsvergunning verleend voor het aanleggen van een nieuw tracé voor een mountainbikeroute in de "Schoorlse Duinen" te Schoorl. Met het besluit van 1 februari 2021, zoals dat later is gewijzigd bij besluit van 20 januari 2022, is ten behoeve van een te realiseren mountainbikeroute (ter gedeeltelijke wijziging van een al bestaande route) een omgevingsvergunning verleend voor het "uitvoeren van een werk" (aanleg route) als bedoeld in artikel 2.1, eerste lid, aanhef en onder b, van de Wabo. Tevens is een omgevingsvergunning verleend voor een activiteit die van invloed kan zijn op de fysieke leefomgeving als bedoeld in artikel 2.1, eerste lid, aanhef en onder i, van de Wabo, de zogenoemde natuurtoestemming. In verband met de omgevingsvergunning voor laatstgenoemde activiteit heeft het college van gedeputeerde staten op 8 december 2020 een verklaring van geen bedenkingen afgegeven inzake soortenbescherming in de zin van de Wet natuurbescherming. De vergunde activiteiten vinden plaats in het Natura 2000-gebied "Schoorlse Duinen".

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:1614
Datum uitspraak
17 april 2024
  • Hoger beroep
  • Bouwen
  • uitspraakin de zaak202204637/1/R1

202204759/1/A3

Bij besluit van 16 maart 2021 heeft het college van burgemeester en wethouders van Kampen een aanlijn- en muilkorfgebod voor onbepaalde tijd opgelegd voor Kaj, de hond van [appellant]. Bij een ongedateerd besluit heeft het college van burgemeester en wethouders van Kampen het door [appellant] daartegen gemaakte bezwaar ongegrond verklaard. Deze zaak gaat over het opleggen van een aanlijn- en muilkorfgebod voor Kaj, de hond van [appellant]. De rechtbank heeft de besluitvorming van het college in stand gelaten. De Afdeling heeft op zitting vastgesteld dat in hoger beroep alleen nog in geschil is of het college een muilkorfgebod mocht opleggen voor Kaj op grond van artikel 2.4.19, eerste lid, aanhef en onder b, van de Algemene plaatselijke verordening Kampen 2001.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:1605
Datum uitspraak
17 april 2024
  • Hoger beroep
  • Verordeningen
  • uitspraakin de zaak202204759/1/A3

202204942/1/A3

Bij besluit van 10 februari 2021 heeft de burgemeester van Bloemendaal een aanlijn- en muilkorfgebod voor onbepaalde tijd opgelegd voor Sjef, de hond van [appellant]. Bij besluit van 9 augustus 2021 heeft de burgemeester van Bloemendaal het door [appellant] daartegen gemaakte bezwaar ongegrond verklaard. Deze zaak gaat over het opleggen van een aanlijn- en muilkorfgebod voor Sjef, de hond van [appellant]. In hoger beroep is in geschil of de burgemeester het aanlijn- en muilkorfgebod mocht opleggen op grond van artikel 2:59, eerste lid, van de Algemene plaatselijke verordening van Bloemendaal 2019. De rechtbank heeft geoordeeld dat de burgemeester zich redelijkerwijs op het standpunt heeft gesteld dat Sjef gevaarlijk is in de zin van artikel 2:59, eerste lid, van de APV. De burgemeester heeft het besluit terecht gebaseerd op de op 5 januari 2021 door de politie opgemaakte rapportage. Uit deze rapportage blijkt dat Sjef verwondingen heeft toegebracht aan mens en dier, wat niet valt onder normaal hondengedrag, aldus de rechtbank.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:1606
Datum uitspraak
17 april 2024
  • Hoger beroep
  • Verordeningen
  • uitspraakin de zaak202204942/1/A3

202205089/1/A2

Bij besluit van 27 juli 2021 heeft de raad de aanvragen van [appellant] om vergoeding van extra uren rechtsbijstand ten behoeve van [persoon] afgewezen. [appellant] is advocaat en heeft [persoon] bijgestaan in een strafrechtelijke procedure. [persoon] is door de rechtbank Amsterdam voor negen strafbare feiten bij vonnis van 28 juli 2020 veroordeeld tot een gevangenisstraf van vier maanden, met aftrek van het voorarrest, en tot oplegging van de maatregel terbeschikkingstelling met dwangverpleging. [appellant] heeft in de hoger beroepsprocedure onder meer een bewijsverweer gevoerd en bepleit dat het bij de aanhouding door de politie verrichte geweld aanleiding zou moeten zijn voor strafvermindering. [appellant] heeft daarnaast een strafmaatverweer gevoerd.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:1594
Datum uitspraak
17 april 2024
  • Hoger beroep
  • Rechtsbijstand
  • uitspraakin de zaak202205089/1/A2

202205969/1/R1

Verzoek om herziening (artikel 8:119 van de Algemene wet bestuursrecht (hierna: de Awb)) van de uitspraak van de Afdeling van 14 september 2022, in zaak nr. ECLI:NL:RVS: 2022:2677. Bij uitspraak van 14 september 2022, ECLI:NL:RVS: 2022:2677, heeft de Afdeling het beroep van [partij] tegen het besluit van 16 september 2021 van de raad van de gemeente Hollands Kroon gegrond verklaard en dat besluit vernietigd. Bij besluit van 16 september 2021 heeft de raad de aanvraag van [partij] om een bestemmingsplan vast te stellen voor het perceel [locatie 1] te Lutjewinkel, afgewezen. Dat bestemmingsplan zou voorzien in de bouw van een tweede vrijstaande woning op het perceel van [partij] ten zuiden van de bestaande woonboerderij. De raad heeft geweigerd het bestemmingsplan vast te stellen omdat de beoogde ontwikkeling een mogelijke belemmering vormt voor de bedrijfsactiviteiten van het naastgelegen bedrijf van [verzoeker] op het perceel [locatie 2]. [partij] heeft tegen dit besluit beroep ingesteld. De Afdeling heeft op dit beroep beslist zoals hiervoor onder "Procesverloop" is vermeld.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:1620
Datum uitspraak
17 april 2024
  • Herziening
  • RO - Noord-Holland
  • uitspraakin de zaak202205969/1/R1

