Ga naar de inhoud
(naar homepage)
lees voor
Direct naar
  • en (Information in English)
  • de (Deutsche Informationen)
  • fr (Informations en français)
  • contact
  • pers
  • werken bij
  • app
  • Actueel
    • Nieuws
    • Zittingsagenda
    • Persagenda
    • Evenementen
    • Piet Hein Donner Scriptieprijs
  • Adviezen
  • Uitspraken
  • Publicaties
    • Brochures
    • Studies en onderzoeken
    • Regelingen
    • Consultaties
    • Jaarverslagen
    • Toespraken vice-president
  • Over ons
    • Raad van State in het kort
    • Organisatie
    • Advisering
    • Bestuursrechtspraak
    • Begrotingstoezicht
    • Toetsing Klimaatwet
    • Geschiedenis
    • Raad van State in beeld
  • Zoeken
  • en
  • de
  • fr
  • contact
  • pers
  • werken bij
  • app
Zoeken

  1. Home ›
  2. Uitspraken

Uitspraken

De Afdeling bestuursrechtspraak toetst of de overheid het recht goed heeft toegepast bij het nemen van een besluit. In dit onderdeel vindt u alle uitspraken die de Raad van State op zijn website publiceert. Meer informatie over de taak van de Afdeling bestuursrechtspraak vindt u in de rubriek Bestuursrechtspraak.


aantal resultaten: 123.899
aantal resultaten per pagina

Toon overzicht van de actuele uitspraken:

  • Hoofdzaken
  • Voorlopige voorzieningen
  • Interessant voor de media

202204080/2/A3

Bij tussenuitspraak van 17 februari 2023 heeft de Afdeling het college van burgemeester en wethouders van Alphen aan den Rijn opgedragen om duidelijk te maken óf en op welke wijze in de e-mailboxen van collegeleden is gezocht en als dat niet gebeurd is, dat alsnog te doen door middel van een gericht onderzoek door iemand die toegang tot de e-mailboxen heeft, met vastlegging van de wijze waarop dat is gebeurd. De Afdeling heeft iedere verdere beslissing aangehouden. Bij besluit van 15 augustus 2023 heeft college te kennen gegeven dat een nadere zoekslag een aantal e-mailberichten heeft opgeleverd. Die e-mailberichten heeft het college gedeeltelijk openbaar gemaakt. [appellant] betoogt dat het college ten onrechte de openbaarmaking van documenten heeft geweigerd met een beroep op de Woo.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:2915
Datum uitspraak
17 juli 2024
  • Eerste aanleg - meervoudig
  • Openbaarheid
  • uitspraakin de zaak202204080/2/A3

202204255/1/R4

Bij besluit van 19 februari 2020 heeft het college van burgemeester en wethouders van Doetinchem aan [appellant] en [bedrijf van appellant] (hierna: [bedrijf van appellant]) 6 lasten onder bestuursdwang opgelegd om blusschuim uit de inrichting van [bedrijf van appellant] aan de [locatie] te Doetinchem (hierna: de inrichting of het perceel) te verwijderen (hierna: last 1) en voor het op deugdelijke wijze verpakken van blusschuim binnen de inrichting (hierna: last 2). Het college heeft daarbij bepaald dat de kosten van de toepassing van bestuursdwang voor rekening van [appellant] en [bedrijf van appellant] komen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:2916
Datum uitspraak
17 juli 2024
  • Hoger beroep
  • Milieu - Bestuursdwang / Dwangsom
  • uitspraakin de zaak202204255/1/R4

202204863/1/R3

Bij besluit van 5 juli 2022 heeft de raad van de gemeente Hoeksche Waard het bestemmingsplan "Bedrijfslocatie Van Iperen Smidsweg 24 Westmaas" vastgesteld. Van Iperen is gevestigd op het perceel Smidsweg 24 in Westmaas en wenst haar bedrijfsactiviteiten uit te breiden. Daarvoor heeft Van Iperen drie naastgelegen percelen gekocht. Deze percelen liggen binnen het bestemmingsplan "Landelijk Gebied Binnenmaas" en hebben de bestemming "Agrarisch met waarden" en "Detailhandel". Binnen deze bestemmingen is de uitbreiding niet mogelijk. Het plan voorziet in de uitbreiding van het bedrijfsterrein van Van Iperen door aan deze gronden (onder meer) de bestemming "Bedrijf" toe te kennen. [appellant] woont op het perceel [locatie] in Westmaas, ten westen van het plangebied. Het plan maakt een parkeerterrein mogelijk op het perceel tegenover zijn woning. Dit perceel heeft onder het vorige plan "Landelijk Gebied Binnenmaas" de bestemming "Agrarisch met waarden". Het beroep van [appellant] gaat alleen over dat deel van het plan waar het parkeerterrein en de daaromheen gelegen groenvoorzieningen mogelijk gemaakt wordt.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:2910
Datum uitspraak
17 juli 2024
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
  • RO - Zuid-Holland
  • uitspraakin de zaak202204863/1/R3

202204957/1/A3

Bij besluit van 28 juni 2022 heeft de burgemeester van Roermond aan [appellant] een huisverbod opgelegd voor de periode van tien dagen, van 28 juni 2022 15:00 uur tot 8 juli 2022 15:00 uur. [appellant] en [persoon] staan beiden ingeschreven op het adres [locatie] te Roermond. Zij hebben samen een zoon die nog minderjarig is. Op 28 juni 2022 heeft een incident in de woning plaatsgevonden tussen [appellant] en [persoon], waarbij hun zoon betrokken was. De politie is ter plaatse gekomen. [persoon] heeft aangifte gedaan van huiselijk geweld en mishandeling. In het rapport van de politie staat onder meer dat [persoon] heeft verklaard dat zij eerder een melding van mishandeling tegen [appellant] heeft gedaan op 24 augustus 2021. De burgemeester heeft uit bovenstaande feiten afgeleid dat de aanwezigheid van [appellant] in de woning ernstig en onmiddellijk gevaar oplevert voor de veiligheid van [persoon] en hun minderjarige zoon. Op 28 juni 2022 heeft de burgemeester daarom op grond van artikel 2 van de Wet tijdelijk huisverbod een huisverbod voor de woning opgelegd aan [appellant] voor de periode van tien dagen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:2903
Datum uitspraak
17 juli 2024
  • Hoger beroep
  • Huisverbod
  • uitspraakin de zaak202204957/1/A3

202205280/1/A3

Bij besluit van 9 april 2020 heeft de burgemeester van Rijswijk aan horecabedrijf Vof De Buytenplaets een exploitatievergunning verleend voor de duur van vijf jaar. Op 9 april 2020 heeft de burgemeester aan De Buytenplaets in Rijswijk een exploitatievergunning voor een horecabedrijf verleend voor de duur van vijf jaar. Volgens de exploitatievergunning mag De Buytenplaets met het terras voor ongeveer tachtig gasten van maandag tot en met zondag geopend zijn tot 23:00 uur. [appellant] heeft bezwaar gemaakt tegen de verlening van de exploitatievergunning, omdat hij overlast ervaart van het geluid van de gasten op het terras. Zijn woning staat namelijk, gescheiden door een doorgaande vaart, recht tegenover De Buytenplaets. Sinds 26 november 2023 is De Buytenplaets door financiële omstandigheden gesloten. De rechtbank heeft geoordeeld dat de exploitatie van De Buytenplaets niet in strijd is met het bestemmingsplan. Ter plaatse is lichte horeca, waaronder restaurant, lunchroom en bistro, toegestaan en de exploitatievergunning is voor restaurant, lunchroom en brasserij met terras. De Buytenplaets richt zich hoofdzakelijk op het bereiden van maaltijden om ter plaatse te eten.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:2908
Datum uitspraak
17 juli 2024
  • Hoger beroep
  • Verordeningen
  • uitspraakin de zaak202205280/1/A3

202205956/1/A3

Bij besluit van 6 februari 2020 heeft de korpschef de door hem aan Securitas Nederland B.V. verleende toestemming om [appellant] beveiligingswerkzaamheden te laten verrichten, ingetrokken. De korpschef heeft aan zijn besluitvorming meerdere gebeurtenissen ten grondslag gelegd: 1. Een aangifte van 11 juni 2018 van mishandeling, die heeft geleid tot een voorwaardelijk sepot van 3 september 2018; 2. Een proces-verbaal van bevindingen van 12 juli 2018, waarin een geluidsopname van een telefoongesprek van 8 juli 2018 is uitgewerkt; 3. Een aangifte van 24 juli 2018 van stalking; 4. Een melding van 25 oktober 2019 van vernieling door het gooien van een steen tegen het raam van een ex-vriendin van [appellant]; 5. Een registratie van 5 februari 2020 van een anonieme melding bij Veilig Thuis; 6. 49 andere registraties in de politiesystemen vanaf 20 december 2016. De rechtbank heeft geoordeeld dat de korpschef bevoegd was om de toestemming in te trekken.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:2918
Datum uitspraak
17 juli 2024
  • Hoger beroep
  • Beveiligingswerkzaamheden
  • uitspraakin de zaak202205956/1/A3

202206327/1/R4

Bij besluit van 20 september 2022 heeft het college van burgemeester en wethouders van Doetinchem het uitwerkingsplan "Oosseld en Wijnbergen 2013 1e uitwerking (Spoorzone Asterstraat)" vastgesteld. Het uitwerkingsplan heeft betrekking op gronden aan de Asterstraat in Doetinchem. Met het uitwerkingsplan, dat is gebaseerd op de bestemming "Woongebied - Uit te werken" uit het bestemmingsplan "Oosseld en Wijnbergen - 2013" van 27 juni 2013, wil het college de realisering van 30 sociale huurwoningen mogelijk maken. Deze woningen worden verdeeld over zes bouwvlakken. De woningen worden van elkaar gescheiden door groenstructuren waarvoor is voorzien in de bestemming "Groen". [appellanten] wonen tegenover het plangebied aan de [locatie A] en [locatie B]. Zij zijn het niet eens met het uitwerkingsplan, omdat zij onder andere vrezen dat hun woon- en leefklimaat wordt aangetast door de in het uitwerkingsplan voorziene woningbouw.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:2909
Datum uitspraak
17 juli 2024
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
  • RO - Gelderland
  • uitspraakin de zaak202206327/1/R4

202206376/1/R4

Bij besluit van 19 juli 2021 heeft het college van burgemeester en wethouders van Zutphen het verzoek van [appellant] om handhaving afgewezen. Sportpark Hanzepark is een sportpark gelegen aan de Fanny Blankers-Koenweg 8 te Zutphen. Op de locatie rust op grond van het bestemmingsplan "Deventerweg Voorsteralleekwartier", de bestemming "Sport". [appellant] heeft op 26 april 2021 het college verzocht om preventief handhavend op te treden tegen de aanleg en opening van Vitaal Hanzepark, omdat de daarvoor te ontplooien activiteiten en te realiseren bouwwerken op de locatie in strijd zullen zijn met het bestemmingsplan. Het college heeft zich op het standpunt gesteld dat geen sprake is van een klaarblijkelijke dreiging van een overtreding, omdat de voorliggende plannen betrekking hebben op sportactiviteiten en ook niet is gebleken dat geen omgevingsvergunning zal worden aangevraagd bij activiteiten die vergunningplichtig zijn. [appellant] betoogt dat de rechtbank niet heeft onderkend dat een klaarblijkelijk gevaar dreigt voor overtreding van het bestemmingsplan. Daartoe wijst [appellant] er op dat de gronden op de locatie volgens het bestemmingsplan zijn bestemd voor "Sport".

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:2917
Datum uitspraak
17 juli 2024
  • Hoger beroep
  • Hoger Beroep - Bestuursdwang / Dwangsom
  • uitspraakin de zaak202206376/1/R4

202206418/1/R4

Bij besluit van 13 oktober 2021 heeft het college Belas, onder oplegging van een last onder dwangsom van € 10.000,00 ineens, gelast onmiddellijk te stoppen met de sloopwerkzaamheden op het perceel Uithovensestraat 23 in Hedel en die werkzaamheden gestopt te houden totdat Belas het college een document met een aangepaste werkwijze heeft overgelegd en het college Belas toestemming heeft gegeven om verder te gaan. Belas is gecertificeerd voor asbestverwijdering. Op 13 oktober 2021 was zij bezig met sloopwerkzaamheden aan het dak van een schuur op het perceel. De asbesthoudende golfplaten op dat dak waren met pur aan elkaar gelijmd, wat het losmaken van de platen bemoeilijkte. Tijdens de werkzaamheden heeft een toezichthouder van de gemeente het perceel bezocht. Die toezichthouder heeft Belas mondeling gesommeerd de werkzaamheden stil te leggen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:2887
Datum uitspraak
17 juli 2024
  • Eerste aanleg - meervoudig
  • Milieu - Bestuursdwang / Dwangsom
  • uitspraakin de zaak202206418/1/R4

202207393/1/A3

Bij besluit van 29 mei 2019 heeft de burgemeester van Rotterdam aan Lion Metals en anderen tot en met 28 mei 2020 vrijstelling verleend van de verplichting in het Digitaal Opkopers Register aantekening te houden van alle gebruikte of ongeregelde goederen, met uitzondering van nader genoemde categorieën, die worden verkocht of op andere wijze worden overgedragen. Lion Metals en anderen zijn metaalrecyclingbedrijven die zich bezighouden met verwerking, recycling en hergebruik van metalen. Kenmerkend voor deze bedrijven is dat zij de goederen waarin zij handelen voornamelijk in niet-identificeerbare vorm in- en verkopen. Lion Metals en anderen hebben de burgemeester verzocht om ontheffing te verlenen van de verplichting om de in- en verkoop van goederen te registreren in het DOR. Met het eerste en later opnieuw met het tweede vrijstellingsbesluit heeft de burgemeester vrijstelling verleend van de in artikel 2:67, eerste lid, van de APV opgenomen verplichting aantekening te houden van alle goederen die worden verkocht of op andere wijze worden overgedragen, met uitzondering van de zogenoemde diefstalgevoelige goederen, die in artikel 2 van deze besluiten zijn opgesomd.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:2919
Datum uitspraak
17 juli 2024
  • Hoger beroep
  • Milieu - Overige
  • uitspraakin de zaak202207393/1/A3

202302014/1/R2

Bij besluit van 31 januari 2023 heeft de raad van de gemeente Oosterhout het bestemmingsplan "Buitengebied 2013 (incl. Lint Oosteind), herziening 34 ([locatie A])" gewijzigd vastgesteld. Het plan maakt de toevoeging van een woning op het perceel [locatie A] in Den Hout, gemeente Oosterhout, mogelijk. De raad heeft daarbij toepassing gegeven aan de Ruimte-voor-ruimteregeling uit de Interim omgevingsverordening Noord-Brabant (hierna: IOV). De bouwtitel voor de ontwikkeling is afkomstig van een voormalige intensieve veehouderij aan de [locatie C] in Oosterhout, waar agrarische bebouwing is gesloopt. Voor de [locatie C] loopt een bestemmingsplanprocedure voor de wijziging van de agrarische functie in statische opslag en het realiseren van een landgoed. [belanghebbende] is de initiatiefnemer van het plan en de voormalig eigenaresse van het perceel. Zij heeft de bestaande woning op het perceel en een gedeelte van de tuin verkocht aan een van haar kinderen. Zij wil op het resterende gedeelte van het perceel een levensloopbestendige woning realiseren, met als adres [locatie B]

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:2845
Datum uitspraak
17 juli 2024
  • Tussenuitspraak/bestuurlijke lus
  • RO - Noord-Brabant
  • uitspraakin de zaak202302014/1/R2

202302303/1/R4

Bij besluit van 13 oktober 2021 heeft het college van burgemeester en wethouders van Berkelland geweigerd aan [appellant] een omgevingsvergunning te verlenen voor het bouwen van een vrijstaande woning op het perceel nabij [locatie 1] te Eibergen. [appellant] heeft op 16 september 2020 een aanvraag ingediend voor het bouwen van een vrijstaande woning op het perceel. Op het perceel staat de woning van zijn ouders. De nieuw te bouwen vrijstaande woning is voorzien naast de woning die al op het perceel aanwezig is. Het betoog van [appellant], dat de rechtbank niet heeft onderkend dat de aanvraag niet in strijd is met het woonbeleid, slaagt niet. Het college heeft de aanvraag aan het woonbeleid getoetst en gemotiveerd waarom het bouwplan daar niet aan voldoet. [appellant] heeft alleen gesteld, maar niet nader onderbouwd dat de aanvraag wel in overeenstemming is met het woonbeleid. Het door [appellant] in zoverre aangevoerde leidt daarom niet tot vernietiging van de aangevallen uitspraak.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:2905
Datum uitspraak
17 juli 2024
  • Hoger beroep
  • Bouwen
  • uitspraakin de zaak202302303/1/R4

202302343/1/R3

Bij besluit van 12 februari 2021 heeft het college van burgemeester en wethouders van Borger-Odoorn aan Kontour Vastgoed Nederland BV omgevingsvergunning verleend voor het deels in afwijking van de beheersverordening bouwen van acht recreatievilla's aan de Valtherweg 36 in Exloo. Op het perceel Valtherweg 36 in Exloo is het recreatiepark Landal PUUR met recreatiewoningen gevestigd. De beheersverordening staat hier de bouw van recreatiebungalows met een maximale goothoogte van 3 m en een maximale bouwhoogte van 8 m, en met ten hoogste één bouwlaag met kap toe. Kontour wil hier acht recreatievilla's bouwen. Bij deze recreatievilla's sluit de onderste bouwlaag aan de voorkant aan op het terrein. Voor de extra bouwlagen heeft het college omgevingsvergunning voor de activiteiten bouwen en handelen in strijd met regels ruimtelijke ordening verleend. De recreatievilla's zijn geprojecteerd op een afstand van ongeveer 50 m van de woning van [appellante] aan de [locatie], die grenst aan het recreatiepark. Zij is het niet eens met het toestaan van de recreatievilla's met extra bouwlaag en heeft daartegen beroep ingesteld.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:2911
Datum uitspraak
17 juli 2024
  • Hoger beroep
  • Bouwen
  • uitspraakin de zaak202302343/1/R3

202302831/1/R3

Bij brief van 15 april 2020 heeft het college van burgemeester en wethouders van Westvoorne (nu: Voorne aan Zee) het verzoek van [appellante] om over te gaan tot het invorderen van de verbeurde dwangsommen voor het hekwerk op het perceel aan de [locatie] te Rockanje gedeeltelijk toegewezen. Voor zover het verzoek betrekking had op de bewoning van het gebouw op het perceel is dit afgewezen. [partij] is eigenaar van het perceel en bestuurder van het daarop gelegen [Landgoed]. Bij besluit van 10 juli 2018 heeft het college aan [partij], naar aanleiding van een handhavingsverzoek van [appellante], een last onder dwangsom opgelegd. [partij] moest de bewoning van het landhuis op het perceel staken en gestaakt houden, en het hekwerk van het perceel verwijderen en verwijderd houden. Als dit na 1 mei 2019 nog niet was gebeurd, zouden met betrekking tot beide overtredingen dwangsommen verbeurd worden.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:2853
Datum uitspraak
17 juli 2024
  • Overzichtsuitspraak
  • Hoger Beroep - Bestuursdwang / Dwangsom
  • uitspraakin de zaak202302831/1/R3
  • persberichtbij de uitspraak in de zaak202302831/1/R3

202303375/1/R4

Bij besluit van 5 april 2023 heeft de raad van de gemeente Nijmegen het bestemmingsplan "Nijmegen Kanaalhavens - 8 (Bredestraat nabij nummer 75)" vastgesteld. Het plan heeft betrekking op de gronden aan de [locatie 1] en de gronden naast de woning op dit perceel. Het plan voorziet in de herbestemming van de bestaande woning en de bouw van een extra woning. Op de plek van de beoogde nieuwe woning en achter de bestaande woning bevond zich een dierenweide met bijgebouwen. De bijgebouwen zijn inmiddels gesloopt. De omliggende gronden hebben de bestemming "Tuin" gekregen. [partij] is initiatiefnemer van het plan en woont in de bestaande woning aan de [locatie 1]. [appellant] en anderen wonen naast en in straten rondom het plangebied. Zij kunnen zich niet verenigen met het plan en in het bijzonder met de toevoeging van de tweede woning. Zij vrezen onder meer voor een aantasting van het dorpse en groene karakter van de wijk Hees.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:2898
Datum uitspraak
17 juli 2024
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
  • RO - Gelderland
  • uitspraakin de zaak202303375/1/R4

202303503/1/A3

Bij besluit van 14 oktober 2022 heeft de Raad van Bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen geweigerd om terug te komen van het besluit van 31 maart 2022 of dat besluit te herzien. Bij besluit van 4 januari 2023 heeft het UWV een besluit genomen op het AVG-verzoek van [appellant] en daarbij een overzicht van de opgevraagde persoonsgegevens aan [appellant] verstrekt. [appellant] betoogt dat het UWV, naast de volledige dwangsom wegens niet tijdig beslissen als bedoeld in artikel 4:17 van de Awb, ook een aanvullende dwangsom als bedoeld in artikel 8:55d van de Awb van € 100,00 per dag tot een maximum van € 15.000,00 is verschuldigd.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:2890
Datum uitspraak
17 juli 2024
  • Hoger beroep
  • Persoonsgegevens
  • uitspraakin de zaak202303503/1/A3

202303519/1/V6

Bij besluit van 6 december 2021 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een verzoek van [appellant] om hem het Nederlanderschap te verlenen afgewezen. [appellant] stelt afkomstig te zijn uit Guinee en geboren te zijn op [geboortedatum] 1985. Hij is sinds 2001 in Nederland. De staatssecretaris heeft hem met ingang van 11 november 2014 in het bezit gesteld van een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd voor het verblijfsdoel ‘verblijf als familie- of gezinslid bij partner’. [appellant] heeft op 22 juli 2020 het verzoek ingediend. Op dat moment beschikte hij over een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd, geldig tot 30 mei 2021. Ter staving van zijn identiteit en nationaliteit heeft hij een Guinees paspoort overgelegd dat is afgegeven op [afgiftedatum] 2016 en geldig was tot [datum] 2021. Verder heeft [appellant] documenten overgelegd waarmee hij stelt dit paspoort te hebben verkregen. Het gaat om een gewaarmerkte kopie ‘Copie Conforme’ uittreksel geboorteakte, afgegeven op [afgiftedatum] 2013, een gecertificeerde kopie van een identiteitskaart, afgegeven op [afgiftedatum] 2019 en een ‘certificat de résidence’, afgegeven op [afgiftedatum] 2016.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:2923
Datum uitspraak
17 juli 2024
  • Hoger beroep
  • Nederlanderschap
  • uitspraakin de zaak202303519/1/V6

202303995/1/R3

Bij besluit van 18 april 2023 heeft de raad van de gemeente Tynaarlo het bestemmingsplan "[locatie A] (naast) Zuidlaren" vastgesteld. Het plan voorziet in het initiatief van de bewoners van [locatie A] in Zuidlaren om een woning te bouwen op het zuidelijk deel van hun perceel en een aangrenzend perceel dat daartoe is aangekocht. Deze gronden, met een totaaloppervlak van 710 m2, zijn ten behoeve van de ontwikkeling kadastraal herschikt. Het nieuwe woonkavel bestaat uit de percelen Zuidlaren, sectie G, nummers 5068, 6285 en 6287. Tot voor kort woonde [appellante B] in de woning op het perceel [locatie B] in Zuidlaren, direct ten zuiden van het plangebied. [appellant] kan zich niet verenigen met het plan. [appellant] vreest dat de komst van de woning zijn omgeving op onaanvaardbare wijze zal verstoren.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:2913
Datum uitspraak
17 juli 2024
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
  • RO - Drenthe
  • uitspraakin de zaak202303995/1/R3

202304081/1/R3

Bij besluit van 5 april 2023 heeft de raad van de gemeente Enschede het bestemmingsplan "Onzelfstandige bewoning Enschede 2022" vastgesteld. Het plan voorziet in een regeling voor kamerverhuurpanden voor een groot deel van het grondgebied van de gemeente Enschede. Het gaat om een zogenoemd paraplubestemmingsplan. Op grond van artikel 5.1.1 van het plan is het ter plaatse van de aanduiding "overige zone - verbod onzelfstandige bewoning" verboden om zonder omgevingsvergunning woningen/wooneenheden of andere gebouwen te gebruiken of in gebruik te geven als kamerverhuurpand. In afwijking daarvan is bij bestaande kamerverhuurpanden wel onzelfstandige bewoning toegestaan. Het vergroten van het aantal kamers binnen een bestaand kamerverhuurpand is verboden zonder omgevingsvergunning. [appellant] is eigenaar van het pand op het perceel Rozenstraat 49 in Enschede. Dit pand is al jaren in gebruik als kamerverhuurpand en heeft zes kamers. Met het plan is aan het gebied waarin het pand ligt, de aanduiding "overige zone - verbod onzelfstandige bewoning" toegekend. Volgens [appellant] respecteert het plan zijn rechten niet.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:2921
Datum uitspraak
17 juli 2024
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
  • RO - Overijssel
  • uitspraakin de zaak202304081/1/R3