202206443/1/R2

[appellant] en andere hebben beroep ingesteld tegen het uitblijven van een besluit van het college van gedeputeerde staten van Noord-Brabant op hun handhavingsverzoek van 10 augustus 2021. [appellant] en andere ondervinden grondwateroverlast op hun percelen door weglekkende kwelstromen uit het Natura 2000-gebied "Deurnsche Peel & Mariapeel" gelegen direct naast hun percelen aan de Dorperpeelweg. Bij brief van 10 augustus 2021 hebben [appellant] en andere daarom verzocht om handhavend op te treden tegen overtredingen van artikel 6 van de Habitatrichtlijn in het natuurgebied. Het college heeft hierop niet gereageerd. Bij brief van 12 november 2021 hebben [appellant] en andere het college in gebreke gesteld wegens het niet tijdig beslissen op hun handhavingsverzoek van 10 augustus 2021. Op 24 mei 2022 hebben [appellant] en andere beroep ingesteld wegens het niet tijdig nemen van een besluit op hun handhavingsverzoek van 10 augustus 2021, en de rechtbank verzocht de hoogte van de door het college verbeurde dwangsom vast te stellen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:1598
Datum uitspraak
17 april 2024
  • Hoger beroep
  • Hoger Beroep - Bestuursdwang / Dwangsom
  • uitspraakin de zaak202206443/1/R2

202206514/1/R4

Bij besluit van 18 november 2021 heeft het college van burgemeester en wethouders van De Bilt [appellant A] gelast de overtreding van artikel 2.1, eerste lid, aanhef en onder a en c, artikel 2.3, aanhef en onder b, en artikel 2.3a, eerste lid, van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht te beëindigen en beëindigd te houden. Als hij dat niet doet, verbeurt hij een dwangsom. [appellant A] is eigenaar van het perceel met woning aan de [locatie 1] in Bilthoven. Op 21 oktober 2020 is aan hem een omgevingsvergunning verleend waarmee hij in afwijking van het ter plaatse geldende bestemmingsplan "Bilthoven Zuid 2009" een eerder door hem gesloopte garage op zijn perceel kan herbouwen. Op 13 juli 2021 heeft een toezichthouder van de gemeente De Bilt een controle verricht. Daarbij is vastgesteld dat in de garage een keuken met fornuis en oven, een badkamer met douche en toilet, een wasruimte, een zitkamer met bank en tv, en een tweepersoonsbed aanwezig waren. Op 21 juli 2021 hebben de buren een verzoek om handhaving gedaan. De garage zou worden bewoond.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:1590
Datum uitspraak
17 april 2024
  • Hoger beroep
  • Hoger Beroep - Bestuursdwang / Dwangsom
  • uitspraakin de zaak202206514/1/R4

202206612/1/R1

Bij besluit van 18 oktober 2022 heeft het college van burgemeester en wethouders van Den Haag het definitief plaatsingsplan gewijzigde en aanvullende locaties ondergrondse restafvalcontainers (hierna: ORAC’s) voor de wijk Statenkwartier II (buurt 7) in het stadsdeel Scheveningen in Den Haag vastgesteld. Daarbij is onder meer de locatie 07-42C in de Viviënstraat ter hoogte van huisnummer 29 aangewezen voor de plaatsing van twee ORAC’s. Bij besluit van 14 juni 2020 heeft het college het "Definitief plaatsingsplan ondergrondse restafvalcontainers Statenkwartier (buurt 7), Scheveningen, Den Haag" vastgesteld. Hierin zijn locaties voor de plaatsing van ORAC’s aangewezen, waaronder locatie 07-42B ter hoogte van de overzijde van Viviënstraat 84. De Afdeling heeft in haar uitspraak van 21 juli 2021, ECLI:NL:RVS:2021:1680, het in die zaak bestreden besluit onder meer vernietigd voor zover het deze locatie betreft. [appellant] en anderen wonen in de directe nabijheid van de aangewezen locatie. Zij zijn het niet eens met de nieuwe locatie, met name vanwege de loopafstandsvoorwaarde die volgens hen wordt overschreden.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:1621
Datum uitspraak
17 april 2024
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
  • Afval
  • uitspraakin de zaak202206612/1/R1

202206731/1/R1

Bij besluit van 18 oktober 2022 heeft het college van burgemeester en wethouders van Den Haag het Definitief plaatsingsplan gewijzigde en aanvullende locaties ondergrondse restafvalcontainers (hierna: ORAC’s) voor de wijk Statenkwartier II (buurt 7) in het stadsdeel Scheveningen in Den Haag ) vastgesteld. Daarbij is onder meer de locatie 07-65B in de Frankenstraat ter hoogte van huisnummer 18 aangewezen voor de plaatsing van twee ORAC’s. Bij besluit van 14 juni 2020 heeft het college het ‘Definitief plaatsingsplan ondergrondse restafvalcontainers Statenkwartier (buurt 7), Scheveningen, Den Haag’ vastgesteld. Hierin zijn locaties voor de plaatsing van ondergrondse afvalcontainers aangewezen, waaronder locatie 07-65A aan de lange zijde van het plantsoen ter hoogte van de Van Oldenbarneveltlaan 90. Bij uitspraak van 28 juli 2021, ECLI:NL:RVS:2021:1680, heeft de Afdeling dat besluit vernietigd voor zover dat ziet op de locaties 07-42B, 07-40B, 07-44B, 07-65A en 07-61A. [appellant] en anderen wonen in de directe nabijheid van de bestreden locatie en zijn het om verschillende redenen niet eens met de aanwijzing van deze locatie.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:1624
Datum uitspraak
17 april 2024
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
  • Afval
  • uitspraakin de zaak202206731/1/R1

202206758/1/R1

Bij besluit van 18 oktober 2022 heeft het college van burgemeester en wethouders van Den Haag het Definitief plaatsingsplan gewijzigde en aanvullende locaties ondergrondse restafvalcontainers voor de wijk Statenkwartier II (buurt 7) in het stadsdeel Scheveningen in Den Haag vastgesteld. Daarbij is onder meer de locatie 07-44C in de Ten Hovestraat ter hoogte van huisnummer 22 aangewezen voor de plaatsing van twee ORAC’s. Bij het bestreden besluit heeft het college zes gewijzigde en één aanvullende locatie aangewezen. De locatie 07-44B is hierin gewijzigd. De nieuwe locatie 07-44C dient ter vervanging van locatie 07-44B en is voorzien op de Ten Hovestraat ter hoogte van huisnummer 22. Op deze locatie zullen twee ORAC’s worden geplaatst. Appellanten wonen in de directe nabijheid van de bestreden locatie en zijn het om verschillende redenen niet eens met de aanwijzing van deze locatie.In deze procedure gaat het om de aanwijzing van een locatie voor twee ORAC’s.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:1626
Datum uitspraak
17 april 2024
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
  • Afval
  • uitspraakin de zaak202206758/1/R1