202304341/1/A2

Bij brief van 27 maart 2020 heeft de Sociale Verzekeringsbank [appellant] geïnformeerd dat hij minder kindgebonden budget hoeft terug te betalen. [appellant] is getrouwd met [echtgenote]. [appellant] en [echtgenote] hebben vier kinderen, waarvan er in 2015 twee minderjarig waren. [echtgenote] woonde in 2015 met de twee minderjarige kinderen in Marokko en [appellant] woonde in Nederland. De Belastingdienst/Toeslagen (thans: de Dienst Toeslagen) heeft aan [appellant] voorschotten kindgebonden budget over 2015 toegekend. Omdat de destijds minderjarige kinderen van [appellant] in 2015 in Marokko woonden en [echtgenote] met de zorg voor hen was belast, moesten de voorschotten kindgebonden budget op grond van artikel 26 van het Algemeen Verdrag inzake sociale zekerheid tussen het Koninkrijk der Nederlanden en het Koninkrijk Marokko rechtstreeks aan [echtgenote] worden uitbetaald.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:2924
Datum uitspraak
17 juli 2024
  • Hoger beroep
  • Geld
  • uitspraakin de zaak202304341/1/A2

202305138/1/A2

Bij besluit van 2 februari 2022 heeft de Stichting Urgentiebepaling Woningzoekenden Rijnmond de aanvraag van [appellant] om een urgentieverklaring afgewezen. [appellant] is vader van drie minderjarige kinderen over wie hij sinds zijn echtscheiding het co-ouderschap heeft. Sinds februari 2020 huurt hij een kamer in een woning aan de [locatie] in Rotterdam, nadat het gebruik van de echtelijke woning bij beschikking van de voorzieningenrechter van 3 februari 2020 bij uitsluiting aan de ex-partner van [appellant] was toegewezen. Deze woonruimte is volgens [appellant] niet geschikt om uitvoering te geven aan zijn rol als vader en het co-ouderschap: hij kan zijn kinderen niet adequaat in deze woning ontvangen of hen hier laten overnachten. Dit blijkt volgens hem ook uit het feit dat de gemeente de inschrijving van een van zijn kinderen op dit adres heeft geweigerd, omdat de woning volgens de gemeente niet geschikt is om een kind te laten wonen. Zijn kinderen lijden daaronder. [appellant] heeft daarom op 23 november 2021 een urgentieverklaring aangevraagd. In de aanvraag stelt hij ook dat zijn woonlasten na zijn echtscheiding onevenredig hoog zijn in relatie tot zijn inkomen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:2895
Datum uitspraak
17 juli 2024
  • Hoger beroep
  • Verordeningen
  • uitspraakin de zaak202305138/1/A2

202305150/1/A2

Bij besluit van 22 september 2020 heeft het college van burgemeester en wethouders van Oldebroek een aanvraag van [appellante sub 2] om tegemoetkoming in planschade afgewezen. [appellante sub 2] is exploitant van een autobedrijf met showroom op de [locatie 1] en een werkplaats op de [locatie 2] te Wezep. Het bedrijf ligt vlak naast de snelweg A28. Bij brief van 20 december 2019 heeft [appellante sub 2] het college verzocht om tegemoetkoming in planschade in verband met het bij besluit van 27 september 2018 vastgestelde bestemmingsplan Buitengebied, Aansluiting A-28 (hierna: het nieuwe bestemmingsplan). Volgens [appellante sub 2] heeft de inwerkingtreding van dat bestemmingplan tot gevolg dat de in de buurt van de bedrijfslocatie gelegen op- en afritten van de A28 zijn verdwenen en de bereikbaarheid en vindbaarheid van het bedrijf is verslechterd. [appellante sub 2] stelt zich op het standpunt dat dit heeft geleid tot inkomensderving en tot waardevermindering van haar onroerende zaken.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:2904
Datum uitspraak
17 juli 2024
  • Hoger beroep
  • Schadevergoeding
  • uitspraakin de zaak202305150/1/A2

202305226/1/A2

Bij brief van 28 september 2021 heeft de staatssecretaris van Financiën het verzoek van [appellant] om schadevergoeding afgewezen. [appellant] heeft hiertegen bezwaar gemaakt. De Belastingdienst heeft [appellant] bij brief van 20 mei 2021 geïnformeerd dat gegevens over hem in de Fraude Signalering Voorziening zijn opgenomen. Het gebruik van deze voorziening voldeed in zijn algemeenheid niet aan de Algemene Verordening Gegevensbescherming, omdat te veel medewerkers daar toegang tot hadden en de gegevens te lang werden bewaard. Sommige gegevens zijn ten onrechte in de FSV opgenomen en sommige gegevens zijn verkeerd gebruikt. Daarom heeft de staatssecretaris de toegang voor belastingmedewerkers tot de FSV op 27 februari 2020 uitgezet en wordt deze niet meer gebruikt door de Belastingdienst bij de uitvoering van (belasting)wetgeving. [appellant] heeft de Belastingdienst bij brief van 25 juni 2021 verzocht om schadevergoeding voor de schade die hij vanaf 2012 tot heden heeft geleden door de registratie van zijn gegevens in de FSV. De schade bedraagt volgens [appellant] € 50.000,- tot € 100.000,- per jaar.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:2891
Datum uitspraak
17 juli 2024
  • Hoger beroep
  • Schadevergoeding
  • uitspraakin de zaak202305226/1/A2

202305281/1/A2

Bij besluit van 6 mei 2022 heeft het college van burgemeester en wethouders van Den Haag de aanvraag van [appellant] om een urgentieverklaring toegewezen. [appellant] heeft een urgentieverklaring aangevraagd omdat de psychische problematiek van haar en haar twee kinderen samenhangt met de problematische gebeurtenissen die hebben plaatsgevonden in haar huidige driekamerwoning. In de aanvraag benoemt [appellant] onder andere dat zij een erkend gedupeerde ouder is van de toeslagenaffaire. Daarnaast zijn haar kinderen in 2019 uit huis geplaatst. De woning roept daarom bij haar veel nare herinneringen op uit deze tijd. Met een andere woning stelt [appellant] met haar kinderen te kunnen werken aan een nieuw toekomstperspectief. Het college heeft de aanvraag van [appellant] toegewezen op grond van artikel 4:7, eerste lid, aanhef en onder b, van de Huisvestingsverordening Den Haag 2019, na een advies van de GGD van 11 april 2022. De GGD heeft daarin over de medische noodzaak tot verhuizen geadviseerd dat er sprake is van een levensontwrichtende en/of levensbedreigende situatie.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:2894
Datum uitspraak
17 juli 2024
  • Hoger beroep
  • Verordeningen
  • uitspraakin de zaak202305281/1/A2

202305295/1/R1

Bij besluit van 29 juni 2023 heeft de raad van de gemeente Purmerend het bestemmingsplan "Tarwestraat 2022" vastgesteld. Het plan maakt maximaal 21 sociale huurwoningen mogelijk op de plek van een voormalige schooltuin die momenteel onbebouwd is. Het plangebied ligt ten zuidwesten van de Tarwestraat. Het plangebied ligt achter de woningen in de Tarwestraat en ten westen van een gymnastiekzaal. [appellante] en anderen wonen allen aan de Tarwestraat. Zij kunnen zich om verschillende redenen niet verenigen met het plan. Intermaris is de beoogde ontwikkelaar van het plan. [appellante] en anderen betogen dat de raad bij de berekening van de parkeerbehoefte van een te hoge parkeernorm is uitgegaan. Zij stellen dat de bewoners van de voorziene sociale huurwoningen een lager autobezit zullen hebben dan een gemiddeld huishouden waar de parkeernorm van uitgaat.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:2922
Datum uitspraak
17 juli 2024
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
  • RO - Noord-Holland
  • uitspraakin de zaak202305295/1/R1

202305594/1/R1

Bij besluit van 29 juni 2023 heeft de raad van de gemeente Purmerend het bestemmingsplan "Buitengebied Beemster 2012 - reparatie partiële herziening 2021" vastgesteld. Bij besluit van 29 juni 2023 heeft de raad het bestemmingsplan "Buitengebied Beemster 2012 - reparatie partiële herziening 2021" vastgesteld. Aanleiding voor de vaststelling van het reparatieplan is de uitspraak van de Afdeling van 1 maart 2023, ECLI:NL:RVS:2023:838. De raad heeft met het reparatieplan beoogd een deel van de door de Afdeling geconstateerde gebreken in het bestemmingsplan "Buitengebied Beemster 2012 - partiële herziening 2021" van 26 oktober 2021 te herstellen. Volgens de raad voldoet het reparatieplan aan de opdrachten die de Afdeling heeft gegeven in haar uitspraak van 1 maart 2023. [appellant sub 1] en de Stichtingen kunnen zich om uiteenlopende redenen niet verenigen met het reparatieplan. [appellant sub 1] woont aan de [locatie A] te Zuidoostbeemster. Hij vindt dat het reparatieplan niet voldoet aan de opdracht die de Afdeling heeft gegeven wat betreft de aanduiding "caravanstalling" op de opslagplaats die op het naburige perceel aan de [locatie B] ligt.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:2925
Datum uitspraak
17 juli 2024
  • Tussenuitspraak/bestuurlijke lus
  • RO - Noord-Holland
  • uitspraakin de zaak202305594/1/R1

202306382/1/R3

Bij besluit van 4 juli 2023 heeft de raad van de gemeente Leidschendam-Voorburg het bestemmingsplan "Noorthey" vastgesteld. Het plan voorziet in woningbouw in het zuidelijke deel en in een recreatiebestemming in het noordelijke deel van het plangebied. [appellant] en anderen zijn eigenaren van camping "Noorthey", gelegen in het noorden van het plangebied. Behalve één vrijstaande woning is deze camping de enige bestaande bebouwing in het plangebied. In het plan wordt een maximum van 26 kampeerplaatsen toegestaan ter plaatse van de camping. [appellant] en anderen vinden dat het plan een beperking is ten opzichte van de bestaande feitelijke situatie van de camping en dat er onterecht geen ruimte wordt geboden voor uitbreiding. Daarom komen zij tegen het besluit in beroep.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:2893
Datum uitspraak
17 juli 2024
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
  • RO - Zuid-Holland
  • uitspraakin de zaak202306382/1/R3

202307189/1/R3

Bij besluit van 14 februari 2023 heeft het college van burgemeester en wethouders van Delft een hogere geluidgrenswaarde vastgesteld vanwege de geluidbelasting van de Prinses Beatrixlaan in Delft op de gevel van twee scholen die worden voorzien in het bestemmingsplan "Pleysierschool en ISK". De gemeente Delft is voornemens de locatie aan de Aart van der Leeuwlaan 12-14 te herontwikkelen. Op dit perceel was voorheen een basisschool met een gymzaal gevestigd. Deze bebouwing is inmiddels gesloopt. Het is de bedoeling op de locatie twee scholen voor middelbaar onderwijs en een sportzaal te realiseren. Het betreft de Pleysierschool en de Internationale Schakelklassen (ISK). Het college heeft ten behoeve van deze scholen een hogere grenswaarde van 59 dB(A) vastgesteld vanwege de geluidbelasting van de Prinses Beatrixlaan. [appellant] is het niet eens met het besluit tot vaststelling van een hogere geluidgrenswaarde. Volgens hem heeft het college zich ten onrechte op het standpunt gesteld dat verkeerskundige maatregelen niet haalbaar zijn.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:2899
Datum uitspraak
17 juli 2024
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
  • RO - Geluid
  • RO - Zuid-Holland
  • uitspraakin de zaak202307189/1/R3

202307747/1/A2

Bij beslissing van 12 juli 2023 is het verzoek van [appellant] om deel te nemen aan het derde tijdvak van het centraal examen geschiedenis Havo door de teamleider Havo-5 afgewezen. [appellant] stond in het studiejaar 2022-2023 ingeschreven bij het VAVO Rijnmond College. Op 15 mei 2023 heeft [appellant] deelgenomen aan het eerste tijdvak van het centraal eindexamen geschiedenis Havo. Voor dit examen haalde [appellant] het cijfer 3,9. Om dit examen in het tweede tijdvak te kunnen herkansen moest uiterlijk donderdag 15 juni 2023 vóór 12:00 uur bij de balie op de 11de verdieping van het VAVO Rijnmond College een formulier worden ingeleverd. [appellant] was op dat moment met vakantie en heeft een medestudente het formulier toegestuurd dat zij namens hem zou inleveren. [appellant] is op 20 juni 2023 naar het tweede tijdvak voor het centraal eindexamen gegaan. Daar bleek dat hij niet was ingeschreven voor de herkansing en hij dus niet kon deelnemen. [appellant] heeft een verzoek ingediend om in het derde tijdvak alsnog het examen geschiedenis Havo te mogen herkansen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:2907
Datum uitspraak
17 juli 2024
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
  • Studentenzaken
  • uitspraakin de zaak202307747/1/A2

202400387/1/V2

Bij besluiten van 24 december 2020 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, nu de minister, aanvragen van de vreemdelingen om hun een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen. De vreemdelingen komen uit Libië en zijn een echtpaar met zes kinderen. Zij hebben aan hun asielaanvragen ten grondslag gelegd dat de echtgenoot van het gezin in Tripoli als beveiliger van hooggeplaatste politici heeft gewerkt en als gevolg daarvan is bedreigd door milities. De echtgenoot zou tijdens een rondje hardlopen zijn beschoten en daarbij in zijn hoofd zijn geraakt. Daarom heeft hij, samen met zijn vrouw en kinderen, Libië verlaten. Volgens de minister hebben de vreemdelingen niet aannemelijk gemaakt dat zij bij terugkeer een reëel risico lopen op ernstige schade. De minister acht het geloofwaardig dat de echtgenoot als beveiliger van politici heeft gewerkt, maar heeft de problemen die hij heeft ondervonden als gevolg van zijn beroep ongeloofwaardig geacht. Deze uitspraak gaat over de uitleg van het arrest van het Hof en over de vraag of en op welke wijze de individuele omstandigheden van de vreemdelingen moeten worden betrokken bij de toepassing van artikel 15, onderdeel c.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:2927
Datum uitspraak
17 juli 2024
  • Hoger beroep
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202400387/1/V2
  • persberichtbij de uitspraak in de zaak202400387/1/V2

202400608/1/A2

Bij besluit van 17 oktober 2017 heeft het college van gedeputeerde staten van de provincie Fryslân de begrenzing van de ganzenfoerageergebieden in de provincie Fryslân gewijzigd vastgesteld. De percelen van [appellante] zijn niet opgenomen in het ganzenfoerageergebied ‘Oude Gaasterbrekken en Fluessen’, waarvoor de maatschap ze had aangemeld. De maatschap kan zich hiermee niet verenigen, omdat zij voor de ganzenschade op haar percelen nu geen vergoeding kan krijgen. De percelen van [appellante] zijn niet opgenomen in het ganzenfoerageergebied ‘Oude Gaasterbrekken en Fluessen’, waarvoor de maatschap ze had aangemeld. De maatschap kan zich hiermee niet verenigen, omdat zij voor de ganzenschade op haar percelen nu geen vergoeding kan krijgen. De Afdeling heeft in de uitspraak van 28 juni 2023, ECLI:NL:RVS:2023:2497, overwogen dat op de zitting was gebleken dat percelen ten zuidwesten grenzend aan de percelen van de maatschap in het ganzenfoerageergebied waren opgenomen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:2892
Datum uitspraak
17 juli 2024
  • Eerste aanleg - meervoudig
  • Flora en fauna
  • Natuurbescherming
  • Verordeningen
  • uitspraakin de zaak202400608/1/A2

202400629/1/R3

Bij besluit van 21 december 2023 heeft de raad van de gemeente Emmen het bestemmingsplan "Emmerschans, Lunet naast nr. 62" vastgesteld. Het plan maakt de bouw van één vrijstaande woning mogelijk op het perceel gelegen naast de Lunet 62 in Emmen. In het voorheen geldende plan "Emmen, Emmerschans" lag er op dit perceel wel een woonbestemming, maar geen bouwvlak, waardoor er geen woning gebouwd mocht worden. [appellant] woont op het perceel grenzend aan het plangebied.[appellant] voert aan dat de gemeente heeft verzuimd om hem als direct omwonende van het perceel te informeren. [appellant] doet een beroep op het vertrouwensbeginsel en betoogt dat de gemeente hem heeft toegezegd dat er nooit gebouwd mag worden op het perceel grenzend aan de achterzijde van zijn perceel.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:2896
Datum uitspraak
17 juli 2024
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
  • RO - Overijssel
  • uitspraakin de zaak202400629/1/R3

202400726/1/A2

Bij beslissing van 30 augustus 2023 heeft de examencommissie Fontys Mens en Gezondheid, namens het instellingsbestuur, aan [appellante] een bindend negatief studieadvies gegeven. [appellante] is in het studiejaar 2020-2021 gestart met de opleiding Verpleegkunde aan Fontys Hogeschool. In dit eerste studiejaar heeft zij 49 studiepunten behaald. Voor een positief studieadvies waren 55 studiepunten van de propedeutische fase vereist. In verband met de coronapandemie heeft het instellingsbestuur het studieadvies voor alle studenten dat studiejaar uitgesteld. In het daarop volgende studiejaar 2021-2022 heeft [appellante] voor haar propedeuse geen studiepunten behaald. Dat studiejaar kreeg zij een BNSA. Hiertegen heeft [appellante] administratief beroep ingesteld, dat door het college gegrond is verklaard. Hierdoor mocht [appellante] in het studiejaar 2022-2023 verder studeren. In dat jaar behaalde zij 6 van de nog 11 openstaande studiepunten voor de propedeuse. [appellante] heeft in totaal 85 studiepunten behaald waarvan 54 studiepunten voor de propedeuse.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:2933
Datum uitspraak
17 juli 2024
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
  • Studentenzaken
  • uitspraakin de zaak202400726/1/A2

202400972/1/A2

Bij beslissing van 6 juli 2023 is het tentamen voor het vak Orthoptische zorg met reflectie en EBP beoordeeld met een onvoldoende. Bij beslissing van 24 augustus 2023 heeft de examencommissie Instituut voor Paramedische Studies het verzoek om een derde examinator aan te wijzen, afgewezen. Bij beslissing van 2 januari 2024 heeft het CBE het daartegen ingestelde administratief beroep ongegrond verklaard. [appellante] is een voltijdsstudente Orthoptie aan de Hogeschool van Utrecht. Onderdeel van de bacheloropleiding is het vak Orthoptische zorg met reflectie en EBP. Het tentamen daarvoor bestaat uit twee delen. Eerst moet de student een verslag indienen. Dit wordt beoordeeld met een ‘GO/NO GO-score’. Heeft de student een ‘GO’, dan mag zij deelnemen aan het assessment. In november 2022 heeft [appellante] voor het eerst deelgenomen aan het tentamen. Hoewel het verslag in eerste instantie onvoldoende was voor een ‘GO’, mocht ze na aanpassing van de vraagstelling toch deelnemen aan het assessment. Dit is uiteindelijk door de examinatoren beoordeeld met een onvoldoende.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:2920
Datum uitspraak
17 juli 2024
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
  • Studentenzaken
  • uitspraakin de zaak202400972/1/A2

202401050/1/A2

Bij beslissing van 27 september 2023 heeft verweerder de inschrijving van [appellant] voor de masteropleiding Global Communication and Diversity geannuleerd, omdat hij niet heeft voldaan aan de inschrijvingsvoorwaarden. [appellant] heeft zich ingeschreven voor de master Global Communication and Diversity aan de Radboud Universiteit. Bij besluit van 19 april 2023 is hij voorlopig toegelaten tot de opleiding, mits hij voldeed aan de inschrijvingsvoorwaarden en de daarbij behorende documentatie zou overleggen. In de daarop volgende periode is er diverse malen contact geweest tussen [appellant] en de Afdeling Student Admissions. De inschrijving is uiteindelijk op 27 september 2023 geannuleerd, omdat [appellant] volgens het college niet heeft voldaan aan de gestelde voorwaarden door niet de volledige informatie te geven en documenten te overleggen. Tegen de annulering van de inschrijving heeft [appellant] bezwaar gemaakt. Dit bezwaar is door het college ongegrond verklaard. Hieraan heeft het college ten grondslag gelegd dat [appellant] heeft nagelaten om de juiste documenten te overleggen waaruit zijn verblijfsstatus blijkt.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:2900
Datum uitspraak
17 juli 2024
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
  • Studentenzaken
  • uitspraakin de zaak202401050/1/A2

202401477/1/A2

Op 24 november 2023 heeft de examencommissie van de bacheloropleiding Mechanical Engineering van de Universiteit Twente het essay voor het vak System Engineering wegens plagiaat ongeldig verklaard, bepaald dat [appellant] niet mag deelnemen aan de herkansing voor dat vak tot februari 2024, hem opgedragen om samen met de examinator een nieuwe datum en methode vast te stellen voor een (vervangende) opdracht en bepaald dat een notificatie van het plagiaat wordt opgenomen in het studentendossier. [appellant] volgt de bacheloropleiding Mechanical Engineering aan de Universiteit Twente. Vanwege plagiaat bij het vak System Engineering heeft de examencommissie het essay voor dat vak ongeldig verklaard en beslist dat hij pas in het volgende studiejaar een nieuw essay kan indienen voor dit vak. Daarbij is aangegeven dat een notificatie van het oordeel in zijn studentendossier wordt opgenomen. Het CBE heeft in administratief beroep geoordeeld dat de examencommissie ten onrechte de plagiaatscore van het detectieprogramma Turnitin onverkort had overgenomen zonder zelf nader onderzoek te verrichten naar het plagiaat.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:2889
Datum uitspraak
17 juli 2024
  • Eerste aanleg - meervoudig
  • Studentenzaken
  • uitspraakin de zaak202401477/1/A2

202401599/1/A2

[appellant] heeft beroep ingesteld tegen het niet tijdig nemen van een beslissing op zijn aanvraag om te worden toegelaten tot de master Business Information Systems van de Rotterdam School of Management van de Erasmus Universiteit Rotterdam. Op [appellant] is voor onbepaalde tijd een civielrechtelijk campusverbod van kracht voor gebouwen, terreinen en voorzieningen van de EUR. Aan dat verbod ligt ten grondslag dat hij de EUR en de medewerkers bleef betrekken bij verschillende verzoeken, meldingen, aandachtspunten, klachten, aanvragen, bezwaren en gerechtelijke procedures, die in vrijwel alle gevallen tot niets hebben geleid. Daarbij was [appellant] betrokken bij verschillende incidenten op de campus, die leidden tot onrust en een gevoel van onveiligheid bij medewerkers, studenten en bezoekers. Omdat [appellant] geen enkele rechtsverhouding had met de EUR, heeft het CvB hem als eigenaar de toegang tot de campus ontzegd.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:2897
Datum uitspraak
17 juli 2024
  • Eerste aanleg - meervoudig
  • Studentenzaken
  • uitspraakin de zaak202401599/1/A2

202203342/1/V1

Bij besluit van 22 april 2022 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van de vreemdeling om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen, bepaald dat hij Nederland onmiddellijk moet verlaten en tegen hem een inreisverbod uitgevaardigd. Bij uitspraak van 27 mei 2022 heeft de rechtbank het daartegen door de vreemdeling ingestelde beroep gegrond verklaard, dat besluit vernietigd, voor zover dat ziet op het terugkeerbesluit en het inreisverbod, en bepaald dat de staatssecretaris een nieuw besluit neemt met inachtneming van de uitspraak.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:2874
Datum uitspraak
16 juli 2024
  • Hoger beroep
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202203342/1/V1