202206779/1/R3

Bij besluit van 29 september 2022 heeft de raad van de gemeente Rotterdam het bestemmingsplan "Kavel de Machinist" vastgesteld. Het plangebied wordt aan de noord- en noordoostzijde begrensd door het water van de Coolhaven, en aan de zuidzijde door de Willem Buytewechstraat. Direct ten westen van het plangebied ligt het gemeentelijk monument De Machinist, dat in gebruik is voor horeca en als zalencentrum. Het bestemmingsplan maakt de bouw van een woongebouw met een maximale bouwhoogte van 50 m met maximaal 60 woningen en andere functies in de plint, en een deels ondergrondse parkeergarage mogelijk. [appellant sub 2] en [appellant sub 1] wonen in de nabijheid van het plangebied. Zij kunnen zich niet verenigen met het bestemmingsplan, omdat zij vrezen voor een aantasting van hun woon- en leefklimaat.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:1611
Datum uitspraak
17 april 2024
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
  • RO - Zuid-Holland
  • uitspraakin de zaak202206779/1/R3

202207081/1/R3

Bij besluit van 18 oktober 2022 heeft de raad van de gemeente Zuidplas het bestemmingsplan "Van ’t Verlaat en Leliestraat, Zevenhuizen" vastgesteld. Het bestemmingsplan voorziet in de herontwikkeling van de gronden van sportpark Van 't Verlaat en woonzorgcentrum De Zevenster. Het bestemmingsplan maakt de bouw van in totaal 359 woningen mogelijk. Het gaat hierbij onder meer om zorgwoningen, aanleunwoningen en woonblokken met grondgebonden woningen en appartementengebouwen. De bestemming "Maatschappelijk" maakt de zorgwoningen mogelijk. De bestemming "Wonen" maakt de bouw van de andere woningen mogelijk. Ten oosten van het plangebied ligt het bedrijventerrein waar [appellant A], [appellant B] en Zevenbouw Beheer gedeeltelijk eigenaar van zijn. Aannemersbedrijf Zevenbouw Beheer is één van de gebruikers van het daar gelegen bedrijfscomplex. Zij vrezen dat zij door de korte afstand van de (zorg-)woningen tot het bedrijventerrein zullen worden belemmerd in de bedrijfsvoering.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:1612
Datum uitspraak
17 april 2024
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
  • RO - Zuid-Holland
  • uitspraakin de zaak202207081/1/R3

202207137/1/R1

Bij besluit van 9 maart 2021 heeft het college van burgemeester en wethouders van Texel zijn beslissing om op 8 maart 2021 spoedeisende bestuursdwang toe te passen met betrekking tot de werkzaamheden aan [locatie] in Texel op schrift gesteld. Bij dit besluit heeft het college ook een last onder dwangsom opgelegd strekkend tot het stilgelegd houden van de werkzaamheden. Bij besluit van 6 september 2021 heeft het college van burgemeester en wethouders van Texel het door [appellante] daartegen gemaakte bezwaar ongegrond verklaard. [appellante] is eigenaar van de percelen aan [locatie] in De Koog. Een toezichthouder van het college heeft op 8 maart 2021 geconstateerd dat er kap-, zaag- en snoeiwerkzaamheden werden verricht aan bomen en struiken op de kadastrale percelen T 3620 en 3485 en heeft [appellante] mondeling gelast om deze werkzaamheden stil te leggen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:1593
Datum uitspraak
17 april 2024
  • Hoger beroep
  • Hoger Beroep - Bestuursdwang / Dwangsom
  • uitspraakin de zaak202207137/1/R1

202207288/1/A2

Bij besluit van 13 november 2020 heeft het college van burgemeester en wethouders van Amsterdam aan [appellant B] en [appellant B] gezamenlijk een bestuurlijke boete van € 20.500,00 opgelegd. Bij besluit van 27 januari 2021 heeft het college het door [appellant B] en [appellant B] daartegen gemaakte bezwaar niet-ontvankelijk verklaard, omdat het bezwaarschrift niet tijdig is ingediend en deze termijnoverschrijding niet verschoonbaar is. De rechtbank heeft het door [appellant B] en [appellant B] daartegen ingestelde beroep ongegrond verklaard. [appellant B] en [appellant B] betogen dat de rechtbank ten onrechte heeft geoordeeld dat de termijnoverschrijding in bezwaar niet verschoonbaar is. Zij voeren hiertoe aan dat zij wegens bijzondere omstandigheden niet in staat waren om tijdig bezwaar te maken. Die omstandigheden waren dat de zwangerschap van [appellant B] in mei 2020 in een miskraam is geëindigd en [appellant B] tijdens de bezwaartermijn opnieuw zwanger was. Door deze zwangerschap waren [appellant B] en [appellant B] ontregeld. [appellant B] heeft zich ook op enig moment tijdens de bezwaartermijn ziek gemeld van zijn werk.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:1600
Datum uitspraak
17 april 2024
  • Hoger beroep
  • Boete
  • uitspraakin de zaak202207288/1/A2

202207321/1/A2

Bij besluit van 30 september 2019 heeft het college van burgemeester en wethouders van Tilburg aan [appellant] een boete van € 4.000,- opgelegd wegens het zonder vergunning onttrekken van de woning aan [locatie] in Tilburg aan de woningvoorraad. Op 12 maart 2019 heeft een toezichthouder van de gemeente Tilburg geconstateerd dat er een hennepkwekerij aanwezig was in de woning aan [locatie] in Tilburg. Volgens het college was [appellant] ten tijde van de constatering van de overtreding de huurder van de woning. Bij de energieleverancier, Enexis, was [appellant] bekend als energiecontractant. Voor zover [appellant] niet betrokken is bij de aangetroffen situatie c.q. de woningonttrekking, kan deze in ieder geval aan hem worden toegerekend, aldus het college. [appellant] kan zich met dit oordeel niet verenigen en heeft hoger beroep ingesteld. Niet in geschil is dat er sprake is geweest van een overtreding. Evenmin is in geschil dat [appellant] ten tijde van de overtreding niet in de woning woonde en dat hij niet de exploitant was van de hennepkwekerij. Partijen zijn alleen verdeeld over de vraag of [appellant] als functioneel overtreder kan worden aangemerkt.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:1608
Datum uitspraak
17 april 2024
  • Hoger beroep
  • Boete
  • uitspraakin de zaak202207321/1/A2