202304187/2/R4

Bij besluit van 11 mei 2023 heeft de raad van de gemeente IJsselstein het bestemmingsplan "Hitteschild 2 en 4" vastgesteld. De voormalige schoollocatie aan Hitteschild 2-4 wordt herontwikkeld tot woningbouwlocatie. Er wordt ingezet op de bouw van 28 appartementen voor starters en senioren in het middenhuursegment. Omdat het geldende bestemmingsplan voorziet in het gebruik als school is bij besluit van 11 mei 2023 het bestemmingsplan "Hitteschild 2 en 4" vastgesteld. [verzoeker] is eigenaar van een woning aan [locatie] in IJsselstein. Hij woont in de nabije omgeving van het plangebied en vreest dat de realisatie van het plan zijn woon- en leefklimaat op onaanvaardbare wijze zal aantasten en om die reden heeft hij de voorzieningenrechter verzocht het besluit van 11 mei 2023 te schorsen om onomkeerbare gevolgen te voorkomen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:2878
Datum uitspraak
16 juli 2024
  • Voorlopige voorziening
  • RO - Utrecht
  • uitspraakin de zaak202304187/2/R4

202403161/1/V1

Bij besluit van 14 juli 2023 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van de vreemdeling om haar een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, niet-ontvankelijk verklaard. Bij uitspraak van 15 mei 2024 heeft de rechtbank het daartegen door de vreemdeling ingestelde beroep ongegrond verklaard.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:2876
Datum uitspraak
16 juli 2024
  • Hoger beroep
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202403161/1/V1

202403734/1/V3

Bij besluit van 29 mei 2024 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid de vreemdeling in bewaring gesteld. Bij uitspraak van 13 juni 2024 heeft de rechtbank het daartegen door de vreemdeling ingestelde beroep ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding afgewezen. Tegen deze uitspraak heeft de vreemdeling, vertegenwoordigd door mr. I. Wudka, advocaat te Maastricht, hoger beroep ingesteld.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:2872
Datum uitspraak
16 juli 2024
  • Hoger beroep
  • Bewaring
  • uitspraakin de zaak202403734/1/V3

202403807/2/V2

Bij besluit van 16 mei 2023 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van de vreemdeling om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, ingewilligd. Bij besluit van 20 maart 2024 heeft de staatssecretaris het besluit aangevuld en het verzoek van de vreemdeling om heroverweging van de besluiten van 7 april 2017 en van 18 februari 2020 afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:2875
Datum uitspraak
16 juli 2024
  • Hoger beroep
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202403807/2/V2

202404015/1/V2 en 202404015/2/V2

Bij besluit van 1 maart 2024 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van de vreemdeling om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen. Bij uitspraak van 3 juni 2024 heeft de rechtbank het daartegen door de vreemdeling ingestelde beroep gegrond verklaard, dat besluit vernietigd en bepaald dat de rechtsgevolgen daarvan geheel in stand blijven.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:2877
Datum uitspraak
16 juli 2024
  • Hoger beroep
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202404015/1/V2 en 202404015/2/V2

202300356/1/V2

Bij besluit van 30 augustus 2019 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag om de vreemdelingen een machtiging tot voorlopig verblijf te verlenen, afgewezen. Bij besluit van 24 december 2021, aangevuld bij brief van 18 november 2022, heeft de staatssecretaris het daartegen door de vreemdelingen gemaakte bezwaar ongegrond verklaard. Bij uitspraak van 20 december 2022 heeft de rechtbank het daartegen door de vreemdelingen ingestelde beroep gegrond verklaard, dat besluit vernietigd en bepaald dat de staatssecretaris een nieuw besluit op het gemaakte bezwaar neemt met inachtneming van de uitspraak.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:2869
Datum uitspraak
15 juli 2024
  • Hoger beroep
  • Vreemdelingenkamer - Overige
  • uitspraakin de zaak202300356/1/V2

202305215/1/V1

De vreemdeling, vertegenwoordigd door mr. S. Thelosen, advocaat te Amsterdam, heeft hoger beroep ingesteld tegen de uitspraak van de rechtbank Den Haag, zittingsplaats Arnhem, van 9 augustus 2023 in zaak nr. NL23.15461. De minister van Asiel en Migratie heeft een nader stuk ingediend. De vreemdeling heeft het hoger beroep ingetrokken en de Afdeling verzocht om de minister te veroordelen in de bij hem opgekomen proceskosten.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:2860
Datum uitspraak
15 juli 2024
  • Hoger beroep
  • Vreemdelingenkamer - Overige
  • uitspraakin de zaak202305215/1/V1

202401152/1/V2

Bij besluit van 11 juni 2019 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag om de vreemdeling een machtiging tot voorlopig verblijf te verlenen, afgewezen. Bij besluit van 4 april 2023 heeft de staatssecretaris het daartegen door de vreemdeling gemaakte bezwaar opnieuw ongegrond verklaard. Bij uitspraak van 23 januari 2024 heeft de rechtbank het daartegen door de vreemdeling ingestelde beroep niet-ontvankelijk verklaard.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:2871
Datum uitspraak
15 juli 2024
  • Hoger beroep
  • Vreemdelingenkamer - Overige
  • uitspraakin de zaak202401152/1/V2

202403340/1/V3

Bij besluit van 15 mei 2024 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid de vreemdeling in bewaring gesteld. Bij uitspraak van 27 mei 2024 heeft de rechtbank het daartegen door de vreemdeling ingestelde beroep ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:2870
Datum uitspraak
15 juli 2024
  • Hoger beroep
  • Bewaring
  • uitspraakin de zaak202403340/1/V3

202403813/1/V3

Bij besluit van 29 april 2024 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid de vreemdeling in bewaring gesteld. Bij uitspraak van 14 juni 2024 heeft de rechtbank het met een kennisgeving vanwege de staatssecretaris daartegen aanhangig gemaakte beroep ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding afgewezen. Tegen deze uitspraak heeft de vreemdeling, vertegenwoordigd door mr. M.M.G. Crompvoets, advocaat te Beek, hoger beroep ingesteld.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:2861
Datum uitspraak
15 juli 2024
  • Hoger beroep
  • Bewaring
  • uitspraakin de zaak202403813/1/V3

BRS.24.000235

Bij besluit van 15 mei 2024 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid de vreemdeling in bewaring gesteld.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:2842
Datum uitspraak
15 juli 2024
  • Hoger beroep
  • Bewaring
  • uitspraakin de zaakBRS.24.000235

202203957/2/A3

[appellant] heeft hoger beroep ingesteld tegen de uitspraak van de rechtbank Den Haag van 9 mei 2022 in zaak nr. 21/1747. Het geding gaat over de afwijzing van een paspoort. De minister van Buitenlandse Zaken heeft een aantal gedingstukken overgelegd en met verwijzing naar artikel 8:29 van de Awb medegedeeld dat uitsluitend de Afdeling kennis zal mogen nemen van deze stukken. Het betreft een rapport van nader gehoor met correcties en aanvullingen en een persoonslijst.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:2866
Datum uitspraak
15 juli 2024
  • Geheimhoudingsbeslissing
  • Paspoort
  • uitspraakin de zaak202203957/2/A3

202402250/1/A2

Bij beslissing van 5 december 2023 heeft de Student Administration, namens het college, het verzoek van [appellant] tot volledige restitutie van het wettelijk verplichte collegegeld afgewezen. [appellant] heeft zich per 1 september 2023 ingeschreven als student voor de bacheloropleiding International Business Administration aan Tilburg University. Hiervoor was hij het wettelijk collegegeld verschuldigd ten bedrage van € 2.314,00. De verschuldigdheid van het collegegeld volgt rechtstreeks uit artikel 7.43, eerste lid, van de WHW. Zoals het college terecht opmerkt, is het betalen van het collegegeld alleen gerelateerd aan de inschrijving als student en niet aan het daadwerkelijk volgen van onderwijs. Als een student zich tijdens het studiejaar uitschrijft als student, heeft hij recht op terugbetaling van het door hem verschuldigde collegegeld voor elke maand dat het studiejaar na beëindiging nog voortduurt. Als een student een machtiging heeft afgegeven, betekent dit dat het college alleen tot inning overgaat over de maanden dat hij stond ingeschreven.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:2883
Datum uitspraak
15 juli 2024
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
  • Mondelinge uitspraak
  • Studentenzaken
  • uitspraakin de zaak202402250/1/A2

202306420/1/V2

Bij besluit van 5 juli 2023 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van de vreemdeling om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen. Bij uitspraak van 9 oktober 2023 heeft de rechtbank het daartegen door de vreemdeling ingestelde beroep ongegrond verklaard.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:2856
Datum uitspraak
12 juli 2024
  • Hoger beroep
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202306420/1/V2

202400775/1/V1

Bij besluit van 8 september 2022 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag om de vreemdeling een machtiging tot voorlopig verblijf te verlenen, afgewezen. Bij besluit van 24 maart 2023 heeft de staatssecretaris het daartegen door de vreemdeling gemaakte bezwaar ongegrond verklaard. Bij uitspraak van 12 januari 2024 heeft de rechtbank het daartegen door de vreemdeling ingestelde beroep ongegrond verklaard.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:2859
Datum uitspraak
12 juli 2024
  • Hoger beroep
  • Vreemdelingenkamer - Overige
  • uitspraakin de zaak202400775/1/V1

202403560/1/V3

Bij besluit van 25 april 2024 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van de vreemdeling om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, niet in behandeling genomen. Bij uitspraak van 3 juni 2024 heeft de rechtbank het daartegen door de vreemdeling ingestelde beroep ongegrond verklaard. Tegen deze uitspraak heeft de vreemdeling, vertegenwoordigd door mr. M.H. van der Linden, advocaat te Almelo, hoger beroep ingesteld.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:2858
Datum uitspraak
12 juli 2024
  • Hoger beroep
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202403560/1/V3

202403579/1/V1

Bij besluit van 3 mei 2024 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van de vreemdeling om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, niet-ontvankelijk verklaard. Bij uitspraak van 4 juni 2024 heeft de rechtbank het daartegen door de vreemdeling ingestelde beroep ongegrond verklaard. Tegen deze uitspraak heeft de vreemdeling, vertegenwoordigd door mr. E.J.P. Cats, advocaat te Emmen, hoger beroep ingesteld.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:2857
Datum uitspraak
12 juli 2024
  • Hoger beroep
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202403579/1/V1

202404129/1/V3 en 202404129/2/V3

Bij besluit van 14 mei 2024 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van de vreemdeling om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, niet in behandeling genomen. Bij uitspraak van 27 juni 2024 heeft de rechtbank het daartegen door de vreemdeling ingestelde beroep gegrond verklaard, dat besluit vernietigd en bepaald dat de rechtsgevolgen daarvan geheel in stand blijven.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:2867
Datum uitspraak
12 juli 2024
  • Voorlopige voorziening / hoofdzaak
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202404129/1/V3 en 202404129/2/V3

BRS.24.000001

Bij besluit van 1 december 2023 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid de vreemdeling een vrijheidsontnemende maatregel opgelegd.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:2794
Datum uitspraak
12 juli 2024
  • Hoger beroep
  • Vreemdelingenkamer - Overige
  • uitspraakin de zaakBRS.24.000001

BRS.24.000160

Bij besluit van 24 maart 2024 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid de vreemdeling een vrijheidsontnemende maatregel opgelegd.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:2843
Datum uitspraak
12 juli 2024
  • Hoger beroep
  • Vreemdelingenkamer - Overige
  • uitspraakin de zaakBRS.24.000160

BRS.24.000239 en BRS.24.000240

Bij besluit van 2 mei 2024 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van de vreemdeling om haar een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, niet in behandeling genomen. Bij uitspraak van 19 juni 2024 heeft de rechtbank het daartegen door de vreemdeling ingestelde beroep ongegrond verklaard.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:2841
Datum uitspraak
12 juli 2024
  • Voorlopige voorziening / hoofdzaak
  • Asiel
  • uitspraakin de zaakBRS.24.000239 en BRS.24.000240

BRS.24.000248

Bij besluit van 6 juni 2024 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid de vreemdeling in bewaring gesteld.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:2834
Datum uitspraak
12 juli 2024
  • Hoger beroep
  • Bewaring
  • uitspraakin de zaakBRS.24.000248

BRS.24.000249

Bij besluit van 6 juni 2024 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid de vreemdeling in bewaring gesteld.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:2835
Datum uitspraak
12 juli 2024
  • Hoger beroep
  • Bewaring
  • uitspraakin de zaakBRS.24.000249

BRS.24.000250

Bij besluit van 6 juni 2024 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid de vreemdeling in bewaring gesteld.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:2836
Datum uitspraak
12 juli 2024
  • Hoger beroep
  • Bewaring
  • uitspraakin de zaakBRS.24.000250