202207482/1/R3

Bij besluit van 1 november 2022 heeft de raad van de gemeente Krimpenerwaard het bestemmingsplan "Kadijk 4B t/m 4E Bergambacht" vastgesteld. Het plan voorziet in het omzetten van vier bedrijfswoningen naar vier burgerwoningen op de percelen Kadijk 4B t/m E in Bergambacht. [appellant] woont op het perceel [locatie A] in Bergambacht, 500 m ten zuiden van het plangebied. [appellant] betoogt dat de raad bij de vaststelling van het plan niet voldoende rekening heeft gehouden met de belangen van de toekomstige bewoners van de woningen die met het plan mogelijk worden gemaakt. [appellant] voert aan dat het geluidsonderzoek dat ten grondslag ligt aan het plan niet deugt en dat er niet wordt voldaan aan de normen ten aanzien van omgevingsgeluid/lawaai voor burgerwoningen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:1625
Datum uitspraak
17 april 2024
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
  • RO - Zuid-Holland
  • uitspraakin de zaak202207482/1/R3

202300520/1/A2

Bij besluit van 9 februari 2022 heeft de Belastingdienst/Toeslagen het verzoek van [appellant] om een persoonlijke betalingsregeling toegewezen en bepaald dat hij € 40,00 aan teruggevorderde huur- en zorgtoeslag per maand moet betalen. [appellant] heeft in het jaar 2018 te veel huur- en zorgtoeslag ontvangen. Daarom heeft de dienst bij besluiten van 1 mei 2020 de teveel uitbetaalde huur- en zorgtoeslag voor een bedrag van € 1.226,00 en € 1.176,00 van hem teruggevorderd. Ten tijde van de besluitvorming door de dienst stond nog een terugvordering huur- en zorgtoeslag van € 400,00 en € 380,00 open. Het hoger beroep heeft geen betrekking op de hoogte van de bedragen die van [appellant] worden teruggevorderd. Tussen partijen is in geschil of de dienst de terugbetalingscapaciteit op juiste wijze heeft vastgesteld en of de dienst, gelet op de persoonlijke omstandigheden van [appellant], heeft kunnen volstaan met het toekennen van een standaardbetalingsregeling.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:1622
Datum uitspraak
17 april 2024
  • Hoger beroep
  • Geld
  • uitspraakin de zaak202300520/1/A2

202300550/1/A2

Bij besluit van 10 mei 2021 heeft de Belastingdienst/Toeslagen de voorschotten zorgtoeslag, kindgebonden budget en kinderopvangtoeslag aan [appellante] voor het berekeningsjaar 2020 herzien. [appellante] woont sinds 2017 op een tussenverdieping in hetzelfde pand als haar broer [naam broer van appellante]. [broer van appellante] is eigenaar van het pand. Tot januari 2020 woonde ook de toenmalige partner van [broer van appellante] in het pand en was zij zijn fiscale partner. Toen de partner van [broer van appellante] is verhuisd, heeft de dienst [appellante] en [broer van appellante] aangemerkt als toeslagpartners. [appellante] is daartegen in bezwaar gekomen. De dienst heeft uiteindelijk aannemelijk geacht dat [broer van appellante] de verhuurder is van [appellante] en niet haar toeslagpartner. [appellante] heeft de dienst in de bezwaarschriften van 14 juli 2021 verzocht om een vergoeding van de werkelijke kosten voor het indienen van bezwaar over 2020 en 2021.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:1632
Datum uitspraak
17 april 2024
  • Hoger beroep
  • Geld
  • uitspraakin de zaak202300550/1/A2

202300551/1/R4

Bij besluit van 1 oktober 2021 heeft het college van burgemeester en wethouders van Ede aan Solarcentury Benelux B.V., thans Statkraft Renewables Benelux B.V. een omgevingsvergunning verleend voor de realisatie van een zonnepark op een perceel aan [locatie 2] te Harskamp, gemeente Ede. Het perceel ligt ongeveer 75 m ten zuiden van de Blaakweg en loopt in zuidelijke richting door tot aan de Werfbeek. Tussen de Blaakweg en het perceel ligt een agrarisch perceel dat voornamelijk wordt gebruikt als paardenweide. [appellant] woont aan [locatie 1] in Harskamp en exploiteert daar twee eenmanszaken, te weten Veehandel de Blaak en Boerderijwinkel de Blaak. Tussen de bedrijfswoning van [appellant] en de paardenweide aan [locatie 2] ligt het adres [locatie 3]. De agrarische gronden achter de woningen aan [locatie 1] en [locatie 3] lopen eveneens door tot aan de Werfbeek en grenzen aan het perceel. De omgevingsvergunning voorziet in de realisatie van een zonnepark met een bruto oppervlakte van 9,8 ha. De zonnepanelen met toebehoren en onderhoudspaden beslaan een oppervlakte van 7,32 ha. De landschappelijke inpassing zal plaatsvinden op de overige 2,48 ha.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:1596
Datum uitspraak
17 april 2024
  • Hoger beroep
  • Bouwen
  • uitspraakin de zaak202300551/1/R4

202300592/1/R1

Bij besluit van 24 november 2022 heeft de raad van de gemeente Hollands Kroon het bestemmingsplan "[locatie A]" gewijzigd vastgesteld. [belanghebbende] heeft verzocht om vaststelling van een bestemmingsplan dat voorziet in de bouw van een tweede vrijstaande woning op zijn perceel aan de [locatie A] in Lutjewinkel, ten zuiden van de bestaande stolpboerderij op dat perceel. Het plangebied ligt op de hoek van de kruising met de Lutjewinkelerweg. Het college heeft besloten om medewerking te verlenen aan inwilliging van de aanvraag, het ontwerpbestemmingsplan "[locatie A]" dat ertoe strekt om de bouw van de woning mogelijk te maken ter inzage gelegd en de raad voorgesteld om het ontwerpbestemmingsplan vast te stellen. De raad heeft bij besluit van 16 september 2021 geweigerd het bestemmingsplan vast te stellen en de aanvraag afgewezen, omdat de beoogde ontwikkeling volgens hem een mogelijke belemmering vormde voor de bedrijfsactiviteiten van het naastgelegen bedrijf van [appellant sub 1] op het perceel [locatie B].

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:1529
Datum uitspraak
17 april 2024
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
  • RO - Noord-Holland
  • uitspraakin de zaak202300592/1/R1
  • persberichtbij de uitspraak in de zaak202300592/1/R1

202300752/1/R3

Bij besluit van 6 december 2022 heeft de raad van de gemeente Maassluis het bestemmingsplan "Wilgenrijk Noord" vastgesteld. Het bestemmingsplan ziet op de gronden in het noorden van woongebied Wilgenrijk in Maassluis. Met dit bestemmingsplan worden 475 nieuwe woningen mogelijk gemaakt. In het hiervoor geldende bestemmingsplan "Dijkpolder" was aan een deel van de gronden in het plangebied al een woonbestemming toegekend en aan het overige deel een agrarische bestemming. Het bestemmingsplan betreft het gebied ten oosten van de noordelijke ontsluitingsweg en het maatschappelijk voorzieningencluster. Voor het bestemmingsplan is een besluit hogere waarden op grond van de Wet geluidhinder genomen. Exploitatievereniging Transportcentrum Westland is een vereniging van eigenaren van bedrijven die zijn gevestigd op het ten noorden van het plangebied gelegen bedrijventerrein Transportcentrum Westland. Transportcentrum Westland kan zich niet met het bestemmingsplan verenigen en heeft daarom beroep ingesteld.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:1629
Datum uitspraak
17 april 2024
  • Eerste aanleg - meervoudig
  • RO - Zuid-Holland
  • uitspraakin de zaak202300752/1/R3

202300854/1/A2

Bij besluit van 10 mei 2022 heeft het Centraal Bureau Rijvaardigheidsbewijzen [appellant] verplicht om medewerking te verlenen aan een onderzoek naar zijn rijgeschiktheid. Bij besluit van 2 september 2022 heeft het CBR het door [appellant] daartegen gemaakte bezwaar ongegrond verklaard. In deze zaak is tussen partijen in geschil of het CBR terecht aan [appellant] de verplichting heeft opgelegd om onderzoek te laten doen naar zijn rijgeschiktheid. In een mutatierapport van de politie Midden-Nederland van 10 maart 2022 is onder meer het volgende vermeld. De rapporteur reed achter [appellant] op de Hogering in Almere. [appellant] reed in een personenauto. Hij trok erg langzaam op van de verkeerslichten en bleef vervolgens langzaam rijden. Hij slaagde er bovendien niet in zijn auto binnen de voor hem geldende rijbaan te houden en slingerde meermaals een meter over de andere rijstrook. De rapporteur haalde [appellant] in en gaf hem een stopteken. De rapporteur nam de rechterafslag van de rotonde ter hoogte van de Stripheldenweg. [appellant] volgde hem niet en reed een ronde over de rotonde. Hierna nam [appellant] alsnog de bedoelde afslag.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:1589
Datum uitspraak
17 april 2024
  • Hoger beroep
  • Wegenverkeerswet
  • uitspraakin de zaak202300854/1/A2

202302226/1/V6

Bij besluit van 28 november 2021 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een verzoek van [appellant] om hem het Nederlanderschap te verlenen, afgewezen. Bij besluit van 2 mei 2022 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid het door [appellant] daartegen gemaakte bezwaar ongegrond verklaard. [appellant] woont bijna 30 jaar in Nederland en heeft sinds 13 augustus 2011 een verblijfsvergunning regulier voor onbepaalde tijd. Hij stelt dat hij is geboren op [geboortedatum] 1960 in [plaats], Angola. De staatssecretaris heeft het naturalisatieverzoek afgewezen, omdat hij de identiteit en nationaliteit van [appellant] niet met zekerheid kan vaststellen en zijn beroep op bewijsnood niet slaagt. Ook is volgens de staatssecretaris geen sprake van nadelige gevolgen die wegens bijzondere omstandigheden onevenredig zijn. [appellant] voert aan dat de rechtbank niet heeft onderkend dat de documenteis in zijn geval niet noodzakelijk is en dat hij zijn identiteit en nationaliteit ook met andere documenten dan met een geboorteakte en paspoort kan aantonen. Hij verwijst naar de uitspraak van de Afdeling van 19 februari 2014, ECLI:NL:RVS:2014:531.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:1597
Datum uitspraak
17 april 2024
  • Hoger beroep
  • Nederlanderschap
  • uitspraakin de zaak202302226/1/V6

202302784/1/A2

Bij besluit van 5 mei 2021 heeft het college van burgemeester en wethouders van Rheden de schuldhulpverlening aan [appellant] beëindigd. Op 11 maart 2019 heeft [appellant] een aanvraag ingediend om te worden toegelaten tot een schuldhulpverleningstraject op basis van de Wet gemeentelijke schuldhulpverlening. Het college heeft de schuldhulpverlening beëindigd op de grond dat [appellant] niet heeft voldaan aan de informatieplicht. In het besluit op bezwaar van 17 november 2021 heeft het college het bezwaar ongegrond verklaard. Daaraan heeft het college ten grondslag gelegd dat [appellant] de inlichtingenplicht heeft geschonden. Verder heeft het college daaraan ten grondslag gelegd dat [appellant] in strijd heeft gehandeld met artikel 6, eerste en tweede lid, van de Beleidsregels schulddienstverlening gemeente Rheden, omdat hij inkomsten uit online gokken heeft gehad en een nieuwe schuld is ontstaan door terugvordering van een deel van zijn uitkering op grond van de Participatiewet. Daarbij heeft het college zich gebaseerd op een rapport van de sociale recherche waarin is vermeld dat [appellant] de bankrekening van zijn zoon heeft gebruikt voor onder andere online gokken.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:1591
Datum uitspraak
17 april 2024
  • Hoger beroep
  • Geld
  • uitspraakin de zaak202302784/1/A2