202302123/1/V1

Bij besluit van 4 oktober 2021 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van de vreemdeling om haar een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen en geweigerd om haar krachtens artikel 64 van de Vw 2000 ambtshalve uitstel van vertrek te verlenen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:2847
Datum uitspraak
11 juli 2024
  • Hoger beroep
  • Regulier
  • uitspraakin de zaak202302123/1/V1

202401877/1/V3

Bij besluit van 4 mei 2022 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een inreisverbod tegen de vreemdeling uitgevaardigd.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:2849
Datum uitspraak
11 juli 2024
  • Hoger beroep
  • Vreemdelingenkamer - Overige
  • uitspraakin de zaak202401877/1/V3

202403896/1/V3 en 202403896/2/V3

Bij besluit van 1 mei 2024 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van de vreemdeling om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, niet in behandeling genomen. Bij uitspraak van 20 juni 2024 heeft de rechtbank het daartegen door de vreemdeling ingestelde beroep ongegrond verklaard.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:2854
Datum uitspraak
11 juli 2024
  • Voorlopige voorziening / hoofdzaak
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202403896/1/V3 en 202403896/2/V3

202404093/1/V3 en 202404093/2/V3

Bij besluit van 17 mei 2024 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van de vreemdeling om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen. Bij uitspraak van 26 juni 2024 heeft de rechtbank het daartegen door de vreemdeling ingestelde beroep ongegrond verklaard.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:2868
Datum uitspraak
11 juli 2024
  • Voorlopige voorziening / hoofdzaak
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202404093/1/V3 en 202404093/2/V3

202200209/1/V1

Bij besluit van 16 juni 2017 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag om de vreemdelingen een machtiging tot voorlopig verblijf (hierna: een mvv) te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:2791
Datum uitspraak
10 juli 2024
  • Hoger beroep
  • Vreemdelingenkamer - Overige
  • uitspraakin de zaak202200209/1/V1

202403160/1/V3

Bij besluit van 28 april 2024 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid de vreemdeling in bewaring gesteld.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:2790
Datum uitspraak
10 juli 2024
  • Hoger beroep
  • Bewaring
  • uitspraakin de zaak202403160/1/V3

202403471/1/V2

Bij besluit van 19 april 2024 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van de vreemdeling om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, niet in behandeling genomen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:2785
Datum uitspraak
10 juli 2024
  • Hoger beroep
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202403471/1/V2

202403686/1/V1

Bij besluit van 12 februari 2024 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van de vreemdeling om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, niet-ontvankelijk verklaard.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:2788
Datum uitspraak
10 juli 2024
  • Hoger beroep
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202403686/1/V1

202403728/1/V3

Bij besluit van 8 mei 2024 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van de vreemdeling om haar een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, niet in behandeling genomen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:2789
Datum uitspraak
10 juli 2024
  • Hoger beroep
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202403728/1/V3

202403864/2/V1

Bij besluit van 16 mei 2024 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van de vreemdeling om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:2786
Datum uitspraak
10 juli 2024
  • Voorlopige voorziening
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202403864/2/V1

202403903/1/V2 en 202403903/2/V2

Bij besluit van 6 april 2023 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van de vreemdeling om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:2787
Datum uitspraak
10 juli 2024
  • Voorlopige voorziening / hoofdzaak
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202403903/1/V2 en 202403903/2/V2

202403911/1/V3 en 202403911/2/V3.

Bij besluit van 4 augustus 2023 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van de vreemdeling om haar een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:2846
Datum uitspraak
10 juli 2024
  • Voorlopige voorziening / hoofdzaak
  • Regulier
  • uitspraakin de zaak202403911/1/V3 en 202403911/2/V3.

202404056/2/V2

Bij besluiten van 16 januari 2024 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid aanvragen van de vreemdelingen om hun een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen. Bij uitspraak van 4 juni 2024 heeft de rechtbank de daartegen door de vreemdelingen ingestelde beroepen ongegrond verklaard. Tegen deze uitspraak hebben de vreemdelingen hoger beroep ingesteld. Ook hebben zij de voorzieningenrechter verzocht een voorlopige voorziening te treffen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:2792
Datum uitspraak
10 juli 2024
  • Voorlopige voorziening
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202404056/2/V2

202003468/1/R2 en 202003004/1/R2

Bij besluit van 5 maart 2020 heeft de raad van de gemeente Oss het bestemmingsplan "Paraplubestemmingsplan Geitenhouderijen - 2019" vastgesteld. Het "Paraplubestemmingsplan Geitenhouderijen - 2019" betreft een gedeeltelijke herziening van alle bestemmingsplannen geldend in de gemeente Oss waarbinnen een agrarische bedrijfsbestemming is toegestaan. Dit plan houdt een verbod in voor het wijzigen van het gebruik ten behoeve van het houden van geiten, alsmede een verbod voor het houden van meer geiten in bestaande bebouwing dan is toegestaan op grond van een vóór 5 september 2018 gedane melding of verleende vergunning, genoemd in artikel 3.2 van de planregels. Het plan "Buitengebied Oss - 2020" voorziet in een integrale herziening van de bestemmingsplannen voor het buitengebied van de gemeente Oss. Daarnaast wordt voorzien in een actuele passende regeling voor bestaande situaties en worden er diverse ontwikkelingen mogelijk gemaakt.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:2823
Datum uitspraak
10 juli 2024
  • Tussenuitspraak/bestuurlijke lus
  • RO - Noord-Brabant
  • uitspraakin de zaak202003468/1/R2 en 202003004/1/R2

202004513/2/R4

Bij tussenuitspraak van 29 maart 2023, ECLI:NL:RVS:2023:1246, heeft de Afdeling de raad van de gemeente Epe opgedragen om binnen 26 weken na verzending van de tussenuitspraak het daarin omschreven gebrek in het besluit van 28 mei 2020 tot vaststelling van het bestemmingsplan "VMI", te herstellen. VMI is een internationaal bedrijf. Zij ontwikkelt productielijnen voor de autobandenindustrie. Het bedrijf is van oudsher gevestigd aan de Gelriaweg 16 in Epe. VMI is uitgegroeid tot een bedrijf met een oppervlakte van circa 8 hectare en wil haar bedrijfsterrein uitbreiden met circa 6 hectare. Het plan voorziet in de planologische basis daarvoor. De uitbreiding bestaat onder meer uit een verruiming van de bestemming "Bedrijf". De bedoeling is om onder meer extra assemblagehallen, een bedrijfskantoor en een magazijn te bouwen. Ook voorziet het plan in een tweede parkeerterrein voor werknemers van VMI. Verder omvat het plan een nieuwe aansluiting op de provinciale weg N309 en maatregelen in het kader van de ontwikkeling van natuur en de landschappelijke inpassing. [appellant sub 1] en [appellant sub 2] wonen in de omgeving van VMI en hebben beiden direct zicht op het bedrijf.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:2804
Datum uitspraak
10 juli 2024
  • Eerste aanleg - meervoudig
  • RO - Gelderland
  • uitspraakin de zaak202004513/2/R4

202100828/1/R2

Bij besluit van 2 oktober 2018 heeft het college van burgemeester en wethouders van Rucphen het verzoek van [appellant] om handhavend op te treden tegen het gebruik van de Verlengde Vosdonkseweg in strijd met de geluidsvoorschriften van het ter plaatse geldende bestemmingsplan "Kom St. Willebrord, Verlengde Vosdonkseweg" afgewezen. [appellant] woont aan de [locatie] in Sprundel, naast de Verlengde Vosdonkseweg. Hij heeft het college verzocht om handhavend op te treden. Volgens [appellant] wordt de Verlengde Vosdonkseweg gebruikt in strijd met artikel 4.3, aanhef en onder g, van de planregels, omdat geen geluidswerende voorziening is gerealiseerd die de geluidbelasting van de weg op de gevel van zijn woning beperkt tot 48 dB. Het college heeft het verzoek om handhaving afgewezen. De Afdeling heeft in haar uitspraak van 8 juli 2020, ECLI:NL:RVS:2020:1570, het oorspronkelijke besluit op bezwaar van 26 februari 2019 vernietigd wegens strijd met artikel 3:2 van de Algemene wet bestuursrecht. In het akoestisch onderzoek, dat aan dat besluit ten grondslag lag, was namelijk van onjuiste uitgangspunten uitgegaan.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:2808
Datum uitspraak
10 juli 2024
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
  • RO - Geluid
  • RO - Noord-Brabant
  • uitspraakin de zaak202100828/1/R2

202104210/1/R2

Bij besluit van 4 oktober 2019 heeft het college van burgemeester en wethouders van Landerd aan [partij] een omgevingsvergunning verleend voor het huisvesten van vier arbeidsmigranten voor een periode van twee jaar in het pand aan de [locatie] in Schaijk. Deze zaak gaat over een omgevingsvergunning die geldt voor een periode van twee jaar. Die twee jaar zijn nu verstreken. Uit de uitspraak van de rechtbank blijkt dat er inmiddels een omgevingsvergunning is verleend voor de bouw van acht appartementen op het adres en dat deze vergunning onherroepelijk is. Het huisvesten van arbeidsmigranten waar deze procedure over gaat, was bedoeld als overbruggingsperiode.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:2801
Datum uitspraak
10 juli 2024
  • Hoger beroep
  • Bouwen
  • uitspraakin de zaak202104210/1/R2

202106161/1/R2

Bij besluit van 3 maart 2020 heeft het college van burgemeester en wethouders van Best aan [appellant] een last onder dwangsom opgelegd om onder meer de zonder omgevingsvergunning opgerichte woning, berging, overkapping en volière op het perceel aan de [locatie] in Best te verwijderen en verwijderd te houden en overtredingen ten aanzien van de loods te beëindigen en beëindigd te houden. [appellant] is eigenaar van het perceel aan de [locatie] in Best. Op het perceel bevinden zich onder meer een bedrijfswoning, een woning, een berging, een overkapping en een volière. Een gedeelte van het perceel is in het bestemmingsplan "Buitengebied Best 2006" bestemd als "Agrarisch gebied". De gronden waarop de bedrijfswoning is gelegen hebben de bestemming "Woondoeleinden (medebestemming)". Een toezichthouder van de gemeente heeft op 29 september 2019 een controle uitgevoerd op het perceel. De bevindingen van deze controle zijn opgenomen in het controlerapport van 19 november 2019. Uit dit rapport volgt onder meer dat binnen de bestemming "Agrarisch gebied" een tweede woning staat met een oppervlakte van 156 m2 en een bijbehorende overkapping.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:2822
Datum uitspraak
10 juli 2024
  • Hoger beroep
  • Hoger Beroep - Bestuursdwang / Dwangsom
  • uitspraakin de zaak202106161/1/R2

202107873/1/R4

Bij besluit van 18 april 2019 heeft het college van burgemeester en wethouders van Arnhem het verzoek van [appellant A] om, voor zover thans nog van belang, handhavend op te treden tegen de door [partij A] en [partij B] aangebrachte afwerking aan de vrijvallende gevels van de woning van [appellant A] aan de [locatie] te Arnhem, afgewezen. [appellant A] en [partij] hebben ieder in eigen beheer een woning gebouwd aan de Rodenburgstraat in Arnhem. Deze woningen zijn tegen elkaar aan gebouwd en delen een gezamenlijke spouwmuur. Als gevolg van de verschillende ontwerpen van de woningen worden enkele geveldelen van de woning van [appellant A] aan de [locatie] niet bedekt door de zijgevel van de woning van [partij] aan de Rodenburgstraat 10. Die geveldelen missen daardoor een tweede spouwblad en worden vrijvallende gevels genoemd. [appellant A] stelt dat [partij] zonder overleg isolatie en afwerking heeft aangebracht aan de vrijvallende gevels van de woning van [appellant A]. [appellant A] heeft het college vervolgens verzocht hiertegen handhavend op te treden, omdat [appellant A] een nul-op-de-meterwoning wilde bouwen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:2827
Datum uitspraak
10 juli 2024
  • Hoger beroep
  • Hoger Beroep - Bestuursdwang / Dwangsom
  • uitspraakin de zaak202107873/1/R4