202303210/1/R3

Bij besluit van 28 oktober 2021 heeft het college van burgemeester en wethouders van Leeuwarden aan [partij] een omgevingsvergunning verleend voor het bouwen van zorgappartementen aan De Jokse 17 in Leeuwarden. Op dezelfde dag is dit besluit aan de aanvrager toegezonden, waardoor de termijn van zes weken voor het indienen van bezwaar op 29 oktober 2021 is gaan lopen. Dit betekent dat een bezwaarschrift uiterlijk op 9 december 2021 moest zijn ingediend. Op 10 november 2021 is het besluit gepubliceerd in het gemeenteblad en het huis-aan-huisblad ‘Huis aan Huis Leeuwarden’. Daarin is de verzenddatum van het besluit vermeld en aangegeven dat tot 6 weken na de dag van verzending bezwaar kon worden gemaakt. Op 26 november 2021 heeft [appellant] telefonisch contact opgenomen met de gemeente en verzocht om de omgevingsvergunning en bijbehorende stukken in te zien. Uit het dossier blijkt dat de stukken niet gelicht kon worden vanwege een technisch mankement aan de archiefkast. Hierdoor kon [appellant] de stukken niet inzien, voordat de kast op 3 december 2021 was gerepareerd. [appellant] is op 6 december 2021 verteld dat hij het dossier inmiddels kon inzien.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:1623
Datum uitspraak
17 april 2024
  • Hoger beroep
  • Bouwen
  • uitspraakin de zaak202303210/1/R3

202303279/1/R4

Bij besluit van 17 maart 2023 heeft het college van burgemeester en wethouders van Utrecht zijn beslissing om op 15 maart 2023 spoedeisende bestuursdwang toe te passen wegens het in strijd met de Afvalstoffenverordening 2010 van de gemeente Utrecht aanbieden van huishoudelijke afvalstoffen, op schrift gesteld. De toepassing van spoedeisende bestuursdwang heeft bestaan uit het verwijderen van een doos die op 15 maart 2023 in Utrecht is aangetroffen naast een aangewezen inzamelvoorziening op het Jacobskerkhof. Het college is ervan uitgegaan dat [appellant] de doos verkeerd heeft aangeboden, omdat daarin een tijdschrift is aangetroffen met daarop zijn adres. [appellant] betwist dat hij de doos naast de ondergrondse container heeft geplaatst. Hij stelt dat hij vuilnis altijd in de container deponeert. [appellant] erkent dat zijn adresgegevens op de doos staan, maar wijst erop dat de naam van zijn zus, [naam], op het in de doos aangetroffen tijdschrift staat, zodat de doos tot haar kan worden herleid. Zij is sinds januari 2023 niet meer in Nederland woonachtig, maar is in maart 2023 nog even in Nederland geweest.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:1587
Datum uitspraak
17 april 2024
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
  • Afval
  • uitspraakin de zaak202303279/1/R4

202304208/1/A2

Bij besluit van 8 augustus 2022 heeft het college van burgemeester en wethouders van Helmond de aanvraag van [appellant] om een urgentieverklaring afgewezen. Bij besluit van 21 december 2022 heeft het college van burgemeester en wethouders van Helmond het door [appellant] daartegen ingestelde bezwaar ongegrond verklaard. [appellant] huurt een woonruimte boven een café in Helmond waar hij een keuken, badkamer en wc deelt met drie huisgenoten. Hij heeft een aanvraag om een urgentieverklaring gedaan omdat hij psychische klachten heeft. Hij heeft last van geluidhinder van het café en kan daardoor niet goed slapen. Verder zijn er regelmatig discussies met zijn huisgenoten over de schoonmaak. Ook stelt hij dat zijn kinderen en kleinkinderen niet op bezoek kunnen komen of bij hem kunnen logeren. Hij verwacht dat het vinden van een goede woning ertoe leidt dat hij rust kan vinden. Hoewel het college het evident vindt dat [appellant] psychologische problemen heeft, is er volgens het college geen sprake van een urgent huisvestingsprobleem.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:1609
Datum uitspraak
17 april 2024
  • Hoger beroep
  • Verordeningen
  • uitspraakin de zaak202304208/1/A2

202304225/1/R4

Bij besluit van 16 januari 2023 heeft het college van burgemeester en wethouders van Krimpen aan den IJssel zijn beslissing om op 14 januari 2023 spoedeisende bestuursdwang toe te passen wegens het in strijd met de Afvalstoffenverordening van Krimpen aan den IJssel aanbieden van huishoudelijke afvalstoffen, op schrift gesteld. [appellant] betwist niet dat de afvalzak van hem afkomstig is. Volgens hem moet hij ten onrechte een boete van € 120,00 betalen. [appellant] voert aan dat hij de afvalzak aan de afvalcontainer heeft opgehangen, omdat de afvalcontainer geblokkeerd was toen hij zijn afvalzak aanbood. In het rapport van bevindingen van de handhaver, waar het college zich bij de besluitvorming op heeft gebaseerd, is volgens [appellant] ten onrechte opgenomen dat de afvalcontainer wel functioneerde.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:1634
Datum uitspraak
17 april 2024
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
  • Afval
  • uitspraakin de zaak202304225/1/R4

202304586/1/A2

Bij twee afzonderlijke besluiten van 24 februari 2022 heeft de Belastingdienst/Toeslagen beslist op het verzoek van [appellante] om een herbeoordeling van haar recht op kinderopvangtoeslag. [appellante] heeft zich bij de Belastingdienst/Toeslagen gemeld als ouder van wie ten onrechte de kinderopvangtoeslag is stopgezet en teruggevorderd (ook bekend als de kinderopvangtoeslagaffaire). In de Wet hersteloperatie toeslagen zijn verschillende financiële compensatieregelingen neergelegd voor gedupeerde ouders. Als een ouder zich heeft gemeld, beoordeelt de Belastingdienst/Toeslagen of deze in aanmerking komt voor een eenmalig forfaitair bedrag van € 30.000,00 (artikel 2.7; ook bekend als de Catshuisregeling). Daarnaast kunnen gedupeerde ouders vragen om een compensatie via een integrale beoordeling van de schade of, als zij die compensatie niet hoog genoeg vinden, om een aanvullende compensatie voor hun werkelijke schade (artikel 2.1). Als een ouder het niet eens is met de toegekende compensatie, kan deze daartegen bezwaar maken.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:1619
Datum uitspraak
17 april 2024
  • Hoger beroep
  • Geld
  • uitspraakin de zaak202304586/1/A2