202108053/1/R4

Bij besluit van 20 mei 2019 heeft het college van burgemeester en wethouders van Berkelland [appellant] onder oplegging van een dwangsom van € 10.000,- ineens gelast om met onmiddellijke ingang de bouwwerkzaamheden op het perceel [locatie] te Haarlo te staken en gestaakt te houden. Op 25 april 2013 heeft het college aan [appellant] een omgevingsvergunning verleend voor het bouwen van een tuinkamer/hobbyruimte bij zijn woning op het perceel. Op 8 mei 2019 heeft een toezichthouder van de gemeente Berkelland geconstateerd dat er op het perceel wordt gebouwd in afwijking van de verleende omgevingsvergunning. Vervolgens heeft het college de last onder dwangsom opgelegd. Hieraan heeft het college ten grondslag gelegd dat er wordt gebouwd in afwijking van de verleende omgevingsvergunning, omdat de tuinkamer groter wordt uitgevoerd dan vergund, namelijk 6,6 meter bij 11,5 meter, in plaats van de vergunde 6,45 meter bij 6,45 meter.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:2825
Datum uitspraak
10 juli 2024
  • Hoger beroep
  • Hoger Beroep - Bestuursdwang / Dwangsom
  • uitspraakin de zaak202108053/1/R4

202200145/1/A2

Bij besluit van 18 november 2019 heeft het college de gemeentelijke schuldhulpverlening aan [appellant] per 18 november 2019 beëindigd. [appellant] is op 5 augustus 2016 gestart met een gemeentelijk schuldhulpverleningstraject. In november 2019 heeft het college dit traject beëindigd, omdat [appellant] zich volgens het college niet aan de voorwaarden voor het traject heeft gehouden. [appellant] is het hier niet mee eens.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:2816
Datum uitspraak
10 juli 2024
  • Hoger beroep
  • Geld
  • uitspraakin de zaak202200145/1/A2

202200269/2/R3

Bij tussenuitspraak van 13 maart 2024 (ECLI:NL:RVS:2024:1032) heeft de Afdeling het college van burgemeester en wethouders van Den Haag opgedragen om binnen 8 weken na de verzending van deze tussenuitspraak het in overweging 10.5 van die uitspraak geconstateerde gebrek te herstellen en de Afdeling en de betrokken partijen de uitkomst mee te delen en een nieuw of gewijzigd besluit zo spoedig mogelijk op de wettelijk voorgeschreven wijze bekend te maken en mee te delen. In de tussenuitspraak heeft de Afdeling overwogen dat het college in het bestreden besluit van 1 december 2021 niet heeft gemotiveerd waarom de aard van het in geding zijnde bouwplan naar zijn oordeel aanleiding geeft voor een voorschrift op grond waarvan de kleurstelling pas in een later stadium wordt bepaald. De Afdeling heeft overwogen dat het college dat in dit geval wel had moeten doen, omdat uit de adviezen van de welstandscommissie blijkt dat aan de kleurstelling een bepalende betekenis toekomt voor de toetsing aan redelijke eisen van welstand, en de welstandscommissie negatief heeft geadviseerd over de kleurstelling die in de oorspronkelijke aanvraag was opgenomen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:2809
Datum uitspraak
10 juli 2024
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
  • RO - Zuid-Holland
  • uitspraakin de zaak202200269/2/R3

202200504/1/A3

Bij besluit van 6 december 2019 heeft de burgemeester van Groningen aan [appellante] een bestuurlijke boete opgelegd van € 1360,00 wegens overtreding van de Drank- en Horecawet (hierna: de DHW). [appellante] is een amateurvoetbalvereniging. In de kantine worden alcoholhoudende dranken verkocht. Hiervoor is aan [appellante] een vergunning als bedoeld in artikel 3, eerste lid, van de DHW verleend. In een boeterapport van 19 oktober 2019 staat dat de gemeente twee bezoekers, een jongen en meisje van 17 jaar oud en beiden met een jeugdig gezicht, heeft ingezet als mystery guests. Twee toezichthouders als bedoeld in artikel 41, eerste lid, aanhef en onder b, van de DHW, hebben in de kantine waargenomen dat deze twee bezoekers een bestelling plaatsten bij de bar. Zij hoorden dat de man aan de bar vroeg of zij Amstel Radler 0.0 of 2.0 wilden hebben, waarop werd geantwoord 2.0. Vervolgens werd hen een geopend flesje Amstel Radler overhandigd samen met een glas met kennelijk bier. De bezoekers hebben daarna plaatsgenomen aan een tafel waarop ze hun bier hebben geplaatst. Na enige tijd hebben zij de kantine met het flesje verlaten. De toezichthouders hebben vervolgens de flesjes gecontroleerd en hebben toen geconstateerd dat een alcoholpercentage van 2% op de flesjes stond vermeld. De bezoekers hebben tegenover de toezichthouders verklaard dat aan hen niet is gevraagd naar hun leeftijd en ook niet naar hun identiteitsbewijzen. Verder hebben zij verklaard dat zij de barman niet kennen en dat zij niet eerder in deze kantine zijn geweest.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:2817
Datum uitspraak
10 juli 2024
  • Hoger beroep
  • Boete
  • uitspraakin de zaak202200504/1/A3

202202329/1/R3

Bij besluit van 25 mei 2021 heeft het college van burgemeester en wethouders van Losser de aanvraag van het landgoed om een wijzigingsplan vast te stellen afgewezen. Het landgoed wenst op de percelen aan de Bekspringweg en de Denekamperstraat in De Lutte 35 zorgwoningen voor intramurale zorg te realiseren, om daarmee een extra economische drager aan het landgoed toe te voegen. De beoogde ontwikkeling is ter plaatse niet toegestaan, omdat het geldende bestemmingsplan "Buitengebied" aan de gronden de bestemming "Agrarisch - 2" en de dubbelbestemming "Waarde - Landgoed" toekent zonder een mogelijkheid voor zorgwoningen. Daarom heeft het landgoed het college verzocht om gebruik te maken van de wijzigingsbevoegdheid die in het plan is opgenomen en de bestemmingen op de percelen zo te wijzigen dat zij gebruikt kunnen worden voor maatschappelijke voorzieningen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:2821
Datum uitspraak
10 juli 2024
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
  • RO - Overijssel
  • uitspraakin de zaak202202329/1/R3

202202627/1/A2

Bij besluit van 27 maart 2019 heeft het college van burgemeester en wethouders van Amsterdam aan [appellante] een bestuurlijke boete van € 6.000,00 opgelegd, wegens de omzetting van zelfstandige in onzelfstandige woonruimte zonder de daarvoor benodigde vergunning. [appellante] is eigenaar en verhuurder van een woning aan de [locatie] in Amsterdam. In verband met het project Landelijke Aanpak Adreskwaliteit is de woning onderzocht. Hierbij heeft administratief onderzoek plaatsgevonden en hebben toezichthouders van de gemeente Amsterdam de woning op 29 oktober 2018 bezocht, waarvan een rapport van bevindingen is opgemaakt. [appellante] is eigenaar en verhuurder van een woning aan de [locatie] in Amsterdam (hierna: de woning). In verband met het project Landelijke Aanpak Adreskwaliteit is de woning onderzocht. Hierbij heeft administratief onderzoek plaatsgevonden en hebben toezichthouders van de gemeente Amsterdam de woning op 29 oktober 2018 bezocht, waarvan een rapport van bevindingen is opgemaakt. Op dat moment stonden [persoon A], [persoon B] en [persoon C] op het adres van de woning ingeschreven in de basisregistratie personen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:2830
Datum uitspraak
10 juli 2024
  • Hoger beroep
  • Boete
  • Verordeningen
  • uitspraakin de zaak202202627/1/A2

202202688/1/R4

Bij besluit van 10 maart 2022 heeft de raad van de gemeente Utrecht het bestemmingsplan "Johan Wagenaarkade 1-10 bis, Halve Maan-Zuid" vastgesteld. Het plan voorziet in de ontwikkeling van 54 sociale woningen verdeeld over drie woonblokken aan de Johan Wagenaarkade in de wijk Halve Maan-Zuid in Utrecht. Op de planlocatie stonden twintig duplexwoningen, zogenoemde tijdelijk gesplitste eengezinswoningen. Stichting Woonin is de initiatiefnemer van het plan. [appellant] woont aan de [locatie], op een afstand van, hemelsbreed, ongeveer 200 m van het plangebied. Hij is het vooral niet eens met het afsluiten van de Johan Wagenaarkade wat het gevolg is van het plan, en vreest verder voor nadelige gevolgen voor de kwaliteit van zijn woon- en leefomgeving.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:2820
Datum uitspraak
10 juli 2024
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
  • RO - Utrecht
  • uitspraakin de zaak202202688/1/R4

202204360/1/R3 en 202204361/1/R3

Bij besluiten van 8 juni 2022 heeft de raad het van de gemeente Hengelo bestemmingsplan "Parapluplan ondergrondse 110kV kabelverbinding Hengelo Weideweg - Hengelo Oele" en het bestemmingsplan "Parapluplan ondergrondse 110kV kabelverbinding Almelo Mosterdpot - Hengelo Weideweg" vastgesteld. Volgens paragraaf 1.1 van de plantoelichting van de beide bestemmingsplannen is het nodig om het elektriciteitsnetwerk in Overijssel te versterken en uit te breiden vanwege de groeiende vraag naar elektriciteit. TenneT is de netbeheerder voor het Nederlandse hoogspanningsnet voor elektriciteit. TenneT wil, om aan de vraag naar elektriciteit te kunnen voldoen en overbelasting van het elektriciteitsnetwerk te voorkomen, onder andere hoogspanningsstations vernieuwen, bestaande hoogspanningsverbindingen versterken en nieuwe ondergrondse hoogspanningskabels aanleggen. Het bestaande elektriciteitsnet in Overijssel wordt uitgebreid met drie nieuwe ondergrondse 110 kV kabelverbindingen tussen de bestaande stations Nijverdal-Rijssen, Almelo Mosterdpot-Hengelo Weideweg en Hengelo Weideweg-Hengelo Oele. De stichting beheert het landgoed Twickel en heeft daar gronden in eigendom.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:2796
Datum uitspraak
10 juli 2024
  • Tussenuitspraak/bestuurlijke lus
  • RO - Overijssel
  • uitspraakin de zaak202204360/1/R3 en 202204361/1/R3

202204468/1/R4

Bij besluit van 2 juni 2022 heeft de raad van de gemeente Oldebroek het bestemmingsplan "Oosterwolde, [locatie 1]" en het beeldkwaliteitsplan vastgesteld. Het bestemmingsplan voorziet in het bouwen van acht woningen, bestaande uit zes twee-onder-één-kap woningen, één geschakelde woning en één vrijstaande woning. Het perceel heeft in het voorheen geldende bestemmingsplan "Oosterwolde Dorp 2005" de bestemmingen "Detailhandel" en "Tuin". Het bestemmingsplan "Oosterwolde, [locatie 1]" voorziet in de bestemmingen "Wonen", "Tuin" en "Verkeer". [appellant] betoogt dat de raad hem onvoldoende heeft betrokken bij de voorbereiding van het plan. Er is volgens hem wel met andere omwonenden gesproken over de woningbouwplannen, maar niet met hem.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:2810
Datum uitspraak
10 juli 2024
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
  • RO - Gelderland
  • uitspraakin de zaak202204468/1/R4

202204679/1/A2

Bij onderscheiden besluiten van 17 november 2020 heeft het college van burgemeester en wethouders van Den Haag aan [appellant A] een boete opgelegd van € 10.000,- wegens overtreding van de Huisvestingswet en een last onder dwangsom ter hoogte van € 5.000,- ineens als de overtreding niet uiterlijk op 30 april 2021 beëindigd is en beëindigd wordt gehouden. Bij onderscheiden besluiten van 17 november 2020 heeft het college aan [appellant B] een boete opgelegd van € 10.000,- wegens overtreding van de Huisvestingswet en een last onder dwangsom ter hoogte van € 5.000,- ineens als de overtreding niet uiterlijk op 30 april 2021 beëindigd is en beëindigd wordt gehouden. Op 8 september 2020 hebben een inspecteur Handhaving van de afdeling Haagse Pandbrigade (hierna: de inspecteur) en een medewerker van DPZ de woning bezocht. Uit het rapport dat zij van dit bezoek hebben opgemaakt, blijkt dat zij in de woning drie personen hebben aangetroffen, te weten [huurder] en zijn vriendin [persoon A] en [persoon B]. [persoon B] heeft verklaard dat ook haar zus in de woning woont. Deze vier personen staan ook ingeschreven op het adres van de woning in de basisregistratie personen (hierna: de brp).

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:2815
Datum uitspraak
10 juli 2024
  • Hoger beroep
  • Boete
  • uitspraakin de zaak202204679/1/A2

202205316/1/R1

Bij besluit van 18 mei 2021 heeft het college van burgemeester en wethouders van Middelburg aan Verhuur Veere B.V. omgevingsvergunning verleend voor het verbouwen van een bedrijfsruimte met bijbehorende bedrijfswoning tot zes appartementen op het adres Breestraat 41-43 te Middelburg, alsmede voor afwijking van het bestemmingsplan. [appellant] woont op het adres [locatie] naast het pand waar het bouwplan wordt gerealiseerd en vreest onder meer een inbreuk op zijn privacy als gevolg van het bouwplan. [appellant] betoogt dat de rechtbank heeft miskend dat sprake is van privaatrechtelijke belemmeringen. Volgens [appellant] zal het in het bouwplan voorziene balkon binnen 2 meter van de erfgrens worden gebouwd en bestaat van daaruit zicht op zijn perceel, wat in strijd is met artikel 5:50 van het Burgerlijk Wetboek.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:2828
Datum uitspraak
10 juli 2024
  • Hoger beroep
  • Bouwen
  • uitspraakin de zaak202205316/1/R1

202205412/1/A2

Bij besluit van 1 mei 2020 heeft de Belastingdienst/Toeslagen de definitieve berekening van de zorgtoeslag van [appellant] over het jaar 2016 herzien en die zorgtoeslag vastgesteld op € 998,00. Bij besluit van 1 mei 2020 heeft de Belastingdienst/Toeslagen de definitieve berekening van de huurtoeslag van [appellant] over het jaar 2017 herzien en die huurtoeslag vastgesteld op € 997,00. Bij besluit van 1 mei 2020 heeft de Belastingdienst/Toeslagen de zorgtoeslag van [appellant] over het jaar 2018 op € 708,00 vastgesteld en de huurtoeslag van [appellant] over dat jaar op € 2.2460,00. De hoogte van de toeslagen is afhankelijk van het zogenoemde toetsingsinkomen van [appellant]. Bij de vaststelling van dat toetsingsinkomen wordt het verzamelinkomen als vermeld in de aanslag inkomstenbelasting in aanmerking genomen. In het geval van [appellant] heeft een wijziging van het verzamelinkomen geleid tot een wijziging van het bedrag van de toeslagen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:2798
Datum uitspraak
10 juli 2024
  • Hoger beroep
  • Geld
  • uitspraakin de zaak202205412/1/A2

202205483/1/R2

Bij besluit van 22 december 2020 heeft het college van burgemeester en wethouders van Tilburg aan [vergunninghouder] een omgevingsvergunning verleend voor de herontwikkeling en restauratie van de panden aan de [locatie 1] en [locatie 2]. De gemeente Tilburg en een dochteronderneming van [vergunninghouder], [bedrijf], hebben een verkoop- en realisatieovereenkomst gesloten voor de herontwikkeling en restauratie van de panden aan de [locatie 1] en [locatie 2]. De panden zijn gemeentelijke monumenten. Het plan was oorspronkelijk om het woonhuis aan de [locatie 1] te renoveren, om het voormalige klooster aan de [locatie 2] te verbouwen tot 3 zelfstandige appartementen en om een atelierwoning van de refter en de kapel te maken. Dit plan bleek volgens de ontwikkelaar niet haalbaar en daarom wijkt het bouwplan en de aanvraag om een omgevingsvergunning daarvan af. Het woonhuis aan de [locatie 1] wordt nu omgevormd tot 6 zelfstandige appartementen. Het voormalige klooster aan de [locatie 2] wordt omgevormd tot 16 zelfstandige appartementen en de kapel wordt een ruimte met een bijeenkomstfunctie en daghoreca.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:2811
Datum uitspraak
10 juli 2024
  • Hoger beroep
  • Bouwen
  • uitspraakin de zaak202205483/1/R2

202206217/1/A3

Bij besluit van 1 juli 2019 heeft de burgemeester van Nijmegen geweigerd om aan [appellant] een drank- en horecavergunning te verlenen. [appellant] heeft een drank- en horecavergunning aangevraagd voor de exploitatie van [café] in Nijmegen. De burgemeester heeft de vergunning bij besluit van 1 juli 2019 geweigerd, omdat [appellant] niet voldoet aan de voorwaarde dat een leidinggevende van een horecabedrijf niet in enig opzicht van slecht levensgedrag is. Uit antecedentenonderzoek in het kader van de vergunningaanvraag is namelijk gebleken dat [appellant] in de periode 2014 tot en met 2017 vijf strafrechtelijke antecedenten heeft, waaronder overtreding van de Opiumwet wegens een hennepkwekerij in een pand met woonbestemming waarvan hij mede-eigenaar is en diefstal van elektra ten behoeve van een hennepkwekerij. De burgemeester heeft deze woning bij besluit van 31 januari 2018 voor de duur van een jaar gesloten op grond van de Opiumwet.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:2826
Datum uitspraak
10 juli 2024
  • Hoger beroep
  • Drank en horeca
  • uitspraakin de zaak202206217/1/A3

202206814/1/R4

Bij besluit van 3 november 2022 heeft de raad van de gemeente Barneveld het bestemmingsplan "Horselerweg III, partiële herziening Buitengebied 2012" vastgesteld. Het plan heeft betrekking op de percelen [locatie 1], [locatie 2] en [locatie 3] in Kootwijkerbroek. Het voorziet voor de percelen [locatie 1] en [locatie 2] in de omzetting van de bestemmingen "Bedrijf - Landelijk" en "Agrarisch" in "Wonen" met de bouwaanduiding "woongebouw", zodat het gebruik als reguliere woningen en de woningsplitsing die al is gerealiseerd, planologisch worden vastgelegd. Het adres [locatie 2] is recent gewijzigd in [locatie 4]. De Afdeling houdt in deze uitspraak vast aan het adres [locatie 2].

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:2819
Datum uitspraak
10 juli 2024
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
  • RO - Gelderland
  • uitspraakin de zaak202206814/1/R4

202206860/1/A2

Bij uitspraak van 9 november 2022 heeft de rechtbank een verzoek van [appellant] om de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid te veroordelen tot schadevergoeding afgewezen. In hoger beroep is in geschil of het verzoek om schadevergoeding terecht is afgewezen. Op 17 juli 2016 heeft [appellant] een aanvraag om verlening van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd ingediend. Bij besluit van 23 november 2016 heeft de staatssecretaris de aanvraag afgewezen. Bij uitspraak van 15 december 2016 heeft de rechtbank het door [appellant] daartegen ingestelde beroep ongegrond verklaard. Bij uitspraak van 17 januari 2017 heeft de Afdeling het door [appellant] daartegen ingestelde hoger beroep kennelijk ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd. Aan het verzoek om schadevergoeding is ten grondslag gelegd dat [appellant] als gevolg van het volgens[appellant] onrechtmatige besluit van 23 november 2016 materiële en immateriële schade heeft geleden. [appellant] heeft na dat besluit psychische (depressieve) klachten ontwikkeld.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:2805
Datum uitspraak
10 juli 2024
  • Hoger beroep
  • Schadevergoeding
  • uitspraakin de zaak202206860/1/A2

202207293/1/A2

Bij besluit van 10 september 2020 heeft het college van burgemeester en wethouders van Amsterdam aan [appellant sub 1] een bestuurlijke boete opgelegd van € 20.500,-. Op 24 en 29 november 2019 hebben toezichthouders van de gemeente Amsterdam de woning bezocht. Uit het rapport van bevindingen dat van deze bezoeken is opgemaakt blijkt dat op het adres van de woning twee personen staan ingeschreven in de Basisregistratie Personen, te weten [persoon] en [partij]. De woning is als Bed&Breakfast (hierna: B&B) aangemeld bij de gemeente. [appellant sub 1] was ten tijde van belang eigenaar van de woning aan de [locatie] in Amsterdam (hierna: de woning). [partij] huurde de woning. Bij het bezoek van 24 november 2019 hebben de toezichthouders twee Griekse toeristen in de woning aangetroffen. Zij hebben verklaard de woning te hebben geboekt via airbnb.nl, voor de periode van 22 november tot en met 26 november 2019. Tevens hebben zij verklaard in de woning ook twee vrouwen te hebben gezien, die in de kamer naast die van hen verbleven. Er is ook een privégedeelte van de host in de woning.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:2807
Datum uitspraak
10 juli 2024
  • Hoger beroep
  • Boete
  • uitspraakin de zaak202207293/1/A2

202207483/1/A2

Bij besluit van 3 september 2020 heeft het college van burgemeester en wethouders van Amsterdam aan [wederpartij] een bestuurlijke boete opgelegd van € 20.500,-. Op 24 en 29 november 2019 hebben toezichthouders van de gemeente Amsterdam de woning bezocht. Uit het rapport van bevindingen dat van deze bezoeken is opgemaakt, blijkt dat op het adres van de woning twee personen staan ingeschreven in de Basisregistratie Personen, te weten [persoon B] en [wederpartij]. De woning is als Bed&Breakfast (hierna: B&B) aangemeld bij de gemeente. [persoon A] was ten tijde van belang eigenaar van de woning aan de [locatie] in Amsterdam (hierna: de woning). [wederpartij] huurde de woning. Bij het bezoek van 24 november 2019 hebben de toezichthouders twee Griekse toeristen in de woning aangetroffen. Zij hebben verklaard de woning te hebben geboekt via airbnb.nl, voor de periode van 22 november tot en met 26 november 2019. Tevens hebben zij verklaard in de woning ook twee vrouwen te hebben gezien, die in de kamer naast die van hen verbleven. Er is ook een privégedeelte van de host in de woning.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:2806
Datum uitspraak
10 juli 2024
  • Hoger beroep
  • Boete
  • uitspraakin de zaak202207483/1/A2

202300584/1/R3

Bij besluit van 10 november 2022 heeft de raad van de gemeente Leiden het bestemmingsplan van de gemeente Leiden "Leidse Ring Noord Plesmanlaan" vastgesteld. De Leidse Ring Noord (LRN) vormt samen met de A4, A44, N446 en de Rijnlandroute de Leidse Ring. De ringstructuur leidt doorgaand verkeer om het stadscentrum van Leiden en de dorpskern van Leiderdorp. Met het project LRN wordt een betere doorstroming van het autoverkeer op het noordelijke deel van de ring, namelijk de Plesmanlaan, Schipholweg, Willem de Zwijgerlaan en de Oude Spoorbaan, beoogd. Hiervoor zijn aanpassingen aan bestaande wegen nodig. Deze aanpassingen passen niet geheel in de geldende bestemmingsplannen. Voor de benodigde bestemmingsplanaanpassingen is het project LRN opgedeeld in deeltrajecten. Het bestemmingsplan "Leidse Ring Noord Plesmanlaan" dat in deze procedure aan de orde is, maakt de aanpassingen mogelijk bij het deeltraject Plesmanlaan. [appellant] woont aan de Jacob Catslaan op hemelsbreed ongeveer 180 m van het plangebied. Hij vreest dat de wegaanpassingen die het bestemmingsplan mogelijk maakt leiden tot een verslechtering van de luchtkwaliteit.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:2833
Datum uitspraak
10 juli 2024
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
  • Natuurbescherming
  • RO - Zuid-Holland
  • uitspraakin de zaak202300584/1/R3
vorige pagina1...969798...1.239volgende pagina

Facetten
Gepubliceerd
  • Uitspraken uit
Type uitspraak
Proceduresoort
Rechtsgebied
Bevat

Raad van State

De Raad van State is onafhankelijk adviseur van regering en parlement over wetgeving en bestuur en hoogste algemene bestuursrechter van het land.

  • Meer over ons
  • Vacatures

Contact

De Raad van State bevindt zich in het centrum van Den Haag. Wilt u in contact komen met ons of wilt u ons bezoeken voor een zitting?

  • Telefoon
  • Locatie en route
  • Post en e-mail
  • Wet open overheid
  • Nieuwe zaak starten

Altijd op de hoogte

Ontvang ons nieuws via de abonnementenservice in uw mailbox. Op de hoogte gehouden worden over uitspraken die gedaan worden in bepaalde zaken? Meld u dan aan voor de e-mailservice. Of bekijk de voortgang van een bepaalde procedure bij de Afdeling bestuursrechtspraak.

  • Abonnementenservice
  • E-mailservice uitspraken
  • Voortgang procedure
  • Aanvragen oude uitspraken

Toegankelijkheid | Privacy | Cookiebeleid

Volg ons

  • Bluesky
  • LinkedIn
  • Instagram
  • Mastodon