202304778/1/A2

[appellante] heeft verzocht om een herbeoordeling van haar recht op kinderopvangtoeslag. [appellante] heeft zich bij de Belastingdienst/Toeslagen gemeld als ouder van wie ten onrechte de kinderopvangtoeslag is stopgezet en teruggevorderd (ook bekend als de kinderopvangtoeslagaffaire). In de Wet hersteloperatie toeslagen zijn verschillende financiële compensatieregelingen neergelegd voor gedupeerde ouders. Als een ouder zich heeft gemeld, beoordeelt de Belastingdienst/Toeslagen of deze in aanmerking komt voor een eenmalig forfaitair bedrag van € 30.000,00 (artikel 2.7; ook bekend als de Catshuisregeling). Daarnaast kunnen gedupeerde ouders vragen om een compensatie via een integrale beoordeling van de schade of, als zij die compensatie niet hoog genoeg vinden, om een aanvullende compensatie voor hun werkelijke schade (artikel 2.1). Als een ouder het niet eens is met de toegekende compensatie, kan deze daartegen bezwaar maken.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:1618
Datum uitspraak
17 april 2024
  • Hoger beroep
  • Geld
  • uitspraakin de zaak202304778/1/A2

202304908/1/A2

Bij besluit van 7 april 2022 heeft het bestuur van de raad voor rechtsbijstand een aanvraag om toevoeging van [appellant] afgewezen. Bij besluit van 9 juni 2022 heeft de raad het door [appellant] daartegen ingestelde bezwaar ongegrond verklaard. Bij uitspraak van 15 juni 2023 heeft de rechtbank het door [appellant] daartegen ingestelde beroep ongegrond verklaard. [appellant] heeft op 27 februari 2022 een aanvraag om toevoeging ingediend bij de raad voor het instellen van beroep tegen een besluit van de Immigratie- en naturalisatiedienst. Bij dit besluit is het bezwaar van [appellant] gegrond verklaard, is aan hem een verblijfsdocument afgegeven, maar is zijn verzoek om proceskostenvergoeding afgewezen. Bij het besluit van 7 april 2022, gehandhaafd bij het besluit van 9 juni 2022, heeft de raad deze aanvraag afgewezen, omdat de advocaatkosten niet opwegen tegen zijn belang in deze zaak. Uit de aanvraag is niet gebleken dat sprake is van een zwaarwegend belang om bij uitzondering toch voor een toevoeging in aanmerking te komen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:1588
Datum uitspraak
17 april 2024
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
  • Rechtsbijstand
  • uitspraakin de zaak202304908/1/A2

202305173/1/R3

Bij besluit van 13 juli 2023 heeft de raad van de gemeente Kampen het bestemmingsplan "Woonwijken Kampen, 6e herziening Kennedylaan 4" vastgesteld. Bij besluit van 14 juli 2023 heeft het college van burgemeester en wethouders van Kampen een omgevingsvergunning verleend aan BPD Ontwikkeling B.V. voor het bouwen van 52 appartementen en het kappen van 32 bomen op het perceel Kennedylaan 4 in Kampen. Op dit perceel bevond zich in het verleden een bibliotheek. Aan weerszijden van het plangebieden bevindt zich in de huidige situatie al een appartementencomplex. Aan de ene zijde betreft dit het appartementencomplex Parkstaete en aan de andere zijde het appartementencomplex Coeborch. [appellant sub 1], [appellant sub 2], [appellant sub 3] en [appellant sub 3] wonen in het naastgelegen appartementencomplex Parkstaete. Zij vrezen dat het nieuwe appartementencomplex leidt tot een forse aantasting van hun woon- en leefklimaat, mede vanwege de volgens hen korte afstand tot hun bestaande appartementen, waardoor een directe inkijk zal ontstaan.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:1627
Datum uitspraak
17 april 2024
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
  • RO - Overijssel
  • uitspraakin de zaak202305173/1/R3

202305508/1/R3

Bij besluit van 7 april 2021 heeft het college van burgemeester en wethouders van Nieuwkoop geweigerd om handhavend op te treden tegen de volgens [appellant] onrechtmatige wijze van bewoning van de woning aan [locatie 1] in Woerdense Verlaat. Bij besluit van 28 juli 2021 heeft het college van burgemeester en wethouders van Nieuwkoop het door [appellant] daartegen gemaakte bezwaar gegrond verklaard en het weigeringsbesluit van 7 april 2021 met een gewijzigde motivering in stand gelaten. [appellant] bewoont het appartement aan [locatie 2] in Woerdense Verlaat. Het appartement boven hem is het appartement van [partij 1] en [partij 2] aan [locatie 1]. [appellant] meent dat de woning in strijd met het bestemmingsplan "Noorden, Woerdense Verlaat en Vrouwenakker" (hierna: het bestemmingsplan) mede werd gebruikt om werknemers van het kwekerijbedrijf van [partij 1] en [partij 2] tijdelijk te huisvesten. Hij heeft het college verzocht om daartegen handhavend op te treden.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:1610
Datum uitspraak
17 april 2024
  • Hoger beroep
  • Hoger Beroep - Bestuursdwang / Dwangsom
  • uitspraakin de zaak202305508/1/R3

202305811/1/A2

[appellante] heeft de Belastingdienst/Toeslagen verzocht om een herbeoordeling van haar recht op kinderopvangtoeslag. [appellante] heeft zich bij de Belastingdienst/Toeslagen gemeld als ouder van wie ten onrechte de kinderopvangtoeslag is stopgezet en teruggevorderd (ook bekend als de kinderopvangtoeslagaffaire). In de Wet hersteloperatie toeslagen zijn verschillende financiële compensatieregelingen neergelegd voor gedupeerde ouders. Als een ouder zich heeft gemeld, beoordeelt de Belastingdienst/Toeslagen of deze in aanmerking komt voor een eenmalig forfaitair bedrag van € 30.000,00 (artikel 2.7; ook bekend als de Catshuisregeling). Daarnaast kunnen gedupeerde ouders vragen om een compensatie via een integrale beoordeling van de schade of, als zij die compensatie niet hoog genoeg vinden, om een aanvullende compensatie voor hun werkelijke schade (artikel 2.1). Als een ouder het niet eens is met de toegekende compensatie, kan deze daartegen bezwaar maken.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:1617
Datum uitspraak
17 april 2024
  • Hoger beroep
  • Geld
  • uitspraakin de zaak202305811/1/A2

202305812/1/A2

Bij vijf afzonderlijke besluiten van 19 juli 2022 heeft de Belastingdienst/Toeslagen beslist op het verzoek van [appellante] om een herbeoordeling van haar recht op kinderopvangtoeslag. [appellante] heeft zich bij de Belastingdienst/Toeslagen gemeld als ouder van wie ten onrechte de kinderopvangtoeslag is stopgezet en teruggevorderd (ook bekend als de kinderopvangtoeslagaffaire). In de Wet hersteloperatie toeslagen zijn verschillende financiële compensatieregelingen neergelegd voor gedupeerde ouders. Als een ouder zich heeft gemeld, beoordeelt de Belastingdienst/Toeslagen of deze in aanmerking komt voor een eenmalig forfaitair bedrag van € 30.000,00 (artikel 2.7; ook bekend als de Catshuisregeling). Daarnaast kunnen gedupeerde ouders vragen om een compensatie via een integrale beoordeling van de schade of, als zij die compensatie niet hoog genoeg vinden, om een aanvullende compensatie voor hun werkelijke schade (artikel 2.1). Als een ouder het niet eens is met de toegekende compensatie, kan deze daartegen bezwaar maken.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:1628
Datum uitspraak
17 april 2024
  • Hoger beroep
  • Geld
  • uitspraakin de zaak202305812/1/A2

202305907/1/A2

[appellante] heeft de Belastingdienst/Toeslagen verzocht om een herbeoordeling van haar recht op kinderopvangtoeslag. [appellante] heeft zich bij de Belastingdienst/Toeslagen gemeld als ouder van wie ten onrechte de kinderopvangtoeslag is stopgezet en teruggevorderd (ook bekend als de kinderopvangtoeslagaffaire). In de Wet hersteloperatie toeslagen zijn verschillende financiële compensatieregelingen neergelegd voor gedupeerde ouders. Als een ouder zich heeft gemeld, beoordeelt de Belastingdienst/Toeslagen of deze in aanmerking komt voor een eenmalig forfaitair bedrag van € 30.000,00 (artikel 2.7; ook bekend als de Catshuisregeling). Daarnaast kunnen gedupeerde ouders vragen om een compensatie via een integrale beoordeling van de schade of, als zij die compensatie niet hoog genoeg vinden, om een aanvullende compensatie voor hun werkelijke schade (artikel 2.1). Als een ouder het niet eens is met de toegekende compensatie, kan deze daartegen bezwaar maken.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:1616
Datum uitspraak
17 april 2024
  • Hoger beroep
  • Geld
  • uitspraakin de zaak202305907/1/A2

202305947/1/A2

[appellante] heeft de Belastingdienst/Toeslagen verzocht om een herbeoordeling van haar recht op kinderopvangtoeslag. [appellante] heeft zich bij de Belastingdienst/Toeslagen gemeld als ouder van wie ten onrechte de kinderopvangtoeslag is stopgezet en teruggevorderd (ook bekend als de kinderopvangtoeslagaffaire). In de Wet hersteloperatie toeslagen zijn verschillende financiële compensatieregelingen neergelegd voor gedupeerde ouders. Als een ouder zich heeft gemeld, beoordeelt de Belastingdienst/Toeslagen of deze in aanmerking komt voor een eenmalig forfaitair bedrag van € 30.000,00 (artikel 2.7; ook bekend als de Catshuisregeling). Daarnaast kunnen gedupeerde ouders vragen om een compensatie via een integrale beoordeling van de schade of, als zij die compensatie niet hoog genoeg vinden, om een aanvullende compensatie voor hun werkelijke schade (artikel 2.1). Als een ouder het niet eens is met de toegekende compensatie, kan deze daartegen bezwaar maken.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:1615
Datum uitspraak
17 april 2024
  • Hoger beroep
  • Geld
  • uitspraakin de zaak202305947/1/A2

202306571/1/A2

Bij beslissing van 17 mei 2023 heeft de examencommissie van de Faculteit Health, Medicine and Life Sciences onder meer het verzoek van [appellante] om een alternatieve toetsvorm voor het vak Afstudeerscriptie (BGZ3026) afgewezen. Bij beslissing van 23 augustus 2023 heeft het college van beroep voor de examens van de Universiteit Maastricht het hiertegen ingestelde administratief beroep ongegrond verklaard. Het geschil beperkt zich tot de vraag of het college zich terecht op het standpunt heeft gesteld dat de examencommissie het verzoek om een alternatieve toetsvorm voor het vak Afstudeerscriptie (BGZ3026) heeft mogen afwijzen. [appellante] betoogt dat het college zich ten onrechte op het standpunt heeft gesteld dat de examencommissie haar verzoek heeft mogen afwijzen. Daartoe voert zij aan dat de beslissing om haar verzoek af te wijzen, onvoldoende en ondeugdelijk is gemotiveerd. In deze beslissing heeft de examencommissie niet uiteengezet waarom het aanbieden van een alternatieve toetsvorm voor de scriptie niet mogelijk is.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:1633
Datum uitspraak
17 april 2024
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
  • Studentenzaken
  • uitspraakin de zaak202306571/1/A2
vorige pagina1...969798...1.228volgende pagina

Facetten
Gepubliceerd
  • Uitspraken uit
Type uitspraak
Proceduresoort
Rechtsgebied
Bevat

Raad van State

De Raad van State is onafhankelijk adviseur van regering en parlement over wetgeving en bestuur en hoogste algemene bestuursrechter van het land.

  • Meer over ons
  • Vacatures

Contact

De Raad van State bevindt zich in het centrum van Den Haag. Wilt u in contact komen met ons of wilt u ons bezoeken voor een zitting?

  • Telefoon
  • Locatie en route
  • Post en e-mail
  • Wet open overheid
  • Nieuwe zaak starten

Altijd op de hoogte

Ontvang ons nieuws via de abonnementenservice in uw mailbox. Op de hoogte gehouden worden over uitspraken die gedaan worden in bepaalde zaken? Meld u dan aan voor de e-mailservice. Of bekijk de voortgang van een bepaalde procedure bij de Afdeling bestuursrechtspraak.

  • Abonnementenservice
  • E-mailservice uitspraken
  • Voortgang procedure
  • Aanvragen oude uitspraken

Toegankelijkheid | Privacy | Cookiebeleid

Volg ons

  • Bluesky
  • LinkedIn
  • Instagram
  • Mastodon